De cartoonist en de president

De veren zijn gesprongen

De Syrische kunstenaar Ali Ferzat, tot voor kort een persoonlijke vriend van president Assad, is nu doelwit van de onderdrukkende militia. Het regime heeft kennelijk diverse machthebbers.

RUIM TWEE weken terug werd Ali Ferzat, de bekende Syrische cartoonist, in elkaar geslagen. Toen hij in de nacht van donderdag 25 augustus van zijn studio naar zijn appartement wilde gaan, werd hij in een auto getrokken en uren later langs de snelweg naar het vliegveld zwaar mishandeld gevonden. Zijn aanvallers hadden het vooral op zijn hoofd en handen voorzien. Er verschenen foto’s op YouTube van een zwaar omzwachtelde Ferzat in een ziekenhuisbed. Wat is er gebeurd dat Ferzat van een gevierd kunstenaar en persoonlijke vriend van Bashar al-Assad, de Syrische president, is veranderd in een doelwit van de Shabbiha, de gevreesde militia, die het regime gebruikt om de bevolking te intimideren en rekeningen te vereffenen?
Zijn carrière als cartoonist is een afspiegeling van de Syrische geschiedenis van de laatste vijftig jaar. Soms liep zijn professionele leven parallel met het huidige regime, soms botste het. Dat begon al vroeg toen het tijdschrift Al-Ayyaam (De Dagen), waarin Ferzat in 1965 op veertienjarige leeftijd debuteerde, kort daarna werd verboden door het Baath-regime. De Baath-partij, een op pan-arabistische en socialistische leest geschoeide beweging, had in 1963 de macht gegrepen en zette in korte tijd het land naar haar hand. Zij streefde de opstanding (‘Baath’), bewustwording en socialistische ontwikkeling van het Arabische volk na als reactie op het desastreuze ingrijpen van de westerse mogendheden in het nabije Oosten tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Het was een ideologie waar veel Syriërs sympathie voor hadden. Dat zal dan ook de reden zijn geweest dat Ferzat in 1969 begon te werken voor Al-Thawra (De Revolutie), een dagblad opgericht door de Baath-partij kort na de machtsgreep. In 1970 begon hij met een studie aan de faculteit schone kunsten van de Universiteit van Damascus.
In dat jaar vond ook een andere belangrijke gebeurtenis plaats die Ferzats leven verregaand zou beïnvloeden. Hafez al-Assad, de vader van de huidige president, greep de macht binnen de Baath-partij. Hij liet de officiële ideologie van de partij grotendeels intact, maar zorgde ervoor dat hijzelf en zijn familie het centrum van de macht vormden. Hij bracht enkele economische veranderingen aan die ingingen tegen het socialistische beleid van zijn voorgangers. Ook tijdens zijn studie bleef Ferzat zijn spotprenten publiceren en het mag dan ook niet verbazen dat hij een paar jaar later de universiteit verliet zonder examen te doen.
Midden jaren zeventig werden zijn tekeningen geplaatst in een ander zojuist opgericht dagblad van het regime: Tishreen (Oktober), genoemd naar de Oktoberoorlog (Yom Kippoer Oorlog) van 1973. Het Syrische leger verraste de Israëlische bezettingsmacht op de Golanhoogte en hoewel het uiteindelijk terugveroverde gebied slechts zeer klein was, werd de Oktoberoorlog door de Arabische landen toch gezien als een triomf: het Israëlische leger bleek niet zo onoverwinnelijk als men had gedacht.

