De verbeelding aan de macht

Van belangengroepen heeft ze een afkeer: die staan niet meer open voor frisse invallen. En ze zit liever met ‘gewone burgers’ rond de tafel dan met de paarse regering. Annemieke Roobeek gelooft niet in macht, maar in argumenten. ‘Je moet je kwetsbaar durven maken.’

WEG MET belangentegenstellingen, machtsstrijd, polarisatie - dat zijn dwalingen uit een voorbije tijd. De waardevrije, beste oplossing bestaat. Ga gelijkwaardig de dialoog aan en je komt er samen uit.
Annemieke Roobeek (36) bracht deze uitgangspunten als hoogleraar economie en technologie van Nijenrode de afgelopen jaren in praktijk in grote bedrijven, waar ze werknemers van alle lagen om de tafel zette met het management. De komende twee jaar gaat ze uitproberen of haar model in ‘de lastigste stad van Nederland’ ook werkt; ze bekleedt sinds kort de door de gemeente Amsterdam ingestelde Wibaut-leerstoel voor grootstedelijke problematiek aan de UvA. In 'Forum Amsterdam’ zet ze een dwarsdoorsnede van Amsterdam om de tafel om 'toekomst te maken’ rond een nieuwe metrolijn, de Noord-Zuidlijn.
Vorig jaar vroeg Wallage haar om staatssecretaris van Economische Zaken te worden. Ze bedankte voor de eer. 'Wat ik nu doe is een grotere uitdaging dan het staatssecretarisschap’, zegt ze. Ze mag dan gelieerd zijn aan de PvdA, dank zij een mengeling van jaren-zestigidealisme en een gebrek aan ideologisme a la de jaren negentig is ze nauwelijks te plaatsen. Het wordt een gesprek over het nut en onnut van politieke strijd, de (on)-overkomelijkheid van belangentegenstellingen en het geloof in de huidige beleidsmakers.
ROOBEEK: 'Met mijn project rond de Noord-Zuidlijn wil ik voorkomen dat er een destructieve beweging ontstaat. Polarisatie en rellen zoals destijds rond de Nieuwmarkt zijn nu ook niet nodig, want er is een nieuwe generatie politici aangetreden die juist graag bruggen wil slaan naar de burgerij. Dat geldt zeker voor de Amsterdamse bestuurders. Politici zoeken nu naar draagvlakverbreding, ze willen communiceren met de burgers. Noord-Zuid staat ook voor kantelende verhoudingen. De N en de Z hebben dezelfde lijnen, maar in gekantelde vorm.’
Het is nog te vroeg om te spreken van een trend, maar het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft vanuit een vergelijkbare filosofie een afdeling in het leven geroepen die 'draagvlak’ moet creeren voor de grote insfrastructurele werken die er aan zitten te komen: Betuwelijn, Schiphol, HSL.
Ze willen draagvlak, maar draagvlak voor hun beslissingen. De Noord-Zuidlijn zelf staat ook in uw project niet ter discussie.
'Ik ga uit van de stad in 2010. En voor een duurzame toegankelijkheid van de stad vind ik hoogwaardig openbaar vervoer essentieel. Zo'n metrolijn houdt de stad leefbaar zonder dat ze een museum wordt. Als mensen commentaar hebben op de Noord-Zuidlijn moeten ze bij de inspraakprocedures van het gemeentelijk vervoerbedrijf gaan zitten.{ Honderdvijftig mensen komen straks met argumenten voor wat ze wel willen. De argumenten moeten de doorslag geven, maar ook de creativiteit. De huidige politieke besluitvorming getuigt niet van creativiteit, hooguit van creatief rekenmeesterschap. Burgers zijn murw geslagen. Dat is het experiment: we gaan de fantasie aanboren. We hebben afgeleerd om enthousiast te zijn over veranderingen. Kernenergie, biotechnologie, het werd als iets moois voorgesteld en het viel tegen. Toch zul je in een samenleving die steeds meer te maken zal krijgen met grote turbulenties, de veranderingen moeten opzoeken. Juist om er goed op te kunnen reageren.
