De verzakelijking van een burgerlijk orkest

Is er nu wel of geen crisis bij het Concertgebouworkest nu beide concertmeesters, Viktor Liberman en Jaap van Zweden, ‘s lands belangrijkste symfonische ensemble gaan verlaten? Welnee, ze zullen straks gewoon worden vervangen, op niveau, en geen mens, laat staan de abonnees van de woensdag- en donderdagavondseries, zal in staat zijn het verschil te horen.

Belangrijker is de vervanging van de twee maanden geleden met enig straatrumoer vertrokken artistiek directeur Jan Zekveld. Die is vertrokken omdat - naar zijn zeggen - het Concertgebouworkest in toenemende mate de gevangene is geworden van de muziekindustrie.
Chef-dirigent Riccardo Chailly heeft deze week, enigszins verlaat, op dit verwijt gereageerd. Zijn voormalige vriend bleek inmiddels veranderd in ‘de heer Zekveld’, de personifiering van 'een geperverteerd negativisme, dat ik niet neem’. Het was een eruptie van Latijns temperament, die niettemin wat onlogisch oogde. Zekveld is toch de man van de ongehoord succesvolle Matinee op de Vrije Zaterdag, op grond waarvan hij bij het Concertgebouworkest is binnengehaald? Hoe kan hij dan plotseling, in Chailly’s ogen, een 'bewezen mislukking’ zijn?
Beide mannen zullen ongetwijfeld hun eigen eigenaardigheden hebben. Niettemin, zelfs de marginaal ingevoerde buitenstaander weet dat het Concertgebouworkest een heel goed maar tamelijk burgerlijk ensemble is, met een uitgesproken burgerlijk publiek, waarvan de artistieke horizon niet verder reikt dan de viermaal gestreepte B: de B van Bach, Beethoven, Brahms en Bruckner. Met een enkele keer de B van Berio, als artistiek alibi. Met Zekveld is toentertijd een artistiek directeur benoemd die van mening was dat ook na 1896 (Bruckners sterfjaar) interessante muziek is gecomponeerd.
Dat kon dus niet goed gaan. Want ’s werelds belangrijkste symfonieorkesten zijn inmiddels verzakelijkt. De zakelijk directeur wenst zijn beleid niet af te stemmen op dat handjevol Vare`se- en Van Vlijmen-freaks onder het publiek. Hij is primair de belangenbehartiger van het 'conservatieve deel’ (zegt ook Chailly) van de toehoorders, en daarnaast van de sponsors, de platenmaatschappijen en de organisatoren van de buitenlandse tournees. Dat zijn niet per definitie schurken, maar nieuwlichters zijn het in geen geval. En vanuit deze zakelijke, rationele optiek gezien was Zekveld inderdaad de goede man op de verkeerde plaats.
Ondertussen verdedigt de chef-dirigent zich met tanden en klauwen: 'Ik ben de Riccardo Chailly van voor en van na Zekveld en ik ben de Riccardo Chailly van voor en na de volgende artistiek directeur.’ Als die al te vinden zal zijn. Het is een minder aantrekkelijke functie dan het lijkt, dat is inmiddels wel duidelijk. Laten wij ons aan twee voorspellingen wagen. De vacature-Zekveld blijft oningevuld en het repertoire wordt voortaan bepaald door dirigent en zakelijk leider, zelf immers van oorsprong pianist. Jan Zekveld lijkt op zijn beurt de aangewezen kandidaat om Jan van Vlijmen op te volgen als directeur van het Holland Festival.