Waarom sterren verdwijnen en iedereen een model wordt

De val en geboorte van een ster

In 1859 publiceerde Samuel Smiles het boek Self-Help. Daarin portretteerde de schrijver beroemdheden uit verschillende sectoren. Het boek kan gezien worden als de voorloper van moderne zelfhulpboeken zoals je die tegenwoordig veel ziet. Smiles schreef over grote namen zoals James Watt, de uitvinder van de stoommachine en opperbevelhebber George Washington. Zij dienden als voorbeeld voor lezers die wilden stijgen op de maatschappelijke ladder. Hij liet met zijn boek zien wat je kunt bereiken door discipline en controle. Zijn sterren waren illustraties van ‘honest and upright performance of individual duty’. Het was een boek voor mensen die iets wilden bereiken en dat deed je door hard te werken. In 1904 waren er een kwart miljoen exemplaren verkocht.

Het boek kwam 141 jaar uit voordat Ophra Winfrey in 2000 de O uitbracht, haar persoonlijke magazine waarin het net als bij Smiles draait om zelfontplooiing. Je vindt er persoonlijke verhalen van doodgewone mensen die in tegenstelling tot de personages uit het boek Self-Help juist zo weinig mogelijk verschillen van de lezers. De grote maatschappelijke helden zijn vervangen door minder opvallende lieden. Op de website van O stond begin 2013 een artikel met de titel 15 Reasons to Accept (and Love!) Exactly Who You Are. Daar waar Smiles sprak over individual duty tegenover de maatschappij roept Ophra haar lezers op verantwoording af te leggen tegenover zichzelf. Zij hoeven zich niet bezig te houden met iets worden, zij moeten zich concentreren op het zijn. Daarmee werd de toekomst ingeruild voor het heden. Moed en intelligentie voor zelfontplooiing. Grote namen werden eendagsvliegen.

James Watt is vervangen door de neighbour next door. In 1992 schreef de Franse filosoof Lipovetsky dat de homogenisering van ster en publiek haar top bereikte. De kloof tussen burger en ster was geslecht. Maar met de komst van de castingshows werd de bovengenoemde trend doorgezet. Sindsdien komt er elke dag een nieuwe ster van de lopende band. En elke ster lijkt weer een beetje meer op ons. In 2013 laten we ons niet meer door iconen inspireren. Als een uitdijende zwerm steeds kleiner wordende sterren neemt het volk de media over.

De rebelse outsiders, die ons met hun revolutionaire outfits inspireerden, verdwenen. Sterren zijn niet meer zoals James Dean, die in de jaren vijftig de spijkerbroek introduceerde voor het grote publiek of Brando, die van het gewone t-shirt een modehit maakte. Hun stijl is niet vernieuwend maar geconstrueerd door managers, stylisten en media. Zonder grote voorbeelden blijven we naar elkaar loeren met als gevolg een homogenisering die zijn weerga niet kent.


De publieke ruimte

Smiles schreef zijn boek in een tijd dat door veranderingen in de publieke ruimte behoefte was ontstaan aan sterren. Zij dienden als voorbeeld voor het individu dat in het stedelijk leven te maken kreeg met een steeds prominentere rol van het uiterlijk. Het lijf begon trekken te vertonen van een product. Socioloog Chris Rojek (2001) verwijst in zijn werk Celebrity naar Marx, die opmerkt dat in de negentiende eeuw de gebruikswaarde van voorwerpen afneemt en plaats maakt voor ruilwaarde, uit te drukken in geld. Volgens de Amerikaanse socioloog kan deze opmerking worden toegepast op het menselijk lichaam. Het begon zich meer te richten op publieke belangstelling dan op het gebruik.

Daar waar de vraag naar sterren groeide werd het aanbod groter door de opkomst van de drukpers die de verspreiding van kranten op grote schaal mogelijk maakte. Bladen gaven de ster een belangrijk instrument, namelijk een podium. Voor het eerst raakten gezichten en verhalen bij zo een groot publiek bekend. Volgens Rojek (2001) was Oscar Wilde ongelooflijk populair geworden na zijn tour door Amerika in 1882. Dit zou niet komen door the quality of Wilde´s musings on Hellenic art maar door de beroemde foto genomen bij Napoleon Sarnoy in New York.

Ook sociaal-economische verschuivingen maakten de samenleving ingewikkelder en creëerden zo behoeften aan sterren. Na de middeleeuwen werd de simpelere wereld van horigen ververvangen door een samenleving met complexere relaties. Georg Simmel legt uit dat wanneer je je in meer kringen beweegt, de kans groter wordt, dat de combinatie daarvan uniek is. Met de komst van het fabrieksleven werd men dus steeds unieker, steeds individueler.

Simmel beschrijft hoe dit leidde tot een nieuw soort samenleving waarin er een verantwoordelijkheid ontstond om je eigen ik te construeren. Het was dezelfde tijd waarin de eerste tijdschriften opkwamen, waarin men oude structuren losliet en op zoek ging naar nieuwe standaarden, die door de opkomst van mode en smaakcultuur aan continue verandering onderhevig waren.

