Het hoofd van een standbeeld van Vrouwe Justitia na de antidemocratische rellen in het gebouw van het Hooggerechtshof in Brasilia, Brazilië, 10 januari © Amanda Perobelli / Reuters

Witte wolkjes drijven door de helblauwe hemel waartegen het futuristische regeringspaleis afsteekt. Het gejuich rolt aan als een golf. ‘Lulaaa!’ Daar komt de kersverse president van Brazilië. Met zijn teddybeer-grijns in de open Rolls Royce naast zijn nieuwe vrouw Janja, die de hele inwijdingsceremonie heeft georganiseerd. Ze deden het gewoon. Tegen het dringende advies van de veiligheidsstaf stapten ze in de open oldtimer. ‘Zonder volk ben ik geen Lula’, bromde de oprichter van de Braziliaanse Arbeiderspartij (PT) die tussen 2003 en 2011 al twee keer president was.

In deze modernistische hoofdstad is elk plein, elke straat oversized. Toch is op televisie goed te zien hoe een rode mensenzee het grasveld met de afmeting van een golfcomplex voor het paleis vult. Verdwenen zijn de aanhangers van president Jair Bolsonaro in hun ‘patriottische’ geel-groene shirts. Weg is ook de extreem-rechtse Bolsonaro zelf. Twee dagen voor het officiële einde van zijn termijn vloog hij in het presidentiële vliegtuig naar Orlando, Florida, waar hij zich in de villa van een kooivechter verschanste. Een verrassende wending: ‘Ik verlaat het presidentiële paleis alleen dood’, hield hij zijn aanhangers onvermoeibaar voor. ‘Als ze komen om me te arresteren, dan schiet ik.’ Nu is hij vanwege de talloze justitiële onderzoeken tegen hem toch maar naar Disneyworld gevlucht.

Janja zag het aankomen. Bolsonaro zou op deze eerste januari nooit de presidentiële sjerp aan die ‘verdomde communistische bajesklant’ Lula overdragen. Na zijn nipte verkiezingsnederlaag op 30 oktober sloot de voormalige legerkapitein zichzelf op in zijn presidentiële paleis. Hij balanceerde tussen razernij en depressie, hield volledig op met regeren. Ook met praten en twitteren. ‘Het was zo moeilijk om twee maanden te zwijgen terwijl ik alternatieven zocht’, verklaarde hij op 30 december, vlak voordat hij de benen nam. Bolsonaro gaf dus openlijk toe dat hij aan het samenzweren was. Welk grondwettelijk toegestaan ‘alternatief’ is er anders voor een president die democratische verkiezingen heeft verloren? Ook al is het met een nipte 49,1 procent.

Wat gaat er gebeuren? Vermoordt een scherpschutter Lula en Janja in de open auto? Gaan er bommen af op het moment dat Lula straks gehuldigd wordt? Of zal het leger toch nog een staatsgreep plegen? Iets waar Bolsonaro-aanhangers in tentenkampen voor de kazernes nu al twee maanden om smeken.

Lachend stappen Lula en Janja uit de Rolls. Als een kordate kabouter loopt Lula tussen de opgepoetste troepen die hij als nieuwe legerleider moet inspecteren. Troepen van ‘mijn leger’, zoals Bolsonaro keer op keer zei. Een leger dat vier jaar lang door hem werd opgezet tegen het parlement en het Hooggerechtshof. Hetzelfde leger dat al eerder dreigde met een staatsgreep als rechters Lula niet in de gevangenis zouden gooien. Bijna twee jaar zat de voormalige metaalarbeider vast voordat hij door het Hooggerechtshof van alles werd vrijgesproken. Lang genoeg om hem uit de race tegen Bolsonaro in 2018 te halen. Wel op tijd om daar, een paar jaar na de dood van zijn vrouw, smoorverliefd te worden op de feminist Janja Silva.

