Interview Ad Melkert

«De vanzelfsprekendheid van solidariteit is uitgehold»

Volgens de laatste peilingen is de PvdA van Wouter Bos nu goed voor 50 zetels in de Tweede Kamer. Onder zijn voorganger Ad Melkert haalden de sociaal-democraten er 23. Is alle leed geleden? Ad Melkert blikt terug en vooruit.
«We moesten het evenwicht opnieuw uitvinden.»

De mythe wordt nog steeds gekoesterd. Ad Melkert is dankzij Pim Fortuyn nooit premier geworden. De ontmanteling begon op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart 2002. Toen ruim een miljoen kiezers, die ’s nachts voor de tv waren blijven hangen, Ad Melkert (de slechte verliezer) chagrijnig zagen redetwisten met Pim Fortuyn (de euforische winnaar) verloor de PvdA-leider zijn laatste restje charisma. De fatale moord op Fortuyn twee maanden later was uiteindelijk figuurlijk het genadeschot voor Melkert.

De redenering lijkt sluitend. Maar de werkelijkheid is ingewikkelder. Niet alleen de persoon die Wim Kok moest opvolgen was bepalend voor de val van de PvdA. Sinds Jan Nagel met Leefbaar Nederland de kat de bel aanbond en daarvoor aanvankelijk Pim Fortuyn dacht te kunnen inschakelen, draaide de wind in politieke zin veel ruimer.

Een maand voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 15 mei stormde het ook buiten de bolwerken van Fortuyn al stevig. Zo liet Niek-Jan van Kesteren (algemeen directeur van de werkgeversorganisatie vno/ncw) ruim voor de verkiezingen in april al weten te opteren voor een coalitie van CDA, VVD en eventueel LPF. Dit kon niet anders worden opgevat dan als een wending in werkgeverskring richting een antipaarse coalitie. Zo men wil als een wending van liberaal-links naar een voor Nederland nog ongekende vorm van rechts.

Ook binnen de PvdA gingen lijsttrekker Melkert en zijn campagneteam toen reeds alternatieve scenario’s schrijven. Ten eerste om de electorale schade te beperken en ten tweede om de oppositionele variant alvast in de grondverf te zetten. De glorieuze overwinning en dus het premierschap was niet langer het primaire doel. Het ging de sociaal-democraten vanaf april meer en meer om het indammen van de nakende nederlaag.

Het liep, zoals bekend, allemaal nog dramatischer af voor de PvdA. Op maandagavond 6 mei 2002, enkele uren na de moord op Fortuyn, probeerde een woedende menigte bij het Binnenhof de werkkamer van Melkert aan het Plein te bestormen. De campagne werd gestaakt. Melkert zelf dook een nacht onder. Verlamd sleepte de PvdA zich naar de verkiezingen. Gedwongen door de campagnestop, die overigens niet voor de LPF gold, moest Melkert werkloos en weerloos toezien hoe de partij werd onttakeld.

Toen woensdag 15 mei ’s avonds duidelijk werd dat de PvdA zelfs ver onder het gecalculeerde verlies van tien à vijftien zetels kelderde, trok Melkert in Paradiso zijn politieke consequenties. Hij stapte ter plekke op als partijleider.

Ongeveer een half jaar later vertrok hij uit Nederland, om bewindvoerder te worden bij de Wereldbank in Washington. Melkert heeft daar nu sinds een jaar twaalf landen onder zijn hoede: Nederland, Armenië, Georgië, Oekraïne, Moldavië, Roemenië, Bulgarije, Macedonië, Bosnië, Kroatië, Cyprus en Israël.

Over de details van het jaar 2002 praat Melkert nog altijd liever niet. Die weigering spoort met het beeld dat het publiek van Melkert had, heeft en mogelijk houdt: dat van een afstandelijke persoonlijkheid die maatschappelijke problemen eerst analyseert of politiseert en bijna nooit personaliseert. Maar Melkert volgt Nederland en PvdA nog altijd op de voet.

Jan Nagel stak in 2001 de lont aan. Hij appelleerde aan het burgerlijke erfgoed van links dat de Partij van de Arbeid had verwaarloosd. Door dat eindeloze passen en meten hebben jullie de deur zelf opengezet.

