De vip-status van de zieke werknemer

Werken is topsport. Althans in Nederland, waar we met relatief weinig mensen de hoogste produktiviteitscijfers scoren. Veel praktische betekenis heeft de uitdrukking niet, want waar voor een geblesseerde topsporter in de gezondheidszorg alle deuren opengaan, moesten zieke werknemers gewoon achteraan de wachtlijst plaatsnemen. Tenminste tot voor kort, want steeds meer bedrijven sluiten collectieve contracten af met zorgverzekeraars waarin wordt bedongen dat zieke werknemers sneller worden behandeld dan niet-werkende patienten. Volgens een recent rapport van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid hebben verschillende verzekeraars afspraken gemaakt voor zo'n 10.000 behandelingen per jaar. Werknemers van onder meer Shell, KLM, Philips, KPN, Akzo-Nobel en ABN-Amro kunnen daardoor langs ondoorgrondelijke wegen een voorkeursbehandeling krijgen.

Dat proces is al meer dan een jaar gaande, maar vorige week trok de KNMG, de meest eerbiedwaardige artsenorganisatie van het land, aan de bel. Het genootschap vreest een tweedeling in de medische zorg waar chronisch zieken, bejaarden, kinderen en andere groepen de dupe van zullen worden. Een vrees die minister Borst zegt te delen. Zij bezint zich sinds vorige week op maatregelen.
Het begint een vertrouwd patroon te worden. De overheid reorganiseert de verzorgingsstaat volgens het motto: minder overheid, minder regels, meer markt, meer verantwoordelijkheid voor burgers. Als die trein vervolgens op gang komt en een scherpe dynamiek van insluiting en uitsluiting gaat vertonen, spelen politici als eersten de onschuld: dat was nu ook weer niet de bedoeling. Maar ja, een rijdende trein valt niet meer te stoppen, dus resteren kleine reparatiewetjes, waardoor we uiteindelijk nog verder van huis komen: en meer regels, en meer markt.
Zo ook de gezondheidszorg. Wie werkgevers verplicht de eerste zes weken ziekteverzuim uit eigen zak te betalen, kan niet vreemd opkijken als grote werkgevers afspraken gaan maken om deze kosten tot een minimum te beperken. Grote werkgevers zijn daarbij een aantrekkelijke partij voor verzekeraars, omdat zij duizenden relatief gezonde verzekerden in de aanbieding hebben. De verzekeraar moet dan wel kunnen garanderen dat de werknemer die wat mankeert, zijn dure tijd niet nodeloos hoeft te verdoen op een wachtlijst. De verzekeraar regelt dat weer met de zorgleveranciers, die daar alleen aan meedoen als ze er een extra prijskaartje aan mogen hangen. En zo is de cirkel rond. De werkgever houdt zijn ziekteverzuimlasten zo laag mogelijk, de verzekeraars krijgen er via collectieve contracten duizenden lucratieve klanten bij en de zorgleveranciers kunnen in deze krappe tijden wel een extraatje gebruiken.
Zo vindt iedereen elkaar, behalve dan de patienten die geen topsporter zijn en dus in toenemende mate het nakijken hebben. Het enige wat hen op termijn kan helpen is een overheid die garandeert dat er geen wachtlijsten meer zijn. Maar dat is het type overheid waar we nu juist net afscheid van hebben genomen en waarvoor minister Borst in dit kabinet dus bepaald niet de handen op elkaar zal krijgen.