Go Midwest, Young Techy!

De verrijzenis van de rest

Nu Amerika’s kusten zelfs voor bemiddelde techies te duur en te druk zijn geworden, komt meer en meer het Midden-Westen in beeld. Een opleving van dit Trump stemmende heartland kan de politieke landkaart veranderen.

Cleveland, Ohio. Net als Columbus maakte de stad in de afgelopen jaren een bescheiden heropleving door © Alex Webb / Magnum / HH

Een Amerikaanse vriend mailde me onlangs over de verhuizing van het gezin van zijn zoon van Los Angeles in Californië naar Ann Arbor in Michigan. Beide in Californië opgegroeide ouders zijn professionals, de echtgenote is specialist in opleiding. Waarom zonnig Californië verruilen voor het Midden-Westen waar de winters onaangenaam koud zijn? Voor een regio vol boze blanke Trump-stemmers die hun leven alleen in negatieve termen kunnen omschrijven?

Het antwoord is dat het leven in Michigan in een aantal opzichten een stuk plezieriger is. De huizen in Californië zijn onbetaalbaar, de wegen volkomen dichtgeslibd, het dagelijks leven is duur, de mensen zijn gestrest. In Michigan kan dit gezin zich een mooier huis veroorloven, er is voldoende werk, de scholen zijn er minstens zo goed en de bewoners mogen Trump-kiezers zijn, ze zijn minder gespannen en vriendelijker dan in Californië.

Mijn vriend bevestigde een gevoel dat ik de laatste jaren steeds vaker kreeg in San Francisco, San Jose, LA en San Diego: Californië is vol en als je niet een duur betaalde baan hebt bij een techbedrijf is het leven er steeds moeilijker. Vorig jaar nam ik in Palo Alto, middelpunt van Silicon Valley, een verkeerde afslag en kwam terecht in East Palo Alto. Opeens maakten de grote huizen plaats voor parken met stacaravans, goedkoop ogende appartementen, straten vol pick-uptrucks, zelfs campers. Ineens waren de Tesla’s verdwenen. Het is niet dat East Palo Alto een slechte buurt is – het is simpelweg de enige wijk waar betaalbaar gewoond kan worden door het ondersteunend volk dat het leven van de grootverdieners in Silicon Valley mogelijk maakt. Denk aan bewakingspersoneel, schoonmakers, de barista’s in de zeer speciale koffiehuizen.

Apple kan in Cupertino een futuristisch hoofdkantoor neerzetten met ruimte voor twaalfduizend medewerkers, maar de meesten van hen hebben geen schijn van kans om in de buurt van hun werk te kunnen wonen. De grote techbedrijven laten bussen op en neer gaan naar San Francisco, waar techies de minder kapitaalkrachtige inwoners wegjagen. Voor de gewone werkers zit er vaak niets anders op dan meer dan een uur te forensen; ook in East Palo Alto is nu niets meer te huur. Sommige kleinere werkgevers – autodealers, restaurants, speciaalzaken – bieden woonruimte aan als deel van het contract, dat wil zeggen vijf of zes man in een huis. De werknemers gaan in het weekend naar hun gezin, soms een halve staat verderop.

Je hoort het in alle groeisteden aan de Westkust: de gemiddelde huur van een éénkamerappartement in San Francisco is opgelopen tot meer dan 3500 dollar per maand, kopen is niet weggelegd voor gewone mensen. Ga over de brug naar Noord-Californië, rijd een uur en je ervaart dat het leven ook daar onbetaalbaar is. Zelfs Oakland, lang een verlopen arbeidersstad, is nu overgenomen door de betere inkomens. Overal verzetten woningbezitters zich tegen elke vorm van meer geconcentreerd wonen. Not in my backyard ligt hun in de mond bestorven.

Californië is nu zo eindeloos opgerekt, met zijn 39 miljoen inwoners (in 1980 23 miljoen), dat er geen lol meer aan is. Ga noordwaarts, naar Seattle, waar Amazon en Microsoft hun hoofdkwartier hebben, en je hoort hetzelfde verhaal. Het is een kustfenomeen, want ook de oostkust is tegen zijn grenzen aan gelopen. Boston is booming en duur en druk, New York is een enclave voor welgestelden. Manhattan draait al decennia op ondersteunende werknemers die van heinde en ver moeten forensen. Washington DC is een olievlek van suburbs geworden.

