Millwall is beschaafd geworden

De verkeerde kant van de Thames

Voor het eerst in haar 119-jarige bestaan staat de Zuid-Londense dokwerkersclub Millwall in de finale van de Engelse FA Cup. Tot schrik van vele Engelse voetbalfans en politici zal Millwalls credo «No one likes us/ We don’t care» komend seizoen klinken op het Europese vasteland. De vrees is niet terecht. Millwall is beschaafd geworden, en het symbool van een herlevend stadsdeel: Zuid-Londen.

Millwall geniet meer bekendheid bij sociologen, politiekorpsen en glaszetters dan bij voetbaldeskundigen. Met een veldinvasie tijdens een wedstrijd tegen het deftige, West-Londense Queens Park Rangers in het voorjaar van 1966, legden de fans, geïnspireerd door een 6-1 achterstand, een solide basis voor het voetbalvandalisme. Terwijl haar supporters zich met gemak in de hogere regionen van de competitie der hooligans wisten te handhaven, bewoog de voetballende tak van Millwall zich altijd in het moeras van het Engelse voetbal. Eind jaren tachtig belandde het lelijke eendje van voetballend Londen onverhoopt in de hoogste klasse, mede dankzij een financiële injectie van deelgemeente Lewisham, noodzakelijk nadat ook de laatste welwillende geldschieter het voor gezien had gehouden. Opeens moesten de welgestelde clubs Arsenal, Chelsea en Tottenham Hotspur de Thames oversteken om met knikkende knieën te arriveren bij The Den, de thuishaven van The Lions, zoals de bijnaam van Millwall luidt.

Na de onvermijdelijke degradatie ging het sportief gezien weer bergafwaarts, maar buiten het veld begon een beschavingsoffensief, met «de Struikrovers» op de Cold Blow Lane-tribune, de meest fanatieke Millwall-supporters, als doelgroep. In South Bermondsey, twee kilometer noordwaarts, werd te midden van gerenoveerde huizen en autosloperijen The New Den gebouwd. En er dook een suikeroom op: de Grieks-Cyprioot Theo Paphitis, rijk geworden in de lingerie en kantoorartikelen. Naast het stadion kwam het Millwall Community Centre, waar kinderen mogen voetballen, terwijl hun ouders aan hun conditie kunnen werken bij de Lions Adult Body Tone. Millwall ging als eerste club een crèche exploiteren, gaf aandelen uit en verrijkte het assortiment van de supporterswinkel met golfballen (die evenwel niet mogen worden meegenomen in het stadion). De supporters vechten nu alleen nog maar bij stadsderby’s, al liep ook een wedstrijd tegen Birmingham City een paar jaar terug compleet uit de hand. Hoopgevend was daaren tegen dat de zwaarst bestrafte supporter geen gedepriveerde uitkeringsgerechtigde bleek te zijn, maar een beurshandelaar.

Negatieve perspublicaties of een recente film als The Football Factory, waarin authentieke Millwall-hooligans te zien zijn, worden niet langer met instemming onthaald. Deze nieuwe «No one likes us/ It’s not fair»-filosofie dook recentelijk nog op nadat Labours voormalige spindoctor Alastair Campbell in The Times had gefoeterd over vermeend racisme van de Millwall-aanhang tijdens de wedstrijd tegen zijn mijnwerkers ploegje Burnley. Sceptici wezen hem erop dat extreem-rechts tegenwoordig meer aanhang heeft in Burnley dan in South Bermondsey (dat dezer dagen overwegend liberal stemt). Bovendien zou de aanval te maken hebben met het feit dat ex-hoofdredacteur Rod Liddle van BBC’s Today een Millwall-fan is. Een item in uitgerekend dat radioprogramma leidde afgelopen jaar tot de vrije val van Tony Blairs mediastrateeg.

De agressie heeft zich langzaam van de tribunes naar het veld verplaatst. Onder aanvoering van Dennis Wise — de Edgar Davids van het Engelse voetbal die volgens Manchester United-manager Alex Ferguson in staat moet worden geacht een rel te veroorzaken in een lege kleedkamer — is Millwall een cup fighter geworden.

