De viva-ziekte volksvijand nummer een

VNO/NCW, de werkgeversorganisatie: ‘Een beetje sceptisch zijn we wel. De overheid en de medische wereld strooien met allerlei cijfers, maar uit onze achterban komen nauwelijks klachten over RSI-verschijnselen. Waarom zouden we verregaande actie ondernemen als de achterban geen RSI-probleem kent?’

RSI-deskundige Gideon de Haan, fysiotherapeut/ergonoom te Amsterdam: ‘Verbaast me niks, zo'n reactie. Naarmate de groep patiënten groeit, groeit ook de scepsis: het Jomanda-effect. Het draait om bewustwording. Als werknemers en werkgevers eenmaal het probleem zien en inzicht krijgen in het proces achter RSI, wordt duidelijk dat ze moeten kiezen: snelheid, carrière of een gerede kans op uitschakeling door RSI-klachten.’ RSI-specialiste Marjon van Eijsden, revalidatiearts te Maastricht: 'Dit loopt totaal uit de hand. RSI is zo langzamerhand de grootste ziektewetcomponent. Daar kun je niet omheen. Het aantal mensen in de WAO neemt weer toe, en dan vooral in de groep van 25 tot 35 jaar. Dat wordt grotendeels toegeschreven aan stress. Ik denk dat daar een heleboel RSI'ers tussen zitten. En dat zal alleen maar toenemen. Het verspreidt zich als een olievlek.’ Nederlandse ondernemers kunnen maar niet aan het idee wennen. Hoe kan een nauwelijks aantoonbare ziekte zó veel stof doen opwaaien? Het spenderen van harde guldens moet iets opleveren volgens de calvinistische ondernemersethiek. Je geeft ze dus niet uit om een hersenschim te bestrijden. Ook niet als het CBS heeft berekend dat twintig procent van de beroepsbevolking RSI-klachten heeft, niet als volgens NIA-TNO nog eens twee miljoen werknemers risico lopen RSI-klachten te krijgen. En zelfs niet als het Verbond van Verzekeraars de 'hersenschim’ op het lijstje van nieuwe risico’s zet die een ernstige bedreiging voor de samenleving vormen. Op deze doemlijst prijkt RSI tussen broeikaseffect, millenniumramp en gekke-koeienziekte. NOG NIET EENS zo lang geleden deden Amerikaanse ondernemers, net als veel Nederlandse collega’s nu, lacherig als werknemers zeiden niet meer te kunnen werken door een stekende pijn in handen en polsen. Zo snel mogelijk wegwerken en een geharder type aannemen, was het devies. Inmiddels is hen het lachen wel vergaan. In de Verenigde Staten is RSI (Repetitive Strain Injury) allang geen hersenspinsel meer. Het is public enemy no. 1: een geldverslindend monster dat de economie aanvreet. Van schrik is in het Land der Klassiek-Liberalen een mini-poldermodel uit de grond gestampt. Overheid, vakbonden en ondernemers hebben de handen ineen geslagen om RSI terug te dringen. Dat is even doorbijten, maar een stuk voordeliger dan RSI laten voortwoekeren. Er moet wel heel veel geïnvesteerd worden willen de gezworen vijanden gezamenlijk meer uitgeven dan de chronische pijn in Adam Smiths’ 'onzichtbare hand’ de Amerikaanse economie kost. In 1981 telde het Bureau of Labor Statistics 23.000 meldingen van RSI. In 1995 was dat aantal opgelopen tot meer dan 300.000. Ter vergelijking: het aantal gevallen van longkanker, Amerika’s meest voorkomende vorm van kanker, bedroeg toen zo'n 170.000. In 1997 schatte het Department of Health de jaarlijkse kosten van RSI op een slordige 120 miljard dollar. Twintig miljard daarvan werd gespendeerd aan het schadeloos stellen van werknemers die hun werkgever verantwoordelijk stelden voor het oplopen van RSI. De overige honderd miljard dollar zou bij benadering de schadepost zijn die werd veroorzaakt door het uitvallen van werknemers, het teruglopen van de productiviteit en andere indirecte kosten. REPETITIVE STRAIN INJURY is een verzamelnaam voor pijnklachten aan handen, polsen, schouder en nek, veroorzaakt door een duivelse drieëenheid: een statische houding van het bovenlichaam, repeterende bewegingen met armen en handen, en