Frauderende penningmeesters

De vingers in de clubkas

In Nederland verenigingsland hebben in de laatste acht jaar minstens 260 penningmeesters geld uit de kas van hun club of stichting gehaald. Gezamenlijk staken ze minimaal 40,7 miljoen euro in eigen zak. De verhalen zijn vaak tragisch. Wat te doen om toezicht te houden op stelende schatbewaarders?

Luister naar dit artikel

Op een aprildag in 2016 overhandigt Eiko Swijghuizen een ongeordende stapel nota’s, kasboeken en bank-afschriften aan twee dorpsgenoten. Ze wachten bij de voordeur van zijn hoekhuis in het Groningse Ulrum op de administratie. Swijghuizen (73) is op dat moment zeven jaar penningmeester van de lokale begrafenisvereniging ’t Kerspel, een club met 540 leden die bij begrafenissen de voorganger en kistdragers betaalt.

Het is voorbij, denkt hij dan.

De Ulrummer is vervlochten met het bijna dertienhonderd inwoners tellende dorp. Hij bestuurt Dorpsbelangen Ulrum, is secretaris bij de Vereniging voor Volksvermaken, maakt roosters voor Tafeltje Dekje en zet routes uit voor fietstochten rond het dorp. Zijn hele leven woont hij in dezelfde straat. Geboren op nummer 18, later verhuisd naar 20. Nu woont hij achter de voormalige kapsalon van zijn vrouw op nummer 26. Aan de muur hangt een foto van de skeelermarathon die hij mede organiseerde.

Vanaf januari 2011 maakt de voormalig belastingambtenaar stiekem verenigingsgeld over naar zijn eigen bankrekening. Zijn pensioen valt lager uit dan zijn oude salaris, hij maakt onverwacht hoge kosten bij de afwikkeling van een erfenis en hij koopt een Peugeot 208. Het begint met een klein bedrag. Terugbetalen lukt steeds niet.

Leden van de begrafenisvereniging stellen nooit vragen. Een kascontrole is er niet. Toch heeft Swijghuizen slapeloze nachten. ‘Ik wilde een vriend om hulp vragen, maar durfde niet. Ik kon niet zeggen wat er aan de hand was.’ Nu staan de voorzitter en een bestuurslid aan de voordeur en is het tekort opgelopen tot 95.000 euro.

Nadat de dorpsgenoten zijn weggelopen met de administratie stopt het verenigingsleven voor Swijghuizen abrupt. De begrafenisvereniging stuurt een gedetailleerde brief over de diefstal naar haar leden. Tijdens een bijeenkomst van landelijke vrijwilligersactie NLdoet weigert een dorpsgenoot een ruimte met hem te delen. Swijghuizen ziet de tranen in de ogen van zijn vrouw, staat op en vertrekt. ‘Als ik door het dorp loop, draaien mensen hun rug naar mij toe – mensen die ik nog heb geholpen met hun belastingaangifte. Enkele diakenen en ouderlingen van de protestantse gemeente kijken me nog steeds met de nek aan. En dat noemt zich dan christelijk.’

Swijghuizen is een van ten minste 260 penningmeesters die in de afgelopen acht jaar geld uit de kas van zijn vereniging of stichting haalden. De Groene Amsterdammer onderzocht fraude in het Nederlandse verenigingsleven. Nederland is een verenigingsland: iets minder dan de helft van de bevolking helpt minstens eenmaal per jaar bij een vereniging, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs). Maar verslaggeving over stelende penningmeesters blijft meestal beperkt tot korte berichten in lokale media. >

De basis van het onderzoek vormde een verzameling van dit soort nieuwsberichten, samengesteld door gepensioneerd accountant Maarten den Ouden. Als auteur van het boek De Kascommissiegids is hij al decennia gefascineerd door het onderwerp. De collectie van Den Ouden is door De Groene Amsterdammer zaak voor zaak gecontroleerd, geüpdatet en aangevuld met categorieën als geslacht, veroordeling en duur van de fraude. Ook ploegden we relevante juridische uitspraken uit de afgelopen jaren door, ter nuancering en aanvulling van het databestand.

