De Verklapper

Is schrijven sowieso al het voortdurend afwegen tussen wat zeg je wel en wat zeg je niet, ook in het schrijven óver andermans producten, oftewel het recenseren, komt het er nogal ’s op aan niet teveel weg te geven.

Een paar jaar geleden ontstak half Nederland in woede toen een medewerker van de filmredactie van de Volkskrant in een recensie tussen twee komma’s de afloop vertelde van 24, een spannende televisieserie die in Nederland nog volop gaande was. Iets korter geleden was het spitsroeden lopen om niet te verraden hoe J.K. Rowling Harry Potter ten einde bracht. Het geeft vertrouwen in de mensheid dat men er blijkbaar stilzwijgend vanuit gaat dat je het niet moet verpesten voor de ander door de clou alvast weg te geven. Er zijn nu eenmaal kunstwerken die het moeten hebben van hun ontknoping, al is dat meestal niet zo’n goed teken. Meestal, niet altijd. The crying game van Neil Jordan is een geweldige film met een groot verrassingselement, die zich moeiteloos talloze keren opnieuw laat bekijken. Geen enkele bespreker zal het desondanks in zijn hoofd zal halen, ook niet zoveel jaar na dato, om te verklappen wat de verrassing is in die film.

Toen jaren geleden de roman Der Vorleser verscheen van Bernhard Schlinke, wist de gemiddelde recensent ook onmiddellijk wat hem te doen stond: om de hete brei heen schrijven. De roman draait om het grote geheim dat het vrouwelijke hoofdpersonage een leven lang met zich mee torst, en de schok waarmee haar vroegere minnaar achter haar geheim komt is misschien alleen goed na te voelen als je als lezer in eerste instantie even onwetend bent.
In de recensies die de afgelopen week verschenen van de verfilming van Schlinke’s roman, The Reader, met Kate Winslet in de hoofdrol die hiermee een Oscar won, zie je iedereen opnieuw druk doende om de clou te respecteren. Zo schrijft Oliver Kerkdijk in de VPRO-Gids in een uitgebreide beschouwing dat The Reader een verhaal bevat waarvan men zo weinig mogelijk moet weggeven om de volle kracht ervan te ervaren. Ook in andere recensies geen woord, hoogstens suggestie, over de crux van de film. Des te bevreemdender dat in een interview met Kate Winslet in De Volkskrant, zo’n interview dat niet eens een echt interview is maar zo’n persconferentie in een hotellobby met zo’n veertig journalisten (‘Veertig minuten, en toch kan iedere journalist het idee opvatten dat hij of zij even alleen met haar is, zo goed beheerst Winslet ook dit aspect van haar vak.’), zonder enig pardon, wederom tussen twee hatelijke komma’s in geperst, het geheim van de film wordt weggegeven. Hier dooft toch een beetje het licht.