De valse start van paars ii

HEBBEN DE voortrekkers van Paars II er nog wel zin in? Frits Bolkestein wil alweer geen minister worden. Jacques Wallage vlucht naar Groningen. Hans van Mierlo en Hans Wijers verlaten de politiek en Els Borst schakelt ook een tandje terug. Het is dat de paarse politici altijd al vonden dat ze wel wat beters te doen hadden dan ons land besturen, anders zou je haast aan een patroon gaan denken. Er is namelijk serieuze grond voor twijfel aan de levensvatbaarheid van het nieuwe kabinet. Het financieel akkoord dat de onderhandelaars vorige week afsloten, blijkt nattevingerwerk te zijn.

Toegegeven, er staat nog niets op papier. Het onder Wim Kok ressorterende Bureau Woordvoering Kabinetsformatie heeft zelfs geen persbericht over het financieel akkoord doen uitgaan. Alleen de grote lijnen zijn mondeling bekendgemaakt. De buitenwacht - inclusief het voetvolk van de paarse fracties - moet zijn vragen maar opzouten tot het conceptregeerakkoord af is.
Toch valt er uit de eerste berichten veel af te leiden. In wezen berust het akkoord op een eenvoudige ruil: het stelt negen miljard gulden voor nieuw beleid in het vooruitzicht, mits er op acht verschillende gebieden in totaal 7,5 miljard gulden wordt bezuinigd. Het grootste deel van de negen miljard is bestemd voor uitgaven aan volksgezondheid (vergrijzing en medicijnkosten), onderwijs (klassenverkleining) en justitie en politie (meer agenten op straat). De bezuinigingen moeten vooral worden gehaald uit de departementale uitgaven, de afdrachten aan de Europese Unie en de kosten van de sociale zekerheid.
VOLGENS BOLKESTEIN en zijn financieel-economische onderhandelaar Gerrit Zalm is deze ruil een ‘solide basis’ voor de komende vier jaar. Als we de drie grootste bezuinigingsposten onder de loep nemen, blijkt er echter weinig grond voor dit vertrouwen. De grootste bezuiniging - maar liefst 2,2 miljard - zou moeten komen van efficiencyverbetering bij de rijksoverheid. Dat is een zeer vaag uitgangspunt omdat er geen financiële of technische maatstaf voor efficiency bij de overheid bestaat. Eerdere efficiency-operaties bij ministeries en overheidsdiensten zijn nooit grondig doorgelicht, laat staan op hun resultaat beoordeeld. 'Het efficiency-onderzoek staat nog in de kinderschoenen’, zegt een woordvoerder van de Algemene Rekenkamer. 'We hebben nooit apart onderzoek gedaan naar efficiency bij het rijk omdat het zo'n reusachtig terrein is, en omdat er nog nooit zogenaamde nulmetingen zijn gedaan waaraan je een verbetering of verslechtering zou kunnen afmeten.’
Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) beschikt niet over relevante gegevens. Omdat het onderwerp in de belangstelling staat, heeft de Raad onlangs wel een begin gemaakt met een verkennend onderzoek naar efficiency bij de overheid, waarbij de nadruk ligt op de verschillen tussen private en publieke verantwoordelijkheid.
Onderzoeksleider professor Wim Derksen: 'Natuurlijk zijn er talloze voorbeelden te geven van inefficiënte procedures bij de overheid, en het lijkt me heel verstandig dat politici daartegen iets willen ondernemen, maar het is onmogelijk om er een bedrag aan te koppelen. Er wordt vaak een denkfout gemaakt: men denkt dat verzelfstandiging vanzelf leidt tot meer efficiency en dat is in de praktijk niet juist gebleken. Het is natuurlijk verleidelijk om zo'n hoog streefbedrag te noemen als bewijs van je goede voornemens, maar daar is geen enkele grond voor.’
DE TWEEDE bezuinigingspost is Europa. Nederland is in de Europese Unie een nettobetaler en de afdrachten aan Brussel kunnen best omlaag, zo houdt Zalm al enige jaren vol. Het akkoord noemt een bedrag van 1,2 miljard gulden. Dat is krankzinnig hoog, vooral als je bedenkt dat Zalm reeds overhoop ligt met de begrotingsexperts van de Europese Commissie omdat hij de Nederlandse afdrachten tot nu toe te hoog berekent. Hij telt er namelijk de douaneheffingen bij op die Nederland namens de EU op zijn grondgebied heft - het zogenaamde 'Rotterdam-effect’. Zelfs als Zalm die strijd wint, zal Nederland zich vier jaar lang als een verwend kind moeten opstellen om althans een deel van die 1,2 miljard binnen te halen.
