De Belgische formatie

De verlamming van België

De politieke crisis in België is voor een gewone Belg nauwelijks te volgen, laat staan voor een Nederlander. Tien redenen waarom de huidige regeringsformatie de moeilijkste ooit is.

België koos op 10 juni een nieuw parlement, maar de regeringsformatie is nog geen stap verder. Winnaar Yves Leterme gaf de formatieopdracht terug en kreeg hem weer, bij gebrek aan alternatief. Onderhandelaars, wijze mannen en ‘verkenners’ proberen het schip vlot te trekken, maar onderstromen en onzichtbare obstakels werken tegen. Tien ervan op rij.

1. Bien étonnés de se retrouver ensemble

De hele Brusselse Wetstraat was meer dan lichtjes van haar melk na de uitslag van de verkiezingen. Vooral het relatief meevallende verlies van de liberalen en de nachtmerrieachtige nederlaag van de socialisten kwamen onverwacht. De Vlaamse socialisten kozen er prompt voor de oppositie op te zoeken en Didier Reynders, leider van de Waalse liberalen, sloot de Waalse socialisten als regeringspartner uit. Dat liet alleen de mogelijkheid open van een oranje-blauwe coalitie, oftewel vier partijen: de christen-democraten en de liberalen uit zowel Vlaanderen als Wallonië.

Dit was ook volgens de verkiezingsuitslag de meest logische combinatie. Alleen: niemand had dit verwacht, en dus ook niet voorbereid. Bij Open VLD, de Vlaamse liberalen van uitgaand premier Guy Verhofstadt, waren ze zich al aan het warmlopen voor de oppositie. En tussen christen-democraten en socialisten waren in de maanden voor de verkiezingen al discrete contacten geweest met het oog op een oranje-rode coalitie. Opeens leek alleen een onvoorziene en dus onvoorbereide coalitie mogelijk. Maar die moest wel van een absoluut nulpunt vertrekken.

  1. IJzige relaties

De laatste keer dat liberalen en christen-democraten elkaar rond een federale onderhandelingstafel zagen, dateert uit 1988. Dat betekent dat die twee politieke families elkaar absoluut niet meer kennen. De contacten tussen Vlaamse christen-democraten en liberalen waren de afgelopen jaren op de vingers van een hand te tellen. Verhofstadt maakte er bovendien nooit een geheim van dat ‘tjeventreiterij’ een van zijn geliefkoosde hobby’s was. Net zoals de relatie tussen Didier Reynders en Joëlle Milquet, leidster van de Waalse christen-democraten, herinneringen oproept aan de beroemde dialoog tussen Winston Churchill en Lady Astor: ‘Winston, als ik je vrouw was, zou ik je thee vergiftigen.’ ‘Mevrouw, als ik uw man was, zou ik het opdrinken!’ Het water tussen christen-democraten en liberalen was onpeilbaar diep geworden en het duurt wel even voor iemand dan een frisse duik durft te nemen.

  1. Het wordt Leterme niet gegund

Niemand in België heeft ooit meer voorkeurstemmen gehaald dan oud-premier Leo Tindemans in de jaren zeventig, niemand heeft daarna minder met die politieke macht kunnen doen. De verkiezingsuitslag van 10 juni maakte Yves Leterme, leider van de Vlaamse christen-democratische cd&v, tweede op dat historische poppolllijstje. Al is een historische parallel met Tindemans niet noodzakelijk, er speelt wel hetzelfde mechanisme. Hoe succesvoller een politicus in België, hoe minder men hem gunt. ‘Dat hij het nu maar eens bewijst met goed bestuur’, ‘laat hem maar eens op zijn bek gaan’, ‘doorprik de mythe-Leterme’. Het zijn niet de meest nobele, maar wel zeer menselijke sentimenten die de dynamiek van de onderhandelingen lamleggen.

  1. Vlaamse beloftes, Waalse ergernis

Yves Leterme heeft zijn overwinning mede te danken aan een zeer principieel Vlaams programma. Daarin stond ook de belofte om samen met andere Vlaamse partijen het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde op te splitsen en van Halle en Vilvoorde Vlaamse kiesdistricten te maken. Maar daar maak je aan Waalse kant geen vrienden mee, en de Vlamingen zullen met Walen aan een federale onderhandelingstafel een coalitie moeten smeden. Het is een simpele wet van de bewegingsleer: van hoe verder je vertrekt, hoe meer tijd je nodig hebt om naar het midden te komen.

