De vijf beste volgens Alex Mallems

De vijf meest bijzondere locatietheatervoorstellingen

Tijdens het Zeeland Nazomerfestival worden theater- en dansvoorstellingen in de buitenlucht uitgevoerd. Artistiek leider Alex Mallems over de filosofie achter het locatietheater, en over zijn vijf favoriete stukken uit het genre.

Medium znf 2014 locatietheater  foto lex de meester   2 ws

Bij een doorsnee theatervoorstelling horen een podium, coulissen en genummerde stoelen. Het dimmen van de lichten betekent: het gaat beginnen. De stilte van de theaterzaal garandeert een complete focus. Niets van dat alles is vanzelfsprekend tijdens het jaarlijkse Zeeland Nazomerfestival, dat dinsdag 26 augustus van start gaat, en tot 6 september duurt. De voorstellingen vinden stuk voor stuk op locatie plaats. Dat kunnen de duinen zijn, zegt Alex Mallems, maar ook historisch of industrieel erfgoed: ‘We plaatsen het Zeeuwse landschap in de hoofdrol. De bedoeling is de bezoeker het gevoel te geven: dit stuk kan alleen op deze plek worden uitgevoerd. Locatie en voorstelling moeten een organisch geheel vormen.’

Mallems (55), Belg van geboorte, is sinds de oprichting van het festival in 2001 de artistiek leider: ‘Ik zoek zelf de locaties uit bij de voorstellingen. Dat kost tijd, want we gebruiken nooit twee keer dezelfde plek. Natuurlijk moet zo’n locatie bepaalde basiskwaliteiten hebben – stilte bijvoorbeeld. Maar vaak grijpen we actief in het landschap in, manipuleren we. Tijdens deze editie gaat De schrijver, zijn vrouw, haar minnares in première, een stuk dat zich afspeelt in “Villa Antoinette”, het zomerhuis van Martinus en Netty Nijhoff. Dat huis is zelf niet bruikbaar als locatie, dus heeft de ontwerper een pop-up-huis bedacht dat we anderhalve kilometer verderop in de natuur opzetten.

Ander voorbeeld: De Zwarte van Walcheren spelen we in de Middelburgse Oostkerk. Speciaal daarvoor heeft Jan Strobbe een romp van een schip ontworpen dat de cirkelvormige kerk als het ware doormidden snijdt. Dat schip verwijst naar de slavernij, een belangrijk thema in dat familiedrama. Het publiek wordt ontregeld, en gedwongen door kleine deurtjes naar binnen te komen, zodat het die ervaring van slaaf-zijn beter begrijpt. Bezoekers denken: ik ga naar een kerk, maar worden van die zekerheid beroofd.

Medium de zwarte van walcheren  lex de meester ws

De beleving van bezoekers is voor ons festival ontzettend belangrijk: hoe halen we mensen uit hun routine? In 2008 kreeg ik een rondleiding door COVRA, de opslagplaats voor kernafval die bij Borssele hoort. Dat was zo luguber dat ik besloot: hier wil ik een voorstelling maken. Dat werd Kwartet van Heiner Müller, een stuk dat goed past bij een dreigende omgeving. Je hebt er muren van anderhalve meter dik, ik denk dat het de best beveiligde plek van Nederland is. Het publiek werd eerst uitgebreid gecontroleerd. Door de aanwezige apparatuur in de voorstelling te integreren maakten we de illusie totaal. Dat werkte fantastisch.’

Mallems heeft de vijf voorstellingen uitgekozen die, zo zegt hij, het meest compromisloos zijn: ‘Het zijn allemaal stukken die radicale keuzes maken in het bespelen van de ruimte. Ze zetten de kracht van de locatie maximaal in, telkens met andere middelen. Dat is ook wat ik in Zeeland ieder jaar probeer.

1. Le Mahabharata (Peter Brook, Festival van Avignon, 1985)

‘Het magnum opus van Peter Brook, dat ik bezocht als jonge journalist voor radiostation BRT Radio 3. Brook is de belangrijkste regisseur van de late twintigste eeuw, en heeft er ruim tien jaar aan gewerkt. Alleen al het lezen van dit Indiase epos kostte hem twee jaar. Le Mahabharata werd in een steengroeve gespeeld, een tiental kilometer ten zuiden van Avignon. Het knappe was: het decor en de belichting respecteerden de omgeving volkomen. Het was een marathonvoorstelling die de hele nacht duurde, van tien uur ’s avonds tot vroeg op de volgende morgen. We zagen de zon ondergaan en weer opkomen – een unieke beleving. Meer dan in een schouwburg voelt het publiek zich dan één. Samen voel je de wind, samen hoor je de krekels. Tijdens de pauzes voer je spontane gesprekken met de mensen naast je. Maar het is niet alleen romantiek. Als acteur moet je in de open lucht dubbelhard je best doen, om de aandacht vast te houden.’