Ad Melkert: «Volgens mij zijn de identificatieproblemen bij de kiezers ontstaan door verwarring over de vraag ‹wie spreken we aan op de inkomensverhoudingen, de ontplooiingskansen en de indeling van de schaarse ruimte?›, want dat zijn toch de klassieke linkse kwesties. Maar die verwarring viel precies samen met een toenemende scepsis over de effectiviteit van de overheid. Het speelveld kwam zo wagenwijd open te liggen. Onze ambitie bleef bestaan om niet alles aan het toeval en het vrije spel over te laten. Ik geloof dus niet dat die klassieke ambities zijn uitgehold. Maar we wisten niet aan wie we die effectief konden toevertrouwen. Ook binnen de PvdA ontstonden steeds meer verschillende opvattingen. Niet alleen over de overheid, maar ook over de vraag hoe beslissend de politiek is. Ik heb in de PvdA een jongere generatie zien opkomen die tijdens en na hun studie aardig gingen verdienen, tweeverdiener werden en zich afvroegen of ze wel wilden wachten op de overheid. Als het ging om onderwijs begrepen ze niet waarom ze van de PvdA niet zelf mochten bijdragen aan de kwaliteit ervan.»

Tegelijkertijd gaven jullie het eigen maatschappelijk middenveld uit handen. De woningbouwcorporaties werden bijvoorbeeld verzelfstandigd.

«De verzelfstandiging van de corporaties is een van de grootste veranderingen in de jaren negentig geweest. Het besluit was een typisch voorbeeld van op twee gedachten hinken. Enerzijds wilden we de corporaties binnen de publieke sfeer houden — ze werden immers niet aangemeld bij de beurs — maar we gingen anderzijds hun functioneren wel privatiseren. De corporaties moesten zelfstandige ondernemers in de publieke ruimte worden. Tegelijkertijd heeft het parlement zich toen gemarginaliseerd. Het discussieert nu alleen op hoofdlijnen over volkshuisvesting. Zijn ruimte om aanwijzingen te geven is uitermate beperkt geworden. Wie heeft er zeggenschap over de vraag hoeveel, waar en welke woningen er worden gebouwd? Deze publieke verantwoordelijkheid is vermengd met een private uitvoering. De gevolgen blijven niettemin op het bordje van de politiek komen. Daar zit een deel van de verwarring bij links. Links voelt zich verbonden aan de oude doelstellingen, maar heeft geen instrumenten meer om ze waar te maken.»

Welke krachten zaten er achter dit compromis?

«In Nederland is fatsoenlijk wonen altijd wezenlijk geweest voor vooruitgang en gelijke kansen. Dus wat heeft Nederland ertoe bewogen om na negentig jaar dat model drastisch te herzien? Ik vrees dat de budgettaire overwegingen heel erg dominant zijn geweest. Maar er was ook een andere kant: het reëel bestaande conservatisme van de uitvoerders, in dit geval de corporaties die op een heel grote pot met geld zaten en daarmee eenvormig bouwden. Ze hadden de aansluiting verloren bij de emancipatie van de woningzoekenden. In het knellende kader van de overheid konden zij niet inspelen op de nieuwe burger, die niet meer de burger van de jaren vijftig was. Het is waar. Het besluit van het kabinet-Lubbers/Kok is slechts beperkt vergezeld gegaan van een nieuw evenwicht. Er is vooral intuïtief gekozen. Wie wat zou bepalen, is open gebleven. Gunstig effect is weliswaar dat corporaties nu veel ondernemender zijn geworden. Maar drie dingen zijn blijven hangen. Een: hoe je het vermogen van de corporaties productief en transparant inzet waar het nodig is. Twee: de investeringen in de woningbehoefte van oudere mensen in een grotere variëteit. En drie: de bevolkingssamenstelling van de grote steden.»

Is het zogeheten multiculturele drama primair het gevolg van het volkshuisvestingsbeleid?

«Nee. Ik kan het niet bewijzen, maar ik geloof dat corporaties in met name de grote steden al meer variatie hebben aangebracht dan ze in de oude situatie zouden hebben gedaan. Maar volkshuisvesting is nu eenmaal een mammoettanker. Wat zich in de grote steden in Nederland voordoet, doet zich overigens overal in de wereld voor. Het is geen Nederlands vraagstuk. De migratie van arm naar rijk is in wezen de kern.»

