De verkeerde deur

Lachwekkend waren de betogers tegen de top van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Seattle. Niet alleen degenen die de WTO beschimpten als ‘een samenzwering van het wereldkapitalisme’, óók de Nederlandse wereldverbeteraars die gratis vliegtickets eisten om in Seattle te kunnen demonstreren tegen de uitwassen der wereldhandel. ‘Zonder dat ons iets gevraagd wordt, worden hier vliegtuigen vol spullen binnengevlogen, omdat ze elders een kwartje goedkoper gefabriceerd kunnen worden. Milieu of arbeidsomstandigheden doen er niet toe’, schrijven ze. Pas toen ongekend hard werd ingrepen - met wapenstok, traangas, peperspray en rubberkogels - viel er écht iets te protesteren. Uiteraard zag menig betoger in het politieoptreden een poging de aandacht af te leiden van het samenzwerende wereldkapitalisme. En voort ging het met de leuzen. Stop het hormoonvlees! Stop het kappen van regenwoud! Stop de kinderarbeid! Stop de multinationals!

Groot was de vreugde der demonstranten toen de top op een mislukking uitliep. De EU weigerde haar landbouwsubsidies stop te zetten, de VS wilden niet praten over haar importbeperkende anti-dumpingswetgeving, en de ontwikkelingslanden wilden arbeidsomstandigheden niet op de agenda zetten.
De blijdschap van de wereldverbeteraars is echter misplaatst, want zij bonkten op de verkeerde deur. Niet de WTO, maar de consument heeft de macht. Dát is kapitalisme. Koop het niet, dan wordt het niet meer geproduceerd. Zo simpel is het. Consumentenacties bij bedrijven als Shell, Ikea en Nike hebben groot succes gehad. Niet alle demonstranten leken zich dat te realiseren. Volgens ooggetuige Nicole Brodeur (Seattle Times), laafden sommigen zich aan verse koffie in een Starbucks-filiaal, vooraleer ze met hernieuwde energie de straat opgingen om zich schor te schreeuwen in protest tegen ‘de uitbuiters van arme koffieboeren’. Starbucks stinks!
Er zijn in deze geen simpele oplossingen. Het zo nobel ogende streven producten te weren die zijn vervaardigd door kinderhanden, bijvoorbeeld, wordt door veel ontwikkelingslanden beschouwd als het toppunt van schijnheiligheid. Daarmee wil het Westen onze goedkope producten van haar markten houden; ook de westerse industriële ontwikkeling ging gepaard met kinderarbeid, zeggen ze. Hetzelfde geldt voor de westerse roep om de kap van regenwoud aan banden te leggen. 'Jullie hebben zelf toch ook je oerbos gekapt?’ roepen ontwikkelingslanden. Ze hebben nog gelijk ook. Slechts het bestrijden van armoede kan een einde maken aan slechte arbeidsomstandigheden. Handel kan daaraan bijdragen, boycots maken de situatie per definitie schrijnender. Onder begeleiding van hulporganisaties geldt zelfs het merkwaardige principe dat (gereguleerde) kinderarbeid uiteindelijk kinderarbeid overbodig maakt. Gebleken is dat ontwikkelingslanden meer baat hebben bij grotere handelsmogelijkheden dan bij louter financiële hulp. Trade, not aid is het devies.
Ook het idee dat de WTO almachtig zou zijn, klopt niet. De WTO is niet meer dan de collectieve wil van 135 landen. Tweederde daarvan zijn ontwikkelingslanden. In de tot het uiterste doorgevoerde overlegcultuur kunnen zij het maken van afspraken moeiteloos blokkeren. Hoezo dominantie der rijke landen? In de voorloper van de WTO, de in 1948 opgerichte General Agreement on Tariffs and Trade (Gatt), gold die nog wel. De Gatt kon weliswaar sancties opleggen aan lidstaten die bepalingen hadden overtreden, maar dat gebeurde uitsluitend met toestemming van het te bestraffen land. In de WTO (in 1995 uit de Gatt voortgekomen) kunnen straffen zonder meer worden uitgedeeld. Zo werden de VS door een WTO-panel veroordeeld in conflicten met Venezuela en Costa Rica. Het recht van de sterkste in de wereldhandel behoort dus definitief tot het verleden. Mike Moore, directeur-generaal van de WTO, verbaasde zich onlangs over zoveel onwetendheid: 'Als de Wereldhandelsorganisatie inderdaad zo'n kapitalistisch uitbuitingscollectief is, dan vraag ik me af waarom China en vierendertig ontwikkelingslanden staan te trappelen om lid te worden.’
Dat alles namen de demonstranten niet in overweging tijdens de Battle of Seattle. En ze vergaten nóg iets. De globalisering van de economie is onstuitbaar. Daarmee kan de wereld haar voordeel doen. Want het slechten van tariefmuren, het samenbrengen van handelsconcurrenten en het doen vervlechten van voorheen nationale economische systemen is in het verleden hét middel gebleken om xenofobie en nationalisme, niet zelden uitmondend in oorlogen, te voorkomen.