Interview met Sima Sneevliet

De verloren dochter

Sima Sneevliet geniet in China een welhaast koninklijke status. In Nederland vocht ze tot voor kort voor erkenning als wettig kind van de legendarische revolutionair en verzetsheld Henk Sneevliet.

In Zandvoort worden niet dagelijks cameraploegen van de Chinese televisie gesignaleerd. De afgelopen weken kwamen er twee achter elkaar. In beide gevallen bezocht men de badplaats om Sima Sneevliet te interviewen over haar vader Henk Sneevliet, de legendarische Nederlandse revolutionair die tachtig jaar geleden, in juli 1921, een cruciale rol speelde bij de oprichting van de Chinese Communistische Partij in Shanghai. In Nederland dreigt Sneevliet, die in 1942 door de Duitsers werd geëxecuteerd, bij de jongere generaties in de vergetelheid te raken, al wordt zijn dood wel elk jaar op 13 april herdacht bij het monument voor hem en zes andere gefusilleerde kameraden op de begraafplaats Westerveld.

In China geldt Sneevliet als een vader des vaderlands, hetgeen een buitengewone prestatie mag heten voor iemand die in Rotterdam het leven zag en opgroeide in een uiterst katholiek milieu in ’s-Hertogenbosch. Als speciale afgezant van Lenin zorgde Sneevliet er in precommunistisch China onder meer voor dat de lokale communisten zich tijdens de burgeroorlog schaarden achter de Kwo-min-tang van Soen Jat-sen. Daarmee werd het einde van het Chinese keizerrijk definitief bezegeld. Bovendien geldt Sneevliet als de ontdekker van de jonge student Mao Zedong. In China is Sneevliet beter bekend onder zijn schuilnaam Maring, die door de Chinezen wordt uitgesproken als «Maling», zo vertelt de 78-jarige Sima Sneevliet in het kleine appartement dat zij deelt met haar echtgenoot Theo van Veen, die weer de laatste overlevende is van de Groep Sneevliet uit de tijd van de bezetting.

Hoezeer haar vader in China nog wordt vereerd, ondervond Sima Sneevliet in 1995, toen zij samen met haar man op uitnodiging van het Centraal Comité van de Communistische Partij een rondreis maakte door het land, van Peking tot Shanghai en Kanton, in de voetsporen van haar vader. «Overal waar we kwamen, kregen we een vorstelijk onthaal», vertelt ze terwijl ze de foto’s van de reis laat zien. «De beste hotels, bijeenkomsten met leden van het Centraal Comité, een vip-behandeling op de vliegvelden. Een keer arriveerden we bijna te laat op het vliegveld. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik in een auto met zwaailichten naar het vliegtuig werd gebracht.»

In het Museum van de Revolutie in Kanton zag ze een schilderij van haar vader aan de zijde van Mao. «Daarop droeg hij een baard, wat helemaal niet kon, want die is mijn vader pas gaan dragen tijdens zijn onderduikperiode in Nederland in de oorlog. Dat beloofde men meteen recht te zetten.»

De reis naar China was voor Sima Sneevliet een soort bedevaart naar het gezamenlijke verleden van haar ouders. «Er wordt verondersteld dat ik geconcipieerd ben tijdens een reis van mijn ouders naar China met de Trans-Siberië Expres. Enige maanden voor de bevalling ging mijn moeder terug naar Rusland, terwijl mijn vader in China bleef. Ze hadden elkaar in 1921 in Moskou leren kennen. Mijn moeder, Sima Zolkovskaja, was een fanatieke communiste. Ze was joods en straatarm. Vanaf de dood van haar vader, toen ze acht jaar was, had ze keihard moeten werken in fabrieken. Tijdens de Russische burgeroorlog deed ze illegaal werk voor de bolsjewieken. Zo was ze betrokken bij de smokkel van Lenins broer Dimitri Oeljanov uit de Oekraïne, die toen in de handen was van de Wit-Russen. Ze leerde mijn vader kennen in het fameuze hotel Lux in Moskou, waar tal van buitenlandse communisten logeerden tijdens het Tweede Congres van de Communistische Internationale. Hij was daar als vertegenwoordiger van de PKI, de communistische partij van Indonesië die hij eerder had meehelpen oprichten.

