De vele gezichten van rara

De wonderlijke manoeuvres van justitie rond het Opstand-journalistencollectief past in een lange traditie van stupiditeit in het RaRa-onderzoek. De daders van de RaRa-aanslagen werden steeds in linkse hoek gezocht, maar het lijkt erop dat de BVD blind was aan het rechteroog.
IN JANUARI 1988 werd Paul Fentener van Vlissingen, een van de leden van de clan die de scepter zwaait over de Steenkolen Handelsvereniging (SHV), bezocht door een agent van de Binnenlandse Veiligheidsdienst.

De ondernemersdynastie was drie jaar eerder voor het eerst slachtoffer geworden van een brandaanslag op de groothandelsketen Makro, uitgevoerd door de Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa), en onderhield vanzelfsprekend geregeld contacten met het opsporingswezen over de ware daders achter de aanslag. Paul Fentener van Vlissingen had echter niet gerekend op de suggestie die de BVD-medewerker deed: deze stelde namelijk dat zijn bloedeigen dochter als actief lid van de RaRa werd beschouwd. Was dochterlief net als de Amerikaanse ondernemersdochter Patti Hearst gevallen voor de verleidingen van de tegencultuur?
In zijn recent verschenen boek Ondernemers zijn ezels memoreert de captain of industry het opmerkelijke incident, waarop hij besluit met de hartekreet: ‘Waarom al deze kwetsende kletskoek. Wie van de politici wilde me onder druk zetten en waartoe?’ Het incident toont in ieder geval aan dat het justitiele onderzoek naar de mensen achter RaRa al een lange traditie van stupiditeit achter zich heeft. De aanhouding en korte detentie van het Amsterdamse linkse journalistenduo Hans Krikke en Jan Muter, waartegen justitie verleden week officieel de verdenking liet varen, was zeker niet de eerste uitglijder van het landelijke opsporingsapparaat in de zaak RaRa.
Met het nu verder ongemoeid laten van het Opstand-journalistencollectief, erkent justitie nu eindelijk dat ze eigenlijk geen poot heeft om op te staan. De wegen van RaRa, ’s lands eerste echte naoorlogse terreurgroep, zijn nog even raadselachtig als in 1985, toen de eerste brandbom ontplofte.
Het aplomb waarmee Arthur Docters van Leeuwen in zijn hoedanigheid van chef van de BVD altijd heeft beweerd dat de organisatie van RaRa voor hem geen enkel geheim bevatte, is blufpoker van de eerste orde gebleken. Toen Docters van Leeuwen verleden jaar werd benoemd tot opper-procureur-generaal, was het eerste wat hij beval de arrestatie van Muter en Krikke. Het was een wanhoopsdaad, die alleen te verklaren valt uit een of ander persoonlijk vendettamotief tegen het journalistenduo. Van een houtsnijdende visie op het fenomeen-RaRa verried de actie in het geheel niets. Het is daarom de hoogste tijd voor heropening van het dossier-RaRa, maar nu door een andere bril bezien.
TERUG NAAR 7 januari 1985. In het dorp Berg en Dal, nabij Nijmegen, gaat het kasteeltje van oliehandelaar John Deuss in vlammen op. De verantwoordelijkheid wordt geclaimd door een tot dan toe volslagen onbekende actiegroep, Pyromanen tegen Apartheid genaamd. Politie en brandweer spreken van een 'zeer professionele aanslag’. Als de brandweer er niet in was geslaagd om nog twee brandbommen in de stulp van Deuss net voor ontploffing te demonteren, was er helemaal niets van huize-Deuss overgebleven.
Deuss, op het tijdstip van de aanslag niet aanwezig, weigert lange tijd aangifte te doen. De miljonair beschikt over even riante panden in Zwitserland, Zuid-Afrika en Bermuda en zit er blijkbaar niet zo mee als hij een huis verliest.
Maar al snel blijkt dat hij meer redenen heeft om geen zaak te maken van de aanslag. Volgens het Shipping Research Bureau Amsterdam (SRBA) - een organisatie die namens de anti-apartheidsbeweging toezicht houdt op naleving van de VN-handelsboycot tegen Zuid-Afrika - is Deuss, eigenaar van onder meer Transworld Oil, verantwoordelijk voor het ene na het andere illegale olietransport naar Zuid-Afrika. Deuss is voor Zuid-Afrika van onschatbare waarde sinds de val van de Perzische sjah, toen de olieleveranties van Iran aan Zuid-Afrika wegvielen.
