De verwaterde stad

REGEN VALT uit de lucht. De nacht loopt ten einde. Bij de bloemenwinkel in de Reguliersbreestraat draait een dame onder een gebloemde slaapzak zich nog eens om. De man naast haar waakt over zijn volgeladen winkelwagentje. Uit een portaal steken twee blauwe Adidas-schoenen. Een schoffie ligt met opgetrokken benen op een stuk karton. Amsterdam slaapt.

Klokslag zes uur verlaat een colonne Ravo’s, Nimossen, bezem- en Wapwagens de Westerdoksdijk richting Centraal Station. Daar scheiden de wegen van de schoonmaakwagens van de Stadsreiniging. Ieder team heeft zijn eigen route. Voorman André Pool en zijn ploeg maken de binnenstad schoon. Ze ontdoen de prioriteitenroute - Kalverstraat, Damrak, Nieuwendijk, het Rembrandt- en het Leidseplein - van bladeren en klein afval. Speciale aandacht krijgen de dertig pisbakken en de gekende wildplasplekken. Eerst veegt de Ravo, dan spoelt de Nimos. Bij hardnekkig klein afval wordt de heksebezem ter hand genomen. Tenslotte reinigt de Wapwagen notoire wildplaszones rond de Dam en de grote pleinen. ‘Wij willen gewoon dat het voor de toeristen in Amsterdam schoon is. We willen een goed stuk werk achterlaten. Niet dat het blijft leggen, hè’, verklaart de voorman.
Halte Schapensteeg. Een patatje oorlog zonder zakje ligt op de hoek. Lege frisdrankblikjes, papiertjes, servetjes en plastic bakjes zwerven door de steeg. Ondanks de regen slaat de urinegeur in het gezicht. André springt uit zijn Wapwagen en rolt de slang uit van zijn hogedruk-machinegeweer. Met precisie spuit hij de muren zo schoon dat het schuim naar beneden druipt. Binnen tien minuten vult de steeg zich met de wilde frisheid van limoenen. 'Ze zeggen dat ze het niet meer kunnen ophouden. Nou, als ik het kan, dan kunnen zij het toch ook? Ook al heb je nog zo veel gezopen. Het ontbreekt die gasten gewoon aan een stuk elementaire opvoeding’, ageert André tegen de wildplasserij.
WILDPLASSEN is een probleem in grote steden. Met name in Amsterdam, waar de nauwe steegjes de bezoeker met hoge nood uitnodigend aangapen. Onderzoek onder binnenstadbewoners bracht in 1996 naar voren dat bij zeventig procent de traditionele hondedrol als hoogste irritatiefactor van zijn plaats is verdreven door de wildplassende medemens.
Waarom wildplassen? Een restant territoriumdrift, meent Midas Dekkers. De Utrechtse wethouder Kernkamp beweert: 'Als er eenmaal ergens geplast is, trekt de geur andere plassers aan.’ Wildplasser Ruud: 'De gracht of muur is overal, terwijl ik niet weet waar ik die pisbakken kan vinden. En als je ze vindt, stinken ze al van tien meter afstand.’
Peter van de Wiel, 'wildplasspecialist’ en projectmedewerker van de sector Openbare Ruimte van de gemeente Amsterdam, is van mening dat het wildplasfenomeen uit de verwatering van het normbesef voorkomt. 'Algemene verloedering van de maatschappij en toenemende individualisering leiden tot een steeds grotere burgerlijke ongehoorzaamheid. Wildplassen levert enorm veel klachten op. Vooral de stank irriteert.’
Om de stank te verhelpen doet 'geurvreter’ Ben het werk van zijn collega’s in de zware pisgeurconcentratiegebieden nog eens over. Aan weerszijden van zijn brommer hangen jerrycans met geconcentreerde urinevreter. De vloeistof spuit hij op de bewuste hot spots. De milieuvriendelijke Buoca-vloeistof bevat bacteriën die de ammoniak omzetten in stikstof. De stank wordt letterlijk opgegeten.
Betekent stankoverlast meteen ook slechte hygiëne? 'Nee’, zegt André, 'wij houden de urinoirs goed schoon. Als iemand er twee uur later gaat schijten of er condooms in gooit, dan is het gebeurd. Daar kunnen we niets aan doen. Bij warm weer maken wij meerdere rondes per dag.’