Van 2013 tot en met 2020 zijn bij 273 verenigingen en stichtingen 260 penningmeesters en andere bestuursleden betrapt op zaken als pinnen met de clubpas of het overmaken van geld naar eigen rekening, blijkt uit het onderzoek. Gezamenlijk staken zij minimaal 40,7 miljoen euro in eigen zak. De gemiddelde penningmeester verduistert 163.000 euro. Soms verduisteren penningmeesters kleine bedragen, maar de gevolgen van ieder achterovergedrukt duizendje zijn groot: levenslange vriendschappen bekoelen, verenigingen dreigen failliet te gaan.

De gemiddelde fraudeur is een man (78 procent van de gevallen) van in de vijftig. Hij beheert de financiën van een sportclub (51 keer), een religieuze (23) of een buurtvereniging (21). Hij kan 44 maanden onopgemerkt zijn gang gaan tot medebestuurders of opvolgers het bedrog ontdekken. Het vaakst woont hij in Drenthe: die provincie telt per honderdduizend inwoners 3,4 gepakte penningmeesters.

Voorzover is na te gaan zijn 166 van de 260 betrapte penningmeesters en andere bestuurders strafrechtelijk veroordeeld. Ten minste 41 van de 260 bestuurders moesten de cel in, in de meeste gevallen niet langer dan zes maanden. 131 van hen kregen een taakstraf. Ook voorwaardelijke cel- en taakstraffen komen veel voor.

Wat betreft frauderende politici komt de Partij van de Arbeid (pvda) met zeven stelende raadsleden en bestuurders veruit het vaakst voor. Soms legen zij de kas van hun lokale pvda-afdeling, in andere gevallen bij pakweg een voetbalclub of de stedelijke straatkrant. Politici van vvd, pvv en SP zijn ieder twee keer betrapt.

De 260 betrapte penningmeesters vormen hoogstwaarschijnlijk slechts een klein deel van het totale aantal fraudeurs bij amateurverenigingen en -stichtingen. Mogelijk ontbreken nieuwsberichten uit ons overzicht. Zeker is ook dat veel zaken het nieuws überhaupt niet halen. ‘Besturen houden veel binnenskamers. Wat in de pers komt is nog niet de helft van wat in de praktijk gebeurt’, schat accountant Den Ouden, die wekelijks vragen van verenigingen en stichtingen krijgt. De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (knvb) laat weten tien tot twintig gedupeerde voetbalclubs per jaar te helpen. Ter vergelijking: in het databestand van De Groene Amsterdammer figureren slechts zestien voetbalclubs in acht jaar tijd.

Wat het meest opvalt aan de honderden zaken is dat de overgrote meerderheid van de penningmeesters niet bestaat uit doortrapte dieven. Stelende schatbewaarders zijn in meerderheid mensen met geldzorgen. Soms hebben zij te weinig financiële kennis en raken ze de weg kwijt in hun eigen boekhouding. Ze gebruiken het ontvreemde geld vaak om bijvoorbeeld een slechtlopend bedrijf overeind te houden, of voor dagelijkse uitgaven. Liefst 21 van de penningmeesters zijn gokverslaafd. Zij vergokken het spaargeld van hun club, soms met het idee om eerdere verliezen terug te winnen.

Er zijn uiteraard ook berekenende boeven, maar de doorsnee penningmeester is eerder iemand als penningmeester Bert uit het Brabantse Someren. Als de financieel beheerder van de lokale heemkundekring – die het streekverleden onderzoekt – in 2016 spoorloos verdwijnt, blijkt zijn werkkamer bezaaid te zijn met onbetaalde rekeningen en incasso’s. Niet zo gek dat hij vragen over de contributie en een ontbrekende accountantsverklaring eerder niet kon beantwoorden. Vier weken later vindt de politie hem ongeschoren terug in zijn zwarte Renault Megane, langs een kanaal halverwege Deurne en Venlo. In zijn wanhoop heeft hij een maand in zijn auto doorgebracht.

Als Ton van Beers een ring om de vinger van zijn Ulrike schuift, is het vrijdag 1 februari 2019. De huwelijksceremonie van de oprichter van de Arnhemse Ouderen Partij (aop) is sober. Te gast is naast Van Beers’ zakenpartners alleen partijgenoot Nico Wiggers, die foto’s maakt met zijn iPhone. De sfeer op het Arnhemse stadhuis is geladen. Het raadslid dat bekend staat als voorvechter van armen en laaggeletterden heeft darmkanker, en het ziet er niet goed uit. ‘In de zomer gaan we het vieren’, zegt de bruidegom tegen Wiggers. Vier dagen later is Ulrike weduwe.