Het SRBA stelt dat Deuss tussen 1981 en 1982 het transport van minstens zeventig tankerladingen ruwe olie naar Zuid-Afrika heeft verzorgd. Tussen 1979 en 1984 zou dertig procent van de totale importbehoefte aan ruwe olie in Zuid-Afrika door hem zijn geregeld, goed voor 16,4 miljoen ton ruwe olie met een handelswaarde drie miljard dollar. Daarbovenop zou Deuss een extraatje van tweeeneenhalve tot viereneenhalve dollar per vat hebben ontvangen van de dankbare Zuidafrikanen. Dat betekent driehonderd tot vijfhonderd miljoen dollar commissie voor de handelaar. Logisch dat de man weinig behoefte heeft aan een publicitaire martelgang. Hij heeft de winst al binnen en drukt wijselijk zijn snor.
OP 17 SEPTEMBER 1985 gaat de Makro-vestiging in Duivendrecht in vlammen op. De schade bedraagt 48 miljoen gulden en de eigenaar - de Steenkolen Handelsvereniging, gerund door het rooms-katholieke ondernemersgeslacht Fentener van Vlissingen - klaagt steen en been. De aanslag wordt dit keer niet door de Pyromanen tegen Apartheid geclaimd, maar door de RaRa. Voor het overige lijken de aanslagen als twee druppels water op elkaar.
In de publiciteit wordt de indruk gewekt dat SHV de toorn van de anti-apartheidsactivisten over zich heeft afgeroepen door haar Makro-vestigingen in Zuid-Afrika ondanks de economische boycot gewoon door te laten draaien. Een ander mogelijk motief wordt daarbij geheel over het hoofd gezien: ook de SHV-top had a la Deuss bemoeienissen met het doorbreken van de olieboycot van Zuid-Afrika.
In 1975 had de familie Fentener van Vlissingen, gesteund door een gezelschap Rotterdamse havenbaronnen, auto-importeurs, een koffiebrander, een krantenuitgever en een ex-minister van Defensie, H. J. de Koster van de VVD, het beleggingsfonds Noro opgericht. Het was een beleggingsgroep voor de happy few, waarmee met name John Fentener van Vlissingen naar hartelust kon speculeren, zolang het rendement maar hoog was. Dank zij beleggingen op de Amerikaanse vastgoedmarkt en leuk lopende deelnames in niet-beursgenoteerde bedrijven in de Verenigde Staten en Nederland waren de deelnemers in Noro jarenlang spekkoper. Noro bleef groeien en breidde zijn interessesfeer ook op andere markten in de wereld uit. Steeds weer nieuwe grootbeleggers meldden zich aan. Een aanhoudend gerucht in de wereld van de haute finance wil dat ook het koninklijk huis een stevige duit in het Noro-zakje doet, daarin geadviseerd door de in 1980 aangetrokken advocaat Frits Salomonson.
HET GESLACHT Fentener van Vlissingen was steenrijk geworden in de periode tussen de twee wereldoorlogen, dank zij de handel in steenkool. De Steenkolen Handelsvereniging was over de gehele wereld actief, ook in Zuid-Afrika en zeker niet alleen in de energiesector. Toen de apartheidspolitiek in dat land steeds meer tegenstand begon te ondervinden, een tegenstand die zelfs culmineerde in een olieboycot, spande de SHV zich in om de pijn te verzachten.
Zo nam SHV deel aan een project van de Zuidafrikaanse oliemaatschappij Sasol, gericht op de winning van olie uit steenkool. Het was een zeer dure, maar effectieve methode, tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld door IG Farben. De olie die het project opleverde, vormde een welkome aanvulling op de hoeveelheden die Deuss samen met enkele andere zwendelaars de haven van Durban binnensleepte.
Maar alles bij elkaar was het toch nog te weinig om aan de behoefte te voldoen. Wellicht dat hierin de reden lag dat Noro begin jaren tachtig een minderheidsaandeel nam in een tot dan toe bescheiden holding in Geneve: de Societe Anonyme Suisse d'Exploitation Agricole, kortweg Sasea. Sasea stond onder controle van de Banco Ambrosiano, de huisbank van het Vaticaan.