Deze op het eerste gezicht bevrijdende beweging zadelde het individu op met een zware taak. Namelijk het zich eigen maken van verschillende culturele waarden en dus het hebben van meerdere culturele identiteiten. Dit wordt steeds lastiger als het milieu waarin je je begeeft veelzijdiger wordt. De moderne man werd volgens Simmel daarom uitgeleverd aan zijn cultuur in plaats van deze zich eigen te maken. Daarmee vervreemdde hij van zijn omgeving en uiteindelijk ook van zichzelf.

Immanuel Kant legde uit dat mensen de neiging hebben om zich met iemand anders te vergelijken. Een kind met een volwassene en een lagere rang met een hogere. In een nieuwe publieke ruimte met veranderende normen had men nieuw vergelijkingsmateriaal nodig.

De sterren

Sterren vervulden die positie. Of, in de woorden van professor P. David Marshall (2006): ‘Celebrity becomes the lens through which we understand a variety of issues, disciplines, and concerns.’ Zij vertellen hoe we ons moeten gedragen. Zij werden de nieuwe buurman of buurvrouw, over wie men onophoudelijk met elkaar roddelt. Door samen met anderen te discussiëren over sterren, staat niet de ster maar de roddelaar centraal. Door te zeggen wat je mooi vindt en wat niet, schets je tegenover de ander je eigen esthetische lijnen. Door te praten over wat je wel en niet goed vindt schets je een normatief kader. Sterren vormen zo verscheidende pionnen waartussen we ons kunnen positioneren en waar we ons aan kunnen optrekken.

Zoals het boek van Smiles laat zien, vervullen sterren al eeuwen een voorbeeldfunctie. En dat doen ze nog steeds. Maar de iconen van weleer zijn verdwenen. We laten ons niet inspireren maar willen zelf bepalen. Tijdens castingshows op TV kiezen we ons eigen idool en politieke leiders winnen verkiezingen wanneer zij hun oren laten hangen naar de schreeuw van het volk. De overeenkomsten tussen de finale van the Voice of Holland en het RTL-verkiezingsdebat zijn schrikbarend. Op internet krijgen bloggers op tal van terreinen een steeds dikkere vinger in de pap. Zo verscheen Susie Lau, een mode-blogger uit London, op de voorpagina van de Britse Elle naast allerlei beroemheden. Met meer dan twee miljoen geregistreerde bloggers in 2010 die zich richtten op mode, wordt het internet de plaats waar gewone mensen de trends bepalen.

Naast dat we ons niet meer de les laten lezen, kiezen we voor veiligheid. Sinds Self-Help werd uitgebracht, hebben de ontwikkelingen die verantwoordelijk waren voor de opkomst van de ster zich verder doorgezet en onze omgeving onveiliger gemaakt. Ontwikkelingen in de media veranderden onze relatie met de wereld. Sociaal-economische ontwikkelingen begonnen zich meer te richten op het individu. Twee democratiseringsgolven vochten de burger vrij. Je afkomst mocht in steeds meer westerse landen je toekomst niet meer in de weg staan. In de jaren tachtig schudden we het laatste beetje gezag van ons af.

Inmiddels weten we dat er naast voordelen ook nadelen kleven aan deze manier van samenleven. Lipovestky (2005) spreekt over een hypermoderne samenleving waarin mensen bang zijn om zich zelf vorm te geven nu oude instituties, die het individu ondersteunen, aan invloed verliezen.

De nadelen worden zichtbaar door bijvoorbeeld toenemende psychische problemen, anorexia en alcoholmisbruik. De vraag rijst daarom in hoeverre men zich vrij voelt om te zijn wie hij wil zijn. National Geographic zond een documentaire uit over een Amerikaanse gedetineerde die na twintig jaar vrij kwam. Deze documentaire illustreert wat vrijheid met een mens kan doen. In beeld is goed te zien hoe de man verloren voor de gevangenis staat. De ex-gevangene was alleen en had slechts tachtig dollar van de overheid op zak. Jarenlang was er voor hem gezorgd, had zijn leven structuur gehad en een doel. Nu hij eindelijk vrij was, wist hij zich geen raad. Waar moest hij heen? Naar wie kon hij toe? Hij voelde zich vreemd, want wat altijd normaal was geweest, was in de buitenwereld abnormaal.

Net als dieren produceren we het liefst normaal gedrag om de kans op overleven te vergroten. Maar om vast te stellen wat dat is, hebben we een perceptie van onze omgeving nodig. Nu oude instituties als religie en buurt hun invloed hebben verloren en onze omgeving continu verandert, is het voor het individu moeilijk vast te stellen wat normaal is.

Zonder duidelijk kader kiezen fans daarom voor veiligheid. Dit wordt inzichtelijker wanneer je de keuze voor sterren vergelijkt met de keuze voor mode. Ook daar kiezen mensen voor veiligheid. Deze vergelijking is niet zo gek als je op het eerste gezicht denkt. Zowel sterren als mode zijn vergankelijk, en beide helpen ons met de constructie van onze eigen identiteit.

