Profiel: Voetbalbroers

De vierbenige helden van Neêrlands velden

Nog onrustbarender dan de verloren oefeninterlands is een door sportjournalisten en oranjespelers vooralsnog onopgemerkt feit: dit wordt het eerste grote toernooi dat het Nederlands elftal speelt zonder broertjes. Frank de Boer is weliswaar meegegaan, maar broer Ronald blijft thuis.

Tijdens het vorige grote toernooi waaraan Nederland deelnam, het EK in de Lage Landen, speelden beide tweelingbroers wel. In 1998 werden ze zelfs alle twee, na een succesvol WK in Frankrijk, door de coaches van de deelnemende landen geselecteerd voor de beste elf van het toernooi.

Een hoofdtoernooi eerder speelde er nog een voetbalbroer: Richard Witschge, die één keer tegelijk met broer Rob in de basis van Oranje heeft gestaan, in een wedstrijd tegen Joegoslavië met Rinus Michels op de bank.

Tijdens het WK van ’94 in de Verenigde Staten waren zowel de gebroeders De Boer als voetbalbroer Ronald Koeman erbij. In ’92 speelden Frank de Boer, Ronald Koeman en Rob Witschge. Zijn broer Richard was aanvankelijk uitgenodigd, maar zei af wegens een blessure. Hij adviseerde de bondscoach destijds zijn broer mee te nemen, een advies dat terstond werd opgevolgd.

Richard Witschge speelde twee jaar eerder wél het WK in Italië, samen met de gebroeders Koeman die op hun beurt in 1988 deel uitmaakten van de elf die Oranjes voorlopig enige hoofdprijs wonnen. Erwin begon in de eerste wedstrijd tegen de Sovjet-Unie op de bank, maar na het matige optreden van de basiself (0-1), kwamen hij en Marco van Basten in de ploeg voor John van ’t Schip en Johnny Bosman. Om vervolgens als veredelde aanvaller het toernooi uit te spelen.

In dit kampioenselftal speelde ook Arnold Mühren, de jongere broer van Gerrie, een van de betere spelers aan het begin van de jaren zeventig. Omdat deze voetbalbroer in 1974 afzegde voor het eindtoernooi in Duitsland, mocht behalve René ook Willy van de Kerkhof mee. René zou in dat toernooi een helft meespelen in de verloren finale tegen Duitsland. Twee jaar later, bij het Europees kampioenschap in Joegoslavië, waren de broers Van de Kerkhof er opnieuw bij, net als tijdens het mislukte EK in 1980. En natuurlijk in 1978, toen ze samen met Rensenbrink, Krol, Neeskens en Haan toonaangevende spelers waren. Aan hun optreden in Argenti nië dankten ze hun uitverkiezing door Pele, die ze opnam in zijn lijst van honderd beste nog levende voetballers.

De Nederlandse voetbalgeschiedenis is vergeven van de broers. Op 8 april 1992 nam kapperszoon John Metgod van Feyenoord in de halve finale van het bekertoernooi een penalty, tegen zijn broer Edward, die in het doel van Sparta stond.

Maar van alle broers leverden de Koemannen de opvallendste prestatie. In één seizoen wonnen ze de Europacup I (Ronald met PSV), de Europacup II (Erwin met KV Mechelen) en het EK voor landenteams in West-Duitsland. Uit de dubbelbiografie Koeman & Koeman van Sjoerd Claessen blijkt dat thuis in de Wijert-Zuid te Groningen over niets anders dan voetbal werd gesproken. De vrouw des huizes werd het allemaal te gortig en heeft uiteindelijk haar man verlaten. Die man, Martin, ooit zelf prof, begon er al vroeg in de levens van zijn zonen mee. Hij heeft een foto weten te schieten van de peuter Erwin die, amper tot lopen in staat, een bal hoog houdt.

In zijn beste jaren moest Ronald Koeman zich laten vervangen in de belangrijkste wedstrijd van het topseizoen ’87-’88. Het was de returnwedstrijd tegen Real Madrid, dat thuis tegen PSV niet verder was gekomen dan een schamele 1-1. In Eindhoven speelde Willy van de Kerkhof op de plaats van Ronald Koeman, die was geschorst vanwege de uitspraak dat medespeler Hans Gilhaus in Bordeaux een «klasseschop» had uitgedeeld, waarmee Bordeaux’ sterspeler Tigana was uitgeschakeld.

