Shakespeare 400

De Venetiaanse jood

In het karakter van Shylock, de rijke joodse geldschieter uit De koopman van Venetië, komen joods en christelijk begrip en onbegrip bijeen en ontmoeten gevoeligheid en ongevoeligheid elkaar op catastrofale wijze.

Shylock is een karikatuur, maar ook weer niet helemaal, hij is slecht en goed, held en slachtoffer, komisch en tragisch.

Tijdens Shakespeare’s leven was er in Engeland geen jood te bekennen. In 1290 waren de joden door Edward I verbannen en pas onder Oliver Cromwell, in 1656, mochten de eersten terugkomen omdat het de Lord Protector goed leek voor de handel. Toen De koopman van Venetië werd geschreven was Engeland al zo lang ‘judenfrei’ dat ‘de jood’ niet meer een mens was van vlees en bloed, maar een constructie, een sprookjesfiguur, opgetrokken uit verhalen, fantasieën en wat de kerk over hem te melden had. Voor Shakespeare was Shylock waarschijnlijk een figuur als de ‘Deense’ prins Hamlet, de ‘Milanese’ hertog Prospero en zijn dochter, of Oberon en Titiana, heersers over het elfenrijk in A Midsummer Night’s Dream. Maar waar Hamlet, Prospero en de anderen gekluisterd bleven aan het toneel, betrad Shylock de geschiedenis. Hij werd de archetypische jood, met Fagin als een goede tweede, en het zou tot 1945 duren voor het personage onderwerp werd van discussie. Ondertussen was De koopman van Venetië eerst nog het populairste Shakespeare-stuk in nazi-Duitsland, met als meest saillante opvoering die van 1943, in opdracht van Gauleiter Baldur von Schirach, om te vieren dat Wenen vrij van joden was. Het zou tot 1967 duren voor het stuk weer in Wenen, in hetzelfde Burgtheater, werd opgevoerd

Een problematisch stuk, dus.

Medium portia and shylock

In de Hogarth Shakespeare Serie van Vintage is nu, na Jeanette Wintersons The Gap of Time (naar The Winter’s Tale), van Howard Jacobson zijn versie van De koopman van Venetië verschenen: Shylock Is My Name. In Jacobsons interpretatie ontmoet Simon Strulovitch, de hedendaagse Shylock, zijn voorganger op de begraafplaats. Strulovitch staat bij het graf van zijn moeder, de oude Shylock bij dat van zijn vrouw. Zoals dat gaat met een rijke joodse kunstverzamelaar en een zestiende-eeuwse joodse koopman uit Venetië, raken de mannen in gesprek. Het wordt zo gezellig dat ze naar het huis van Strulovitch gaan, waar Shylock zijn intrek neemt als logé. De situatie is verdubbeld: Strulovitch geraakt in eenzelfde dilemma als Shylock eens, ook zijn dochter gaat er met een niet-jood vandoor, ook hij wil zijn offer. Waar de oorspronkelijke Shylock zijn bezit, zijn dochter en uiteindelijk zichzelf kwijtraakt, als hij gedwongen wordt zich te bekeren tot het christendom, gaat de voor de gek gehouden Strulovitch behoorlijk sereen naar huis. ‘I am content, he thought. Obsolete, but content.’

Het is een moeizaam einde van een even moeizame vertelling. Jacobson wilde, schreef hij in een mini-essay bij de bbc-documentaire die hij over zijn boek maakte, van Shylock een echt, dramatisch karakter maken, geen schim. Het is zeker zo dat hij niet schimmiger is dan de andere karakters, maar dat betekent niet dat Jacobson geslaagd is. De roman is een bonte optocht van stereotypen, hyperbole karakters en joods-christelijke tegenstellingen die alleen nog in delen van de wereld bestaan waar ik in ieder geval nog niet ben geweest. Antisemitisme komt nog steeds voor – wat heet – maar als je Shylock Is My Name moet geloven, dan ziet het eruit als iets van honderd jaar geleden. ‘De christenen’ maken grapjes over joden die niet meetellen, maar wel geld tellen. De joden, op hun beurt, zijn ervan overtuigd dat de buitenwereld hen ziet als vrekkige, oversekste beesten.

De vraag die elke regisseur van De koopman sinds 1945 kwelt: is het antisemitisch of niet?

Soms wordt het karikaturale, stereotiepe van de roman opgeheven. Bijvoorbeeld als Jacobson zijn Shylock laat zeggen dat de positie van de jood ten opzichte van de wereld waarschijnlijk geen onderscheid toelaat tussen het ‘ik’ en het ‘ons’: ‘The individual Jew brings the collective Jew with him into any room. It’s the collective Jew that Christians see.’

Dat is een interessante observatie die niet alleen als sleutel kan dienen tot Shakespeare’s Shylock, maar ook tot de kwestie van het hedendaagse antisemitisme. Zo zijn er nog een paar scherpe observaties, maar niet genoeg om van Shylock Is My Name een geslaagde versie van De koopman te maken en het probleem dat Shylock is op te lossen.

Dat probleem wordt samengevat in de vraag die elke regisseur van De koopman sinds 1945 kwelt: is het stuk antisemitisch of niet? Voor jurist Anthony Julius was er maar één antwoord mogelijk: ja. Hij ging zo ver om te zeggen dat literaire personages als Fagin en Shylock gevaarlijker zijn de pamfletten die holocaustontkenners uitdelen, omdat het antisemitisme door Dickens en Shakespeare tot het cultuurgoed is gaan behoren. Harold Bloom gaat nog verder: hij meent dat De koopman meer olie op het vuur van het antisemitisme heeft gegooid dan de Protocollen van de wijzen van Zion.

Het stuk is ambiguer dan dat. De Venetiaanse christenen zijn haatdragend, Shylock is bitter. Maar als de ondergang van de koopman zich aankondigt geeft Shakespeare hem de beste regels: ‘Hath not a Jew eyes? Hath not a Jew hands, organs, dimensions, senses, affections, passions? Fed with the same food, hurt with the same weapons, subject to the same diseases, healed by the same means, warmed and cooled by the same winter and summer as a Christian is? If you prick us, do we not bleed? If you tickle us, do we not laugh? If you poison us, do we not die?’

Met de beste wil van de wereld kan ik Shakespeare’s portret van de Venetiaanse jood die vergeefs de strijd aangaat met zijn jodenhatende medeburgers dan niet meer antisemitisch vinden. Wat niet wil zeggen dat de samenleving vrij van antisemitisme is. Zoals Jacobson terecht schrijft is het al te vaak niet de individuele jood die men ziet, maar het beeld dat men van joden heeft.


Beeld: Shylock en Portia in Shakespeare’s De koopman van Venetië. Geschilderd door Edward Alcock, ca. 1778, olie op canvas, 66 x 50,8 cm (Yale Center of British Art)