Deze bank stond in nauwe verbinding met het netwerk van Licio Gelli, grootmeester van de Italiaanse P2-loge, die officieel was opgeheven maar ondergronds nog monter voortconspireerde. Het netwerk van Gelli had in Italie niet aleen bemoeienissen gehad met fascistische terreurorganisaties als Ordine Nuove, maar ook met de als links beschouwde Rode Brigades. Destabilisatie van de Italiaanse samenleving was het oogmerk van Gelli en zijn kornuiten, met in het spoor daarvan politiek en financieel gewin, en in het kader daarvan werden innige banden aangeknoopt met zowel de extreem-rechtse als de extreem-linkse ondergrondse. Het waren echter moeilijke tijden voor Gelli: de Banco Ambrosiano, het middelpunt van de financiele huishouding van P2, stond op springen, de Italiaanse pers schreef zich stuk over de P2-bemoeienissen met de bomaanslag in Bologna in 1969. Het was tijd voor nieuwee initiatieven. Zo kwam Sasea in het vizier.
Sasea was het middelpunt van allerlei ingewikkelde industriele intriges, waarvan de meest in het oog lopende de doorbreking van de olieboycot van Zuid-Afrika was via de Seychellen. Hoewel de eilandengroep sinds een staatsgreep in 1977 onder beheer stond van de zich marxistisch noemende dictator Albert Rene, was het land vanwege tal van coupdreigingen bereid zich te schikken naar de wil van Zuid-Afrika. Zuid-Afrika beloofde om in ruil daarvoor de voorganger van Albert Rene, de sterk aan Zuid-Afrika gelieerde James Mancham, koest te houden. De Seychellen zouden fungeren als dekmantel voor olie-export naar Zuid-Afrika. Olie die volgens de douanepapieren voor de Seychellen was bestemd, kon zo niet al te opvallend worden doorgevoerd naar Durban. Een ingewikkeld spel, maar met een enorm rendement, en helemaal een kolfje naar de hand van Noro.
Diverse P2-mensen zaten in de top van Sasea en de met de olietranporten gemoeide Seychellen International Bank, die door Sasea werd opgekocht en zich op zijn beurt ontfermde over de aandelen van oliemaatschappij Seychelles Petrol/Mahe Bunkering. Florio Fiorini, de gewezen directeur van de Italiaanse oliemaatschapij ENI die bij zijn werkgever weg moest na een mislukt plan om ENI-gelden door te pompen naar de Banco Ambrosiano, kwam in de leiding van Sasea terecht. Zo ook P2-veteraan Scarlatto Paretti, de Romeinse bankier Roberto Memmo en de gevreesde Francesco Pazienza, wiens naam opdook bij alle P2-affaires in Italie, van de Bologna-aanslag tot de vlucht van Gelli naar Aregentinie. Mario Ricci, namens de Zuid-Afrikaanse regering naar de Seychellen gestuurd voor 'economische adviezen’, was directeur van de Seychelling Internaional Bank. Ricci was een oude zakenvriend van Umberto Ortolani, de eerste luitenant van Gelli’s loge.
Het spel is duidelijk: het Italiaanse gezelschap, gesteund door investeerdergroepen als Noro, kocht olie voor de Seychellen, waarna het naar Zuid-Afrika werd verscheept. Alles liep gesmeerd tot 1985. Franceso Pazienza werd in dat jaar gearresteerd in de Verenigde Staten. In de Seychellen speelde het ene na het andere coupplan tegen Albert Rene, wiens economische macht moest worden gebroken om het oude regime weer in het zadel te helpen. In Londen sloeg Rene in samenwerking met Ricci terug door een gewezen minister van de Seychellen te laten vermoorden. Aanslagen vlogen over en weer.
Het is binnen dat onzalige klimaat dat ook de aanslagen op Deuss en de Fenteners plaatsvinden. Waren deze oer-Hollandse kooplieden terechtgekomen in ontwikkelingen die een tikkeltje te wild werden? In ieder geval begon Noro vanaf 1985 de aandelen in Sasea af te stoten, zoals ook de bank van het Vaticaan deed.
Het valt in ieder geval niet uit te sluiten dat RaRa en de Pyromanen tegen de Apartheid eigenlijk helemaal niets van doen hadden met anti-apartheid. Wellicht lag de kern toch in een puur zakelijk geschil. In het extreem-rechtse milieu van Gelli, die tegenwoordig overigens weer top of the bill is in het Italie van de erven-Mussolini, zegt men het uiteindelijk het liefst met bommen.
IN HET VERLEDEN heeft ook justitie in Nederland zich beziggehouden met naspeuringen van de rol van andere dan klein-linkse groeperingen in de RaRa-zaak. Na de aanslagen op het huis van Aad Kosto in Groot-Schermer en op het ministerie van Binnenlandse Zaken in 1991 zocht het speciale RaRa-opsporingsteam van de Haagse politie bijvoorbeeld de illustere Haagse ondernemer Eef Hoos op in zijn cel, alwaar hij sinds twee jaar verbleef.
