De verstoten zusterstad

‘Een duurzame band van permanente solidariteit’ moest het worden. De stedenband tussen Amsterdam en het inmiddels niet meer zo vreselijk revolutionaire Managua

FEBRUARI 1990. Na tien jaar sandinistisch bewind worden de eerste min of meer democratische verkiezingen in de geschiedenis van Nicaragua gehouden. Op de luchthaven van Managua arriveren chartervluchten vol progressieve supporters van Daniel Ortega’s sandinistische experiment. De linkse westerlingen zijn na de val van de Muur hard toe aan een succesje. Alle opiniepeilingen wijzen erop dat de sandinisten een klinkende verkiezingszege gaan boeken.
Ook ver weg in Managua’s zusterstad Amsterdam gelooft men rotsvast in de overwinning. Op het kantoor van de Stedenband Amsterdam-Managua (SAM) verheugt men zich op het onvermijdelijk lijkende fiat van de Nicaraguaanse bevolking aan ‘hun’ sandinistische revolutie. De SAM ontstond in 1984 nadat het Nicaragua Komitee Nederland druk op de gemeente Amsterdam had uitgeoefend om 'een duurzame band van permanente solidariteit’ met Managua aan te gaan. Van Thijn en de zijnen lieten zich overhalen om de gemeentekas aan te spreken voor een maatschappij die op weg was naar bestaanszekerheid voor de armen, gratis gezondheidszorg en gratis onderwijs.
Hoewel het regime Ortega in 1990 nog vrijwel niks van deze prachtige idealen heeft gerealiseerd en het land economisch dood is, blijft de SAM in de revolutie geloven. En in de bereidheid van het volk om, hand in hand met de sandinisten, nog eens tien jaar krom te liggen voor een rechtvaardige samenleving waarin iedereen straatarm blijft. Als in de nacht van 25 op 26 februari 1990 langzaam duidelijk wordt dat het Nicaraguaanse volk daar geen trek in heeft, is de linkse gemeenschap wereldwijd met stomheid geslagen. Ook in Amsterdam is men allesbehalve opgetogen. Tot overmaat van ramp overtreft zusterstad Managua de landelijke ruk naar de centrum- coalitie van Violetta Chamorro. De extreem- rechtse Somoza-klant Arnoldo Aleman laat tijdens de parallel georganiseerde burgemeestersverkiezingen zijn sandinistische tegenkandidaat moeiteloos de hielen zien.
PETE BURGER, THANS coordinatrice van de SAM: 'Het was voor iedereen een enorme desillusie. We vroegen ons zelfs af: kunnen we nog wel politiek solidair zijn? Moeten we de stedenband in stand houden?’
Om te inspecteren of de nieuwgekozen machthebbers wel koosjer zijn, stapt een Amsterdamse delegatie daags na de verkiezingsdreun in het vliegtuig. Hoewel de nieuwe gemeenteautoriteiten wel oren hebben naar het continueren van het Amsterdamse ontwikkelingsinfuus, besluit de Commissie Ontwikkelingshulp Amsterdam dat de warme band van voorheen zakelijker moet worden. Managua is van het Amsterdamse troetelkindje dat zijn zakgeld naar believen mag spenderen, veranderd in een onbetrouwbaar neefje dat permanent onder curatele staat.
Voortaan wordt het infuus nauwkeurig toegediend via twee gescheiden kanalen. De SAM verlaat samen met de sandinisten de overheidskantoren en beperkt haar steun tot non-gouvernementele (lees: sandinistische) maatschappelijke organisaties. En de gemeente houdt een symbolisch lijntje naar het stadhuis van Managua open. Van tijd tot tijd verlenen Amsterdamse ambtenaren assistentie bij het aanschroeven van de waterleiding, het in elkaar timmeren van een bushokje of het ophalen van het huisvuil. Burger: 'De gemeente Managua wordt alleen nog technisch ondersteund. En alleen voor projecten die de hele bevolking ten goede komen.’
De zuinige benadering wordt volgens SAM-coordinatrice Pete Burger gerechtvaardigd door het twijfelachtige allooi van het burgemeesterschap van Aleman. Wat heeft deze op zijn kerfstok? Burger: 'Harde bewijzen zijn er niet, wel vermoedens. Aleman zou in de gemeentekas graaien om zijn toekomstige campagne voor het presidentschap te financieren. Hij is daarvoor aangeklaagd door gemeenteraadsleden, maar hij heeft zoveel macht dat hij niet eens in de rechtszaal is verschenen.’
Van welke partij waren de aanklagers? Burger (zuchtend): 'Oke, het waren sandinisten. En dat is tekenend voor de huidige situatie: vier jaar na de burgeroorlog zijn de politieke verhoudingen nog zo gepolariseerd dat de twee kampen geen enkele boodschap hebben aan elkaar. Alles wat de sandinisten doen of zeggen, bekijken de autoriteiten met gigantisch wantrouwen.’
En andersom? Burger: 'Ook. De polarisatie maakt elke ontwikkeling onmogelijk. Zelfs op wijkniveau werkt men elkaar tegen.’
VIJFTIEN JAAR na de revolutie en vier jaar na de verkiezingen drijft Nicaragua onbestuurbaar naar het absolute failliet. Het land heeft de grootste staatsschuld per hoofd van de bevolking ter wereld en wordt geteisterd door een werkloosheid van zestig procent. De voorheen zo solidaire creditcard-progressieven hebben het mislukte experiment de rug toegekeerd. Het Nicaragua Komitee Nederland is leeggelopen. En geen Ikon-ploeg, VPRO-reporter of parlementarier stuurt nog ansichtkaarten uit het land van de modelrevolutie.
Is het nog wel leuk om bezig te zijn met dit tragische land? Tussen het crisismeubilair van het SAM-kantoor aan de Nieuwe Herengracht hoopt Burger op betere tijden: 'Vroeger of later moet er een einde komen aan de polarisatie. Op een geven moment moeten de mensen er zelf toch ook genoeg van krijgen. Tot die tijd moeten we geduld hebben.’
De grote revolutionaire doelstellingen van 'een volk dat zijn land in eigen hand neemt’ zijn wat betreft het SAM gereduceerd tot twee wijkprojecten, een woningverbeteringsproject en een herbebossingsproject: 'Door het planten van bomen wordt voorkomen dat de vuilnisbelt zich uitbreidt tot aan de woonwijk.’
Ondertussen zit Amsterdam er maar mee. Terwijl de inwoners van minder pretentieuze steden gezellig fonduen, volksdansen en wijnproeven in hun partnergemeenten te Zwitserland, Duitsland of Frankrijk, moet de Amsterdammer zich behelpen met Nicaraguaanse solidariteitskoffie en af en toe wat Nicaraguaanse kunst op een door de SAM gefinancierde expositie. Uit een recent onderzoek blijkt dan ook dat de Amsterdammer niet erg warm loopt voor de zusterstad: slechts 19 van de 411 ondervraagden waren bekend met de stedenband. Als alternatief voor het zieltogende Managua werd veelvuldig Rio de Janeiro of Paramaribo genoemd.
Als we afscheid nemen van Pete Burger deponeert ze snel nog een verzoek: 'Zouden jullie in het artikel kunnen opnemen dat we veel vrijwilligers kunnen gebruiken?’ Bij deze.