Het leek erop of jullie het zagen als een beleidsprobleempje. Hebben jullie in de jaren negentig wel eens overwogen om dit tot een sociale kwestie te bombarderen?

«De PvdA heeft dit lang niet beschouwd als een allochtonenvraagstuk, omdat het volgens haar ging om de instroom van lage inkomens met klassieke wensen. Dat spoorde met de geschiedenis van de sociaal-democratie. Terecht. Maar we hebben onderschat dat sommige groepen immigranten bijzondere kenmerken hebben of zich niet laten integreren. Dat je er niet vanzelf komt met betere huisvesting en onderwijs.»

En dat gebeurt exact op het moment dat ook de Partij van de Arbeid gaat twijfelen aan haar etatistische en paternalistische traditie, dat wil zeggen aan het vermogen van de staat om maatschappelijke ontwikkelingen te beheersen. Resultaat: het slechtste van twee werelden.

«Het botst omdat migranten de plaats innemen van autochtonen die zijn doorgestroomd naar de middenklasse, die juist minder behoefte denken te hebben aan de overheid en ook sceptischer zijn over de effectiviteit van de overheid.»

Hè? De partijen die zich in paars hadden vereenzelvigd met dat idee hebben van dezelfde middenklasse ongekend op hun lazer gekregen?

«De zorg over de effectiviteit van de oude bureaucratie was reëel. Die oude systemen konden geen antwoorden meer geven op de nieuwe behoeften. Er was te weinig ruimte voor maatschappelijk ondernemerschap, voor de burger als klant. Maar daaronder woedde een politiek meningsverschil, soms dwars door de partijen heen, over het individu of het collectief.»

Precies. Waarom moet ik solidair zijn met mensen die niet solidair zijn met mij.

«Er zit iets tussen. De vanzelfsprekendheid van solidariteit is uitgehold. Maar men wil best solidair zijn als het effectief is, dus niet met mensen die hun eigen zaakjes kunnen regelen. Daarom staat de overheid nu in een kritisch daglicht, namelijk of het belastinggeld terechtkomt bij de mensen die het echt nodig hebben. We moesten het evenwicht opnieuw uitvinden.»

Niemand had het geduld op die uitvinding te wachten? Als je nu een referendum zou houden over de herinvoering van het censuskiesrecht, haal je bijna vijftig procent.

«Haha. We hebben ons wel degelijk open gesteld voor een kritischer toets van solidariteit. Met name de enorme groei van de werkgelegenheid heeft ertoe bijgedragen dat er een beter evenwicht is ontstaan tussen bijdragen aan en afhankelijk zijn van de bijstand. Er is druk op mensen gezet. Dat is een fundamentele omslag geweest.»

Maar de Partij van de Arbeid heeft daarvan niet geprofiteerd.

«Ik ben luid en duidelijk geweest over de kwaliteit van volksgezondheid, onderwijs en dienstverlening. Want er waren problemen. In 2000 en 2001 scoorden onderwijs en veiligheid het hoogst. De mensen wilden wat zien gebeuren. Maar er was niet het vertrouwen dat de overheid dat kon leveren. Zo bleef de vraag open: als de overheid het niet kan, wie dan wel?»

De tijd dringt. De les van 2002 is: je hebt geen gelouterde oppositieleider nodig om de vlam in de pan te krijgen. Is weerzin jegens de overheid in Nederland atypisch?

«Ja. Internationaal wordt nu juist steeds meer erkend dat de publieke sector niet als doel op zichzelf moet worden teruggedrongen. Onderwijs, zorg en veiligheid zijn namelijk economische factoren. Bijvoorbeeld: de republikein Bush zorgt nu voor werkgelegenheid, nota bene bij de federale overheid die traditioneel zijn vijand was. In de VS zijn de mogelijkheden van de FBI vergroot om gekken aan te pakken die op een zolderkamer computervirussen in elkaar knutselen. Je ziet het staatsapparaat onder Bush dus groter worden. Zelfs werkgelegenheidsprogramma’s zijn internationaal nu meer geaccepteerd dan vroeger. De Wereldbank heeft laatst een lening verstrekt aan Argentinië voor tijdelijke werkgelegenheid. Dat is een trend. Maar in Nederland gaat de agenda de andere kant op. In de jaren tachtig moest Nederland in de pas komen. Nu lopen we uit de pas.»

