De veroordeling van de Chinees-Indonesische gouverneur is ‘dirty politics’

Jakarta – Van top tot teen gekleed in rood en wit zwaait Sisca Rumondor met stiften en bordjes met teksten als ‘Kami cinta Indonesia yang damai’, we houden van een vreedzaam Indonesië. Achter haar wappert een Indonesische vlag waarop voorbijgangers hun naam en persoonlijke boodschappen krabbelen. Al dagen hopt de vijftigjarige Sisca zo van plek naar plek. Van de rechtbank waar de nu nog gouverneur van Jakarta, Basuki ‘Ahok’ Tjahaja Purnama, onlangs tot twee jaar gevangenis werd veroordeeld wegens blasfemie, naar de cel waar hij na het vonnis meteen naartoe werd gebracht, tot hier, voor het gebouw waar Ahoks vice-gouverneur nu in zijn plaats inwoners van de metropool ontvangt. Ze moet wel, zegt Sisca. ‘Iemand moet opkomen voor onze democratie.’

Het is een boodschap die in Indonesië nadreunt sinds het vonnis tegen de christelijke en etnisch Chinese Ahok werd uitgesproken. Op sociale media, in de commentaren van kranten, tijdens de wakes bij kaarslicht die tot in Papoea werden georganiseerd: op de rechtspraak kun je hier blijkbaar nog altijd niet vertrouwen. Hoe kan het anders dat de populaire gouverneur toch voor blasfemie is veroordeeld, terwijl het Openbaar Ministerie daar niet om vroeg? Als het aan de aanklagers lag, bleef het bij twee jaar voorwaardelijk. Geen cel. ‘Ahok is een slachtoffer’, zegt Sisca terwijl ze haar vlechten schikt voor een selfie. ‘Het slachtoffer van dirty politics.’

De rechters zelf houden vol dat het omstreden proces tegen Ahok niets met politiek te maken had: hij heeft een strafbaar feit gepleegd en daarmee klaar. Dat neemt niet weg dat met name Ahoks politieke tegenstanders – en die van zijn partijgenoot president Joko Widodo – profiteren van zijn vervolging. Dat drie van de vijf rechters de dag na het vonnis promotie maakten, wil ook niet helpen. ‘Was jij daar verbaasd over?’ Sonny Hastoyo trekt een grimas. Al een uur houdt de zeeman op een steenworp afstand van Sisca een bord omhoog. Bij elkaar geplakte zinnen roepen de politie en het leger op ‘iedereen te vernietigen die anti-Pancasila is’, de Indonesische staatsideologie. ‘Die radicalen gaan net zolang door tot we een islamitische staat zijn’, zegt Sonny, die zelf vanochtend nog in de kerk zat. Op politici rekent hij al lang niet meer, op rechters evenmin. ‘Die ruiken alleen maar macht.’