  1. Schelden doet pijn

Het vergt totaal andere kwaliteiten om een populair politicus te worden, dan om er een te zijn. De winnende Vlaamse partijen maakten gebruik van enkele geslaagde mediastunts die in Vlaanderen op goedkeurend geknik tot gejuich werden onthaald. Met namaakgeld naar de scheepslift van Strépy, hét symbool van Waalse geldverspilling, de vaststelling dat Walen blijkbaar intellectueel in de onmogelijkheid verkeren om Nederlands te leren. Lachen, gieren, brullen en Vlaamse stemmen incasseren. Maar de andere kant werd redelijk diep in de ziel getroffen. Ook emotioneel, en men wil in de politiek wel eens vergeten dat emotie een van de meest krachtige want irrationele elementen in een relatie kan zijn.

  1. De kleintjes spelen mee

Zowel de Waalse als de Vlaamse liberalen hebben electorale doping gebruikt. Door een kartel aan te gaan met radicalere rechtse partijen, respectievelijk fdf en n-va, hebben ze hun electorale aandeel kunstmatig kunnen opvijzelen. Maar nu moeten ze ook rekening houden met hun verzuchtingen. Dat is geen gemakkelijke oefening: n-va-leider Bart De Wever droomt stilletjes van een onafhankelijk Vlaanderen, terwijl van fdf-leider Olivier Maingain de stadsgrenzen van Brussel tot ergens in de buurt van Antwerpen mogen lopen. Dat gaat lastig samen.

Maingain is de populairste politicus van Brussel vanwege zijn onverzettelijke opstelling jegens de Vlamingen. De Wever weet dat elke toegeving onmiddellijk afgestraft zal worden door de masochistische Vlaamse beweging, die verkikkerd is op nederlagen en gezichtsverlies. Bovendien zou De Wever daarmee de prille electorale levensvatbaarheid van zijn n-va in gevaar brengen: Vlaams Belang en Lijst Dedecker zijn concurrenten op de radicale Vlaamse rechterzijde, en zij zouden ieder begin van een compromis genadeloos afschilderen als landverraad. De Vlaamse en Waalse liberalen moeten dus een compromis bereiken, terwijl de electorale toekomst van hun kartelpartners afhangt van het niet bereiken van zo’n compromis.

  1. De stembus wacht alweer

Het ritme van de politieke geschiedenis verloopt volgens vaste kalenders, waarvan die van de verkiezingen de belangrijkste is. Dat permanente overlevingsgevecht voor de eigen carrière, uniek kenmerk van het politieke beroep, is in frequentie nog verhoogd sinds bij een vorige staatshervorming federale en regionale verkiezingen gescheiden werden. De volgende afspraak met de kiezer is al in 2009. Een wetmatigheid in de Belgische politiek is dat het jaar voor verkiezingen in het teken van de campagne staat, waardoor er minder ruimte voor beleid overblijft. Dat maakt dat de nieuwe coalitie, als ze er al komt, hooguit één nuttig jaar heeft. Wie durft dan het risico aan om water bij de wijn te doen?

In het zuiden staan de Waalse socialisten gretig klaar om de oppositietrom te roeren, in het noorden zijn dat Vlaams Belang en Lijst Dedecker. Het is dan evident dat de winnaars van de afgelopen verkiezingen niet uit de loopgraven willen komen om naar een compromis toe te werken. De suggestie om Verhofstadt de lopende zaken te laten beredderen tot in 2009, om er na de volgende verkiezingen pas echt werk van te maken, is natuurlijk surrealistisch, maar de gedachte heeft al wel menig bij de koning ontboden onderhandelaar bekropen.

  1. Vlaanderen en Wallonië: twee werelden

Yves Leterme heeft gekozen voor geheim overleg in het Brusselse Kasteel Hertoginnedal. Het enige resultaat lijkt te zijn dat de deelnemers eerst een oprijlaan moeten aflopen voor ze alles open en bloot aan de pers zeggen. Niets discretie, het overleg is lek als een vergiet. Dat duidt niet alleen op groot wantrouwen binnen de kasteelmuren, het geeft de pers ook dagelijks munitie om de onderhandelaars onder druk te zetten.