Daar huppelt de straathond met de naam ‘Verzet’. Kwispelend springt hij tegen Lula en Janja op. Dan verschijnt, imposant, de negentigjarige inheemse stamleider Raoni. Daarna een metaalarbeider, een kokkin, een zwart kind, een leraar, een gehandicaptenactivist. Zo heeft Janja het dus gepland. Samen met Verzet wandelt iedereen de loopbrug op naar de plek van de ceremonie. Ten slotte is het een zwarte vuilscheidster die Lula de sjerp omhangt. ‘Het volk heeft hem ingehuldigd!’ Tranen, applaus, gezang. De tropenzon brandt. De brandweer spuit water ter verkoeling. Een dansende rode massa. Met de laatste wolkjes aan de hemel verdwijnt de angst.

‘Het grote gebouw van de rechtsstaat dat werd opgetrokken toen we in 1988 de democratische grondwet maakten, is systematisch afgebroken en kapotgeslagen’, begint Lula zijn inwijdingstoespraak. De ‘vervloekte erfenis’ van vier jaar Bolsonaro is er een van ‘verschroeide aarde’, zegt Lula met zijn diepe, rauwe stem. ‘In de Amazone is er onder één president nog nooit zo veel oerwoud vernietigd als nu.’ Een gebied groter dan Nederland is omgekapt en platgebrand. ‘Ze stonden erbij en keken ernaar, met gekruiste armen.’ Zijn voorganger heeft de boswachters, de inheemse bescherming en alle andere controleorganen ontmanteld. ‘Bewust. Om de krachten van de vernietiging vrij baan te geven.’

Lula herinnert zich hoe hij precies twintig jaar geleden hier, op dezelfde plek, vertelde dat zijn missie volbracht was als aan het eind van zijn termijn ‘geen kind meer met honger naar bed zou gaan’. Dat lukte. ‘Om nu weer dezelfde boodschap te moeten herhalen is het meest wrede, het meest perverse symptoom van de vernietiging. Een land dat er nog erger aan toe is dan twintig jaar geleden. Een land waarin 33 miljoen mensen honger lijden, meer dan dertig procent in armoede leeft. Allemaal mensen die een overheid nodig hebben, simpelweg om te overleven!’

‘Voor jóú was ik gestorven. Voor jóú heb ik hier zestig dagen in de zon en de regen gestaan’

Lula beschrijft de nieuwe dagelijksheid van werklozen met bordjes met de tekst ‘help mij’ bij de stoplichten. Daklozen. Bedelende kinderen. ‘De vernedering…’ De man die het van schoenpoetser via metaalarbeider tot president schopte, stokt. Een paar keer schraapt hij zijn keel, maar hij verliest het tegen de tranen. ‘Aan de ene kant rijen voor de slachthuizen om een bot of wat ingewanden’, hervat hij. Zijn stem nog heser. ‘Aan de andere kant rijen om een helikopter of een jacht te kopen. Zo veel ongelijkheid kán en mág er niet zijn! We gaan de armen uit de rij van de botten halen en opnemen in de begroting. We moeten het beter doen dan we het ooit gedaan hebben!’

Het verschil met het eenzelvige geblaf van Bolsonaro kan nauwelijks groter. Voor hem waren de armen ‘lui vee’. Vrouwen waren ‘te lelijk om te verkrachten’. Inheemse mensen wilde hij ‘gekookt eten’. Zwarte mensen in de sloppenwijken zijn ‘tuig’ dat je ‘elimineert’ door ‘op de hoofdjes te mikken’. Alleen al de afwezigheid van Bolsonaro en zijn lugubere volgelingen geeft blijdschap en hoop.

Lula vertelt over de plannen die zijn overgangsploeg heeft uitgewerkt. Voor het eerst in de geschiedenis komt er een ministerie van Inheemse Volkeren. Het wordt geleid door een inheemse activiste. Haar eerste daad wordt het afvoeren van de tienduizenden criminele goudzoekers die onder Bolsonaro illegaal de inheemse reservaten zijn binnengedrongen. De zus van het in 2018 vermoorde feministische zwarte raadslid Marielle Franco wordt minister van Rassengelijkheid. Een activiste tegen geweld tegen vrouwen wordt minister van Vrouwenzaken. Een zwarte advocaat minister van Mensenrechten. Deze hele waaier komt in de plaats van de doorgedraaide christenvrouw die onder Bolsonaro de bescherming van mensenrechten sloopte ‘op een manier waar de gevaarlijkste tbs-patiënt niet tegenop kan’, zoals de nette Folha de S. Paulo het onlangs omschreef.

