H.J.A. Hofland

De verdwijning van europa

Natuurlijk is het buitengewoon democratisch om een referendum te houden over de Europese grondwet. Je hoeft geen diep reikend verstand van politiek te hebben om er een oordeel over uit te spreken. De verhouding tussen de politieke klasse en de kiezers valt hier te vergelijken met die tussen de schoenmaker en zijn klant zoals beschreven door Plato. De schoenmaker weet door zijn kundig vakmanschap precies hoe een schoen moet worden gemaakt. Maar aan de klant is het eindoordeel voorbehouden, want alleen hij kan zeggen of het ding past. Toch denk ik nu ook aan het voorlopig nog fictieve geval van een totaal gedemocratiseerde voetbalwedstrijd, waarbij de supporters van club A het recht hebben van tijd tot tijd over de trainer, de opstelling, de tactiek en de strategie te stemmen. Als de democra-
tisering doorzet, komt het nog zo ver. Want iedereen heeft overal verstand van en wil dat laten weten. Wat ze ook beslissen, club B wint, omdat in welke strijd dan ook orde superieur is aan chaos.

Als de wereld alleen uit Europa bestond, hoefden we ons geen zorgen te maken. Maar deze fase van de integratie voltrekt zich terwijl in ons grote buurgebied het Midden-Oosten een drama van historische betekenis aan de gang is waarvan we de invloed onherroepelijk zullen voelen terwijl we er niets over te zeggen hebben. Dat is al begonnen met de voorbereiding op de oorlog in Irak, toen Schröder en Chirac weigerden het spel van Bush mee te spelen, zonder in staat te zijn met een uitvoerbaar alternatief te komen. Zoals de meeste Europeanen geen onderscheid maken tussen een Amerikaan die in Tennessee woont en een New Yorker, zo denken ze daar aan ons als the Europeans. Mensen van een oude beschaving misschien, maar als het op daden aankomt machteloze ruziemakers die door Amerika moeten worden gered. In deze periode van referenda wordt onze reputatie krachtig bevestigd.

De oorlog in Irak is onderdeel van een complex. Zo is hij door degenen die hem wilden altijd bedoeld: een grote geopolitieke onderneming. Na de val van Saddam Hoessein zou het land snel tot democratie worden herbouwd en dan dienen als voorbeeld voor de hele regio. Daarmee was het fundamentalistisch terrorisme een slag toegebracht, terwijl de oliebronnen voortaan door een bevriende regering werden beheerd. Drie vliegen in één klap. Geniaal in zijn eenvoud. Ook als het zich op deze manier zou hebben ontwikkeld, had Europa buiten spel gestaan. Maar het had geen rekening hoeven houden met de onvoorspelbare gevolgen van een operatie op weg naar de mislukking. Ik had mijn kritiek op het bushisme ingetrokken en de president misschien zelfs een groot staatsman gevonden.

Irak heeft zich wel tot een complex ontwikkeld, maar dan van leugens, valse beloften, wanbeheer, schandalen en chaos. De afgelopen twee jaar is regelmatig met getetter aangekondigd dat er weer een mijlpaal was bereikt – van the end of major operations via de soevereiniteitsoverdracht, de arrestatie van Saddam en de verkiezingen, naar de vorming van de eerste democratische regering – en al deze overwinningen zijn gepaard gegaan met een toename van het geweld. Wij in de Europese landen, die daar geen soldaten hebben, raken eraan gewend. Berichten over autobommen komen niet meer op de voorpagina, wat Condoleezza Rice en Donald Rumsfeld te vertellen hebben, geloven we wel. Abu Ghraib is praktisch uit ons collectief geheugen verdwenen. Irak, zijn we geneigd te denken, is een probleem van de Amerikanen geworden.

Dat is een formidabele vergissing. Irak is binnen drie jaar veranderd van een geïsoleerde en monsterlijke dictatuur in een frontgebied in de onoverzichtelijke krachtmeting tussen de wereld van de islam en het hele Westen. Voor «de» moslims een zweer. Andere sectoren in ontwikkeling zijn Saoedi-Arabië, in toenemende mate Afghanistan en het concentratiekamp van Guantánamo. «Shut it down. Just shut it down», zo begint Thomas L. Friedman zijn column in de International Herald Tribune. Hij noemt Guantánamo het anti-Vrijheidsbeeld.

Dit alles is onder leiding van deze Amerikaanse regering al een paar jaar aan de gang. Ik citeer uit een interview van Oscar Garschagen met de Israëlische filosoof Avishai Margalit, (NRC Handelsblad, 7 mei 2004): «Amerika moet geleidelijk weg uit Irak, dat is duidelijk. Het hele idee van het democratiseren van het Midden-Oosten van buitenaf is bespottelijke lariekoek en de plannen moeten ingrijpend worden gewijzigd. Amerika moet ook weg uit Saoedi-Arabië. Dat zal ook wel snel gebeuren. En verder moeten we hopen op ontwikkelingen van binnenuit en vooral geduldig zijn. Wat er in Turkije gebeurt, is natuurlijk zeer bemoedigend.» Margalit is met Ian Buruma coauteur van het essay Occidentalism: The West in the Eyes of Its Enemies.

Geen zinnig mens heeft Irak deze catastrofe toegewenst. Iedereen die goed bij zijn hoofd is wil dat daar een eind komt aan het moorden. Maar de feiten van meer dan twee jaar oorlog bewijzen dat het bushis me het verkeerd heeft aangepakt en dat nog doet. Europa heeft na een vergeefse poging in het voorspel van de oorlog kennelijk de moed opgegeven nog invloed in Washington te krijgen. We bestaan daar niet meer. De opgewonden vertoning van de Franse en Nederlandse referenda zijn daarvan de volgende bevestiging.