De civilisatie bij Millwall loopt synchroon met de opwaardering van Zuid-Londen, dat altijd een ondergeschoven, verpauperd en brutaal kindje is geweest. Zijnde de perfecte plaats voor anonimiteit en verspild talent liet Virginia Woolf hier William Shakespeares denkbeeldige, jonggestorven zuster Judith begraven: om precies te zijn bij de bushalte van verkeersknooppunt Elephant & Castle. Waar de noordoever het decor vormde voor blije films als Notting Hill en Love Actually, daar werd de zuidoever de natuurlijke thuishaven van felrealistische drama’s als My Beautiful Laundrette en Arrivederci Millwall. De openingsscène van laatstgenoemde film, die zich afspeelt tegen de achtergrond van de Falklands-oorlog, vat een en ander krachtig samen: een groepje Millwall-supporters verlaat voortijdig een verloren uitwedstrijd, plundert op klantvriendelijke wijze een kledingwinkel om bij aankomst in Lunnun eerst het asfalt van Tower Bridge te kussen alvorens terug te keren naar het nachtleven rond New Cross Gate.

Dit onherbergzame gebied is een van de weinige plekken in Zuid-Londen waar de ondergrondse komt. Onder meer uit angst voor invasies van vijandelijke legers uit zuidoostelijke richting is ten zuiden van de rivier nooit een fijnmazig metronetwerk aangelegd. Maar wat is er eigenlijk wél fatsoenlijk aangelegd? Iets als een Vierde Nota voor de Ruimtelijke Ordening is er onbekend, de Victoriaanse woningen hebben gezelschap gekregen van wat lukraak neergezette flats van het marxistisch-leninistische stempel en treinen rijden via Clapham Junction of Norwood Junction (waar de oudste spoorbrug ter wereld ligt) over langgerekte vuilstortplaatsen door de dichtbevolkte woonwijken richting spelonken als London Bridge en Waterloo, al is dat laatste station danig opgeknapt nu de Eurostar er arriveert.

Zuid-Londen is het domicilie van de gewone man, the Man on the Clapham Omnibus, zoals de Engelsen hem noemen. Zo gewoon zelfs dat Coronation Street en East enders spetterende soaps zijn in vergelijking met de Zuid-Londense sitcom Up the Elephant and Round the Castle. Ook romanschrijvers hebben hier van oudsher weinig inspiratie gevonden. De meeste Londense romans spelen zich op de noordoever af, inclusief George Orwells odyssee naar de armoe, Down and Out in Paris and London. Op de zuidoever valt er nu eenmaal weinig te verdienen voor een bedelaar, zoals blijkt uit Graham Swifts Last Orders, waarin de personages met moeite het hoofd boven water houden in Bermondsey.

Dit proletarische imago is niet van alle tijden. Ten zuiden van de Thames lag ooit een lommerrijke verzameling dorpjes, een uitvalsbasis voor het koningshuis en de geestelijkheid. Henry VIII woonde een tijdlang in Greenwich, Charles II had een plezierjacht in het Deptford van Captain Cook, koningin Adelaide bouwde boerderijen in Penge ter nagedachtenis van haar overleden man William IV, Denmark Hill is vernoemd naar de Deense eega van koningin Anne, Lambeth Palace is een pied à terre van de aartsbisschop van Canterbury, in Peckham plachten de graven van Kent kerkmissen bij te wonen, en The Isle of Dogs, waar de Great Eastern van Isambard Kingdom Brunel vanaf het Millwall-dok te water werd gelaten, diende als kennel voor de koninklijke terriërs. Kunsthistoricus John Ruskin schreef lyrisch over Herne Hill en de impressionist Camille Pissaro schilderde in Sydenham A view of Lordship Lane Station, een station dat nu alleen nog maar te zien is in de Courtauld galerie voor industriële kunst, in het Somerset House aan de noordoever.

Met uitzondering van Dulwich Village (waar Margaret Thatcher haar oude dag slijt) en Greenwich Village raakten de dorpjes ten tijde van de industriële revolutie in rap tempo verstedelijkt omdat voor lang niet alle plattelandsvluchtelingen plaats was aan de noordoever. Er ontstond ten zuiden van de Thames een soort juridisch en politiek niemandsland, een gedoogzone voor activiteiten die binnen de stadspoorten van Londen verboden waren, variërend van prostitutie, kipgevechten en het aanleggen van fabrieken in woonwijken. Wie tijdens een cricketwedstrijd een immense gashouder naast het stadion ziet staan, weet meteen dat The Oval aan de zuidoever plaats van handeling is.