Bovendien is een nationaal persoverzicht maken stilaan onmogelijk: de kranten en zenders lijken wel te berichten over andere landen. Wat in Vlaanderen ‘het eeuwige non’ heet, wordt in Wallonië een bewijs van verzet en degelijkheid. Wat in Vlaanderen ‘halsstarrig negativisme tegen een logisch confederalisme’ heet, wordt in Wallonië een bewijs van ‘fermeté’ tegen de separatistische tendensen die zij aan de tafel vermoeden. Er wordt daarbij langs beide kanten van de taalgrens niet op een cliché of een karikatuur meer of minder gekeken. En de onderhandelaars kijken natuurlijk met argusogen toe hoe ze worden afgeschilderd voor hun eigen publieke opinie. Dat, in samenloop met punt zeven, zorgt voor niet al te veel beweging in de standpunten.

  1. Een onzeker en soms nijdig beestje

Guy Verhofstadt ging met regelmaat onder de lat door die hij voor zichzelf legde. Maar hij legde wel een lat: een visie en project dat hij met soms onuitstaanbaar enthousiasme en voluntarisme verdedigde. Hij beukte, sloeg en zalfde, charmeerde iedereen die langer dan tien minuten met hem in een kamer dorst te blijven. Hij deed dat ook met een zelfverzekerdheid, gestoeld op de wetenschap dat hij al zowat dertig jaar de onbetwiste numero uno van zijn partij was. Bij Leterme ligt dat anders: ondanks zijn stemmenaantal en de absolute macht die hij daaruit betrekt, voelt hij zijn leiderschap niet als vanzelfsprekend aan. Hij beschouwt zichzelf eerder als het resultaat van omstandigheden, de man die klaarstond toen de lift weer omhoogging. Hij heeft (nog) niet het natuurlijke gezag dat Verhofstadt uit iedere porie uitstraalde.

Die onzekerheid verklaart deels Letermes nijdigheid en soms rancuneuze gedrag. Hij is permanent op zoek naar vijanden en complotten. Die zijn er natuurlijk ook, maar een leider die zich daardoor laat afleiden, komt niet meer aan leiden toe. Het is een latente vorm van paranoia, die hoe dan ook overstraalt op anderen. Wanneer er geen geloof in een project en een visie wordt uitgestraald, zoals Verhofstadt dat deed met Paars (‘de eerste regering in vijftig jaar zonder christen-democraten!’) of met de actieve welvaartsstaat (‘het samenbrengen van het mooiste van het liberale en socialistische gedachtegoed!’), ontbreekt een ontstekingsmotor in de gesprekken. Zonder zo’n project, of het nu later ingevuld raakt of niet, verzandt men vlug in de kat uit de boom kijken, aftasten en verdedigingsvoetbal, en vooral in het vermijden van de zwartepiet.

  1. De helden zijn moe

Het klinkt niet populair, maar politiek is een hondenstiel. De onderhandelaars zijn sinds april onafgebroken en meer dan fulltime bezig. Met de campagne, de verkiezingen, de naweeën, de onderhandelingen. En zelfs een politiek lichaam heeft fysieke en mentale grenzen, zeker omdat de inzet telkens zo verdomd hoog is. Het gaat niet om het halen van een budgetje of een deadline, het gaat om het voortbestaan van je organisatie, om de macht, om de verwachting om te kunnen gaan met miljarden overheidsgeld, een samenleving te veranderen of minstens te laten bewegen, maar ook om brandende persoonlijke ambities. Wanneer Yves Leterme pure beginnersfouten begint te maken (de Marseillaise verwarren met het Belgisch volkslied, het uitlekken van onvoldragen formatienota’s, het zelfs niet in de hand houden van het vergaderritme), dan heeft dat meer dan waarschijnlijk met concentratieverlies door oververmoeidheid te maken. Tijd om te recupereren.

Yves Desmet is oud-hoofdredacteur van De Morgen