In het eindrapport van de overgangsploeg wordt de ramp van de ‘bewuste strategie van verwoesting van het openbaar bestuur’ beschreven. Budgetten voor bijvoorbeeld blijf-van-m’n-lijf-huizen en hulptelefoons zijn met 96 procent gekort. Door de nieuwe wapenwetten van Bolsonaro zijn er drie miljoen wapens, waaronder machinegeweren, in handen van burgers gekomen. Meer dan 95 procent daarvan is man. Nog nooit vonden er zo veel vrouwenmoorden plaats.

De haat van Bolsonaro tegen de wetenschap vertaalde zich in de sabotage van de aankoop van vaccins en valse voorlichting, met als gevolg meer dan 650.000 coronadoden. Ook honderdduizenden studiebeurzen werden niet uitbetaald, quota voor zwarte studenten niet gecontroleerd en de financiering van universiteiten stopgezet. ‘Om een hamburger op straat te bakken of het riool uit te scheppen heb je geen diploma nodig’, was de visie van Bolsonaro. Het lager onderwijs werd afgebroken met ‘strijd tegen cultureel marxisme’ als argument. Het gevolg is dat kinderen nu analfabeet van school komen. Schoolboeken zijn niet gedrukt. Het budget voor schoolmaaltijden, als belangrijk instrument van hongerbestrijding, is teruggeschroefd tot 46 eurocent per maaltijd per kind. Voedselbanken en gaarkeukens zijn opgeheven en de voedselvoorraden om de prijs in bedwang te houden zijn ontmanteld. Zo gaat het maar verder. Bladzijde na bladzijde. De overgangsploeg spreekt over een ‘black-out van de staat’: ‘De openbare diensten staan op instorten. Dit is de perverse nalatenschap waarop we moeten herbouwen.’

Als één groot wild lichaam golven ze over het plein en de loopbruggen die toegang geven tot het hart van de democratie. Precies een week na de toespraak van Lula doet deze horde nu letterlijk wat hij toen als Bolsonaro’s ‘vervloekte erfenis’ beschreef: zijn aanhangers bestormen en bezetten de drie gebouwen waaruit de rechtsstaat is opgetrokken en slaan ze ‘systematisch kapot’. Met stokken, ijzeren staven en dranghekken worden de ruiten en de inboedel van het congres stukgeslagen. Een pijler van de democratie die jarenlang stijfgescholden werd door Bolsonaro, omdat ze hem soms een stok in de wielen staken.

Van het regeringspaleis ernaast hoefden de ruiten niet ingeslagen te worden, omdat militairen van de paleiswacht netjes de deur voor ze openden. Binnen liet de meute zijn razernij los op het mollen van openbare kunstwerken, het kapotsmijten van computers en het slopen van het kabinet van Janja. Dat van Lula lieten ze met rust, want wie weet komt de ‘Messias’ weer. Bij zijn vertrek naar Orlando gaf Bolsonaro zijn aanhangers alvast het goede voorbeeld. Hij liet het presidentiële paleis als een proleet achter in een uitgewoonde zwijnenstal. Kapotte meubels, uitgerukte kastdeuren, leeggeroofde kamers en verdwenen kunst.

Lula: ‘Hoe kan ik iemand bij de deur van mijn kantoor hebben staan die mij wil doodschieten?’

De derde pijler, het Hooggerechtshof, werd door de horde het zwaarst verminkt. Hieronder valt ook het electoraal hof. Jarenlang wakkerde Bolsonaro de haat tegen de constitutionele rechters aan. ‘Imbecielen’ en ‘idioten’ waren het. ‘Als ik verlies is dat omdat zíj met het resultaat gefraudeerd hebben.’ ‘Het volk is het hoogste gerechtshof’, was dan ook een van de leuzen in de extreem-rechtse kampementen. Het is vanuit deze kampen dat de bestorming plaatsvond.

