De vijf beste romans van Simone de Beauvoir volgens Karen Vintges

Simone de Beauvoir staat nu vooral bekend als de feministische filosoof die Le deuxième sexe (1949) schreef, maar ze zag zichzelf meer als romancière. Binnenkort verschijnt bij uitgeverij De Geus haar postuum uitgegeven novelle Malentendu à Moscou voor het eerst in het Nederlands (Misverstand in Moskou). Sociaalfilosoof en De Beauvoir-kenner Karen Vintges selecteerde de vijf beste romans van De Beauvoir.

Medium vlla force de lc3a2ge beauvoir

Via een omweg kwam Vintges bij De Beauvoir terecht. Ze wilde in de jaren tachtig promoveren op de mogelijkheden voor vrouwen om een bestaan te leiden als intellectueel. ‘Want dat was toen echt nog een contradictio in terminis. Toen ik begon met filosofie was ik maar met een paar vrouwen.’ Simone de Beauvoir zou een casus in haar proefschrift worden, maar dat liep zo uit de hand dat ze besloot het helemaal aan De Beauvoir te wijden. Dat resulteerde in het boek Filosofie als passie: Het denken van Simone de Beauvoir (1992).

Vintges vindt De Beauvoir meer een filosoof dan een literator. ‘Ik vind haar literaire werken, met name in de beginperiode, heel schematisch. Het zijn romans à thèse, theseromans, omdat ze een filosofische positie willen uitdrukken. De Beauvoir werd boos als iemand haar werken theseromans noemde, ze vond dat ze metafysische romans schreef. Daarmee bedoelde ze dat haar romans de condition humaine verkennen: leven, dood, de ander, haat, liefde, lijden, en hoe daarmee om te gaan. Bij haar latere werken lukt dat beter, maar in het begin ligt het er allemaal erg dik bovenop. Zoals in Tous les hommes sont mortels (1946), en L’Invitée (1943), niet te lezen gewoon. Maar vanaf Les mandarins (1954) wordt het veel beter. Dat noem ik ethisch-filosofische romans. Dan laat ze juist de ambiguïteit van de ethiek zien. Maar dat is indirect natuurlijk ook een these.’

Les mandarins (1954), De mandarijnen (1963)

Medium mandarines

‘De mandarijnen gaat over de pogingen van de Franse intelligentsia om een derde weg te bedenken na de Tweede Wereldoorlog. Is er een links alternatief voor westers kapitalisme en het communisme van de Sovjet-Unie? De hoofdpersoon Henri Perron heeft een krant, waarmee hij wil bijdragen aan het vinden van die derde weg. Deze wordt opgekocht door rechtse financiers die de krant ook inhoudelijk naar zich toe trekken. Perron moet op een gegeven moment beslissen of hij iets publiceert over de dwangarbeidkampen in de Sovjet-Unie. Dat wil hij eigenlijk niet, maar hij twijfelt omdat hij het als zijn journalistieke plicht ziet. De andere hoofdpersoon Anne is een psychiater die moet beslissen of ze wel of niet bij haar geliefde in Amerika blijft. Dat is direct geïnspireerd door De Beauvoirs grote liefde in Amerika, Nelson Algren. Anne worstelt daar zo erg mee dat ze zich van het leven wil beroven. Maar dan besluit ze toch dat het niet bij haar beroepsethos als psychiater past. Ze werd psychiater omdat ze anderen juist van zelfmoord wilde weerhouden.

Het is een geweldig boek, het heeft destijds ook de prestigieuze Prix Goncourt gekregen. Je ziet hoe de hoofdpersonen worstelen met hun morele oordelen. Ze weten niet wat voor socialisme ze wensen, ze hebben geen absolute maatstaven of blauwdrukken. Het is een geleefde ethiek: ze moeten het steeds opnieuw vormgeven.’

Les belles images (1966) eerst in het Nederlands vertaald als Schone schijn (1967) en later als Een wereld van mooie plaatjes (1979)

Medium l beaubell60

‘Dit is mijn favoriete roman van haar. Het gaat over de superwoman die alles kan, een carrière heeft, kinderen, en een man, en die op alle fronten streeft naar succes in haar leven. Daar had De Beauvoir echt een hekel aan en dat heeft ze heel goed opgeschreven.

Reclameontwerpster Laurence heeft alles: een prachtig huis en gezin, een carrière. Maar er begint iets te haperen. Ze voelt zich meer en meer als koning Midas die alles wat hij aanraakt in goud ziet stollen. Zij ziet overal die belles images, alles wat haar blik ziet, doet zij stollen tot een wereld van mooie plaatjes. Dus ook haar man en haar dochter. Omdat ze reclameontwerpster is weet ze zo goed hoe een aantrekkelijk en succesvol beeld in elkaar zit, dat ze ook haar eigen leven zo begint te bekijken.