Willy en zijn ploeg hielden de nul, waardoor PSV doorging naar de finale van het Europacup I-toernooi. Het was Willy’s allerlaatste wedstrijd voor PSV, waarmee hij zes keer landskampioen werd en driemaal bekerwinnaar. Inmiddels is hij wijnkenner en zakenman. Destijds was hij «de stofzuiger». In een vorige week verschenen dubbelbiografie van Guido Derksen blijkt dat hij aan die bijnaam nog eens een prachtige Miele te danken had. «Ik begrijp niet dat Philips nooit méér met die naam heeft gedaan», zei Willy tegen zijn biograaf.

Derksen beschrijft het leven van deze mannen in clichés en een stijl die onlosmakelijk aan het genre zijn verbonden. Spreken televisiecommentatoren van «voetballend oplossen» en «temporiseren», voetbal biografen als Derksen laten carrières steevast «crescendo» verlopen, ze strooien met uitroeptekens en laten mensen zelden iets «zeggen» maar altijd iets «aangeven» — een ziekte die inmiddels ook tot het landsbestuur is doorgedrongen. PSV zonder Willy is als «Vincent van Gogh zonder oor»; voetbal jaren zijn plotseling «zo grijs als de vloer bedekking»; in Uruquay is het zo warm «dat de oliebollen met oudjaar nauwelijks de frituurpan in hoeven»; de uitnodigingen voor vertegenwoordigende teams «rijgen zich aaneen als pinda’s voor de mezen». En wanneer kwalificatie naar Mexico in zicht komt, trakteert Derksen de lezer op een enthou siast: «Mexico! Taco’s, tequila en warm bloedige vrouwen!»

Toch is De gebroeders een heerlijk boek. Derksen laat in het kritiekloze portret van «het eeneiige, vierbenige loopwonder uit Helmond» een andere voetbaltijd zien, waarin de KNVB de aanhef «beste sportvriend» gebruikt in brieven aan spelers om ze uit te nodigen voor vertegenwoordigende elftallen en waarin de vliegende, tweebenige tackle nog tot het gangbare arsenaal bewegingen behoort. In een met anekdotes doordesemd verhaal onthullen de heren onder meer dat het gezeur van de Argentijnen, voorafgaand aan de finale van het WK’78, over de polsbandage van René weliswaar irritant was maar niet onterecht. «Je kon er flink mee uitdelen, wat ik in de finale ook wel heb gedaan», zegt de hoofdpersoon. Derksen onthoudt de lezer ook niet de kennis dat het manchet van René uiteindelijk bij een non in Geldrop is beland, als voetbalrelikwie. Verder geven de broers de ins en outs van het conflict tussen Cruijff en Van Beveren («den beef») en bevestigen ze dat Ruud Krol anderhalf uur bezig kon zijn met zijn kapsel.

Net als de broertjes Koeman verdeelden de Kerkhofjes in hun jeugd de doelpunten van hun provinciaalse amateurclub. Erwin Koeman scoorde in de C-jeugd bij GRC zo’n zestig doelpunten, Ronald veertig. René van de Kerkhof, die eerder had leren lopen dan Willy en aanvankelijk het grotere talent leek, scoorde er twee meer per wedstrijd dan Willy. Volgens de belangrijkste man uit de loopbaan van «de gebroeders», trainer Kees Rijvers, ergerden teamgenoten zich destijds aan Willy en René, omdat ze «in principe» alleen voorzetten aan elkaar gaven. En met succes. Op hun zestiende worden ze overgeheveld naar het eerste van hun club Mulo (Met Uiterste Leeuwenmoed Opwaarts). Ze maken de club enkele jaren achtereen kam pioen, van de vierde, de derde en de tweede klasse. In dezelfde maand van hun debuut, november 1967, vinden ze, op dezelfde avond ook, het meisje waarmee ze trouwen. Rijvers, die ze enkele jaren later naar FC Twente haalt, dringt aan op een snel huwelijk, «want dat brengt rust in de tent». Later in hun loopbaan hebben ze vaak dezelfde blessures, kort na elkaar en op exact dezelfde plaats (liesbreuk, hernia, slijmbeursoperatie). Anders dan de Koemannen, die geen tweeling zijn en in hun jeugd ook veel ruzieden, trekken de Kerkhofjes tot diep in de jaren tachtig altijd samen op. Zo’n onbesuisde aanslag als Ronald op Erwin pleegde in een wedstrijd van Ajax tegen FC Groningen, past hen niet. Pas op hoge leeftijd scheiden hun wegen, en hun moeder heeft er altijd op gestaan dat ze vergelijkbare contracten tekenden. Ook treden ze samen op in reclamespotjes (jarenlang galmde het «Bolletje» door vijandelijke stadions) en doken ze de studio in om enkele carnavalskrakers op te nemen, waaronder het ijzersterke Pruts maar an: «Steek je kop maar in het bier/ dan heb je dagenlang plezier/ pruts maar an/ laat maar gaan».