Ik heb datzelfde in bedrijven meegemaakt. Mensen hebben daar produktiviteitsslag na bezuinigingsslag na lean and mean-slag gehad. Dan kom ik en zeg: “Jij bent wel belangrijk, jij hebt ideeen en je hebt er meer dan de top.” Op het geld hoeft het niet af te springen. Het instandhouden van het oude kost vaak meer dan het creeren van het nieuwe. Er wordt aan gewone mensen veel te weinig gevraagd wat hun wensen zijn. Ik wil een nieuwe inhoud geven aan democratisering. De democratisering van de jaren zestig is in de decennia daarna geinstitutionaliseerd tot iets wat nauwelijks meer met democratie te maken heeft.’
Roobeek zelf heeft nog een staart van de democratiseringsgolf meegemaakt op de middelbare school, ingebracht door docenten die net van de roerige universiteit kwamen. Maar toen ze in de tweede helft van de jaren zeventig politicologie studeerde, was het op de universiteiten eigenlijk al voorbij. 'Ik stelde me als student al creatief en constructief op. Niet tegen zijn, maar het beter maken. Ik maak geen deel uit van de protestgeneratie. Die is vast blijven zitten in de instituties en heeft uiteindelijk weinig constructiefs, laat staan vernieuwends kunnen doen. Ik ben van de constructieve generatie die op pragmatische wijze inhoud wil geven aan vernieuwing.’
MISSCHIEN IS polarisatie wel nodig om uiteindelijk het goede evenwicht te doen ontstaan. Dank zij de metrorellen werd de Nieuwmarktbuurt een heel prettige buurt.
'Polarisatie was nodig om thema’s op de politieke agenda te krijgen, maar nu werkelijk alles op de agenda staat, werkt polarisatie niet meer. De metrorellen waren de uitdrukking van het onvermogen van burgers die niet begrepen werden, gericht tegen bestuurders die niet de juiste communicatiemiddelen hadden om op een open wijze met de burgerij de toekomst te bekijken. Dat kost ontzettend veel menselijk leed en het duurt langer. Het is een heel destructief leerproces. Ik denk dat het ook constructief kan, door de inhoud centraal te stellen in plaats van de stenen waarmee je gooit. Met stenen kom je niet ver, met inhoud wel.’
Terwijl u straks met mensen om de tafel zit en praat over een kinderspeelplaats, wordt er met de grond langs de toekomstige metroroute al druk gespeculeerd. Sommige dingen leveren nu eenmaal meer geld op dan andere.
'Die speculatie valt reuze mee. Het gaat om een heel klein stuk langs het trace. Het grootste deel van de route is niet interessant voor speculatie en niet in handen van particulieren. En natuurlijk hebben mensen verschillende belangen en wensen, maar die kun je overwinnen door niet de tegenstellingen centraal te stellen maar de creativiteit om samen te werken aan betere voorstellen. Wensbeelden zitten verankerd in ongenoegen met het heden, dus het zal in Forum Amsterdam ook gaan over het ongenoegen, maar ik wil dat ongenoegen op een positieve manier vormgeven. Door de argumentatie eerlijk en open te krijgen, door respect voor de ander op te brengen, kun je een heel eind komen. Dat heb ik ervaren in mijn werk in bedrijven. Als besluitvorming niet democratisch verloopt, zitten we met ons bestel in een legitimatiecrisis.’
De vraag is of de huidige wijze van besluitvorming fout is, of dat mensen ontevreden zijn omdat ze het inhoudelijk oneens zijn met de beslissingen.
Roobeek: 'Ik heb het ook over de inhoud. De gemeente is inderdaad niet verplicht de ideeen die uit het Forum komen uit te voeren, maar ik weet zeker dat ze er wat mee zullen doen. Ik ga niet de revolutie in de stad prediken, maar dat er dingen zullen veranderen staat voor mij vast. De leiding van de bedrijven waar ik werk is ook niet verplicht de voorstellen over te nemen, maar toch wordt zeventig procent van de voorstellen die uit mijn projecten ontstaan, uitgevoerd. Terwijl van een gemiddeld strategierapport zeventig procent niet wordt uitgevoerd. Ik word natuurlijk van alle kanten gewaarschuwd voor mogelijk misbruik door politici. Politici die de spelletjes spelen zijn de grootste bedreiging voor de democratie. Als ik zie dat het niet oprecht is, dan zal ik dat aan de kaak stellen, hardop.’