De schat­bewaarder van kerkgenootschap Vrijzinnigen Soest besteedde het door hem gestolen geld aan ‘sugar babies’, naar eigen zeggen om met ze in gesprek te gaan

Niet veel later vlooit Wiggers de ing-bankafschriften van zijn partij door en valt een overschrijving op van zevenhonderd euro naar de Duitse webshop 123gold.de, overgemaakt vlak voor het huwelijk. De aop betaalde de trouwringen van Van Beers. Verder blijkt de overleden belastingadviseur de partijrekening gebruikt te hebben voor de aanschaf van vliegtickets naar Bangkok, hotelovernachtingen in Drenthe, en de wegenbelasting van zijn Saab – in totaal mist zo’n vijftienduizend euro.

Van Beers had financiële problemen, legt Wiggers uit. De Belastingdienst legde beslag op zijn bankrekening, daarom liet Van Beers zijn raadsvergoeding bij de partij storten en gebruikte hij de partijpas privé. ‘Ik ben ervan overtuigd: had hij geleefd, dan had hij linksom of rechtsom het geld terugbetaald’, zegt Wiggers.

Dat Van Beers net als Ulrummer Swijghuizen beschikte over een financiële achtergrond is geen toeval. Opvallend vaak werken frauderende penningmeesters als accountant of fiscaal adviseur. Dat is geen garantie voor een goede boekhouding.

Penningmeesters die de clubkas gebruiken voor persoonlijk gewin zijn vaker goed voor kleurrijke verhalen. Zo regelde de voorzitter van een bewonersplatform in de Amsterdamse Bijlmer witte limousines bij haar eigen uitvaart, op kosten van de buurt. En beweerde de voormalige penningmeester van kinderhulporganisatie Terre des Hommes Assen dat hij onschuldig was: de verdwenen euro’s had hij slaapwandelend in de papierversnipperaar gestopt. De schatbewaarder van kerkgenootschap Vrijzinnigen Soest besteedde het door hem gestolen geld aan ‘sugar babies’ via sugardaddy.com, naar eigen zeggen om met ze in gesprek te gaan.

Logisch dat naar dit soort mediagenieke verhalen de meeste aandacht uitgaat. Maar het zijn niet de meest gebruikelijke fraudegevallen, zegt accountant Den Ouden. Hij schetst een voorbeeld. ‘Een penningmeester van een voetbalclub, een nette man, komt geld tekort voor het personeel van zijn café. Over een aantal dagen maakt een klant een groot bedrag over, dus leent hij het geld even van de club. Maar vervolgens gaat de klant failliet.’

Om zo’n beginnende fraude te voorkomen is controle noodzakelijk, zegt Den Ouden. Diefstal bij een vereniging is niet uitsluitend de verantwoordelijkheid van de penningmeester. ‘Ja, penningmeesters schenden het vertrouwen. Maar hen wordt ook de gelegenheid geboden. Het zijn mensen. Ze hebben financiële problemen en kunnen in de verleiding komen.’

Zo ingewikkeld is fraudepreventie ook weer niet, stelt de auteur van De Kascommissiegids. Het belangrijkste is dat iemand het hele jaar door meekijkt met de penningmeester. ‘Het idee alleen dat iemand kan meekijken maakt de verleiding veel kleiner’, zegt Den Ouden. Verder adviseert hij verenigingsleden om de jaarlijkse kascontrole te zien als meer dan een gelegenheid om gezellig koffie te drinken.

Door onoplettendheid kunnen stelende penningmeesters vaak lang hun gang gaan. De langst lopende fraude uit de data van De Groene Amsterdammer staat op naam van de inmiddels overleden penningmeester Aad uit De Lier. Liefst een halve eeuw lang maakte hij geld over van de Westlandse vogelvereniging De Liervogel naar zijn eigen bankrekening.

Voor de SP in Leiden was zelfs een concrete waarschuwing niet voldoende om de eigen penningmeester serieus te controleren. De voorzitter van de SP werd in de koffiekamer van het stadhuis aangesproken door voorzitter Peter Bootsma van coc Leiden. Bootsma had tot zijn verbazing gezien dat de penningmeester die in 2007 tienduizenden euro’s van de lhtbi-belangenvereniging ontvreemd had in 2011 aan de slag ging bij de politieke partij.

