De vijf beste korte verhalen van Maarten Biesheuvel volgens Onno Blom

Volgens Onno Blom, neerlandicus en literair recensent, is Maarten Biesheuvel de ‘onbetwiste meester’ van het korte verhaal. Deze week wordt het genre gevierd, reden om Blom te vragen naar de vijf beste verhalen van Biesheuvel.

Medium biesheuvel

De 75-jarige Maarten Biesheuvel publiceerde honderden korte verhalen, verspreid over tientallen bundels. Sinds dit jaar is er een prijs naar hem vernoemd, voor de beste verhalenbundel in de Nederlandse literatuur. ‘Om het korte verhaal de status te geven die het verdient’, zo meldt de website.

Rob van Essen mag zich sinds zaterdag de eerste winnaar noemen van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Voor zijn bundel Hier wonen ook mensen ontving hij € 4876 aan prijzengeld, dat door crowdfunding was ingezameld. De avond, waarop ook Biesheuvels nieuwe boek Brief aan vader: Een keuze uit eigen werk werdgepresenteerd, was het startschot voor de week van het korte verhaal.

Volgens Onno Blom, neerlandicus en literair recensent, is Biesheuvel de ‘onbetwiste meester’ van dit genre. Blom kent de schrijver persoonlijk en zijn oeuvre als diens broekzak. Hij mag hem bij zijn voornaam noemen. ‘Maarten heeft een volstrekt eigen stem in de vaderlandse letteren. Dat komt doordat hij krankzinnig is, maar ook doordat hij krankzinnig goed kan schrijven. Hij doet dingen die geen enkele andere schrijver heeft gedaan en die je eigenlijk geen enkele schrijver zou aanraden. Een unieke kruimel op de rok van het universum.’

Het korte verhaal is tot Bloms spijt nog altijd een ondergeschoven kindje in de Nederlandse letteren. ‘Als een uitgever tegen een jonge auteur zegt “je mag bij ons debuteren”, wordt er steevast bij vermeld “maar niet met korte verhalen”. Uit commercieel opzicht is dat ook goed te begrijpen, maar het betekent natuurlijk een miskenning van een hoogstaand en prachtig genre. Een goed kort verhaal moet een idee of een gevoel in kort bestek op fantastische wijze weergeven. Als je zo weinig ruimte hebt, moet elke zin raak zijn. Daarom is het zo moeilijk. Een hele wereld openen in een paar zinnen: dat is de kunst.’

Blom wijst op de drie blauwe boeken die naast hem op tafel liggen: het verzameld werk van Biesheuvel, waarin Blom de biografische schets verzorgde. ‘Ondanks het feit dat Maarten nooit een roman heeft geschreven en de laatste jaren nauwelijks tot schrijven kwam, is het een behoorlijk stevige verzameling. Hij heeft niet stilgezeten. Dat heeft te maken met zijn persoonlijke staat en leed. Maarten is namelijk “officieel manisch depressief”. Hij kent perioden van intense vreugde en wisselt die af met diepe dalen van treurnis. Maar in de perioden dat het goed gaat, schrijft hij als een raket.’ Het valt Blom niet gemakkelijk om uit dit omvangrijke repertoire de vijf beste verhalen te selecteren. ‘Het is een beetje zoals vragen: “Welk kind heb je liever?”’

'In de verhalen van Biesheuvel staat de wereld vaak op z’n kop'

Brommer op zee. Uit: In de bovenkooi (1972)

Isaäc stond al uren op het achterdek. Hij was een aardige maar een beetje vreemde jongen: Als hij aan boord werkte verlangde hij naar een baantje aan de wal en als hij op kantoor zat, verlangde hij naar zee.

‘Dit verhaal komt uit zijn debuutbundel In de bovenkooi. Dat boek is ongelooflijk. Een donderslag bij heldere hemel. Eigenlijk is de hele persoonlijkheid van Biesheuvel in die bundel te vinden. Het is een staalkaart van zijn kunnen. Alle genialiteit en zottigheid zitten erin.