GROEIENDE moedervlekken, rode bulten, geïrriteerde ogen, jeuk en puisten. Het personeel van de reinigingsdienst heeft te kampen met huidirritaties 'omdat we alleen maar grachtewater mogen gebruiken bij de reiniging. Da’s goedkoper, hè.’
Een vicieuze cirkel volgens André. Het grachtewater wordt regelmatig ververst, maar het water bevat veel troep: dode vissen, verzopen duiven, en af en toe ook een menselijk lijk. 'Met dat water spoelen we de straten en pisplekken schoon. Maar niemand wil nog spoelen. Ik keur het goed dat mijn mannen schoon water uit de brandweerkranen halen. Ik ben dan ook een eigenwijze klootzak. Ze hebben twee jaar geleden al een middel beloofd dat de bacteriën in het grachtewater neutraliseert. Nou, dat middel is er nog steeds niet.’
Water uit de gracht is al eeuwenlang het schoonmaakmiddel waarmee de plasgelegenheden worden gereinigd. 'De kwaliteit van het grachtewater is door frequentere verversing in de afgelopen tien jaar wel degelijk drastisch verbeterd’, verzekert Van de Wiel, 'Bovendien zijn de meeste urinoirs nu op het riool aangesloten.’
URINOIR, PRIVAAT, secreet, pisbak: het verschijnsel is zo oud als de plassende mens. 'Het is verboden aan of op de openbare weg buiten de openbare secreten of waterplaatsen datgene te verrichten, waartoe die inrichtingen bestemd zijn’, luidt de Verordening op de Straatpolitie uit 1856. De moderne variant is artikel 9.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening. Boete bij overtreding: zestig gulden.
Op straat hurken en zijn 'gevoegh’ doen, was echter in de Middeleeuwen al verboden in Amsterdam. Voor die bezigheid waren de walhuisjes, de schuine planken tegen muren, de kokers aan de bruggen en de kabinetjes onder de bruggen ontworpen.
Ook in de vorige eeuw zorgde plassen in het openbaar al voor veel ergernis. Het voorstel van uitvinder Leijs in 1859 om van urinoirs voorziene, holle 'Kolommen tot Algemeen Nut voor den Openbaren Weg’ te plaatsen is nooit verwezenlijkt. Rond 1870 zijn de eerste krullen in Amsterdam in gebruik genomen. Langs de zijden van het Paleis voor Volksvlijt werden ze zeven jaar later vervangen door de nu nog bekende meerpersoonskrul, waarbij licht in de waterplaats valt en men van buitenaf kan zien of er zich personen in bevinden. De agent kon aldus 'de aldaar gepleegde tegennatuurlijke ontucht’ beter in de gaten houden.
De bekende ijzeren krul is in de loop der tijd aan de veranderende behoeften aangepast. In 1916 ontwierp architect Van der Mey de gestileerde dubbele krul met half-cylindrisch dak. Veel varianten hebben de revue gepasserd, waaronder ook een naoorlogse betonnen 'dubbele’ uitvoering. Maar in de praktijk blijkt de echte krul het beste te voldoen.
DE TOILETKIOSKEN en openbare toiletgebouwen uit de jaren twintig van de Amsterdamse Kiosken Onderneming (Ako) zorgden ervoor dat de vrouwen niet langer in hun lange rokken op straat hoefden te hurken. Deze combinatiekiosken waren voorzien van openbaar toilet, drinkwaterinrichting en publieke telefoon.
Het openbare toilet zorgde allengs ook voor de groei van kleinschalige architectonische hoogstandjes. Een klassiek voorbeeld waren de in Amsterdamse-Schoolstijl gebouwde, half onder de grond gelegen huisjes op het Valeriusplein uit 1921. De restanten van deze stadsverfraaiing zijn nu vol cement gestort en het domein van Spice-Girlfans met spuitbussen. De ooit beloofde renovatie heeft nooit plaatsgevonden. Jammer voor de jeu-de-boulesvereniging die de huisjes wel zag zitten als clubhuis.
De laatste openbare toiletgelegenheden bij het Beursgebouw, de Munttoren, het Rembrandtplein, het Valeriusplein, de Weesperzijde en de Nieuwezijds Voorburgwal zijn al meer dan twintig jaar gesloten. Toen de gemeente aan de hand van onderhoudskosten en loonkosten ging omrekenen wat een toiletbezoek daadwerkelijk kostte, deed dat letterlijk de deur dicht. Veertig gulden per bezoek, terwijl de toiletjuffrouw slechts een kwartje per persoon vroeg.