Mijn vader was een rokkenjager. Hij was een man die alles in zijn leven met grote passie omarmde, dus ook de liefde. Mijn moeder zou zijn derde echtgenote worden. Ze trouwden in 1926, nadat hij zich had laten scheiden van zijn tweede vrouw. Maar ook deze nieuwe relatie was geen lang leven beschoren. Mijn moeder was driftig. Mijn vader noemde haar ‹mijn wilde steppenpaard›. In hun kamer in hotel Lux zagen de bezoekers heel wat borden en kopjes aan diggelen gaan. Nadat mijn moeder in 1924 met mij naar Nederland was gegaan — mijn vader was er toen al een tijdje — kwam het in 1928 tot een definitieve breuk. Volgens mijn moeder was de politiek de oorzaak van de scheiding. Ze geloofde heilig in Stalin, terwijl mijn vader, toen nog medestander van Trotski, juist met Stalin had gebroken, en ook met de Communistische Partij Holland (CPH), de latere CPN. Pas veel later hoorde ik dat bij de scheiding ook jaloezie een rol moet hebben gespeeld. Nadat mijn vader van een reis naar Berlijn was teruggekeerd, had mijn moeder lippenstift op zijn handdoek ontdekt. Ze was onstuimig genoeg om alleen al op grond daarvan met mijn vader te breken. Ze hertrouwde met Jef Swart, die lid was van de CPH en — naar veel later bleek — bovendien als geheim agent actief was bij Stalins GPOE. Zijn handel in kantoorartikelen aan de Warmoesstraat functioneerde jarenlang als dekmantel voor spionageactiviteiten. Uiteindelijk verloren de Russen kennelijk hun interesse. In ieder geval ging het bedrijf in 1933 failliet. Mijn stiefvader besloot toen zijn kans te wagen in het arbeidersparadijs. In 1934 gingen mijn moeder en ik ook terug naar Rusland. Ik was toen elf jaar. Het was de laatste keer dat ik mijn vader heb gezien.»

In haar boek Mijn jaren in stalinistisch Rusland (1994) beschrijft Sima Sneevliet hoe zwaar het afscheid haar vader moet zijn gevallen. «Hij was op kantoor aan de Overtoom met een typiste, die hij een artikel dicteerde, het eeuwige sigaretje tussen twee gele vingers gedrukt en heen en weer lopend in het nauwe kamertje dat van onder tot boven was volgepropt met boekenkasten, mappen en papieren. Toen moeder en ik binnenkwamen keek hij op, maar ging nog even door met dicteren. Toen nam hij ons mee naar een klein zijkamertje. Hij praatte weinig. Hij vroeg me of ik blij was dat ik naar Rusland ging.

‹Ja›, zei ik, ‹zo'n grote reis, ik ben heel benieuwd, moeder heeft me zo veel over Rusland verteld.›

Ik zou dus niet bij hem willen blijven? Ja, natuurlijk wilde ik dat, maar ik kon moeder toch niet alleen laten gaan?

‹Ik kom gauw weer terug›, beloofde ik zonder twijfel aan mijn eigen woorden. Ik wilde vader ook niet in de steek laten.

‹Gauw terug, dat zal wel niet gebeuren›, zei vader, die zijn tranen niet langer kon tegenhouden. ‹Beloof me dat je vaak zult schrijven.› De laatste omhelzing en de laatste kussen. ‹Toen ik je de naam van je moeder gaf, dacht ik: als ik één Sima kwijt ben, blijft de andere nog. Nu ben ik ze allebei kwijt.›»

Het leven van Henk Sneevliet was in de jaren dertig sowieso al een groot persoonlijk drama. In 1932 had zijn zoon Pim zelfmoord gepleegd, tweelingbroer Pam zou vijf jaar later hetzelfde doen. Beide jongens waren homoseksueel, hetgeen in de jaren dertig in Nederland in brede kring als een grote zonde gold. Daarnaast zag Sneevliet zijn vroegere medestrijders in Rusland een voor een naar de Goelag verdwijnen.

Het enige lichtpuntje in het leven van Sneevliet in die jaren was dat hij in 1933 was verkozen tot lid van de Tweede Kamer. Dat gebeurde terwijl hij in de gevangenis zat, veroordeeld tot vijf maanden cel vanwege zijn grote enthousiasme voor de muitende matrozen van het Nederlandse pantserschip De Zeven Provinciën. De beschuldiging luidde: «Opruiing in geschrifte tot plegen van ongehoorzaamheid.» Zijn gevangenschap maakte hem tot een martelaar, zodat Sneevliet met 48.000 voorkeurstemmen als enige kandidaat van de Revolutionaire Socialistische Partij in het parlement terecht zou komen. «Van de cel in de Kamer», stond er op een groot spandoek dat werd meegedragen toen hij in juli 1933 vrijkwam uit de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam en door een grote massa werd begroet. «Ik liep naast vader, hield zijn hand vast en was ontzettend trots», aldus Sima Sneevliet. «Kort daarna ging ik met hem mee op tournee door het land. Ik zat altijd op de eerste rij, maar verveelde me dood. Vergeefs trok ik gekke gezichten om zijn aandacht te trekken. Ik was nog geen tien jaar oud en van politiek had ik natuurlijk geen verstand.»

Haar vader had toen al een lange staat van dienst als fulltime revolutionair. Zelfs premier Colijn luisterde aandachtig als hij in de Kamer het woord nam. Sneevliet was een vaardig spreker. Historisch was zijn negen uur (!) durende speech voor een Javaanse rechtbank in 1917, nadat hij daar was aangeklaagd vanwege een artikel in een plaatselijk blad waarin de Indonesiërs werden opgeroepen het voorbeeld te volgen van de ontvlamde Russische revolutie.