In het land ging alle aandacht uit naar de titanenklus voor Lula om een nieuwe regering te bouwen. Want ach, in die kampen zat slechts een handvol ‘wappies’. Intussen gingen de kampbewoners al meer dan twee maanden door een emotionele achtbaan. Ze hadden hun natje en hun droogje. Uitgebreide barbecues, tenten en transportkosten. Alles gefinancierd door bolsonaristische ondernemers. Journalisten werden er met geweld geweerd. Maar uit hun eigen sociale media valt heel wat af te leiden.

Eerst de frustratie dat Bolsonaro blijft zwijgen. ‘Mythe, waar ben je nou?’ gilt een vrouw. ‘Ik smeek je, geef ons leiding.’ Dan de toenemende woede dat het leger geen staatsgreep pleegt. ‘Lafbekken, landverraders! Jullie kiezen voor een communistische gangster!’ Een soldaat verbrandt zijn legeruniform. ‘Ik schaam me dat ik militair ben.’ Een andere groep stuurt met telefoontjes alarmsignalen naar de hemel, in de hoop dat ET’s dan maar de coup komen plegen.

Dan, op 30 december, vlucht Bolsonaro het land uit. Voor velen verdwijnt de laatste hoop. ‘Dit doet zo’n ze-he-heer. Ik kan het niet gelo-ho-ven’, huilt een man op zijn knieën met zijn Braziliaanse vlag als zakdoek. ‘Verráád’, brult een ander. ‘Voor jóú was ik gestorven. Voor jóú heb ik hier zestig dagen in de zon en de regen gestaan. Waardeloos stuk stront!’

Niemand in het land had enig idee dat de vernielzucht van vierduizend van dit soort types werkelijk het einde van de democratie had kunnen betekenen. Na de overdracht van de sjerp liepen de kampen langzaam leeg.

Maar intussen krijgt het complot vorm. Rechtse media roepen op tot een grote demonstratie voor het aanstaande weekend in de hoofdstad: ‘Het feest van Selma’, in codetaal. Rechtse ondernemers huren bussen waarmee ze duizenden mensen naar het kampement in de hoofdstad Brasilia brengen. Tegelijkertijd schaalt de militaire leiding voor dat weekend de paleiswacht af. De bolsonaristische gouverneur van Brasilia doet hetzelfde met de politie. Als veiligheidschef van de stad heeft hij de trouwe ex-minister van Justitie van Bolsonaro benoemd. ‘Toevallig’ gaat zijn volgeling datzelfde weekend ‘op vakantie’ in precies dezelfde stad waar Bolsonaro zit. Later wordt in het huis van de ex-minister een illegaal wetsdecreet gevonden waarin de verkiezingen ongeldig worden verklaard en het leger zal beslissen wie tot president wordt uitgeroepen – lees Bolsonaro.

Zondagmiddag 8 januari om twee uur vertrekt vanuit het kampement een karavaan van vierduizend mensen die zeggen te gaan ‘terugpakken wat altijd al van ons was’. De gouverneur geeft toestemming voor deze ‘vreedzame demonstratie’ naar het hart van de democratie. Hij laat coupplegers zelfs escorteren. Ook al was hij die ochtend door de geheime dienst op de hoogte gebracht van wat er stond te gebeuren. Dezelfde geheime dienst die het ook niet nodig vond om Lula en zijn ministers te waarschuwen, ‘omdat de openbare orde in de stad onder de gouverneur valt’.

‘Om een hamburger op straat te bakken of het riool uit te scheppen heb je geen diploma nodig’

Met bijna geen politie en militaire paleiswacht is het niet moeilijk de barrières omver te werpen en de stormloop op de drie machten in te zetten. Twintig minuten later wordt Lula gewaarschuwd door zijn minister van Justitie Flávio Dino. Wanhopig ziet deze door zijn raam hoe de meute niet wordt tegengehouden door de ordetroepen. Ze helpen de bezetters zelfs en wijzen de weg. Lula bezoekt op dat moment een overstroomd dorp honderden kilometer verderop. ‘Is de staatsgreep al een feit?’ vraagt Lula aan zijn minister. ‘Technisch gezien wel’, antwoordt Dino. ‘Alle drie de paleizen zijn bezet.’