Dan merkt ze dat haar dochter slapeloos wordt en zich existentiële en sociale vragen gaat stellen. Waartoe leven wij, waarom gaan we dood? Waarom zijn mensen arm? Waarom is er honger in de wereld? Daardoor raakt ze doordrongen van de leegte van haar bestaan, en wil ze haar dochter daarvoor behoeden. De Beauvoir had de superwoman al gezien in Amerika. Haar boek is naar mijn idee een heel actuele kritiek op het neoliberale subject, dat wij inmiddels allemaal zijn of moeten worden, zoals ik laat zien in mijn nieuwe boek A New Dawn for the Second Sex?

Deel II van haar autobiografie: La force de l’âge (1960)/De bloei van het leven (1968).

Medium la force de lc3a2ge beauvoir

‘Naast de zware existentiële thema’s als dood en lijden waar ze zich mee bezighield, was ze ook erg gericht op de positieve kant van het leven.

In deel twee van haar autobiografie, De bloei van het leven, zie je die bruisende kant. Ze zat graag in cafés te kletsen, lekker te drinken en te roken. Maar ze hield ook van skiën en reizen maken. Ze had veel joie de vivre. Ze maakte goede planningen voor haar reizen, dan ging ze op fietstochtjes door Frankrijk en verdiepte ze zich van tevoren in waar je het lekkerst kon eten. Ze belde bij mensen aan en bleef dan eten en slapen. Sartre sukkelde daar maar een beetje achteraan, die zag niets in de countryside en vond het maar een teveel aan zuurstof. Maar zij genoot van de natuur.

Dit boek is heel leuk om te lezen, je krijgt er een goed humeur van. Ik hoor nog steeds van mensen die het lezen. Het is ook heel inspirerend voor vrouwen omdat het de ondernemende kant als iets heel leuks voorstelt. Niks van “och nee ik moet alleen op reis”. Nee dat is juist leuk, en spannend!’

Une mort très douce (1964)/Een zachte dood (1979)

Medium une mort tres douce

‘Dit gaat over de dood van haar moeder. Het is heel troostrijk, dat hoor ik ook van mensen die het lezen op het moment dat ze een van hun ouders verliezen. Ze verkent de thema’s gescheidenheid, rouw, lijden. Haar doel was om er grip op te krijgen, om het van zich af te schrijven. Maar ze wilde ook iets heel singuliers communiceren naar andere mensen. Om de eenzaamheid van dat soort ervaringen te doorbreken. Ze vindt dat de meest existentiële aspecten van ons bestaan − lijden, dood en onze verhouding tot anderen – vaak ook de meest eenzame aspecten van ons bestaan zijn. De literatuur kan die eenzaamheid doorbreken door erover te communiceren.

Hierin verschilt ze van Sartre. Voor hem was literatuur eerder het tonen van eenzaamheid. Hij legt de nadruk op de vrijheid van het individu, zij op communicatie. Haar literatuur staat in het teken van elkaar ontmoeten, wederzijdsheid, intersubjectiviteit. Ze vond dat je verantwoordelijkheid moest nemen voor de kwaliteit van het bestaan van anderen. Zorgen dat anderen het beter hebben. Bij Sartre is het toch meer de ontologie die prevaleert. Het onder ogen durven komen van je absolute vrijheid.’

La femme rompue (1967)/De gebroken vrouw (1968)

Medium beauvoir la femme rompue

La femme rompue bestaat uit drie novellen, drie monologen van drie vrouwen. Alle drie zijn ze overafhankelijk geweest van hun man en ze gaan daardoor helemaal te gronde. Zij hebben hun eigen existentie niet op zich durven nemen.

Dit zou je wel een theseroman kunnen noemen. De Beauvoir wilde aantonen hoe catastrofaal zo’n bestaan is. Je leest het vanuit hun standpunt, maar ze zijn vreselijk. Ze gebruikt negatieve identificatie en dat is niet gemakkelijk om te lezen. Ze is heel hard voor de personages. Maar je hebt toch met ze te doen, ik wel tenminste.

Sommige De Beauvoir-scholars denken dat ze de novelle Malentendu à Moscou eigenlijk voor La femme rompue bedoeld had. Het gaat ook over een vrouw die niet haar eigen leven leidt. De vrouwelijke hoofdpersoon neemt het haar man kwalijk dat hij wel een schrijverscarrière heeft opgebouwd en zij niet. Het aardige is dat zij aan het eind onderkent dat ze zelf ook verantwoordelijk is geweest voor deze positie en dat niet op die man mag projecteren. En dat het eigenlijk ook niet erg is, als ze maar samen oud worden en communiceren met elkaar. Ik denk dat ze het nooit heeft willen uitgeven omdat ze bij de opkomst van het feminisme, eind jaren zestig, het nog te vroeg voor nuance vond. Er moest nog zoveel gebeuren. Maar nu weten we: die kant van de zaak heeft ze dus ook gezien.’