Vier jaar later deed de SP aangifte: de gokverslaafde penningmeester had meer dan dertigduizend euro gestolen. ‘We hebben grote fouten gemaakt’, zegt fractievoorzitter Antoine Theeuwen. Toen de penningmeester zich aandiende was Theeuwen allang blij. ‘We konden de functie niet vervuld krijgen en we dachten: hij is al lang lid van de club, het is een vriend. Die doet het niet nog een keer.’ Tegenwoordig kijkt de partij vier keer per jaar naar alle transacties.

Ook problematisch is dat veel verenigingen en stichtingen de neiging hebben diefstal binnenskamers te houden. Zo gaf de Venlose Hockey Club (vhc) penningmeester Dé Smets de kans de 150.000 euro terug te betalen die hij zichzelf ‘geleend’ had. ‘We wilden het onderling oplossen’, zegt voorzitter Jeroen Bakkers van de inmiddels tot Hockeyclub Delta Venlo gefuseerde sportvereniging.

De voormalige carnavalsprins van Venlo greep de geboden kans. Hij betaalde de hockeyvereniging binnen enkele maanden terug door de kas te legen van toneelvereniging de Venlose Revue, waar hij ook penningmeester was. ‘Ik heb wel begrepen dat een andere vereniging ook gedupeerd is, maar daar weet ik het fijne niet van’, zegt Bakkers. De toneelvereniging lichtte de politie in, maar deed ook geen aangifte. Inmiddels heeft Smets publiekelijk spijt betuigd in De Limburger, is zijn huis verkocht en is beslag op zijn pensioen gelegd.

Voor een vereniging kan een lege kas grote gevolgen hebben. Zo moest de roemruchte voetbalvereniging SV Achilles 1894 door financieel wanbeleid en een daaropvolgende bestuurscrisis in 2019 drie klassen lager gaan spelen: van de hoofdklasse op zondag naar de derde divisie op zaterdag. ‘Op de eerstvolgende algemene ledenvergadering (alv) was het oorlog’, zegt de huidige penningmeester Jan van der Heide. ‘De aantrekkingskracht werd minder. Selectievoetballers vertrokken naar andere clubs. Maar het ergste was een enorme ledenafname van dertig procent. Dat gaat over honderden leden die we kwijt zijn geraakt.’ Om toch leden te werven heeft de club een opmerkelijke keuze gemaakt: ondanks het geldtekort is de contributie verlaagd.

De schuldenlast van Achilles had meer oorzaken dan alleen de penningmeester, benadrukt Van der Heide: ‘Voetbal is emotie. Dan win je het seizoen, ligt promotie in het verschiet, maar is er een gat van honderdduizend euro. Dan betaalt iemand dat gewoon, een sponsor. Dat regelden we onder elkaar. Als je kritisch bent, vinden mensen je al snel lastig. Dan zei de penningmeester op de bestuursvergadering: “Ik heb het te druk om een tussenrapportage te maken, het komt de volgende keer.” En dat dan vier of vijf keer achter elkaar. Dan zei ik: “Met alle respect, maar ik wil die cijfers zien!” Maar dan werd ik overruled door de voorzitter.’

Tegenwoordig kiest Achilles zijn bestuursleden met behulp van een vastgesteld profiel, en niet aan de hand van wie beschikbaar is, zegt Van der Heide. ‘Stop geen vijf vrienden bij elkaar, dan gaat het fout.’ Ook is een accountant aangesteld en is de schuld gesaneerd, zegt hij. ‘De club is gepromoveerd en op de laatste alv durfden leden kritiek te uiten: dat ervaar ik als positief.’

Elf dagen is Ramon Smits Alvarez weg van huis als hij op 21 oktober 2013 de spoorbrug bij Ponte Ulla op loopt. Het 34-jarige Amersfoortse raadslid is vertrouwd met de regio rond Santiago de Compostella. Smits Alvarez’ moeder vertrok in de jaren zeventig uit het Spaanse Galicië om bij Philips in Nederland te werken. Zelf kent hij net zo goed de weg in de wijken van Amersfoort als in de Galicische heuvels.