IN DE JAREN zeventig en tachtig bleef Ferzat publiceren in zowel Al-Thawra als Tishreen. Zijn kritiek richtte zich niet direct op de machthebbers in Syrië, maar op machthebbers in het algemeen. Vooral toen andere landen vredesverdragen met Israël sloten en Syrië meer en meer alleen kwam te staan als verdediger van de Arabische zaak moet het het regime niet geheel onwelgevallig zijn geweest wanneer machthebbers in andere landen dan Syrië aanstoot namen aan de spotprenten van Ferzat. In de jaren tachtig en vooral negentig werden zijn prenten verboden in Libië, Jordanië en Irak. Ferzat had als cartoonist in deze periode groot succes. Aanvankelijk in het voormalige Oostblok, later ook in West-Europa. Een tentoonstelling in het Institut du Monde Arabe in Parijs in 1989 speelde daarbij een belangrijke rol. Hij won vele prijzen en onderscheidingen en publiceerde onder meer in Le Monde.
Zijn spotprenten tonen in deze periode meer typen dan herkenbare individuen. Het type van de op macht beluste dictator in weelderig uniform, rijk behangen met onderscheidingen en op grote afstand van de gewone burger, is heel populair. Opvallend zijn de barokke zetels waarop de dictators zitten. Het zijn symbolen van de macht die worden gekoesterd en geliefkoosd door hun eigenaar. Hoewel deze cartoons nooit gingen over individuele machthebbers leidden ze regelmatig tot problemen. 'Als ik een dictator teken, denken honderd dictators dat ik hen bekritiseer en hen belachelijk maak’, verklaarde Ferzat in een interview in 2007 in Newsweek. Inderdaad nam Kadhafi aanstoot aan zo'n getekende generaal in een Egyptisch tijdschrift en verbood de invoer ervan. De Jordaanse koning en Saddam Hoessein werden kwaad naar aanleiding van een prent waarin de dreigende oorlog tussen de VS en Irak werd verbeeld als twee enorme, op elkaar gerichte kanonnen die mensen uitbraken. Een Arabische tekenaar zou in tijden van gevaar altijd de Arabische kant moet kiezen, vonden de beide machthebbers en ze verboden Ferzats tekeningen.
In deze periode, eind jaren negentig, ontwikkelde zich de vriendschap met Bashar, de zoon van de president en na de dood van zijn oudere broer in 1994 gedoodverfd opvolger. Bashar ging naar tentoonstellingen met het werk van Ferzat - soms hingen daar zelfs tekeningen die niet in Syrië mochten worden gepubliceerd - en bezocht hem in zijn studio. Ferzat heeft meermalen in interviews gezegd dat Bashar te kennen heeft gegeven het oneens te zijn met het publicatieverbod. Bashar heeft een voorliefde voor moderne media. Hij genoot zijn opleiding in Engeland en is vertrouwd met westerse muziek, films en internet. Recent nog bezocht hij de eindexamenexpositie van de vakgroep visuele communicatie van de faculteit schone kunsten, een eer die andere vakgroepen niet ten deel viel. Het werd gezien als een belangrijke steun voor de studenten en professionals op het gebied van grafisch ontwerp, film en televisie.
Toen Bashar in 2000, na het overlijden van zijn vader, aan de macht kwam, waren de verwachtingen hoog gespannen. Hij leek genegen hervormingen door te voeren en meer politieke vrijheden toe te staan. Al snel ontstonden er allerlei praatgroepen van burgers die discussieerden over een pluriform politiek bestel en het probleem van de corruptie. De zogenoemde Damasceense Lente was een feit. Indachtig de uitlatingen van Bashar vroeg Ferzat met succes toestemming om een tijdschrift op te richten. Sinds de Baath-revolutie van 1963 was er geen onafhankelijk tijdschrift meer verschenen in Syrië. In februari 2001 kwam het eerste nummer van Al-Domari (De Lantaarnopsteker) uit in een oplage van vijftigduizend exemplaren. Binnen een paar uur was het uitverkocht. Het was een goed gemaakt tijdschrift met een afwisseling van artikelen en cartoons dat een andere toon aansloeg dan de partijkranten. Bovendien roerde het zaken aan die de burgers direct betroffen: stagnatie, corruptie, machtsmisbruik en de noodzaak van hervormingen.
Het blijft enigszins raadselachtig dat het tijdschrift door het regime eerst werd toegestaan en vervolgens door datzelfde regime langzaam de nek werd omgedraaid. Het is een aanwijzing dat Bashar niet de enige is met macht. Er kwam aanvankelijk niet met zoveel woorden een verbod, maar Ferzat werd gedwongen Al-Domari via de daartoe aangewezen overheidskanalen te distribueren. Dit leverde - niet zeer verrassend - herhaaldelijk problemen op. Vervolgens kon het tijdschrift een aantal malen door 'papierschaarste’ niet of slechts zeer laat worden gedrukt. Ook de levering van papier is een overheidsmonopolie. In 2003 werd Al-Domari uiteindelijk verboden. Ook de burgers die deelnamen aan de politieke salons kwamen van een koude kermis thuis. Er volgden arrestaties en de nieuw verworven vrijheid werd de kop ingedrukt.