HET ARGUMENT dat de gemeente Amsterdam volkomen lak blijkt te hebben aan de burger - de uitslag van het referendum over een autoluwe binnenstad werd genegeerd, het referendum over de stadsprovincie wordt gefrustreerd - maakt op Roobeek geen indruk. De gemeente doet er juist alles aan om Amsterdam autoluw te maken en die stadsprovincie, dat is nou precies zo'n voorbeeld van het te laat betrekken van de burgers: 'De stad Amsterdam verdwijnt heus niet. Dat idee ontstaat door slechte besluitvorming. Het Amsterdamse bestuur heeft natuurlijk ook al eeuwenlang een regentenmentaliteit en dat krijg je er niet zomaar uit.’
Er is toch ook nog zoiets als macht? Werknemersrechten zijn er niet gekomen omdat wergevers de argumenten van de werknemers zo sterk vonden, maar omdat de arbeiders in staking gingen.
'Natuurlijk zijn er machtsverschillen, maar daarop hameren is een doodlopende weg. De macht van het argument, de inhoud zou in de politiek weer de overhand moeten krijgen. Een goede politicus kan een inhoudelijk debat aan. En dat geldt ook voor actiegroepen. Bij actiegroepen is de democratisering verworden tot juridisering. Als ze iets voor elkaar willen krijgen, dreigen ze meteen met een advocaat. Dat neemt heel extreme vormen aan. Het heeft niets meer met democratie te maken maar alleen met macht en particulier eigenbelang. Dat zie je nu al langs het traject van de NZ-lijn en dat zie je overal in het land bij de aanleg van grote projecten. De inhoudelijke dialoog wordt uit handen genomen door een groep experts die zich ervoor laat betalen.’
Je kunt inderdaad hopen dat een gekozen gemeentebestuur gevoelig is voor argumenten. Maar bedrijven zijn er om winst te maken en niets anders.
'Bedrijven zouden veel minder moeten streven naar winstmaximalisatie tot elke prijs. Alles moet meaner en leaner. Ze snijden zichzelf daarmee diep in het vlees, omdat hun eigen mensen gedemotiveerd raken. Behalve op eigenbelang spreek ik bedrijven ook aan op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Maar ik zie steeds meer bedrijven die willen veranderen, die hun werknemers als hun kapitaal gaan zien. Daar kunnen politici veel van leren. Niet de overheid, maar het bedrijfsleven is op dit moment de meest vitale kern voor maatschappelijke verandering. Daarom heb ik de afgelopen jaren voor al bij bedrijven gewerkt. De overheid is veel te weinig met zichzelf in het reine om een voorhoederol te kunnen spelen. Het is er visieloosheid ten top.’
ZE PLEIT BESLIST niet voor meer privatisering, zegt ze. De overheid moet het zelf beter doen. 'Ik ben een kind van de Internet- generatie. Je kunt een land niet besturen zonder visie, maar die visie hoeft niet van een persoon te komen. Die visie moet opgebouwd zijn uit tienduizenden stukjes van al die mensen. De Tweede Kamer zal veel minder de plek zijn waar het allemaal gebeurt.’
Twee politici kunnen, op grond van dezelfde buurtvergadering over bijvoorbeeld drugsopvang toch tot een verschillend oordeel komen. Omdat ze uitgaan van verschillende principes, omdat ze belangen anders tegen elkaar afwegen.
'Dan beslissen ze toch vanuit vooringenomen standpunten, en niet vanuit het luisteren naar die mensen. Het is vaak de verdeel-en- heerstactiek: het volk is verdeeld, dus beslissen wij wel. De overheid geeft alle belangenclubjes wat subsidie en beslist uiteindelijk zelf. Arrogantie ten top! Als een politicus intelligent is, weet hij dat hij verschillen bij elkaar kan brengen. En dat is wat we in Forum Amsterdam gaan doen.’