Slechts één keer krijgen ze ruzie, jaren na hun actieve loopbaan als voetballer. En dan is het ook raak. Willy, inmiddels zakenman, heeft «reisarrangementen» verkocht voor het WK van 1998 in Frankrijk. René zal de kaartjes leveren, maar kan die belofte niet nakomen. Strop: meer dan een miljoen gulden. Een jaar lang spreken de twee niet met elkaar, en ook daarna blijft het nog lang ijzig.

De onafscheidelijke broertjes De Boer hangt wellicht hetzelfde boven het hoofd. Die houden immers ook van handel en geld. De 34-jarige eeneiige stukadoorszonen uit Hoorn tonen ook andere overeenkomsten met «de gebroeders», ware het niet dat ze voetbaltechnisch hun tegenpool zijn. Want als er één ding in herinnering wordt gebracht door de dubbelbiografie van Derksen, dan is het de ongelooflijke snelheid van de Van de Kerkhofs. Zonder nandrolon, vitamine- of hormoonpreparaten liep dienstplichtige René de honderd meter in 10,3 seconden, tijdens de atletiekkampioenschappen voor militairen. Ter vergelijking: Jesse Owens won de honderd meter op de Olympische Spelen van 1936 in dezelfde tijd. Op de Spelen van Moskou, in 1980, was de winnende tijd 10,25 seconden. Willy bleef overigens niet ver achter: hij heeft ooit de 10,5 seconden gehaald, met de hand geklokt. Bij Mulo renden hun medespelers al niet meer mee naar voren, ze waren niet bij te houden en de bal gaven ze toch niet af. Vooral René’s tactische en technische ontwikkeling heeft wel geleden onder zijn snelheid. Anders dan hedendaagse buitenspelers als Robben en Van Persie hoefde hij niet te leren passeren of dribbelen. Hij gooide de bal gewoon langs zijn tegenstander en haalde hem dan al rennend in.

Voor spelers die beide WK’s in de jaren zeventig hebben meegemaakt en ook later, zoals vooral Willy, van groot belang waren voor het Nederlands elftal, is hun roem snel verdwenen. De auteur van Koeman & Koeman, «de eerste, officiële biografie van Erwin en Ronald», spelt hun achternaam zelfs consequent verkeerd, als gebroeders Van der Kerkhoff. Buiten Eindhoven waren ze ook niet erg geliefd. De landelijke populariteit van Willy kwam pas in de jaren tachtig, toen hij samen met de generatie Gullit-Van Basten het Nederlands elftal weer op gang wist te brengen. René was impopulair vanwege zijn vermeende aanstellerij — hij rolde vaak lang door na een overtreding — en door zijn overdreven gejuich na een goal; met holle rug, één gestrekte arm en wijsvinger in de lucht, rende hij dan vliegensvlug naar de cornervlag en vervolgens naar de eigen helft.

Voetbaltechnisch leken ze niet op de gebroeders De Boer. Misschien daarom zei Frank, geëmotioneerd na het winnen van de wereldbeker met Ajax in ’96: «Dit doet me echt iets. We zijn de eerste tweeling die zowel de Europa Cup als de wereldbeker heeft gewonnen.» Al eerder hadden ze de gebroeders Van de Kerkhof verslagen in schoolprestaties door de lts af te maken, afstudeerrichting: metaalbewerking. Tegenwoordig staat er een gymnasiast in het eerste van Ajax, maar destijds waren voetballers nog van een ander slag. De Van de Kerkhofjes liepen na tien minuten weg bij hun toelatings test voor de ulo. «Van die sommen begrepen wij niet veel.» Erwin en Ronald hebben de mavo gedaan, hoewel Ronald daar wel acht jaar voor nodig had. Maar in een poging de broers Van de Kerkhof tegenover elkaar te zetten, noemt biograaf Derksen Willy een «studiebol» — omdat hij interne opleidingen doorliep bij Albert Heijn — terwijl hij René karakteriseert als «losbol», omdat hij bier dronk en eens in carnavalskostuum bij het trainingsveld van PSV verscheen. Ook heeft Willy een jaar lang spraaklessen gevolgd om de scherpe kanten van zijn Helmondse accent af te vijlen. Aan het einde van de cursus moet hij een zeven minuten durende voordracht houden over «het televisietoestel».

Zonder voetbalbroers dreigen donkere dagen in Portugal.