DE GEBEURTENISSEN rond het tijdschrift zijn onthullend. Van 2000, toen Bashar aan de macht kwam, tot begin 2011 bleven de hervormingen vooral virtueel. Op economisch vlak gebeurde er wel veel, maar daar profiteerde slechts een kleine groep rond de president van. Talloos zijn de interviews met overheidsfiguren die waarschuwen voor te snelle hervormingen: het moest allemaal langzaam en voorzichtig gaan. Aangezien het uiterlijk van Syrië zeer sterk veranderde (moderne auto’s en reclames in het straatbeeld, mobiele telefoons, internet), was het achterblijven van politieke hervormingen voor de buitenstaander niet altijd merkbaar. De veiligheidsdiensten bleven de bevolking in een ijzeren greep houden.
Ferzats antwoord op de vraag naar de toekomst van het Syrische regime in hetzelfde interview in Newsweek is dan ook vooruitziend: 'Als ze het gevaar niet onderkennen en doorgaan andere nationale bewegingen werkelijke en betekenisvolle deelname te ontzeggen, dan voorzie ik een monumentale crisis. Het regime is toe aan totale hervorming en verandering. Vrije verkiezingen zijn een must, net als de vorming van partijen en vreedzame deling van de macht. Geen lid van de huidige Volksvergadering vertegenwoordigt het volk. Wij, het Syrische volk, zijn volwassen en toch worden we nog steeds gevoed, van drinken voorzien en gekleed door de Baath-partij zoals het die goeddunkt. Alsof we nog kinderen zijn.’
Na het verbod van Al-Domari werd Ferzat in dezelfde kranten waar hij lang voor werkte - Al-Thawra en Tishreen - zwart gemaakt. Hij zou de reputatie van Syrië bezoedeld hebben. In een interview voor de televisiezender Al-Arabiya enkele weken geleden vertelde Ferzat dat hem was gezegd dat hij de vuile was niet buiten moest hangen. 'Maar de was zou om te beginnen toch niet vuil moeten zijn?’ vond hij. In deze periode publiceerde hij zijn spotprenten in een dagblad in Koeweit en vooral op zijn eigen website, die overigens de laatste maanden in Syrië niet meer bereikbaar is.
Sinds het begin van de Syrische opstand in maart zijn Ferzats spotprenten van karakter veranderd. Nu is kolonel Kadhafi wél direct te herkennen, evenals de president van Syrië. In zijn kielzog is vaak een klein, opgeblazen mannetje te zien met een aktentas of een stapel papieren onder de arm: een duidelijk portret van Walid al-Moeallem, de Syrische minister van Buitenlandse Zaken. De fascinatie voor barokke stoelen blijft. Op een recente prent is een duidelijk herkenbare Bashar te zien die op het randje van zijn stoel (lees: troon) balanceert, omdat de veren van de zitting zijn gesprongen en door de bekleding heen steken.


Ali Ferzat, A Pen of Damascus Steel (Cune Press, 2004); zie ook
www.ali-ferzat.com.
Theo de Feyter is kunstschilder, archeoloog en schrijver van het boek Syrië: Een geschiedenis in ontmoetingen en plaatsen (Bulaaq)