Deze karakterverandering werd opgetekend door Cockney-visonair, dichter en prentenverkoper William Blake, wiens Jerusalem, waarin de duivel de groene heuvels en begroeide prieeltjes met zijn molens bedreigt, het officieuze volkslied van de Engelsen is. Zijn gedicht London daarentegen is een ode aan «de arme hoer» Zuid-London, zeker het laatste couplet: «But most thro’ midnight streets I hear/ How the youthful Harlot’s curse/ Blasts the new born Infant’s tear/ And blights with plagues the Marriage hearse.»

De enige wet die uiteindelijk van grote invloed zou zijn, was die van de remmende voorsprong. Als een revolutie naar Frans model ergens in het Verenigd Koninkrijk een kans van slagen zou hebben gehad, dan was het wel hier. Waar de Londenaren tot de brand van 1936 naar het Crystal Palace op Sydenham Hill aan de zuidrand van de stad moesten gaan om uitgebreid kennis te maken met de overzeese culturen, daar was nu een wandeling over een van de bruggen voldoende. Dankzij grote aantallen immigranten uit de voormalige koloniën was Zuid-Londen beetje bij beetje een soort Madurodam van het Gemenebest geworden. De integratie verliep bepaald niet vlekkeloos. Begin jaren tachtig verwierf Brixton wereldfaam door de rellen, bezongen door The Clash in The Guns of Brixton. De reputatie van het naburige Peckham, bekend van de BBC-serie Only Fools and Horses, was niet veel beter. «Built to tackle the most inhospitable places on earth. Including Peckham», luidde eens een reclameslogan van Nissan. Souvenirwinkels verkochten T-shirts met de kaart van noordelijk Londen, begeleid door de tekst «London».

Het anarcho-revolutionaire karakter kwam begin jaren tachtig niet alleen tot leven bij de rassenrellen en de stadsguerrilla’s na afloop van Millwall-West Ham United, maar ook bij burgemeester Ken Livingstone, die kantoor hield aan de zuidoever, pal tegenover de werkruimte van Margaret Thatcher in het Lagerhuis. Indachtig het scherpe observatievermogen van de premier hing «Red Ken» een spandoek voor het raam met daarop het meest actuele werkloosheidscijfer. Deze verzetsdaad leidde ertoe dat het aantal werklozen in elk geval met één zou toenemen: Livingstone zelf. De gemeente Londen werd door Thatcher opgeheven.

De politieke macht kwam echter niet alleen terecht op Downing Street 10, maar ook bij de Londense deelgemeenten. De drie grootste Zuid-Londense bestuurlijke eenheden Southwark, Lambeth en Lewisham zouden een paradijs worden voor opbouwwerkers, ondernemende Aziaten en makelaars, die naar dit gebied begonnen te kijken als archeologen naar een pas ontdekte verborgen stad.

Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: Zuid-Londen werd salonfähig.

Deze emancipatie heeft deels te maken met de populariteit van de South Bank, waar de stukken van William Shakespeare ooit hun première beleefden en waar dagboekschrijver Samuel Pepys vanuit de Anchor Pub een puik uitzicht genoot op de brand van 1666 die het noordelijke deel van Londen verwoestte. Van oost naar west bevinden zich daar nu het nieuwe stadhuis van Livingstone (naast deze postmoderne plumpudding hing de illusionist David Blaine afgelopen nazomer te verhongeren in een glazen kooi), het gevangenis museum, het Globe Theatre, Tate Modern, het National Theatre, de Hayward Gallery, het Millennium Eye, het modemuseum, de Saatchi Gallery en het hoofdkantoor van de geheime dienst. Nog meer ten westen zijn er eindelijk serieuze plannen om Battersea Power Station, de oude krachtcentrale op de hoes van Pink Floyds Animals, een multifunctionele bestemming te geven. Teneinde de eenheid tussen beide stadshelften te symboliseren, werd tussen Tate Modern en St. Paul’s een loopbrug aangelegd, eentje die, o symboliek, bleek te wiebelen. Er zijn zelfs renovatieplannen voor het Elephant & Castle, dat vanaf het begin van zijn bestaan diende als een Checkpoint Charlie tussen de hoge cultuur van het West End en de lage cultuur van de volkstheaters in Lambeth Marsh.