‘Het is niet de makkelijkste tijd geweest, maar ik heb mijn straf gekregen. Ik zou het fijn vinden als de mensen in het dorp eens gedag zouden zeggen’

Tot voor kort leefde Smits Alvarez praktisch op het stadhuis. Voormalig pvda-partijgenoot Arriën Kruyt omschrijft hem als een volkstribuun, naar de belangenbehartigers van het plebs in het Romeinse Rijk. ‘Iemand die zijn eigen aanhang creëert. Hij werkte zich te pletter en had het ’s avonds in de kroeg nog over politiek. Was een slootje vies, dan stelde hij vragen.’ In 2010 komt Smits Alvarez dankzij voorkeurstemmen in de raad. > Hij werkt zich op tot kandidaat-fractieleider van de lokale pvda voor de verkiezingen van 2014.

Achter het ogenschijnlijke succes van Smits Alvarez schuilt een leugen. In 2010 verliest hij zijn baan bij zorgverzekeraar Agis. Hij vertelt het niet aan zijn vrouw, maar vertrekt iedere werkdag van huis alsof er niets aan de hand is. Hij leeft van het geld van de pvda, bedoeld voor de verkiezingscampagne en bier in de gezamenlijke koelkast. Dat lost zijn problemen niet op. Hij staat nu zo’n 64.000 euro in het rood. Aan de gedeelde rekening met zijn vrouw heeft hij al twee maanden niet bijgedragen.

Op 10 oktober verdwijnt Smits Alvarez. Met rugzak en paspoort, maar zonder telefoon, vertrekt hij richting Galicië. Niet lang daarna brengen stadsbestuurders naar buiten dat hij voor zijn vertrek nog vierduizend euro van de pvda heeft opgenomen. ‘Zijn gevoel was: ik kan niet meer terugkomen’, zegt Kruyt. Elf dagen later springt Smits Alvarez van de spoorbrug bij Ponte Ulla, de agenten van de Guarda Civil op enkele meters afstand.

Terugkijkend neemt Arriën Kruyt zichzelf kwalijk dat hij als een van de weinigen op de hoogte was van Smits Alvarez’ werkloosheid, maar met die kennis niets deed. ‘Ik ging ervan uit dat hij leefde van zijn raadsvergoeding.’

Tijdens de afscheidsdienst voor Smits Alvarez in de Sint-Joriskerk zei Kruyt in 2013: ‘Ik ga het niet goedpraten, het was fout. Maar het was ook fout dat hij niet gecontroleerd werd.’ Met medeweten van zijn pvda-fractiegenoten trok Smits Alvarez in 2010 de opdracht aan de accountant in. Ook het bestuur van het pvda-steunfonds had op de hoogte moeten zijn, volgens Kruyt. ‘Zij hadden het kunnen voorkomen door het vier-ogen-principe toe te passen: alleen geld overmaken als twee mensen het zien’, zegt hij nu.

Wat te doen om incidenten als de zelfmoord van Ramon Smits Alvarez te voorkomen? Betere regels kunnen een deel van de oplossing zijn. Per 1 juli geldt de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (wbtr), waardoor bestuurders van amateurverenigingen en -stichtingen voortaan gemakkelijker aansprakelijk kunnen worden gesteld bij bijvoorbeeld een gebrekkige administratie. De achterliggende gedachte: een bestuurder die zijn eigen spaargeld kan verliezen zal minder laks zijn bij de boekencontrole.

Ook mag een bestuurder niet meer in z’n eentje de meerderheid van de stemmen hebben. Verder verbiedt de wet een bestuurslid of toezichthouder mee te praten of te stemmen in een vergadering als zijn of haar persoonlijk belang ingaat tegen het belang van de club. ‘Heel veel regels die normaal waren voor bedrijven golden niet voor de stichting. Dat is nu meer gelijkgetrokken’, zegt hoogleraar ondernemingsrecht Gerard van Solinge van de Radboud Universiteit, tevens advocaat bij Allen & Overy. Hij ziet de nieuwe wet als een verbetering.

Ondanks de nieuwe regels blijven volgens Van Solinge achterliggende problemen van verenigingen en stichtingen bestaan. ‘Veel hangt af van de kwaliteit van toezichthouders, die de penningmeester controleren. Een accountant ziet de fouten zo. Maar: die accountant moet je vinden.’ Paradoxaal genoeg maakt de nieuwe regelgeving de zoektocht naar kundige controleurs juist moeilijker, vermoedt Van Solinge. Een potentieel bestuurslid zal minder graag een bestuursfunctie vervullen als hij het risico loopt zijn eigen vermogen te verliezen.