Repressie als werkgelegenheidsobject. Mij best. Maar het gaat wel uit van een pessimistisch mensbeeld. Dat snijdt diep in jullie sociaal-democratische ziel, de ziel die hoopt dat de mens op de keper beschouwd goed is.

«Criminaliteit is nu het meest geglobaliseerde verschijnsel. Preventie en repressie zijn dus een blijvende taak van de staat. Bestrijding van corruptie bijvoorbeeld is een conditio sine qua non voor welvaart en eerlijk delen. Die endemische corruptie is in veel landen verweven met criminaliteit en terrorisme.»

Nederlanders reageren op deze mondialisering door provinciaals te worden.

«Die kloof van 2002, tussen de politici en de kiezers, is helemaal niet overbrugd. Ongeacht in welke partij je zit. Je gaat naar Brussel, Washington en verder. Je komt terug en je moet uitleggen dat de situatie hier in de grote steden niet zo bijzonder is, dat criminaliteitsbestrijding en economisch beleid in hoge mate samenhangen met Brussel en Washington.»

Daarmee heb ik geen bal te maken. Ik kon niet stemmen op Bush; ik kon op Melkert stemmen. Ik wil dat die hier levert, niet daar.

«Dit raakt het functioneren van onze democratie. Het nationale stemrecht valt niet meer samen met de niveaus waarop de antwoorden moeten worden gevonden. Die kloof wordt nog versterkt door de media die de problemen graag naar het niveau van Jan en Mien vertalen. Die discrepantie wordt alleen maar groter».

Dat bedreigt de democratie fundamenteel.

«Dat zet de democratie onder grote druk. Decentralisatie is geboden. Daarom heeft het Amerikaanse systeem een voordeel. Dat is lokaal opgebouwd, in Europa is het omgekeerd. Al ontkomen zelfs de VS er nu niet aan het centrale niveau te versterken.»

Intussen is de sociaal-democratie niet aanwezig op het internationale niveau. Ook jullie nationaliseren: Schröder versus Blair, om maar eens een kloof te noemen.

Ad Melkert: «Dat kun je zo niet zeggen. Sociaal-democraten hebben wel degelijk de ambitie om op internationaal niveau evenwicht te zoeken. Wij nemen de andere kant van de medaille serieus. Maar ik geef toe: de mogelijkheden zijn beperkt om de kern van de globalisering te pakken te krijgen. Die kern is namelijk dat het proces top-down is. De beslissingen aan de top worden van IMF, Wereldbank, WTO, EU tot nationale regeringen overgenomen. Dat is de prijs die je bijvoorbeeld betaalt voor de vooruitgang in Europa om nationale belangen ondergeschikt aan het gemeenschappelijke belang te maken. Maar de burger kan daar inderdaad minder makkelijk invloed op uitoefenen. Het is geen perfecte trade off.»

Desondanks blijven politici de suggestie wekken dat ze problemen nationaal kunnen oplossen. In dat gat springen de nieuwe charismatische leiders, zoals Fortuyn.

«En dat is nog niet voorbij. Maar toch, als je antipolitieke bewegingen wil voorkomen, moet je de waarheid blijven spreken over nationale én internationale verhoudingen. Anders wek je illusies die zich altijd tegen je keren.»

Het rumoer over de Europese uitbreiding is ook niet meer te bezweren met het spreken van de waarheid. Nieuwe immigratie, nieuwe concurrenten op arbeids- en woningmarkt en dus nieuwe kansen voor nu nog onbekende verzetsleiders?