Deze observaties ondersteunen mijn gevoel dat de toekomst van Amerika precies daar ligt waar we de afgelopen decennia de zaak in elkaar zagen donderen: het Midden-Westen, reikend tot aan de bovenkant van het Diepe Zuiden. Er klinken voor het eerst in decennia jubelverhalen over Detroit, dat zich lijkt te ontworstelen aan zijn status als schoolvoorbeeld van verval. Cleveland en Columbus maakten al eerder bescheiden heroplevingen door.

Er zijn ook harde bewijzen. Toen Amazon steden opriep om zich in de kijker te zetten voor een mogelijk tweede hoofdkwartier (een weinig subtiele poging om belastingvoordelen af te dwingen) stonden er op de lijst van twintig steden die overbleven ook aardig wat in het midden van Amerika. Columbus (Ohio) sprong eruit, en wat te denken van Indianapolis (Indiana)? Ook prominent: Chicago (Illinois), Pittsburgh (een stad in Pennsylvania die al dertig jaar geleden aan zijn ommekeer begon), Denver (Colorado) en Nashville (Tennessee). Het zou niemand verbazen als Amazon kiest voor de regio van Washington DC om goed te kunnen lobbyen, een activiteit die voor het bedrijf steeds belangrijker wordt (Jeff Bezos is ook eigenaar van The Washington Post). Maar het Midden-Westen werd bepaald niet genegeerd.

Wat het Midden-Westen te bieden heeft is ruimte, ondersteuning, infrastructuur en veel potentiële werknemers

Zeker, de smog in Los Angeles is verdwenen. Downtown is herboren. San Francisco’s slechtste buurten zijn nu trendy. Maar het is ook druk, duur en deprimerend. Zelfs mensen met hoge inkomens, die in Californië ook nog eens hoge belastingen betalen, zoeken naar een prettiger omgeving. Het weekblad U.S. News & World Report rangschikte begin 2018 de ‘beste staten’, gemeten aan zaken als gezondheidszorg, onderwijs, economie, infrastructuur, veiligheid en het moeilijk te specificeren ‘quality of life’. Bovenaan stond Iowa, maar Minnesota stond op twee, Nebraska op zeven en Colorado (niet Midwest maar toch westelijk) op tien. Wisconsin stond op elf. Nee, Illinois en Ohio springen er nog niet uit, met plaats 35 en 40. Spannender was dat groeistaten als Californië, op 31, en Texas, op 36, nog lager stonden. Deze twee staten hadden topcijfers voor de economische groei, maar bungelden onderin wat betreft levenskwaliteit: Californië zelfs op plaats 50, Texas op 46.

Een van de middelen voor het aantrekken van hoogwaardige industrie is een vorm van industriebeleid. Columbus, in Ohio, is daar goed in. Het heeft een plan: Columbus 2020. Columbus ging hard onderuit in de crisis van 2008, enkel gered door een zekere mate van diversiteit en het feit dat het de hoofdstad van Ohio is, wat gegarandeerde werkgelegenheid oplevert. Ze verhoogden nota bene de belastingen, wel met de voorwaarde dat het geld geïnvesteerd zou worden in public-private economic development partnerships die zich moesten concentreren op het cultiveren van human capital. Columbus gebruikt de middelen van Japan in de jaren zestig en zeventig en van China nu: het doordacht investeren en beschermen van groei-industrieën. Iedere grote stad in het Midden-Westen heeft nu zogenoemde start-up accelerators en incubators, gevestigd in oude, industriële gebouwen waarvan er meer dan genoeg aanwezig zijn. Precies het soort overheidsbeleid waar de Trump-Republikeinen zich tegen verzetten.

Wat het Midden-Westen te bieden heeft is ruimte, ondersteuning, infrastructuur en veel potentiële werknemers. Misschien hebben ze wat opleiding nodig, maar in de nieuwe groei-economie waarin automatisering de toon zet geldt dat overal. Er is een enorm reservoir van mensen, een stille reserve. De infrastructuur in de oude staten is qua dichtheid en omvang lang niet slecht. Er is onderhoud nodig maar dat geldt voor de hele VS. Aan de negatieve kant: de sociale problematiek, werkloosheid, verarming en triest makende opioïde-verslaving van miljoenen mensen. Zouden techies bereid zijn naar dit soort steden te verhuizen? Gezinnen met kinderen zoeken huizen, onderwijs en voorzieningen die aan de beide kusten steeds moeilijker zijn te vinden tegen een betaalbare prijs.

