Kunst en identiteit: Sofia Coppola’s vrouwen

De vijand mee naar huis

In The Beguiled van Sofia Coppola zijn de persoonlijkheden van vrouwen even gelaagd als hun rokken.

Medium the beguiled st 12 jpg   focus features
Nicole Kidman (knielend) en Elle Fanning (links) in The Beguiled © Ben Rothstein / Universal Pictures International

Het is 1864. Ergens in Virginia plukt een meisje paddenstoelen in het bos. De Amerikaanse Burgeroorlog speelt zich af in de verte, buiten haar ‘bubbel’. Maar tussen de schimmels vindt ze een gewonde militair, een yankee. Hij, besmeurd met bloed en modder, vraagt haar: ‘Ben je bang?’ De man is een korporaal genaamd John McBurney. Het meisje is een van de leerlingen van het lokale meisjesinternaat, het Miss Martha Farnsworth Seminary for Young Ladies. Ze is een net meisje, en dus neemt ze de vijand mee naar huis.

Miss Martha’s kostschool is gevestigd in een afgelegen villa, omheind door hoge hekken. De school is zo goed als verlaten; slechts een paar leerlingen, een enkele lerares en Miss Martha zelf gaan stug door met de lessen. Uit de goedheid van haar hart besluit Miss Martha voor McBurney te zorgen. Dat zijn aanwezigheid niet zozeer ingewikkeld is omdat hij yankee is maar vooral omdat hij man is, een heel ander soort vijand, blijkt wanneer Miss Martha de bewusteloze, half naakte zieke schoonboent, zuchtend en steunend van opwinding.

In The Beguiled, de nieuwste film van Sofia Coppola, is de Amerikaanse Burgeroorlog een rookpluim in de verte. Binnen woedt een ander soort oorlog. Gehuld in roze en witte jurken met eindeloze rokken doen de vrouwen en meisjes van het internaat hun best om de aandacht van patiënt McBurney te trekken. Om het hem naar de zin te maken of om hem een verlustigende blik te ontlokken.

McBurney, een aalgladde verleider, speelt slim op hun verlangens in. Voor de brutale, verveelde puber Alicia wil hij wel een object van seksueel verlangen zijn. Aan de stilletjes smachtende lerares Edwina belooft hij romantiek en avontuur; een ticket out of there. Bij Miss Martha, die droogstaat op intellectueel niveau, ontpopt hij zich als een intelligente gesprekspartner. Zelfs de jongste meisjes windt hij om zijn vinger – totdat het begint te broeien onder de vrouwen van Miss Martha’s school.

The Beguiled past perfect in het compacte en consistente oeuvre van Coppola, een van de zichtbaarste vrouwelijke filmmakers van Hollywood. Net als in haar vorige films vertelt ze het verhaal van vrouwen die op een of andere manier zijn opgesloten: in een gouden kooi, in maatschappelijke conventies, in roem en rijkdom. In hun eigen oppervlakkigheid, hun verlammende inertie. In haar debuutfilm The Virgin Suicides (1999) voerde ze een hele kluwen van blonde zusjes op, aanbeden door hun buurjongens en onderdrukt door hun ouders. In Lost in Translation (2003) werd Charlotte, een gefictionaliseerde versie van Coppola zelf, omgeven door luxe, maar worstelde om contact te maken. Ook in Marie Antoinette (2006) en Somewhere (2010) zijn de oppervlakkige hoofdpersonen – respectievelijk de gelijknamige tienerkoningin en een fictieve Hollywood-acteur – rijk maar onthecht. In Coppola’s voorlaatste film, het mild-satirische The Bling Ring (2013), leidt een obsessie met status en spullen tot een spirituele leegte en crimineel gedrag.

Met The Beguiled verfilmde Coppola A Painted Devil, Thomas P. Cullinans roman uit 1966. Dat ze het enige Afro-Amerikaanse personage – de slaaf Mattie – uit het verhaal verwijderde, kwam haar op kritiek te staan; in eerste instantie op sociale media en blogs en vervolgens ook in mainstream media, die zich grotendeels achter de kritiek schaarden. Het was het zoveelste voorbeeld van whitewashing in Hollywood. En in dit geval: whitewashing van de Amerikaanse geschiedenis.