Bezuinigingen waren aldus de reden voor het sluiten van de meeste Amsterdamse toiletgelegenheden. Andere openbare toiletten kregen een meer rendabele functie. Was de Munttoren vroeger een opluchting voor de onder boodschappen bezwijkende mannen, nu zit er een souvenirwinkel in. Het houten, chaletachtige toiletgebouw aan de Nieuwezijds doet dienst als patathuisje, terwijl het oude combinatiegebouwtje aan het Rembrandtplein inmiddels als café door het leven gaat.
'Zonde’, vindt André de afbraak van oude pisgelegenheden. 'Juist die oude urinoirs zijn schitterend.’ Het onopvallende stenen bouwsel bij het voormalige raadhuis aan de Oudezijds Voorburgwal is zijn favoriet. 'Komt uit 1925. Beetje Art Deco. Nostalgisch, daar hou ik wel van.’
'Voor elke lul een krul’ was de leuze tegen het Amsterdamse pisbakkenafbraakbeleid aan het einde van de jaren zestig. Ook de Bond voor Behoud van Pisbakken protesteerde. Waren er ooit tweehonderdvijftig urinoirs, op dat moment telde de Amsterdamse binnenstad er nog maar 28. Het aantal pisbakken daalde en het wildplassen nam evenredig toe.
Peter van de Wiel: 'Veel pisbakken en urinoirs zijn verdwenen omdat ze niet in het straatbeeld pasten of vanwege de hoge kosten. Stankoverlast en oneigenlijke gebruik zijn ook redenen geweest om ze te sluiten of af te breken.’
WERK LANGS de openbare weg was vroeger vooral een mannenaangelegenheid. Vrouwen verbleven binnenshuis. De samenleving veranderde, maar de sanitaire voorzieningen voor vrouwen zijn altijd schaars gebleven. Voor de Dolle Mina’s aanleiding om het plasrecht voor vrouwen op te eisen. Maar pas de komst van de sanisette in 1985 stelde vrouwen eindelijk in staat 'openbaar’ te plassen. Na inworp van twee kwartjes opent Sesam zijn deur. Een geniaal zelfreinigend systeem met fonteintje, wc-papier, handdoekjes en een spiegeltje. Zodra de bezoeker na het wassen van de handen het straattoilet verlaat, staakt de muziek en schakelt de computer de elektronische interieurverzorgster in. Chemicaliën garanderen een optimale hygiëne en parfumspray zorgt voor een frisse geur. Betere hygiëne dan thuis.
De meeste sanisettes zijn door de te hoge exploitatiekosten inmiddels uit het straatbeeld verdwenen. Peter van de Wiel: 'De sanisette kost ongeveer vijfentwintigduizend gulden per jaar, terwijl maar twintigduizend mensen het toilet bezochten. De gemeente moest er nog geld op toeleggen. De eenmalige aanschafprijs van een urinoir is dertigduizend gulden. Als die goed worden schoongehouden, verdient zich dat terug. Ze zijn bovendien ook niet zo vandaalgevoelig. Al zat het bloed soms tot aan het plafond. Mensen deden er meer in dan alleen hun behoefte.’
De reclame- annex toiletzuil aan de Stadhouderskade vlak bij het Leidseplein van exploitant Publex loopt goed. Deze toiletten staan verder onder meer in Zuidoost, Bos en Lommer, Westerpark en Buikslotermeer. 'Deze straattoiletten doen het waarschijnlijk relatief goed omdat ze net buiten het centrum, in randgebieden zijn geplaatst. Minder vandaalgevoelig’, licht Van de Wiel toe.
'ALS ER TWEE bij mekaar in de kont zitten, zet ik gewoon mijn zwaailicht aan. Zeg ik: heren, mag ik er even bij om mijn werk te doen? En dan gaan ze wel weg’, meesmuilt André.
