INTERVIEW MET SUSAN NEIMAN

‘De Verlichting heeft helden nodig’

Met haar boek Morele helderheid zoekt de filosoof Susan Neiman bewust de provocatie. Te lang heeft links volgens haar het terrein van de moraal overgelaten aan rechts. Het komt erop aan dat terrein te heroveren. En daarvoor zijn helden nodig. ‘Natuurlijk heb ik Barack Obama toegejuicht.’

BERLIJN – ‘Natuurlijk was ik erbij!’ Susan Neiman veert op, haar ogen glinsteren. ‘En ik heb hem toegejuicht, ik heb ‘Yes, We Can!’ geroepen, ik heb me gedragen op een manier die men in Europa niet verwacht van een vrouw van middelbare leeftijd. En al helemaal niet van een filosoof!’
Neiman was een van de ruim tweehonderdduizend mensen die op 24 juli in het centrum van Berlijn naar de toespraak van de Amerikaanse presidentskandidaat Barack Obama luisterden. Zij mocht en wilde niet ontbreken. De in Duitsland gevestigde Amerikaanse filosoof, directeur van het befaamde Einstein Forum in Potsdam, is een hartstochtelijk aanhanger van Obama. Deze maanden is ze vooral in Amerika te vinden. Niet om met wijsgerige distantie de verkiezingen te analyseren, maar om campagne voor Obama te voeren.
In de auteur van boeken over Immanuel Kant en over de filosofie van het kwaad schuilt een bevlogen politiek dier. Een uitgesproken links dier, dat zich de laatste twee nederlagen van de Democraten bij de presidentsverkiezingen persoonlijk heeft aangetrokken. Zojuist verscheen van haar Morele helderheid, waarin ze de oorzaak van die nederlagen benoemt. Volgens Neiman heeft het linkse kamp in Amerika het terrein van de moraal uit handen gegeven aan rechts: ‘Ik heb mijn boek opzettelijk Morele helderheid genoemd. Dat is een term die de mensen rond Bush vaak gebruiken. Maar ze gebruiken die term om propaganda te bedrijven, om sentimenten aan te spreken en om ronduit leugens te verspreiden.’
Neiman wil met Morele helderheid het terrein heroveren dat door Bush en zijn rechtse achterban de afgelopen acht jaar is bezet en vervuild: ‘Toen er in Irak ineens geen verboden wapens bleken te zijn, nam Bush zijn toevlucht tot morele principes. De oorlog werd gevoerd in naam van vrijheid en democratie. Daar had links geen antwoord op. Links had geen morele concepten. Als linkse intellectuelen over moraal praten, tekenen ze met hun handen aanhalingstekens in de lucht.’
Scare-quotes heten die gebaren: waarschuwingstekens die erop attenderen dat de spreker iets zegt waar hij niet in gelooft. Neiman heeft er een pesthekel aan: ‘Ik spreek binnenkort voor de Harvard Club in New York. In de aankondiging hadden ze verdorie moraal tussen aanhalingstekens geplaatst! Ik was ziedend. Ik let er altijd scherp op. Ik heb mijn uitgever verboden morele concepten van aanhalingstekens te voorzien. En dan dit!’ Haar stem schiet omhoog: ‘Het is een postmoderne ziekte!’

