Kerstmuziek

De vijf beste volgens Theo van den Boogaard

Kerstliederen hebben iets geruststellends. Ze komen namelijk elk jaar terug.

Nog zo’n kerstig ritueel: met het hele gezin naar een klassiek concert of opera. Dus is het een drukke tijd voor impresario Theo van den Boogaard: ‘Het is een periode waarin mensen iets stichtelijks willen doen. Ze gaan steeds minder naar de kerk. Concerten vervangen dat. Veel vocale muziek gaat regelrecht omhoog − naar God, naar verlossing.’

In Nederland houdt men ieder jaar met Kerstmis vooral vast aan twee tradities: de Messiah van Händel − ‘met het bekende halleluja’ − en het Weihnachtsoratorium van Bach. ‘In geen ander land, Frankrijk, Duitsland, is deze traditie zo sterk. Net zoals Nederlanders met de winterse feestdagen graag massaal naar balletvoorstelling De notenkraker gaan. Waarom? Dat moet je een socioloog vragen. In Duitsland luisteren ze bijvoorbeeld het hele jaar door naar het Weihnachtsoratorium van Bach.’

Het is best moeilijk te bepalen wat de ingrediënten zijn voor een geslaagd kerstnummer. Tuurlijk, het is zeer belangrijk dat de uitvoering goed is, maar: ‘Het gaat er vooral om jezelf open te kunnen stellen tijdens een concert. Vaak blijf ik toch weer nadenken over andere zorgen: wie haalt morgen de kinderen op? Het gaat er juist om het hier te kunnen loslaten, pas dan ontstaat ontroering. Dat kan best moeilijk zijn tijdens bijvoorbeeld de Weihnacht. Het oratorium duurt bijna drie uur. Het gaat maar door, bijna saai. Soms glijd je van verveling in een roes.’

De situatie van de klassieke muziek is vrij zorgelijk; cijfers dalen en er is sprake van vergrijzing. Iedereen in het wereldje is bezig hier een antwoord op te vinden. Van den Boogaard heeft dat al gevonden. Zijn geheim? Heel goed kijken en luisteren. ‘Ik ben altijd bezig met kijken naar de behoefte van het publiek. Zo willen jongeren liever een informele setting − het Muziekgebouw aan ’t IJ trekt een ander soort publiek dan het Concertgebouw − en horen liefhebbers graag internationale beroemdheden.’ Behalve dat hij concerten organiseert, begeleidt Van den Boogaard 25 zangers. Tachtig procent van de begeleiding bestaat uit luisteren. Naar wat ze precies willen, met welke regisseurs ze komend jaar moeten werken. Twee of drie keer per jaar bezoekt hij een concert van hen en dineert daarna met ze. ‘Puur zakelijk, niks geen diepgaande emotionele gesprekken.’ Tijdens zijn zevenenhalf jaar durende studietijd, wijsbegeerte en techniek − ‘als je talent voor wiskunde hebt, kost de techniekstudie amper tijd’ − begon hij met organiseren, eigenlijk alles wat muziek te maken had. Dat organiseren had hij nooit kunnen leren op het conservatorium.

Horen wie de beste zangers zijn, is niet de grootste uitdaging. ‘Iemand die nog nooit naar een voetbalwedstrijd is geweest, ziet ook tijdens zijn eerste wedstrijd dat Johan Cruijff beter is dan een ander.’ Slechts drie hoofdzaken bepalen de waarde van een klassiek zanger. Zo is het voordelig als de zanger een uniek stemtype heeft. Bij een eindexamenklas van het conservatorium zijn er meestal vijftig sopranen, en maar één tenor. Het repertoire is daarnaast bepalend. Met dramatische repertoires kun je heel beroemd worden. De laatste voorwaarde is het meest geheimzinnig: een zanger moet een bepaalde natuurlijkheid uitstralen op het podium. ‘Dat is zeldzaam. Denk aan Maria Callas. Je zag gewoon dat het podium de enige plek was waar ze wilde zijn. Net zo’n soort karakter als Jeroen Willems: gewoon die bühne op willen.’

De beste vijf kerstnummers volgens Theo van den Boogaard?

  1. Puccini’s La Bohème, tweede akte_._ ‘Twee jonge regisseurs die ik begeleid hebben deze beide apart uitgevoerd afgelopen jaar: Lotte de Beer en Floris Visser. Die gaan een mooie carrière tegemoet! Van de hele opera doet de tweede akte me altijd aan Kerst denken. Een paar corpsballen zitten in de kroeg, ze zijn hard aan het zuipen. Eigenlijk gebeurt er niks. Wanneer ze moeten betalen, blijkt dat ze geen geld bij zich hebben. Ze rennen het café uit. Op een of andere manier krijg ik hierbij een kerstgevoel. Vooral als ze het in de muziek laten sneeuwen.

  2. Die Fledermaus van Johan Strauss, tweede akte. ‘In Duitsland wordt deze opera als kerststuk aangehouden. Alle Duitse steden programmeren deze opera. Lastig, want de rol van hoofdrolspeelster Rosalinde is moeilijk te vinden. Ze zingt de Hongaarse dans die zo’n zeven à acht minuten omhoog en omlaag gaat. Weinig sopranen durven dit aan. Vaak moeten Duitse muziekhuizen hun opera op het laatst afzeggen omdat er een Rosaline of Adele ziek is.’

  3. Werther van Jules Massenet, uitgevoerd door Jetske Mijnssen. ‘Als je deze Kerst aan tafel bij je schoonouders wilt laten zien dat je niet van de straat komt, moet je de eindnoten van deze opera zachtjes zingen. Noëlle, Noëlle. Aan het begin van de opera leert de vader van Charlotte de kinderen kerstliedjes zingen. Aan het einde denk je dat je engelen hoort zingen.’

  4. Cd Carol & Christmas Songs van Bryn Terfel. ‘Dit is een van de allerbeste zangers van de wereld. De zanger uit Wales heeft een godgegeven stem. Hij ontstijgt elke categorie. Ik wil hem graag naar Nederland halen, maar hij heeft weinig tijd. Zijn vader is schapenherder en vijf maanden per jaar helpt Bryn zijn vader. Veel operazangers proberen een kerst-cd te maken, heel pijnlijk soms. Deze is echter heel goed.’

  5. Baritone van Geert Smits, liederen van Brahms, Mahler, Schumann. ‘Het is geen echte kerst-cd, maar ik ga hem deze Kerstmis wel vijftig keer beluisteren. Dit is een interessante Nederlandse zanger, hij heeft een fantastische stem. Veel Nederlandse zangers zingen strak en klein omdat het mode is. Geert Smits trekt zich hier niets van aan, hij zingt tijdloos. De cd is uitgekomen bij platenlabel Harmonia Mundi. Voor klassieke muziek is dit het meest interessante label.’