De ‘vernedering’ van Cameron

Londen – Een glorieuze revolutie of een politieke tragedie? Het ‘nee’ van het Britse parlement tegen een militaire interventie in Syrië heeft voor twijfels gezorgd.

‘De oorlog heb ik dan wel niet kunnen voorkomen, maar ik heb wel bewerkstelligd dat het parlement erover kon stemmen.’ Deze tekst staat op de grafsteen van Robin Cook, de Britse minister van Buitenlandse Zaken die opstapte uit protest tegen de inval in Irak. Tien jaar later maakte het Lagerhuis van dit voorrecht gebruik om de regering van David Cameron terug te fluiten. Terwijl de bbc nieuwe beelden toonde van de fosforaanval op een school in Aleppo verwierpen de afgevaardigden de motie van de regering om in beginsel een militair optreden tegen Assad goed te keuren. Er klonk gejubel, met name bij Labour-Kamerleden die het spook van ‘Irak’ eindelijk hadden weten te verdrijven.

David Cameron reageerde beduusd. De premier bleek de gemoedstoestand van de volksvertegenwoordiging, waaronder een deel van zijn fractie, verkeerd te hebben ingeschat. Zijn belofte om een aparte stemming over een daadwerkelijk ingrijpen te houden bleek vergeefs te zijn geweest. Door deze misrekeningen is hij de eerste premier in 231 jaar die door het parlement is weerhouden van militaire acties. De Moeder der Parlementen had een einde gemaakt aan het presidentiële premierschap en en passant het buitenlandbeleid gedemocratiseerd.

Uiteraard stonden de Britse kranten vol over de ‘vernedering’ van Cameron, maar de stemming draaide al snel bij. De premier had niet alleen naïef maar ook ridderlijk gehandeld. Sinds het zien van de afschuwelijke beelden uit Syrië koesterde hij een instinctieve drang om ‘iets te doen’. Dat verlangen won het van de voorzichtigheid die inherent is aan zijn conservatisme. In plaats van gebruik te maken van het koninklijke prerogatief besloot hij de parlementaire weg te bewandelen en tweette hij Kamerleden terug van hun zomerreces. Anders dan Tony Blair tijdens het Irak-debat besloot Cameron open kaart te spelen. Geen opgesekste dossiers, deze keer.

Dat hij verloor kwam deels doordat oppositieleider Miliband zijn toegezegde steun op het laatste moment had ingetrokken. De Labour Partij en zo’n dertig rebelse Conservatieven – onder wie notoire eurosceptici – grepen het debat aan om de premier in verlegenheid te brengen. Echter, het is niet Cameron maar Miliband die nu in een lastige positie zit. Hij moet stilletjes hopen dat het Amerikaanse Congres ruim baan geeft aan Barack Obama om in te grijpen. Wanneer het Westen niets doet en Assad opnieuw oorlogsmisdaden begaat, zal Miliband worden herinnerd aan die historische donderdagavond in Westminster, waarop hij na zijn zege onder luid applaus de fractiekamer van Labour binnenwandelde.