In Morele helderheid bepleit Neiman een herstel van de Verlichtingswaarden. Het gaat om waarden als geluk, rede, eerbied, hoop. ‘Ja, ook geluk’, betoogt ze. ‘Vóór de Verlichting dachten mensen niet dat er zoiets als een recht op geluk bestond. Wat je overkwam was hetzij noodlot, hetzij de straf of beloning van God. Maar met de Verlichting werd het nastreven van geluk een algemeen menselijk streven. Geluk werd een doel van het handelen en niet, zoals in veel religies, iets wat je van bovenaf ten deel valt.’
En wat doet ‘eerbied’ in dat rijtje? ‘Eerbied, ja, daar hebben sommigen zich aan gestoord omdat het zo religieus klinkt. Maar ik bedoel er iets mee dat wel degelijk deel van de Verlichting uitmaakt. Eerbied verwijst naar iets dat ons verstand te boven gaat, naar een emotie die mensen bij een mooi landschap hebben of bij de muziek van Bach. Het is een gevoel van dankbaarheid voor de gift van het leven, de gift van de schepping.’
Een van de redenen waarom het linkse kamp zich van de moraal heeft afgekeerd, betoogt Neiman in Morele helderheid, is dat het ten onrechte een tegenstelling ziet tussen de idealen van de Verlichting en de religieuze traditie: ‘Terwijl je juist ook in de Bijbel, overigens een prachtig literair werk, verhalen aantreft die die tegenstelling overbruggen.’ Neiman, zelf van joods-liberale huize, laat in haar boek aan de hand van voorbeelden zien dat de religieuze traditie zowel rationele als irrationele momenten kent.
Haar favoriete voorbeeld is Abraham: ‘Nee, niet de Abraham die bereid is om op bevel van God zijn zoon te offeren. Die is voer voor fundamentalistische christenen. Ik heb het over de Abraham die met God in dispuut gaat over de vernietiging van Sodom en Gomorra.’ In haar boek vertelt Neiman na hoe Abraham God stap voor stap tot compromissen beweegt. Abraham vraagt God: stel dat bij de vernietiging van beide steden vijftig onschuldige mensen omkomen, valt dat te rechtvaardigen? God krabbelt terug, Abraham onderhandelt verder. Stel dat er vijfenveertig onschuldige mensen omkomen? Veertig? Dertig? Uiteindelijk weet Abraham het aantal tot tien terug te brengen.
Wat Neiman aan dit voorbeeld zo pregnant vindt, is dat Abraham de Hoogste Wetgever erop wijst dat Hij op het punt staat de morele wet te breken die verbiedt dat onschuldige mensen worden geofferd voor een hoger geacht doel. Voor Neiman is Abraham daarmee een ‘Held van de Verlichting’. Neimans wijsgerige argumentatie in Morele helderheid mondt uit in de conclusie dat de Verlichting helden nodig heeft om te kunnen overtuigen, uitzonderlijke individuen die de morele waarden van de Verlichting belichamen.
‘Nee, geen tragische helden, geen helden zoals Achilles. Achilles is een romantische held, hij trekt fier ten strijde, is recht door zee, denkt niet te veel na, zeker niet over alledaagse dingen, hij offert zijn leven voor zijn principes. Odysseus is mijn Verlichtingsheld. Hij gebruikt zijn hoofd net zo goed als zijn lichaam. Hij denkt, tobt, sluit compromissen, maakt vergissingen, barst in huilen uit, hij is een held van vlees en bloed. En hij brengt het er levend van af, hij sterft niet voor zijn principes. Daarmee staat hij aan het begin van de moderniteit.’
Neimans keuze voor Odysseus als Verlichtingsheld heeft een speciale reden. Toen ze in de jaren tachtig in Berlijn studeerde, had iedereen de mond vol van Dialectiek van de Verlichting van Theodor W. Adorno en Max Horkheimer. ‘Je kon niet in een kroeg zitten of iemand begon er wel over. Dat intimideerde me. Ik heb het boek wel vijf keer gelezen om erachter te komen wat er zo fascinerend aan was.’
Dialectiek van de Verlichting bevat een uitgebreid hoofdstuk over Odysseus, waarin de schrijvers hem veroordelen juist omdat hij twijfelt, draait, dubbelzinnigheden niet uit de weg gaat, het op een akkoordje gooit. Voor hen was Odysseus daarmee het prototype van de moderne kapitalist, van de man zonder principes, zonder ziel en zonder geest. ‘Ineens drong tot me door wat die Berlijnse intellectuelen deelden met Adorno en Horkheimer: dat was een diepe Weltschmerz, een wanhopig verlangen naar de grootse tijden van het tragische heldendom.’