Maar het is Coppola niet om de Amerikaanse geschiedenis te doen. Haar onderwerp is de Amerikaanse Burgeroorlog noch slavernij. Haar verhaal, het verhaal dat ze steeds opnieuw vertelt, is dat van de witte, bevoorrechte vrouw (op Somewhere na, waarin de protagonist een witte man is). In haar onderzoek naar haar eigen identiteit is white privilege het thema.

In 1971 werd A Painted Devil voor het eerst verfilmd. Die film, die ook The Beguiled heette, werd geregisseerd door Don Siegel, nu vooral bekend van actiethrillers als Dirty Harry en Escape from Alcatraz waarin Clint Eastwood zijn onbehouwen macho-persona cultiveert. Ook in Siegels The Beguiled speelt Eastwood de hoofdrol. Als McBurney is hij echter eens geen ruwe-bolster-blanke-pit-achtige held, maar een onsympathieke opportunist.

In Siegels handen is The Beguiled simplistisch en misogyn. Het verhaal, dat volgens de regisseur zelf gaat over ‘de primaire behoefte van vrouwen om mannen te castreren’, ontvouwt zich als gelijke delen mannelijke fantasie en mannelijke nachtmerrie, waarbij de hoofdpersoon eerst alle vrouwelijke personages verleidt en daarna, als toetje, ook nog zijn gelijk mag halen: zie je wel, het zijn wraakzuchtige, hysterische en manipulatieve feeksen, allemaal.

Met zichtbaar genoegen haalt Coppola Siegels simplisme onderuit. Waar hij schildert met zwart en wit, daar voegt zij tinten nuance en ambiguïteit toe. Ze behoudt de stereotypen uit Siegels versie: Alicia is oversekst, Edwina is afhankelijk, Miss Martha is jaloers. Maar waar de vrouwelijke personages in Siegels film door een beperkt aantal karaktereigenschappen worden gekenmerkt, allen negatief, daar zijn hun persoonlijkheden bij Coppola even gelaagd als hun rokken. Ze zijn feilbaar, menselijk, sympathiek. Je kunt hun beslissingen volgen en meeleven met hun lot.

Films over de vrouwelijke ervaring worden weggezet als triviaal, als iets om lacherig over te doen

Wanneer je de gedachte doortrekt dat Coppola’s film over een machtsstrijd tussen man en vrouw gaat – dé man en dé vrouw – dan kun je je zelfs voorstellen dat Miss Martha en de vrouwen om haar heen symbool staan voor de vele gezichten van een enkele vrouw: een vrouw die perfectionistisch én rebels is; vilein en gedwee, romantisch en geil, zorgzaam en gewiekst – en eeuwig in strijd met zichzelf.

Het is verleidelijk om de tijdgeest weerspiegeld te zien in de twee versies van The Beguiled. De versie uit 1971, waarin een man het opneemt tegen een groep vrouwen met castratie on their minds, symboliseert in dat geval de sisterhood van het feminisme, of eigenlijk de mannelijke paniek en scepsis die het oproept. In deze The Beguiled wordt de alliantie tussen vrouwen afgedaan als hypocriet. Zet er een man tussen en ze keren zich tegen elkaar, dat werk.

Coppola’s versie biedt tegenwicht. Ze nuanceert. Ze verschuift het perspectief naar dat van de vrouwen, maar ze doet nog iets anders. Van een algemeen verhaal over een groep verandert ze The Beguiled in een particulier verhaal over een individu, in een zelfportret. Daarmee vertaalt ze de film definitief naar 2017, een tijd waarin de focus op de eenling ligt en het particuliere overheerst. Dus sneuvelde Mattie, het gekleurde personage that could have been. Het gaat Coppola er niet om dat Mattie gekleurd is, het gaat haar erom dat ze slaaf is. Dat is niet het soort verhaal waar ze mee uit de voeten kan. Sterker nog, het is gewoonweg niet het verhaal dat ze wil vertellen.