Medium bovenkooi

Brommer op zee is een klassiek verhaal. Het is waarschijnlijk een van de meest gelezen verhalen op middelbare scholen. Het gaat over een jongen die vaart op zee, Isaäc. Hij staat op het dek te kijken en ziet iets naderen. Het blijkt een brommer te zijn. Isaäc begrijpt er niets van hoe het in vredesnaam mogelijk is dat er een brommer over de golven aan komt rijden. Dus hij vraagt aan de brommerrijder hoe dat zit. Die legt vervolgens uit dat het heel eenvoudig is: hij is met iets kleins begonnen, met een speld op het water. Toen die eenmaal bleef drijven heeft hij steeds iets groters genomen en uiteindelijk reed hij met een brommer over de zee naar Isaäc toe.

Dat is zo’n grappig en mooi idee. Dit verhaal toont in één beeld de kunst van het korte verhaal. Het begint allemaal met één klein, krachtig idee: een speld op water laten drijven. Je kunt de verhalen van Biesheuvel opvatten als een pleidooi voor de verbeelding. Ze zijn absurdistisch, maar tegelijkertijd zit er vaak iets autobiografisch in Net als Isaäc heeft Maarten zelf als jongen anderhalf jaar over de oceanen gevaren, op de SS Haulerwijk. Hij houdt hartstochtelijk van de zee en die liefde keert vaak in zijn werk terug. In Isaäc zie je iets van Maarten terug, maar je ziet ook het schrijverschap verbeeld. Je ziet hem geloven in iets dat zijn eigen geest oproept.’

Tanker cleaning. Uit: In de bovenkooi (1972)

Toen ik op mijn zeventiende jaar voor de tweede keer van het gymnasium was getrapt wegens eigenwijs gedraag en ik om allerlei redenen binnen de kortste keren geld, veel geld, nodig had besloot ik een paar weken te gaan ‘classificeren’(de ruimen van tankers van olie-residu reinigen).

‘Toen ik dit verhaal voor het eerst las heb ik het niet droog gehouden. Het is een briljant voorbeeld van literaire slapstick. Het draait om een jonge jongen – dit is allemaal tamelijk biografisch te duiden – die afdaalt in het ruim van een schip, dat moet worden schoongemaakt. Op het schip krijgt hij verschrikkelijk op z’n donder. Het ene valluik na het andere klapt onder hem open. Hij verliest ook nog eens zijn bril en wordt druipend van het drek weer aan wal gezet.

Je kunt het zien als metafoor voor Maartens situatie: een jongen die probeert iets maatschappelijks te doen, daar absoluut niet in slaagt, besmeurd raakt en zijn visie op de werkelijkheid volledig kwijtraakt. De manier waarop hij dat beschrijft – hoe die jongen van de ene hoop rommel in de volgende terechtkomt – vind ik onweerstaanbaar grappig.’

De angstkunstenaar. Uit: De angstkunstenaar (1987)

Ja maar, zou je in ieder geval kunnen zeggen, ja, je zou het kunnen vragen als je er maar lang genoeg over had nagedacht, maar van tevoren wist je natuurlijk al zeker dat er helemaal niemand was die er antwoord op kon geven, want waar is wijsheid?

'Biesheuvel blijft de schrijver die je kan laten lachen en huilen tegelijkertijd'

‘Als je een biografie zou schrijven over Maarten Biesheuvel zou de titel De angstkunstenaar uitstekend passen. Met dit verhaal belanden we bij de bodem van Biesheuvels bestaan. Het is een beschrijving van de periode in zijn leven waarin hij in diepe wanhoop zijn dagen slijt, soms eigenlijk alleen maar dood wil en ligt te klappertanden in z’n bedje, bang om als stofje verloren te gaan in het oneindige heelal. Dat heeft hij schrijnend en desondanks zeer humoristisch opgetekend. Hij schrijft alsof de duivel hem op de hielen zit. Je kijkt als lezer mee in zijn getormenteerde hoofd. Hij gaat echt gebukt onder de angst van het bestaan. Hoe te leven? Daar heeft Maarten geen ander antwoord op dan: door te schrijven. Dat is mooi voor het publiek, maar voor hem is het loodzwaar.’