Morele helderheid besluit met vier portretten van Verlichtingshelden. Neiman vertelt het verhaal van een joodse hoogleraar Sanskriet die zijn succesvolle loopbaan opgaf om in Israël Palestijnen tegen de terreur van joodse kolonisten te beschermen. Ze vertelt het verhaal van haar nichtje, een gelouwerde journalist, die haar pen in de wilgen hing om in Afghanistan door Amerikanen verwoeste dorpen opnieuw op te bouwen. Ze laat een hoge adviseur van de Amerikaanse regering ten tijde van de oorlog in Vietnam uitleggen waarom hij zich tot de vredesbeweging bekeerde. En ze verhaalt over een burgerrechtenactivist die een algebraproject voor arme kinderen opzette in de overtuiging dat zelfstandig denken en redeneren de belangrijkste stap op weg naar emancipatie is.
Zijn dat niet (met uitzondering van de regeringsadviseur – zijn naam is Daniel Ellsberg, de man van de Pentagon Papers) gewoon voorbeelden van goed burgerschap? ‘Mmm, ze zijn wel iets meer dan goede burgers’, zegt Neiman. ‘Ze tonen uitzonderlijke moed, ze nemen risico’s, maar niet zo veel dat ze hun leven op het spel zetten, ze denken goed na over wat ze doen, hoe ze hun kans van slagen kunnen vergroten, welke compromissen ze moeten sluiten om succes te hebben. Die aspecten maken hen in mijn ogen tot Verlichtingshelden.’
Neimans Verlichtingshelden zijn zo Amerikaans als ze zelf is. Optimistisch, activistisch, rationalistisch en uitgerust met een heilig geloof in de kracht van het goede. Kent ze ook Europese voorbeelden van Verlichtingshelden? Een moeilijke vraag, vindt ze. Ze heeft veel mensen gevraagd wie voor hen Verlichtingshelden zijn. Alleen John Rawls, de befaamde filosoof bij wie ze op Kant promoveerde, gaf een gedecideerd antwoord: Abraham Lincoln, de Amerikaanse president die de slavernij afschafte. Maar een Europese Verlichtingsheld? Het liefst levend?
Na enig nadenken: ‘Ik ben tamelijk onder de indruk van Ayaan Hirsi Ali. Ja, ik weet dat ze door mensen als Ian Buruma een Verlichtingsfundamentalist is genoemd. Maar dat is links cynisme, dat gaat ervan uit dat als je ergens hartstochtelijk in gelooft, je een fundamentalist bent. Hoewel. Het stemt me best treurig dat Hirsi Ali in het rechtse kamp terecht is gekomen. Het American Enterprise Institute waar ze zich aan verbonden heeft, is een zeer conservatieve instelling. Dat bewijst opnieuw dat de ideeën van de Verlichting door rechts in beslag zijn genomen. Als Hirsi Ali een goed links alternatief had gehad, zou ze zeker niet naar rechts zijn afgegleden.’
Neiman begint over Sarah Palin, de Republikeinse kandidaat voor het vice-presidentschap. Die spreekt alleen maar in morele categorieën. ‘Waarom distantiëren linkse mensen zich steeds maar weer van de moraal?’ vraagt ze zich wanhopig af. ‘Palin heeft daar niet de minste moeite mee.’ Neiman wordt ineens onrustig. ‘Sorry’, zegt ze, ‘ik moet nu echt snel naar huis, ik moet mijn stuk tegen Sarah Palin nog afmaken.’
Het beeld is rond, de argumentatie afgesloten, het gesprek op het uitgangspunt teruggekeerd. Susan Neiman, een vrouw die in haar expressieve persoonlijkheid de schijnbaar onverenigbare kwaliteiten van politieke passie en filosofische afstandelijkheid verenigt, stond op 24 juli in Berlijn niet te juichen voor een man die toevallig de presidentskandidaat voor haar partij was. Ze juichte voor niemand meer of minder dan haar ultieme Held van de Verlichting. Zonder aanhalingstekens.

Susan Neiman, Morele helderheid: Goed en kwaad in de eenentwintigste eeuw. Vertaald door Rogier van Kappel, Ruud van de Plassche en Aleid Fokkema, Ambo, 472 blz., € 29,95. Eerder verscheen van Neiman bij Boom Het kwaad denken: Een andere geschiedenis van de filosofie