Historisch archief belicht

De verwoesting van het Nederlands

Taalpuristen, ze zijn ook in het tijdperk van globalisering en internet springlevend. Genoeg te doen ook. Zonder hen zijn de straalschijf, de webstek en het T-hemd veroordeeld tot de linguïstische vuilnisbelt. Het Nederlands ligt onder vuur. Zelfs die keurige minister Donner rapte vorig jaar: ‘Schuif die dope maar aan de kant. Want een addict Nederland zijn zaken die ik liever niet-zie’. Maar wie kan zich voorstellen dat ze zich ooit druk maakten om op het eerste oog keurige Nederlandse woorden als verpakken, verbeelden en beïnvloeden?

Over de verwoesting van het Nederlandsch’ heet een zo'n bijdrage onderaan de pagina van De Groene van 29 april 1922. Schrijver is taalpurist Ch. F. Haje, die tevens het in 1932 verschenen Taalschut. Schrijf weer Nederlandsch op zijn naam heeft staan. Woedend is hij over de ‘wanschapenheden’ en ‘hansworsterij’ in het hedendaagse taalgebruik.

In zijn geklaag doet hij denken aan een typetje van Koot en Bie (‘Het dat, wat dat dat wat’). Maar de schrijver meent het bloedserieus. Neem nu verslechteren, een woord waar vooral socialisten kwistig mee in het rond strooien. Wie weet niet dat dat verslechten moet zijn? Immers, ‘schrijft men soms al “verhoogeren, verdikkeren, vergrooteren, vernieuweren, verzwaarderen”?’ Ch. F. Haje kan er niet over uit. ‘Welk een toer om zulk lam gestamel door den gorgel heen te wringen. De lamme Hollander krijgt het gedaan.’