Volgens Piet Dankert, lid van de Begrotingscommissie van het Europees parlement, blijft het bedrag ook dan een onhaalbare kaart. Dankert: 'De drie bezuinigingsmogelijkheden die het akkoord noemt, zijn een buitengewoon drassige bodem. Men wil om te beginnen dat Nederland een grotere bijdrage krijgt uit het Europese structuurfonds. Dat kan, maar zo'n bijdrage moet altijd worden medegefinancierd door het betrokken land en daar heeft Economische Zaken niet de middelen voor. Ten tweede wil Zalm een zogenaamde nettobegrenzer invoeren, een systeem waarbij de nettobijdrage van lidstaten vanzelf wordt afgeroomd zodra deze hoger uitvalt dan verwacht. Dan moeten de arme lidstaten dus meer betalen. Dat kun je vergeten, want dat vereist een unanieme wijziging van het Eigen-Middelenbesluit van de EU en dat zullen de Engelsen, Spanjaarden en Grieken zeker blokkeren.
Ten derde mikt het akkoord op een zuiniger Europees begotingsbeleid. Op dat punt kan heel weinig worden bereikt. Het huidige budget bedraagt 1,27 procent van het Europees bruto nationaal product. Daarvan is 1,10 procent ingeboekt tot het jaar 2006. Er is dus de komende acht jaar een marge van 0,17 procent en dat is bij lange na niet genoeg, Tenzij je ook het landbouwbeleid wilt aanpakken, maar dan ontketen je een gevecht waardoor de hele Unie uit elkaar kan vallen.’
Kortom, een constructieve manier om op de Europese afdrachten te bezuinigen is er niet.
EEN ANDERE mogelijkheid - die alle grote partijen dan ook in hun verkiezingsprogramma hadden staan - is het blokkeren van het Europese begrotingsoverleg. Bij het doorrekenen van de programma’s kwam het Centraal Planbureau tot de conclusie dat dat inderdaad technisch haalbaar is. Als de Nederlandse geld-terugoptie niet wordt aanvaard, kan ons land zijn veto uitspreken over de Europese begroting die begin volgend jaar wordt vastgesteld. Bij uitblijvende besluitvorming mag de Europese begroting slechts met een minimaal percentage stijgen zodat de Nederlandse afdrachten vanzelf omlaag gaan. Indien Nederland dit tot het jaar 2002 volhoudt, bedraagt de buit volgens de CPB-computer anderhalf miljard gulden.
Maar er zit een addertje onder het gras dat ook het CPB wellicht over het hoofd ziet. Volgens Brusselse experts is het uitgangspunt van de berekening verkeerd omdat in geval van een blokkade het staande begrotingsbeleid wordt voortgezet, inclusief de toename van de bijdragen die voor de komende jaren is voorzien.
Volgens een recente berekening van de Algemene Rekenkamer zal de Nederlandse nettobijdrage dan stijgen van de huidige zes miljard naar negen of tien miljard na het jaar 2000. Bij een blokkade is Nederland dus slechter af, en niet alleen op financieel gebied. Ook ons politieke krediet zal afnemen, zo vreest Dankert: 'Er is al zo weinig begrip voor Nederlandse bezuinigingseisen. Men beschouwt ons als centenjagers. Als we toch krampachtig willen bezuinigen, gaat dat vooral ten koste van de nieuwe toetreders tot de Unie en dan kan Nederland niet meer geloofwaardig pleiten voor uitbreiding van de Unie, voor een beter milieubeleid of een uitbreiding van het gemeenschappelijk beleid tegenover derde landen.’