2. Je suis sang (Jan Fabre, Festival van Avignon, 2001)

‘Een stuk dat werd opgevoerd in de Cours d’Honneur, de beroemdste locatie van het Festival van Avignon. De metershoge paleismuur van het Paleis des Papes vormde het decor. Van alle voorstellingen die ik er ooit zag, is dit degene die op de meest organische manier een dialoog aanging met de locatie. Jan Fabre heeft als kunstenaar een speciale relatie tot bloed, en werkt die in Je suis sang uit tot een middeleeuws zinnespel met geharnaste danseressen en bloedaflaten. Het stuk incorporeert de geschiedenis van het paleis: Avignon heeft zich ooit afgescheiden van pauselijk Rome, en dat ging gepaard met moord en doodslag. Er wordt op dit moment veel gesproken over IS, maar onze eigen geschiedenis is niet minder bloedig. De inquisitie laat zien dat de daden van de katholieken niet onderdeden voor wat zich nu in Irak afspeelt.’

3. Marius, Fanny en Cesar (Compagnie Marius, Zomer van Antwerpen, 2001)

‘Compagnie Marius is een reizend theatergezelschap. Wat hen uniek maakt, is dat ze met eenvoudige decormiddelen werken. Ze integreren veel elementen uit de commedia dell’arte, brengen hun eigen houten tribune mee, en zoeken veel interactie met het publiek. In de pauze serveren ze zelf bouillabaisse aan het publiek. Marius, Fanny en Cesar is de vertaling en bewerking van de Trilogie marseillaise van Marcel Pagnol. Het verhaal is vrij dun. Het is een trilogie die gaat over een meisje dat verliefd wordt, afscheid neemt van haar geliefde, maar die uiteindelijk toch terugvindt. Maar de charme is het erbij betrekken van de elementen, van het water. Verder is het sober, ze doen echt een appèl op de fantasie van het publiek. Een soort poppenkast krijg je dan, en dat bedoel ik positief. Voor de voorstelling hadden ze de sfeer van een haven nodig. Toen er in 2006 op ons festival een productie uitviel, konden we het stuk aankopen, en het naar Zeeland brengen, met de Vlissingse vismijn als speelplek. De vissersboten die er aanmeerden zorgden voor een natuurlijk decor.’

4. Café Müller (Pina Bausch, Carré Amsterdam, 1981)

‘Absoluut mijn lievelingsstuk van Pina Bausch, en tevens het eerste dat ik ooit van haar zag. Ik was toen 23, later heb ik haar nog geïnterviewd. Het verhaal bestaat uit botsingen tussen twee vrouwen en drie mannen, tegen een decor van omgevallen cafétafels en stoelen. Een man loopt tegen een vrouw op, vangt haar op, en laat haar weer vallen. De melancholieke muziek van Henry Purcell sluit aan bij het verdriet dat je soms in het café aantreft. Bij Bausch is de beleving zo sterk dat je het café bijna ruikt. Je volgt mensen haast tot op het toilet, zodat de ruimte groter wordt dan die in feite is. De belichting is magistraal – het is locatietheater in de schouwburg. Dat kan eigenlijk niet, maar dit is de uitzondering die de regel bevestigt. Om de tien jaar heb ik dit stuk terug gezien, eerst in Parijs, toen in Brussel en vorig seizoen nog in deSingel in Antwerpen. Dat locatiegevoel kwam telkens terug.

5. De man in de boot (Niek Kortekaas, Zomer van Antwerpen, 1999)

‘Niek Kortekaas is behalve scenograaf en theatermaker ook beeldend kunstenaar. Hij denkt in beelden. Zelf was ik er als dramaturg bij betrokken. Bij deze productie lieten we ons inspireren door het thema van de man en de boot. Denk aan de Ark van Noach, aan het Narrenschip van Jeroen Bosch en aan Titanic. Als speelplaats kozen we voor een immense industriële scheepswerf in Hoboken (Antwerpen), met daarin een gestrande theaterboot. Het werd een totaalspektakel met water, vuur, licht, klank, beweging en muziek. We konden beelden maken die in een schouwburg niet mogelijk zouden zijn geweest, maar nu wel, vanwege de gigantische dimensies. Het had de structuur van een Stationendrama, zoals dat heet in het jargon. In iedere scène triggerden we het publiek met een nieuwe impuls. Dan weer de hoogte in, dan weer met vuur, dan weer via een actrice op de boeg van het schip.’


Beeld: (1) Zeeland Nazomerfestival locatietheater (Lex de Meester). (2) De Zwarte van Walcheren_, regie Stefan Perceval. Zeelandia. (Lex de Meester)._