In Siegels The Beguiled is Mattie, die hier Hallie heet, de enige vrouw die zich niet door McBurney laat inpalmen. Ze is nuchter en stoer als een personage uit een blaxploitation-film, het subgenre dat met films als Shaft en Foxy Brown Afro-Amerikanen tegelijkertijd stereotypeerde en emancipeerde door ze neer te zetten als ongenaakbaar, cool, bad ass. Afgezet tegen de lompe McBurney en de neurotische vrouwen van het internaat is Hallie het enige personage waarmee je je zou willen identificeren. Maar menselijk is ze niet.

Als de personages van Coppola’s The Beguiled iets zijn, dan dat: menselijk. Zelfs van McBurney, nu vertolkt door Colin Farrell, maakte ze een geloofwaardige en sympathieke charmeur. Wat was Hallie’s plek tussen hen geweest? Wat had Coppola met haar personage, met haar seventies cool, aan gemoeten? In 2017 zijn het juist hun tekortkomingen die personages interessant en herkenbaar maken.

‘Laten we eerlijk zijn’, zegt een ‘top studio executive’ in 2011 tegen The New Yorker, ‘de beslissing om films te maken wordt grotendeels door mannen genomen. En als mannen geen films over vrouwen hóeven te maken, dan doen ze het niet.’ Het staat allemaal met elkaar in verband: een tekort aan vrouwelijke producers zorgt voor een tekort aan vrouwelijke filmmakers. Dat tekort aan vrouwelijke filmmakers zorgt voor een tekort aan vrouwelijke crewleden. (Daar is onderzoek naar gedaan: vrouwen nemen andere vrouwen aan.) Het zorgt voor een tekort aan vrouwelijke scenaristen, wat zorgt voor een tekort aan vrouwenrollen, wat dan weer zorgt voor een tekort aan werk voor actrices. En waar het mij om te doen is: het zorgt voor een tekort aan films – vooral als je het hebt over publieksfilms – die een vrouwelijk perspectief laten zien.

Coppola, zo schrijft filmcriticus J. Hoberman in The New York Review of Books, is niet uitgesproken feministisch maar wel ‘provocerend feminien’. En dat op zich is feministisch. ‘Meisjesachtig’ zou ik zelf van dat ‘feminien’ maken. Radicaal meisjesachtig. Hoberman refereert aan de roze krulletters op de poster van The Beguiled; zelf denk ik aan de suikerspintinten die Coppola zo graag gebruikt, aan de taartjes van Marie Antoinette, de sieraden uit The Bling Ring, het kinderlijke gezicht van Kirsten Dunst. Coppola’s films zijn licht als een mijmering; zoet, fragiel, melancholisch. Maar door die dagdroom vlecht ze ook iets vileins. Iets scherps, iets ironisch.

Met die kant van haar werk kan ze steeds beter uit de voeten: in navolging van The Bling Ring zitten er ook in The Beguiled een paar heerlijk pulpy oneliners verstopt. (Miss Martha, op een cruciaal moment: ‘Bring me the anatomy book!’) Toch blijft ook The Beguiled te ongrijpbaar voor een echt groot publiek. Te vrouwelijk, te radicaal meisjesachtig.

In de IMDb Top 250, een ranglijst samengesteld door filmfans, staan op het moment van schrijven 34 films met een vrouwelijke hoofdrol, al dan niet gedeeld met een man. Van de eerste honderd titels op die lijst zijn dat er zelfs maar zeven. Ook IMDb is een bubbel natuurlijk, maar in die bubbel zitten ook blogs en podcasts, een tijdschrift als Empire. Hier overheerst een voorliefde voor de thinking man’s popcornfilm: superhelden, maffia, oorlog, misdaad, western. Hier overheerst het mannelijke perspectief, films door, over en met mannen. Films over de vrouwelijke ervaring worden weggezet als triviaal, als een guilty pleasure. Als iets om lacherig over te doen of om je voor te schamen.

Ja, laten we kritisch kijken naar verhalen over white privilege. Laten we ons afvragen of die verhalen relevant genoeg zijn. Ja, The Beguiled is een film over witte, bevoorrechte vrouwen, maar nog specifieker een film waarin zij buitenspel staan in een door mannen gedomineerde maatschappij. Dat verhaal is relevant.


The Beguiled is vanaf 7 september te zien