Loop eens door de gangen van een middelbare school en je ziet dat punkers en skaters zijn verdwenen. Daar waar vroeger jongeren zich duidelijk profileerden door uiterlijke kenmerken, politieke opvattingen en muzikale voorkeuren, hullen zij zich tegenwoordig in onopvallende kleding. De voorzichtig uitgebalanceerde outfits plaatsen het individu met de groots mogelijke zorg tussen de anderen. Want ze willen elkaar niet loslaten, maar mogen ook elkaar niet vasthouden. Wat je zoekt, zo wordt verondersteld, moet je in je authentieke zelf vinden en niet in de ander. Zoals Kant al zei, dat heeft de mens nog nooit gedaan.

Mensen kijken naar elkaar in plaats van vooruit. Het is power to the people in het extreme. De massa die op zoek is naar een voorbeeld wordt zelf als voorbeeld gebruikt. Het is als een kind dat zijn eigen vader kiest. Een kind zal kiezen voor de vader die hem een ijsje belooft en niet voor iemand die hem op lange termijn verder brengt.

De gevolgen zijn zichtbaar in de maatschappij. Op straat wordt elk seizoen een kleur uit een vorig jaar tot hip gebombardeerd. Op tv komen en gaan grijze muizen uit weer nieuwe castingshows. Het zijn creaties van media, managers en stylisten. En op het internet profileert iedereen zichzelf. We missen de grote voorbeelden van Smiles die ons met hun inzichten vooruit hielpen.

Het ziet er naar uit dat deze trend verder doorzet. Wanneer we spreken over de hedendaagse individualisering, hebben we het over een staartje van een ontwikkeling die al eeuwen aan de gang is. Het is dan ook naïef om te denken dat dit zomaar voorbij zal gaan.

Sterker nog, het individualisme wordt nog elke dag gevoed. Er verschijnen steeds meer kanalen die ons ieder een andere blik op de werkelijkheid tonen. Via smartphones leest men blogs en plaatst eigen filmpjes. De perceptie die mensen van de werkelijkheid hebben en de richting waarop we ons willen bewegen wordt zo steeds diverser. We surfen door verschillende zelfgekozen werelden, en de combinatie van die werelden wordt steeds unieker, met als gevolg dat iedereen op zijn eigen eiland leeft.

De economische structuren van onze samenleving begeven zich in de zelfde richting. Ook hier zie je dat steeds meer verschillende kringen parallel naast elkaar bestaan. Dat maakt de samenleving steeds heterogener. Er is een hang naar lokaal. Mensen organiseren samen duurzame energie, kinderopvang en via internet verkoopt of ruilt men producten. Dit betekent niet een beweging naar een wereld zoals vroeger, waar men in kleine gildehuizen samenleefden. Integendeel. Er ontstaat een groot web van connecties die men tegelijkertijd van aandacht voorziet. Wanneer je de theorie van Georg Simmel hierop toepast, vormen al die connecties gezamenlijk een steeds uniekere en dus individuelere combinatie.

De hang naar lokale en zogenaamd persoonlijke relaties gaat zo hand in hand met de kernwaarde van het kapitalisme. Namelijk individualisme. Vergelijk dit met de democratiseringsgolf uit de jaren zestig. Die leek gestoeld op idealen maar werd in werkelijkheid gevoed door een vraatzucht naar zelfbeschikking.

Er is zoveel verscheidenheid, de normen zijn dusdanig verruimd dat we in sterren herkenning zoeken. Zoals James Dean in de jaren vijftig de spijkerbroek introduceerde voor het grote publiek en Marlon Brando van het gewone t-shirt een modehit maakte, zulk gedrag accepteren we niet meer. Op onszelf aangewezen, hebben we geen basis om ons tegen af te zetten, geen rust om ons te laten inspireren. In ons hedendaags verlangen naar een doodnormale ster die dicht bij ons staat, etaleren we een gebrek aan geloof in onszelf en de cultuur rondom ons.

Daar waar de grote sterren van weleer worden afgedankt, profileren we onszelf als nieuwe idolen. Zoals de economische groei samen met de democratiseringsgolf in de jaren zestig de plicht tot zelfrealisatie aan iedereen oplegde, zo verplicht het internet tot zelfprofilering. Paradoxaal genoeg wordt geëist dat we ons elke dag laten zien, terwijl het besef over wie we zijn nooit eerder zo kwetsbaar en veranderlijk is geweest. Op sociale media prijken duizenden profielfoto’s van tienermeisjes die met een geile blik de camera inkijken of met getuite lipjes hun blik afwenden. Zij zijn nu zelf de sterren die elke dag op het internet verschijnen.

Het postmodernisme vaagt zo de laatste restjes van het hiërarchisch stelsel weg. Echte verandering komt daarom niet meer van de ster. Het moet komen van de gewone man en zijn representatie van de werkelijkheid. Het resultaat is een homogenisering die zijn weerga niet kent. Want zonder rolmodellen blijven mensen angstig naar elkaar kijken, om uiteindelijk niet meer te veranderen.