Een tweede probleem is dat bestuurders niet op de hoogte zullen zijn van de strengere regels, denkt Van Solinge: ‘Hun gedrag zal pas veranderen door een paar duidelijke voorbeelden in de rechtspraak. Als een bestuurder zijn voorganger financieel aansprakelijk stelt, sijpelt het misschien wel door.’

Ook koepelorganisaties zijn bezig met fraudepreventie. Zo is de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (knmo) van plan coachings te organiseren voor alle amateur-muziekgezelschappen die lid zijn van de bond, onder meer over fraudepreventie.

De knvb gaat verder. De voetbalbond heeft achttien verenigingsadviseurs in dienst die ieder ruim 150 clubs bijstaan. ‘Elke adviseur houdt zich met zo’n dertig voetbalgerelateerde onderwerpen bezig, van brandveiligheid tot integriteit,’ vertelt Guus Posthumus, hoofd verenigingsadvies.

Fraude binnen verenigingen valt bij de knvb onder een breder thema. ‘Wij houden ons bezig met vragen als: hoe krijg je competente bestuurders?’ Ook organiseert de bond bijeenkomsten waarin voetbalclubs dilemma’s ter sprake brengen. Al valt het Posthumus op dat bestuurders zelden een vraag over fraude stellen. ‘Wellicht heerst er schaamte om zoiets in te brengen bij een informatieavond’, zegt hij.

Voor het raam van het hoekhuis van Eiko Swijghuizen hangt een bordje. ‘Niet perfect is ook goed’, staat erop. De Ulrummer betaalt maandelijks zeshonderd euro van zijn schuld terug, vertelt hij vanuit de voormalige kapsalon van zijn vrouw. Achter hem staat een kappersstoel met spiegel, in de hoek de oude verfmachine van zijn vader, in zijn tijd de dorpsschilder.

Nog steeds mijden dorpsgenoten de voormalige belastingadviseur, maar aan verhuizen denkt Swijghuizen niet. Hij wijst door het raam richting het huis van de buren. ‘Er zijn nog altijd mensen met wie ik het goed kan vinden. Ik ben nu lid van de fietsclub in Winsum.’

Voor wat de rechter omschreef als een ‘geraffineerde handelswijze’, namelijk het overmaken van geld naar eigen rekening, kreeg Swijghuizen in 2017 een taakstraf van 240 uur plus drie maanden voorwaardelijke celstraf. Aan die taakstraf hield hij een nieuwe bezigheid over: hij is nu vrijwilliger bij de kringloopwinkel waar hij zijn uren maakte. Als straf maaide hij daar het gras, maakte hij de winkel schoon en haalde hij spullen op. ‘Niemand noemde mij daar taakstraffer of keek op mij neer.’

Swijghuizen heeft spijt van zijn acties. Toch wil hij met zijn volledige naam in De Groene Amsterdammer, om te laten zien dat levenslange schaamte niet nodig is. ‘Het is niet de makkelijkste tijd geweest, maar ik heb mijn straf gekregen. Ik zou het fijn vinden als de mensen in het dorp eens gedag zouden zeggen, en naar mijn kant van het verhaal vragen.’


De achternaam van de penningmeesters Bert en Aad is bekend bij de hoofdredactie van De Groene Amsterdammer. Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl


Verantwoording

De 260 fraudeurs in de data van De Groene Amsterdammer zijn in meerderheid penningmeester, maar vervulden ook andere bestuurstaken zoals voorzitter of secretaris. Bestuursleden tellen alleen mee in het overzicht als ze enkel een onkostenvergoeding of vrijwilligersvergoeding krijgen. Andere medewerkers, zoals boekhouders en kantinemedewerkers, komen niet in aanmerking.

Een betrapte penningmeester telt mee in het jaar waarin zijn of haar zaak voor het eerst in de media verschijnt. Dit heeft praktische redenen: de duur van de fraude zelf is niet altijd bekend.

De genoemde verduisterde bedragen zijn minimale aantallen. Waar mogelijk is informatie afkomstig uit juridische uitspraken, anders is gekozen voor de eis van de gedupeerde vereniging of stichting. In de praktijk zal het totaal verduisterde bedrag hoger uitvallen dan de genoemde 40,7 miljoen. Rechters zien te lang geleden gestolen geld namelijk als verjaard, en laten het buiten beschouwing.