Sneevliet, geboren in 1883, als zoon van een gevangenisbewaarder, was in 1912 op aanraden van Rosa Luxemburg naar Nederlands-Indië getrokken. In Nederland was hij in dienst geweest van de Nederlandse Spoorwegen, maar nadat hij zich als voorzitter van de net opgerichte vakbond van het spoorwegpersoneel had ingezet voor een grote staking was daar voor hem geen emplooi meer. Zodoende belandde hij in de kolonie, waar hij werkte als journalist en als secretaris van de Kamer van Koophandel. Tevens zette hij zich aan de oprichting van de PKI, de communistische partij van Indonesië. Hij maakte als redenaar en pamflettist onder meer grote indruk op de jonge Soekarno.

In 1918 kwam er een einde aan zijn bestaan in de kolonie. Gouverneur Van Limburg Stirum wees hem uit als persona non grata. Dit alles had de aandacht getrokken van Lenin en Trotski en zo kwam Sneevliet terecht in Petrograd en Moskou. Vanaf het balkon van het Winterpaleis sprak hij de menigte toe, terwijl zijn woorden werden vertaald door Trotski. Kort daarna begon zijn Chinese avontuur.

Sima Sneevliet: «Eenmaal terug in Rusland in 1934 kreeg ik al snel te verstaan dat er beter niet meer over mijn vader kon worden gesproken. Die werd door Stalin uiteindelijk gezien als een handlanger van Trotski, en dat alleen al volstond voor deportatie naar de Goelag. Gelukkig was mijn moeder zo verstandig mijn geboortebewijs te vervalsen. Daarop had ik opeens een Russische vader gekregen. Achteraf heeft dat waarschijnlijk ons leven gered. Mijn moeder had het als jodin al moeilijk genoeg in de Sovjet-Unie van Stalin. Maar gek genoeg is ze altijd aan Stalin trouw gebleven. Ze vond het vreselijk dat ze geen lid kon worden van de Communistische Partij in Rusland. Ze was namelijk al lid van de Nederlandse cph. Bovendien werd de Russische Communistische Partij na de moord op Kirov in 1934 voor lange tijd gesloten. Van mijn vader heb ik nooit meer iets gehoord. Hij heeft van mij nog twee brieven kunnen ontvangen, maar ik heb nooit een brief van hem gehad. En sinds 1935 kon er geen sprake meer zijn van correspondentie. Elk contact met het buitenland was verdacht. Een golf van arrestaties en schijnprocessen was op komst.»

In de Sovjet-Unie was haar pleegvader Jef Swart geen gelukkig leven beschoren. Ondanks — of misschien juist vanwege — zijn vroegere activiteiten voor de Russische geheime dienst viel hij in ongenade bij het Kremlin en uiteindelijk belandde hij in de Goelag. Hij overleed in 1942, hetzelfde jaar waarin Sima’s echte vader in Nederland werd geëxecuteerd door de Duitsers. Maar dat zou ze pas ver na de oorlog te weten komen.

Sima Sneevliet: «Pas toen Gorbatsjov aan de macht kwam, was het mogelijk om op zoek te gaan naar gegevens over wat er met mijn vader was gebeurd en te proberen een bezoek te brengen aan Nederland. Ik wilde mijn kinderen en kleinkinderen in contact brengen met hun Nederlandse achtergrond. In 1988 kwam ik met mijn dochter in Nederland terecht. Daar kwam ik in contact met mensen die mijn vader goed hadden gekend, zoals Sal Santen, die getrouwd was met mijn halfzus Bep, en Theo van Veen, mijn huidige echtgenoot. Het duurde daarna nog lang voordat de Nederlandse staat mij zou erkennen als kind van Henk Sneevliet. Dat gebeurde pas eind 1999, na een slepende procedure waarbij als bewijsmateriaal onder meer de correspondentie werd gebruikt tussen mijn vader en Henriëtte Roland Holst, die een hechte vriendschap hadden. Mijn vader zat altijd in de financiële problemen en werd dan geholpen door ‹tante Jet›. In hun bewaard gebleven brieven, die in 1995 werden gepubliceerd door het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, wordt af en toe over mij gesproken. Tevens diende bij de rechtbank als bewijsmateriaal het gedicht dat Henriëtte Roland Holst in 1942 schreef als in memoriam voor mijn vader. In dat gedicht komt een strofe over mij voor: ‹’t aanvallig kind, dat een Russin hem baarde,/ nam de donkre moeder mee terug/ Toen zij weerkeerde naar haar eigen aarde›.»

Met de huidige belangstelling vanuit China is Sima Sneevliet tevreden, omdat het haar band met haar overleden vader beves tigt. Of Henk Sneevliet zelf ingenomen zou zijn met het huidige China waagt ze te betwijfelen. «Hij was een echte revolutionair en wilde van geen compromis weten. De wereld waar hij voor vocht, is er nooit gekomen.»