Halte Droogdok. De potenbak. De donkergroene ijzeren tweepersoonskrul staat verlaten voor de spoorbrug. Het private hokje biedt uitzicht op newMetropolis. Maar niet alleen daarom is het een veelbezocht urinoir. Daarvan getuigen de inscripties en graffiti op het pisschot. 'Wie Renés doorn wil likken’ of 'wil ontdekken dat Wim echt zo geil is als-ie zegt’ kan hier terecht. Telefoonnummers staan erbij. Deze plaatsen waren in de Gay Guide van de jaren tachtig een vermelding waard: in de adressenlijst met waterplaatsen en een beschrijving hoe gevaarlijk de situatie is qua potenrammen en berovingen.
Het oneigenlijke gebruik van de urinoirs is zo oud als het urinoir zelf. De homobeweging keert zich al decennia fel tegen sluiting van de openbare urinoirs. In de jaren zestig en zeventig fulmineerde het blad Flikkerlicht tegen de sloopwoede van de gemeente. Krakersmagazine Bluf! pikte niet dat de pisbak aan de Stadhouderskade werd vervangen door een éénpersoonsbak. En de PSP-homogroep vond het 'recht op een eigen plek (hetero’s hebben toch ook de Wallen) rechtvaardig’.
De gemeente moedigt dit gebruik van het urinoir niet aan. 'Als homo’s daar hun hobby willen uitoefenen, leidt dat tot klachten onder de bevolking en het schrikt andere bezoekers af. Er zijn nu veel meer ontmoetingsplekken dan vroeger. Homofilie is meer geaccepteerd. Er zijn homocafés en darkrooms waar ze lekker kunnen cruisen. Feit blijft dat het cruisen in de buitenlucht extra spannend is’, aldus Van de Wiel.
TEGENOVER HET Huis van God op het Oudekerksplein stopt André de Wapwagen. 'Deze twee krullen staan bekend als de best gebruikte van Amsterdam.’ Hij wijst naar de kerk, die rond dit tijdstip nog niet beschenen wordt door de roserode lampen van de dames van plezier. 'Als de heren naar buiten komen, moeten ze allemaal plassen, hè’, drukt André het netjes uit. 'De dames leer je wel allemaal kennen. Als onze jonge jongens hier voor het eerst gaan werken, zorgen we er altijd voor dat een oude rot mee gaat. Dan komen ze minder in de verleiding.’
Het zelfreinigende krulurinoir is hier aangebracht op aanbeveling van de sector Openbare Ruimte van de dienst Binnenstad naar aanleiding van het Wildplassymposium in september 1997. Tijdens die bijeenkomst van gemeente, horeca, politie en andere belanghebbenden is het wildplasprobleem in kaart gebracht. Bedoeling was oplossingen aan te dragen en uit te voeren. Inmiddels is een aantal proefprojecten van start gegaan.
'De Raket’, een plaskruis op de Vijzelgracht, staat er ook dankzij het symposium. Geen goed alternatief voor wildplassen, vindt André. Een open vierkant tapstoelopend grijs kunststoffen herentoilet met in elke hoek een piskom. 'Goedkoop pissen in de buitenlucht’, schampert André, 'iedereen kan je zien.’
De bewaakte toiletwagen voor dames en heren op het Rembrandtplein was wel een groot succes. Vooral de dames waren opgelucht. Eindelijk een plasgelegenheid na winkelsluitingstijd. Maar het plasgenot was van korte duur. De 'visuele belasting’ van het al zo kleine Rembrandtplein telde voor de gemeente zwaarder dan de overlast van de wildplasser.
Het symposium strooide met aanbevelingen: de politie moet vaker bekeuren bij een 'heterdaadje’, de boetes moeten omhoog, er moeten krullen bij, en toiletvoorzieningen voor dames en heren in combinatie met kaartverkoop voor openbaar vervoer en VVV-kantoor, de horeca moet verplicht worden de toiletten open te stellen voor 'behoeftigen met hoge nood’, er moeten plaskruisen, sanisettes, stenen toiletgebouwtjes en gemetselde plashellingen komen, en toch ook een meerpersoonsurinoir op drukke plaatsen, plus verbodsborden, biologische afbreekmiddelen die het metselwerk niet aantasten, wegwijzers naar de pisbakken, herkenningslichten op de krullen, en voorlichting op scholen.
Leuk bedacht, maar het kost de gemeente allemaal geld. Voorlopig is het idee van de Gaykrant van eind 1983 eenvoudiger. Bijlage was een eenvoudige kartonnen bouwplaat van een privé-pisbak. 'Op een jaar zonder gezeik.’
En vrouwen? Die moeten het nog even ophouden.