DE DERDE voorgenomen bezuinigingspost is de sociale zekerheid. Het nieuwe kabinet wil een half miljard gulden bezuinigen op de WAO- en WW-uitkeringen en nog eens een half miljard op de uitvoeringskosten. Welke maatregelen de onderhandelaars voor ogen staan is niet duidelijk, maar gezien de nadruk op marktwerking in de afgelopen kabinetsperiode mikt het akkoord waarschijnlijk op voortgaande privatisering. Zo ja, dan is dat een slag in de lucht die de paarse partijen lelijk kan opbreken. Tot nog toe kost de verbouwing van de sociale zekerheid alleen maar geld, al is niet aan te geven waar dat precies aan ligt: aan te veel of juist te weinig van de bejubelde marktwerking. In een brief aan de minister van Sociale Zaken schreef de Rekenkamer vorig jaar dat er geen 'ijkpunten’ zijn vastgesteld voor het effect van marktwerking: 'Aan de elkaar snel opvolgende beleids- en stelselherzieningen ging in geen enkel geval een evaluatie van de voorgaande stappen vooraf.’
Sterker nog, het overzicht dreigt geheel verloren te gaan. De talloze socialezekerheidsmarkten die de afgelopen vijf jaar door diverse stadia van privatisering zijn ontstaan, onttrekken zich aan alle statistieken. Geen enkel overheidsorgaan houdt bij of de totale kosten na een privatisering toe- of afnemen. Het is een 'markt vol spookspelers’, aldus een recente omschrijving in Het Financieele Dagblad.
Ook het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV), dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van het uitkeringenstelsel moet controleren, is de weg kwijt. In een brief van 27 april aan de minister van Sociale Zaken, met afschrift aan de formateurs, schrijft CTSV-voorzitter Scherpenhuijsen Rom dat allerlei aspecten van de uitvoering 'problematisch’ zijn en dat het hele systeem zo gauw mogelijk geheel publiek of geheel privaat moet worden gemaakt: alles is beter dan het huidige duale stelsel waarin de bevoegdheden kunstmatig verdeeld zijn.
In beide scenario’s zal er voorlopig weinig ruimte zijn voor bezuinigingen, omdat aanpassing nu eenmaal geld kost. Onderzoeker Ivo Kuypers van de Stichting Orbis heeft er een hard hoofd in: 'Er is de afgelopen jaren al zoveel op de uitvoeringskosten bezuinigd dat er nauwelijks nog geld af kan. Het personeelsbestand van het GAK is zelfs bijna gehalveerd. Op een goed moment gaat dat ten koste van de taakstelling. Het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen, dat aan het hoofd staat van de uitvoeringsorganisaties voor de WW en WAO, heeft al in een officiële reactie laten weten dat in de komende jaren forse investeringen nodig zijn. Als uitvoeringsorganisaties zoals het GAK over een paar jaar marktconform moeten werken, zullen er bijvoorbeeld nieuwe automatiseringssystemen moeten worden geïnstalleerd. Hoe het kabinet daarnaast een half miljard wil bezuinigen, is mij een raadsel.’
WAAR DE VOORZIENE daling van de WAO-en WW-uitkeringen met een half miljard vandaan moet komen, is wel duidelijk. De criteria voor de WAO-keuring zullen wederom worden aangescherpt, terwijl de verwachte banengroei (het akkoord trekt 1 miljard uit voor werkgelegenheid) een deel van de WW-lasten moet wegnemen. Ook hier rekenen de onderhandelaars wel erg gemakkelijk naar zich toe, afgezien van het risico dat de Aziatische crisis overslaat naar het Westen waardoor in één klap tienduizenden flexwerkers op straat komen te staan en de uitkeringen wellicht een half miljard hoger uitvallen dan verwacht. Tot nog toe hebben alle fondsen voor reïntegratie van werknemers op de arbeidsmarkt bar weinig effect gehad.
Het heeft er dus alle schijn van dat het kabinet-Kok(II een valse start maakt. Als de voorgenomen bezuinigingen niet worden gehaald zullen er uitgavenposten moeten sneuvelen waaraan vooral de PvdA waarde hecht en dat leidt tot slaande deuren, zeker nu de nurkse Ad Melkert het fractievoorzitterschap van Wallage overneemt. De linkse meerderheid in de nieuwe Kamer kan daar zijn voordeel mee doen, ook als het kabinet de rit uitzit. Als de dames en heren van paars de komende vier jaar wat minder lachen en wat meer politiek bedrijven, is dat al een hele verbetering.