Achter deze river dressing heeft de leefbaarheid verrassende vormen aangenomen, zozeer zelfs dat de klachten over de onveiligheid langzamerhand worden vervangen door gemopper over de gemiddeld zestienhonderd euro per jaar bedragende gemeentebelasting, het prijskaartje van de criminaliteitsbestrijding. Omdat het toch niet veel onleefbaarder kon worden, werd Brixton een kwart eeuw geleden een laboratorium voor het opbouwwerk, met als kroonjuweel Business in the Community, een liefdadigheidsproject betaald door een familie van glasproducenten.

Met zijn overwegend West-Indische cultuur is Brixton nu «de mooiste hangplek van de wereld», zoals de Volkskrant-correspondent het treffend noemde, een plek bovendien waar weer op straat wordt gesport, net zoals in de jaren vijftig, toen een piepjonge John Major daar de beginselen van het cricket leerde. Sterker, de wijk waar Vincent van Gogh in kunst handelde, heeft artistieke allure, met een atelier van Saatchi-protégé Damien Hirst, de Brixton Academy, waarheen Madonna reeds de weg weet te vinden, en The People’s Republic of Disco, een retro-communistische uitspanning in een gekraakte molen waar de bezoekers zelf hun platen van Kylie Minogue, Einstürzende Neubauten en The Clash dienen mee te nemen. En waar molotovcocktails drinkbaar zijn. Iets ten noorden van Brixton blaast buurtbewoner Kevin Spacey het theater The Old Vic nieuw leven in.

Ondertussen zijn omliggende stadsdelen en hun bewoners druk doende met het vullen van hun prijzenkasten. De bibliotheek van Peckham werd als de fraaiste van Engeland gekozen, de dansschool van Deptford won afgelopen jaar de gezaghebbende Stirling Prize voor zijn architectuur (vóór de «portentous posh» van The Great Court). Southwark ontving de Peoples and Places-award voor de zwerfvuilcampagne «Bin it to win it». De politie in Lambeth bejubelt haar «Amsterdamse» cannabisbeleid. Studente Natalie Galloway uit Nunhead is dit jaar Miss Caribbean & Commonwealth. Tilburgse studenten in de stadsontwikkeling vereerden een opmerkelijk leefbaar woningcomplex in Catford met een bezoek. Lewisham vertegenwoordigt Londen in de Britain in Bloom-competitie. Dezelfde natuurvriendelijke deelgemeente stimuleert het lokale jagen op vossen teneinde de stedelingen dichter bij de Engelse oernatuur te brengen. En op de pompeïaanse ruïne van Crystal Palace zal, ter nagedachtenis van haar ontwerper Joseph Paxton, een bouwwerk verrijzen dat het midden houdt tussen een kwal en een zeppelin, nadat eerdere ontwerpen waren gesneuveld na enkele diplomatieke volksopstanden.

Doorgewinterde stadsvernieuwers binnen de deelgemeente Southwark — waar Millwall sinds de verhuizing van New Cross Gate naar South Bermondsey onder valt — zijn er inmiddels in geslaagd een synthese tot stand te brengen tussen de toeristische activiteiten aan de South Bank en de grote sprong voorwaarts in de Zuid-Londense binnenlanden. Schoolkinderen in Southwark hebben samen met spelers van hun favoriete club Millwall meegedaan aan Shakespeare-workshops in het nabijgelegen Globe Theatre. Het doel van dit pièce de résistance binnen het welzijnswerk was het verbreden van het muzikale repertoire, dat in de meeste gevallen niet verder bleek te reiken dan «No one likes us/ We don’t care», met passages uit stukken van The Bard, zoals: «Great men tremble when the lion roars» uit King Henry VI en: «We come not to offend/ But with good will to show our simple skill» uit A Midsummer Night’s Dream.

Het zal Europa benieuwen.