Het verhaal van de boze blanke kiezer dat in 2016 Trump opleverde, ging over mensen die hun mobiliteit kwijt waren. Ze zaten vast in huizen die ze niet konden verkopen en hadden niet de vaardigheden of het geld om naar de kusten te verhuizen, ze moesten wel blijven in de verpauperende suburbs van het Midden-Westen. Go West, Young Man, was een loze kreet geworden. Het interessante is dat Go Midwest, Young Techy nu wel eens de slogan zou kunnen worden. Veel net afgestudeerden aan Stanford University, waar ooit Silicon Valley begon, ‘doen’ een paar jaar de Valley, waarderen zo hun cv op en verhuizen dan naar een ander deel van het land. Volgens Redfin, een makelaarswebsite, zou goed de helft van de inwoners en liefst 58 procent van de millennials in de Bay Area, de regio van San Francisco, erover denken om te verhuizen.

Het is vooralsnog niet meer dan een gevoel, maar er is iets gaande. De Amerikaanse economie keert zich naar binnen en niet door het tijdelijke protectionisme van de man in het Witte Huis, maar omdat in het heartland de beste mogelijkheden liggen om de economie groeiende te houden. Het is een van de redenen dat J.D. Vance, auteur van de bestseller Hillbilly Elegy, en Steve Case, de man die ooit America Online opzette, een seed fund hebben opgezet, Revolution genaamd. De twee zoeken naar veelbelovende start-ups in het Midden-Westen om in te investeren. Op dit moment krijgt Ohio minder dan één procent van alle investeringen in venture capital en alle twaalf staten van het Midden-Westen samen minder dan tien procent, maar het aandeel groeit.

De onderneming van Vance en Case organiseert ook road trips in een kleurrijke bus die Rise of the Rest is genoemd. Sinds 2014 zijn er zes trips geweest die langs gingen in het westen van Pennsylvania, Michigan, Indiana, Ohio en Wisconsin. The New York Times schreef in maart over een door lokale politici georganiseerde Comeback Cities Tour, door een deelnemer omschreven als een ‘rust belt safari’. Het doel was kapitaalverstrekkers contact te laten leggen met veelbelovende start-ups. De titel van het verhaal was veelzeggend: Silicon Valley Is Over, Says Silicon Valley. De deelnemers waren gecharmeerd van met name de levenskwaliteit in de regio.

Ook de technologie verandert, dat wil zeggen: technologie transformeert gezondheidszorg, transport en productiebedrijven. Dat zijn ondernemingen die nog steeds in het Midden-Westen zitten. De banen voor laagopgeleide arbeiders die de auto- en staalindustrie ooit voortbracht komen niet terug. Wel zullen er nieuwe ondernemingen komen met nieuwe banen, een nieuwe economie waarin de technologie middel is en niet eindproduct. Bedrijven ontdekken dat ze voor de helft van de prijs (al is dat nog altijd ruim 100.000 dollar) een goede techy kunnen inhuren in het Midden-Westen.

Mocht deze ontwikkeling doorzetten, dan zal dat grote invloed hebben op de Amerikaanse politiek. De kuststaten zijn Democratisch, de staten in het Midden-Westen keerden zich sinds de jaren zestig af van de Democratische Partij en werden jachtterrein voor cultureel conservatieve Republikeinse politici. Daardoor werden oude Democratische bolwerken als Wisconsin, Michigan, Ohio en Illinois steeds meer Republikeins. Zie Donald Trumps overwinning in 2016.

Nu lijkt de demografische ontwikkeling een ommekeer te naderen. Stel dat maar een klein deel van de vier miljoen kiezers die Hillary Clinton meer haalde in Californië verhuist naar het Midden-Westen. Het zou de politieke landkaart fundamenteel veranderen. Na decennia waarin Amerika zich naar buiten keerde, naar de kusten en naar het zuiden, lijkt het zich nu naar binnen te keren. The Midwest will rise again.