Uiteindelijk was het aan de koelbloedigheid van de oude vakbondsleider te danken dat de samenzwering mislukte, en alleen uitmondde in nog meer verwoesting. ‘Ze pushten me om de staat van beleg af te kondigen om de situatie onder controle te krijgen’, legde Lula afgelopen donderdag uit aan journalisten. ‘Maar daar paste ik voor. Zeker om een of andere generaal het van mij over te laten nemen! Dat zou pas echt een staatsgreep zijn.’

In het gemeentehuis van het dorp stelt Lula een document op. Hij ondertekent het, neemt er een foto van en stuurt het via WhatsApp naar Dino. Het is het decreet dat de legertroepen en de politie van Brasilia onder bevel van een burgerlijke federale bevelvoerder plaatst, aangewezen door Lula.

Onder zijn toeziend oog ontruimen de troepen die avond de drie paleizen, ook al proberen militairen dat tegen te houden. Ze arresteren de bezetters. De volgende dag ontmantelen ze ook de kampementen en brengen ze de bezetters met hun eigen bussen naar de gevangenis. Het Hooggerechtshof zet de gouverneur af en gelast de arrestatie van de veiligheidschef en de politiechef van Brasilia.

‘Als het stof in de paleizen wat is neergedaald, licht ik alles en iedereen door’, zegt Lula. ‘Hoe kan ik iemand bij de deur van mijn kantoor hebben staan die mij wil doodschieten?’

En dit is nu precies de tweede vloek van Bolsonaro. De erfenis van veiligheidsdiensten, politiekorpsen en een leger waarin de meesten nog steeds de coupfantasieën koesteren van hun oude baas. Bolsonaro zelf heeft door zijn vlucht waarschijnlijk afgedaan. ‘Maar waar vindt de coalitie van Lula de kracht, de steun en de energie om én de overheid opnieuw op te bouwen én de veiligheidsapparaten uit te mesten?’ vraagt Harvard-politicoloog Fernando Bizarro zich af.

Tekenend is de voorzichtigheid waarmee Lula het leger benadert. Als minister van Defensie benoemde hij weliswaar een burger, maar wel een man die al sinds de militaire dictatuur ‘nauwe banden met de strijdkrachten’ heeft. Tot 1 januari was het onmogelijk om de kampementen te ontmantelen of zelfs op wapens te controleren. Ze stonden op militair terrein en in de regering-Bolsonaro wemelde het van de generaals die er een stokje voor staken. Maar ook de nieuwe minister van Defensie wilde ze niet wegvegen. Ondanks het feit dat vanuit die kampen bussen in brand zijn gestoken en auto’s kapot werden geslagen.

Op 12 december bestormden de kampbewoners het hoofdkantoor van de federale politie in Brasilia omdat agenten het hadden gewaagd een paar van ‘hun’ mensen voor de rellen te arresteren. Op kerstnacht probeerden ze zelfs een ramp bij het vliegveld te veroorzaken. Kampbewoners legden een bom met afstandsbediening in een tankwagen vol kerosine. De chauffeur ontdekte de bom gelukkig op tijd. ‘Chaos scheppen, zodat het leger de staat van beleg afkondigt’, verklaarde de bommenmaker George Washington (serieus!) het doel van de aanslag.

Toch bleef de nieuwe minister voet bij stuk houden. ‘De kampementen zijn een uiting van democratie’, zei hij. ‘Ze lopen vanzelf leeg.’ Hij kon het weten, zei hij: ‘Ik heb er zelf vrienden en familie zitten.’

Ondanks druk vanuit zijn partij om de minister door een minder slap exemplaar te vervangen, weigerde Lula dit weekend om hem te ontslaan: ‘Ik kan niet van minister veranderen, elke keer dat iemand een fout maakt.’ Het moeilijke is dat als Lula nu niet hard ingrijpt, alles voor niets kan zijn geweest.