Reis door mijn kamer. Uit: Reis door mijn kamer (1984)

Ik zou in een vliegtuig kunnen stappen en naar Sjanghai vliegen, ik zou scheep kunnen gaan en naar Port Churchill in de Hudsonbaai varen, ik zou in een auto kunnen stappen en naar Parijs rijden. Geld heb ik immers genoeg?

‘Het idee van dit verhaal (waarvoor hij de titel pikte van een negentiende-eeuws verhaal van Xavier de Maistre) is simpel en de structuur bevalt me uitstekend: Maarten zit in zijn werkkamer, kijkt om zich heen en beschrijft wat hij ziet: de foto’s op de muur, zijn typemachine, alles uit zijn persoonlijke wereld beschrijft hij. Hierdoor krijg je een mooi beeld van de associatieve manier waarop Biesheuvel schrijft. Hij springt vaak van de hak op de tak. Hij stapelt beelden en zinnen. Het ene woord haakt aan het andere. De route is onnavolgbaar en toch blijf je hem ademloos volgen.

In de verhalen van Biesheuvel staat de wereld vaak op z’n kop. De delen waarvan je denkt dat het verzonnen is, kloppen vaak. Terwijl, als het realistisch klinkt, het best zou kunnen dat Maarten het uit zijn grote duim heeft gezogen. Er gebeuren hem ook werkelijk de allervreemdste dingen. Hij ziet de gekste dingen. Je maakt altijd iets mee als je hem leest of als je in zijn nabijheid verkeert.’

Brief aan vader. Uit: Brief aan vader (2015)

Father, otjets, pappa, pater, padre, Vater, p _è__ re, vader. Vader, jij bent al zo lang dood maar desondanks lijkt het me niet onzinnig om het woord tot je te richten._

‘Dit is ook de titel van de nieuwe. Het verhaal was nog niet in het Verzameld Werk te vinden, de drie dikke delen waarvan Maarten het gevoel had dat hij er haast in was verdwenen. Laatst mocht ik Biesheuvel interviewen tijdens een boekenbeurs in de Pieterskerk hier in Leiden. Toen heeft hij Brief aan vader voorgelezen. Er is een punt waarop hij altijd stokt. Ook in de Pieterskerk barstte Maarten in snikken uit bij de zinnen “Pa, ik voel me schuldig omdat ik geen plezier heb. Vader, uw zoon gaat te gronde en ik zal nooit meer opstaan.” Hij voelt zich schuldig ten opzichte van zijn ouders, die hem een liefdevolle, godvruchtige opvoeding gaven, en die hij niet heeft kunnen belonen met een even godvruchtig, burgerlijk geslaagd en gelukkig bestaan.

Het is typisch een verhaal van iemand op leeftijd die terugkijkt op zijn leven en zich afvraagt wat hij nu werkelijk gepresteerd heeft. Het is niet zo dat Biesheuvel niet trots is op zijn verzameld werk. Hij is ook ongelooflijk trots dat er een prijs naar hem vernoemd is en dat hij de P.C. Hooftprijs heeft gekregen. Maar als hij kijkt naar zijn leven en naar de moeilijkheden, niet alleen voor zichzelf maar ook voor de mensen van wie hij zoveel houdt, voelt hij een verschrikkelijke somberheid. Dat zit allemaal in dit heel korte verhaal.

Maar hoe indringend en tragisch sommige van die situaties ook zijn, Biesheuvel blijft de schrijver die je kan laten lachen en huilen tegelijkertijd. Dat lachen komt vooral door zijn stijl: hij maakt de zijwegen tot hoofdweg en gebruikt rustig hoogwaardige filosofische gedachten en literaire clichés door elkaar – Karel van het Reve heeft daar ook al op gewezen. In dit opzicht lijkt Biesheuvel op Tsjechov. Hij durft alles op papier te zetten. Voor iemand die zo angstig is, is hij een heel moedig schrijver.’


Beeld: Onno Blom en Maarten Biesheuvel (Elinoor Veldman)