Hoos was begin jaren tachtig eigenaar van een paar horecagelegenheden in het Brabantse Nuenen. Deze etablissementen werden zo veelvuldig geteisterd door branden dat de lokale brandweer al placht te spreken van 'Hoos alarm’. Ondanks de overtuiging bij politie, brandweer en verzekeringswezen dat er aan de branden bij Hoos een luchtje zat, viel er nooit iets te bewijzen. Na twee jaar hield Hoos het voor gezien in de horeca. In Eindhoven begon hij het incasso- en detectivebedrijf Toetanchamon, dat als logo een pyramide droeg. Buiten een paar onverklaarbare brandjes in de verschillende vestigingen van Toetanchamon liepen de zaken van Hoos meer dan gesmeerd. Naar zeggen van de oprichter meldden zich zelfs vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen zich aan. Ook het vaderlandse gangsterdom klopte bij Toetanchamon aan.
Eind 1987 wilde Hoos zijn bedrijf uitbreiden met een beveiligingssector. Zijn officiele verzoek daartoe werd echter afgewezen, hetgeen op 22 november in hoger beroep werd bekrachtigd door de Raad van State. Oorzaak: het criminele verleden van enkele van Hoos’ naaste medewerkers. De Haagsche Courant, onderdeel van de Sijthoff-pers, publiceerde het relaas van Toetanchamon in alle geuren en kleuren. Bij Hoos en de zijnen sloegen alle stoppen door en prompt werd Sijthoff getrakteerd op molotov-cocktails en een autobom. Voor dit vergrijp werden Hoos en enkele naaste medewerkers gearresteerd. Uiteindelijk werd de grootmeester veroordeeld tot tien jaar cel.
Tegenover de Haagse politie ontkende hij iets van doen te hebben met RaRa. Opvallend genoeg trof de politie in zijn cel wel enige geschriften van de anti-racistische terreurgroep aan. Nachtkastjeslectuur of niet? Opvallend detail: advocaat van Hoos was mr. A. Westendorp, een innige vriend van het toenmalige VVD-Tweede-Kamerlid Hans Dijkstal, die samen deel uitmaken van de verlichte Dixieland-band Liberal Swing College. Dijkstal was de eerste parlementarier die de BVD openlijk kritiseerde in het RaRa-onderzoek en stelde dat de Haagse politie (begonnen met het onderzoek naar Hoos en RaRa) het voortouw diende te nemen, daar de dienst van Docters van Leeuwen niets had gepresteerd. Wellicht werd Dijkstal hierbij gesouffleerd door zijn trouwe bassist Westendorp?
DE AANSLAG OP Kosto op 12 november 1991 valt ook in een rechts schema in te passen. Kosto had zich in de hoogtijdagen van het drama rondom Pieter Menten in de Tweede Kamer door felle kritiek op Van Agt en aanhoudende pleidooien voor een verbod van de Nederlandse Volksunie de gramschap op de hals gehaald van extreem-rechts. Al vanaf het begin van zijn verhuizing naar Groot-Schemer werd Kosto’s huis het middelpunt van terreur. Er werden doodshoofden in zijn tuin gegooid, er kwamen regelmatig sekstelefoontjes, het huis werd met verf beklad. In de dagboeken van Yge Graman, de extreem-rechtse terrorist die veroordeeld werd wegens twee brandaanslagen op Surinaamse pensions in Amsterdam, trof de politie later passages aan die duidden op een rol van Graman in de aanhoudende terreur tegen Kosto.
Als we even de diabolische theorie vasthouden dat RaRa bij tijd en wijle als dekmantel werd gebruikt voor terreur uit een hele andere hoek dan die van de anti-impy’s, zou Kosto zeker ook in aanmerking gekomen zijn. Opvallend zijn in ieder geval de enorme discrepanties tussen de uitvoer van de aanslag op Kosto’s huis en de verklaringen die RaRa er pal daarna aan wijdde. De techniek van de aanslag wordt in de verklaring zo verkeerd beschreven, dat de tekenen sterk wijzen op een enorme kloof tussen dader en ideoloog. Hetzelfde geldt voor de aanslag op het ministerie van Binnenlandse Zaken, diezelfde dag.
Een en ander doet vermoeden dat er meer RaRa’s bestaan dan Docters van Leeuwen ons heeft doen willen geloven. Het RaRa-onderzoek moet helemaal terug naar af.