«De politiek zal dus bereid moeten zijn de uitbreiding van de EU te financieren. Ik geloof dat immigratie uit die landen eerder een potentiële zegen is dan een bedreiging, zelfs voor mensen die problemen hebben met allochtonen. De kans dat het gaat om tijdelijke immigratie, zoals indertijd met Spanjaarden en Portugezen, is groter dan dat het gaat om migranten die permanent willen blijven. De migratie zal dan twee kanten krijgen. Nu al is de particuliere overdracht van geld van Noord naar Zuid groter dan de gouvernementele ontwikkelingshulp. Het probleem voor immigranten uit het Zuiden is echter dat ze zich — legaal of illegaal — permanent willen vestigen, omdat ze niet zeker weten of ze er weer in mogen als ze even weg zijn geweest. Dat gaat nu juist niet op voor Oost-Europeanen. Waarom zouden ze? Er is straks vrij verkeer. De sociale en financiële vraag is natuurlijk wel of, in welke mate en wanneer ze een beroep kunnen doen op de verzorgingsstaat. Dat wordt de nieuwe realiteit. Niet de nationale staat bepaalt wie er in en uit mogen maar de verzorgingsstaat reguleert dat: heb je de premies betaald, heb je een verblijfsvergunning et cetera. Dat wordt de toekomst. Maar inderdaad, ik ben er niet gerust op of er bij een referendum over de uitbreiding en de grondwet van de EU niet een ondertoon opduikt vol zorg over migratie en kosten. Temeer daar de uitbreiding van nu niet het einde is. In Macedonië en Bosnië is deelname ook het perspectief. Dat zullen we dus eerlijk moeten durven vertellen.»

Dus is charisma nodig om het charisma van de ander af te blokken.

«Maar hoeveel risico’s kun je nemen? Als je te veel risico’s neemt, voed je ook illusies en kun je dus meewerken aan de ondermijning van het democratische systeem.»

De waarheid zeggen leverde jullie anders geen stemmen op.

«Het is een golfbeweging. Al is het maar omdat de suggestie van afgelopen jaren dat er nationale oplossingen zijn voor internationale problemen, niet werkt. Ook de kiezer komt terug bij af: bij de vraag of hij kiest voor saaiere maar beproefde recepten of zich afwendt.»

De werkelijkheid is dat de golf niet terugkeert maar verder richting entertainment gaat.

«Dus moeten we eerst ons systeem zuiver houden. Ten eerste moeten politieke partijen niet afhankelijk worden van particuliere giften. In de VS ligt er nu een zaak bij het Hooggerechtshof om de beperkingen van de financiering van kandidaten af te schaffen, hoewel er al zo weinig is geregeld. Dat is een grote strijd om te voorkomen dat de excessen nog groter worden. Ten tweede kruist het ook het pad van de media. De overheid moet de kiezers informeren, maar de kiezers vertrouwen de overheid niet. Dat is begrijpelijk. Tegelijkertijd fungeren de vertrouwde media minder als overbrenger van feitelijke informatie. Dat is het grootste probleem van de democratie. Informatie is de grondstof. Het gaat me niet om de media zelf maar om de Angelsaksische normen van de media.

Overal is natuurlijk de aandacht voor het persoonlijke, de uitstraling, toegenomen. Je wordt nu ook in Nederland benaderd alsof je president van Amerika wilt worden. Maar het is uitgemond in een niet gereguleerde competitie, waarbij degene die een verhaal over het systeem vertelt, het gegarandeerd aflegt tegen degene die zijn persoon in de strijd werpt. Die verlokking is moeilijk te voorkomen.»

Is deze opvatting ingegeven door persoonlijke ervaring of inmiddels geobjectiveerd?

«Van allebei een beetje. Uiteraard spelen mijn eigen ervaringen een rol. Ik heb ons programma zien verschrompelen tot een beautycontest. Maar ik objectiveer ook. Het verschijnsel doet zich eveneens elders voor. Maar toch. Ik kijk nu naar Amerika. Het gaat daar inhoudelijker dan ik dacht. Het kan dus wel. Als Joe Lieberman zich kandideert bij zijn moeder thuis, wordt die foto gepubliceerd maar gaat het verhaal erbij over zijn programma. Mijn campagne begon in de kapperszaak van mijn vader. In allerlei stukken werd vooral die foto op de hak genomen, zonder dat er aandacht was voor de inhoud van ons programma. Maar ik ben er niet uit of Nederland anders is. Ik besef dat ik totaal bevooroordeeld ben.»

Wilt u nog terug in de Nederlandse politiek?

«Vroeger of later.»