Het verbaast me dat u niet bij D66 zit.
Het blijft lang stil. Dan, enigzins spottend: 'Is dat hun visie? Ik merk er weinig van. Het is prachtig wat daar op papier staat, maar je hebt ook mensen nodig die het vuile werk opknappen. Daarmee bedoel ik zelf experimenteren, je kwetsbaar maken. Ik maak me kwetsbaar. Ik zou ook gewoon m'n werk als gevierd hoogleraar strategisch management voort kunnen zetten, en grootse opdrachten binnenhalen en dik doen. Maar ik steek m'n nek uit voor maatschappelijke en wetenschappelijke experimenten. Ik kan grote dingen in beweging zetten. Dit is groot. Het is extreem moeilijk. Je moet door een gigantische barriere van achterdocht, arrogantie en scepsis bij politiek en bestuurders.’
Toen u het aanbod om staatssecretaris te worden afwees, zei u: 'Ik breng paars in de praktijk.’ Wat bedoelde u daarmee?
'Deze regeringscoalitie poogt de ruling class en de uitvoerenden samen te brengen, vertegenwoordigd door VVD en PvdA. In mijn projecten breng ik de top en de basis bij elkaar, ik slaag erin om bruggen te bouwen, om ze op een duurzame wijze met elkaar aan de gang te laten gaan. Wat ik doe is ook paars, omdat ik net als de huidige regering de vanzelfsprekendheid van instituties wil doorbreken. Ik ga niet met mensen om de tafel zitten die namens belangengroep X spreken. Ik praat met individuen.’
Op de vraag of de paarse coalitie dat ook in praktijk brengt, wil ze niet ingaan. 'Ik denk dat je ze een kans moet geven.’ Staatssecretaris van Economische Zaken zijn is natuurlijk het ergste wat er is. Maar het kabinet is wel de mooiste plek om beleid te maken.
Roobeek: 'Het is voor mij een grotere uitdaging om dit voor elkaar te krijgen dan om staatssecretaris te zijn. Ik kan staven dat mijn ideeen in het bedrijfsleven werken. Als dat nu ook binnen het openbaar bestuur lukt, heb ik meer recht van spreken als ik nog eens de politiek in ga. En ik ben heel blij met de onafhankelijke positie die ik als wetenschapper kan innemen. Er zijn nog maar heel weinig mensen die autonoom zijn en toch met iedereen in gesprek zijn. En die dat niet uit eigenbelang doen. Ik krijg er geen cent voor.’
VOOR FORUM Amsterdam zoekt ze mensen uit verschillende categorieen: jongeren, allochtonen, horeca-ondernemers, bankiers et cetera. Ze is het er niet mee eens dat in deze pluriforme samenleving dergelijke categorieen al lang nergens meer voor staan. 'Jongeren zijn heel verschillend, maar ze dragen wel dezelfde schoenen.’ Ze let bij de selectie niet op politieke visie. 'Het gaat mij om de inhoud. Links en rechts spelen daarin geen rol.’ Naast genodigden en at random geselecteerden komen er advertenties opdat mensen zichzelf aanmelden. Een sollicitatieprocedure zorgt ervoor dat beroepsinsprekers en andere vooringenomenen weinig kans maken.
In Forum Amsterdam werkt Roobeek samen met kunstenaars die de Noord-Zuidlijn zullen markeren, het zogenoemde 'Kunstspoor’. Uit de folder: 'Kunst kent een oneindige verscheidenheid die benut kan worden om opgevangen signalen op uiteenlopende wijzen naar grote groepen te communiceren.’
Wat zijn uw eigen toekomstdromen rond die Noord-Zuidlijn?
Roobeek: 'In de Pijp zou een groot multicultureel theatercentrum kunnen komen. Iets moois, geen achteraftheatertje. Of een groot ecologisch koopcentrum. Of een integratie van winkelen en sporten. Kleurrijk spektakel, geen betonnen kolossen. Ik wil ontmoetingsplaatsen creeren. Maar ik moet me inhouden, anders ga ik het al invullen.’