stress. Deze combinatie van factoren komt niet alleen voor bij beeldschermwerk (de term 'muisarm’ is te beperkt), maar in alle beroepsgroepen, aldus het CBS. Kappers, caissières, lopendebandwerkers, stukloners in de landbouw, croupiers, musici, koks, haringkakers: allemaal lopen ze de kans met RSI-klachten geconfronteerd te worden. RSI is niet nieuw - al eeuwen geleden kregen monniken hevige krampen bij het vermenigvuldigen van de bijbel - maar het verschijnsel neemt de laatste jaren wel epidemische vormen aan. De behandeling wordt bemoeilijkt omdat de gemiddelde RSI'er uiterst perfectionistisch is ingesteld. De Haan: 'Ze staan binnen het bedrijf bekend als de mensen die nooit van slag zijn. Ráákten ze maar eens van slag. Ze gaan vaak door totdat hun handen eraf vallen. Mensen met een calvinistisch arbeidsethos: no pain, no gain. Je moet het voelen, anders heb je niet gewerkt. Het lijf mag dan onwillig zijn, de geest niet. Dus wordt het lichaam gedwongen door te gaan tot voorbij de kritische grens. En dan stopt het ermee. RSI is een probleem dat je in een bedrijf moet zoeken. Het heeft geen zin om te roepen: willen de zieke mensen zich melden. Je hebt te maken met arbeidsdevoten. Die zullen niets zeggen, zelfs niet als ze zich ziek voelen. Je moet de mensen één op één benaderen met vragenlijsten en gesprekken. Anders vind je ze niet.’ Marjon van Eijsden: 'Het is een enorm kostbaar probleem. Het lijkt wel of de werkgevers hier dat niet wíllen zien. Gelukkig kunnen de meeste collega’s uit de geneeskunde er niet meer omheen. Die waren een paar jaar terug nog erg sceptisch. Maar in de loop der jaren heb ik met lezingen zo'n beetje heel medisch Limburg voorgelicht over RSI. Nu ben ik niet meer de enige die wordt overspoeld met RSI-patiënten. Collega’s bellen me vaak op en vragen om informatie.’ DE HAAN BESPEURT nog altijd scepcis onder bedrijfsartsen. De Haan: 'RSI wordt wel de Viva-diagnose genoemd. “Zeker weer zo'n blaadje gelezen?” krijgt een patiënt dan te horen. Veel artsen hebben moeite met RSI omdat er weinig is aan te tonen. Het gros gelooft niet in het ziektebeeld. Die willen graag dat het niet bestaat, want anders hebben ze een groot probleem. Bedrijfsartsen kunnen RSI vaak niet verkopen aan de werkgever. Een van de redenen is dat RSI zo onlogisch is. Priegelwerk geeft heel veel pijn, maar grote belastingen niet. Ik heb een patiënt die geen tien minuten kan typen, maar wel elke week volleybal speelt. “Als het maar leuk is, hè”, zegt een bedrijfsarts dan.’ Van Eijsden: 'Waarschijnlijk ontstaat er weefselschade op microniveau in armen en hand. Die is nog nauwelijks aan te tonen, maar met allerlei nieuwe technieken kan dat binnenkort wel. Ook de hersenen zijn erbij betrokken. Bij tachtig procent van mijn patiënten zie ik dat de klachten zich opeens van rechts naar links verplaatsen. Het verband tussen de klachten en een verkeerde houding, een verkeerde ergonomie en een veel te hoge werkdruk bij langdurige statische belasting is voor mij niet moeilijk empirisch vast te stellen. Ik doe al heel lang onderzoek onder mijn patiënten. Als iemand me zijn verhaal vertelt, weet ik meestal meteen de plek aan te wijzen waar de pijn zit.’ De Haan: 'Het begint met tintelende vingers, een moe gevoel in je arm, beetje pijn in de nek. De klachten verdwijnen als je stopt met werken. Dat is het eerste stadium. Onderneem je geen actie, dan gaan de klachten ook buiten je werk optreden. Dan gaat haren wassen pijn doen en krijg je de sleutel niet meer in het slot. Het pijnsysteem van het zenuwstelsel wordt continu geprikkeld. Het wordt overgevoelig, dus je krijgt steeds sneller pijn. Als je nog langer doorgaat kom je in het derde stadium. Dat is een chronische pijn waarvan je ’s nachts wakker kunt worden. Uiteindelijk volgen de uitvalsverschijnselen. Dan wordt het onmogelijk om een arm te gebruiken. Werken kun je dan wel vergeten. Wie in dit stadium zit, loopt een flinke kans blijvende schade op te lopen.’ Van Eijsden: 'De RSI'er in fase 1 kan doorwerken met gedragsaanpassing, maar dan veel minder achter het beeldscherm. Iedere tien minuten met de armen wapperen en oefeningen doen. In fase 2 en 3 schrijf ik minstens één maand rust voor. Gaat iemand weer aan het werk, dan moet er in de hersenen een nieuwe houdings-en gedragsdiskette worden geplaatst. Na die maand ziektewet moet de patiënt heel langzaam het werk opbouwen, met één uur per dag per week. En de werkplek moet ergonomisch worden aangepast. Maar dat heeft pas zin nadat de lichaamshouding is gecorrigeerd. Nu worden er veel fouten gemaakt. Iedereen past de werkplekken aan, maar de werknemers gaan daar als een dweil achter zitten, met een totaal verkeerde houding. De ergonomische industrie verdient daar een hoop geld mee, maar het RSI-probleem wordt er niet mee opgelost.’ Niet bekend Ook hoeveel mensen door RSI in de WAO terechtkomen is niet te achterhalen. Van Eijsden schat dat een kwart van de mensen met RSI-1 en -2 via de ziektewet in de WAO terechtkomt. De rest kan meestal alleen nog maar parttime werken. Pas sinds begin vorig jaar bestaan er aparte 'ziektecodes’ voor RSI, aan de hand waarvan keuringsartsen een afgekeurde patiënt labelen. RSI in hand, pols en arm hebben elk hun eigen rubriekje, gedrieën ressorterend onder de noemer 'ziekten van weke delen/ druk en overbelasting’. Maar het LISV, het instituut dat de WAO-cijfers bijhoudt, durft geen enkele uitspraak te doen over het aantal RSI'ers dat geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is verklaard. De RSI-codes zijn nog niet zo in zwang bij de keuringsartsen, vermoedt men. Waarschijnlijk worden RSI'ers door veel artsen nog steeds ondergebracht in andere ziektecategorieën. Maar welke, daarnaar kan men slechts gissen. Kortom: de RSI'ers zijn zoekgeraakt in de WAO-wirwar. En om de WAO is nu net zo veel te doen. In de eerste drie kwartalen van 1998 is het aantal WAO'ers met 18.000 gestegen tot bijna 900.000. Was de kans dat een werknemer arbeidsongeschikt werd verklaard in 1995 nog 1,1 procent, in 1998 was die gestegen tot 1,4 à 1,5 procent. Misschien kunnen de gestegen WAO-uitgaven op het conto worden geschreven van de 'verdwenen’ RSI'ers. Dat zou betekenen dat er alleen al om politieke redenen grootschalige actie zou moeten komen. Maar de voorstellen van staatssecretaris van Sociale Zaken Hoogervorst ogen enigszins laf. Misschien dat de 'algemene voorlichtingscampagne’ die 'begin 1999’ zou starten zoden aan de dijk zet. Die is in elk geval broodnodig om de gedreven medewerking van sceptische werkgevers te verkrijgen bij het 'in deze kabinetsperiode’ afsluiten van 'nader in te vullen’ arbeidsconvenanten om het aantal beeldschermwerkers met RSI-klachten met tien procent terug te dringen. Beide maatregelen werden overigens bijna een jaar geleden ook al toegezegd door Hoogervorsts voorganger De Grave. De Haan: 'Het is een maatschappelijk probleem. We moeten het met z'n allen oplossen, niet in de behandelkamer. Er moet echt grootschalige voorlichting komen. Mensen weten gewoon niet wat voor risico’s ze lopen. We moeten op elkaar letten en elkaar aanspreken op ons werkgedrag en het risico dat we daarbij lopen.’ Van Eijsden: 'RSI is een manifestatie van onze gejaagde manier van leven. Het is haast niet mogelijk om RSI volledig te voorkomen. Brede voorlichting, daar ben ik helemaal voor. En met z'n allen oefeningen doen, stretchen, net als in Japan. Daarin moet je het zoeken, in het lichamelijke. Want de stress krijg je niet zomaar uit de maatschappij.’ BIJ NAVRAAG BLIJKT dat de 'algemene voorlichtingscampagne’ op zijn vroegst dit voorjaar van start gaat en niet meer behelst dan de uitgave van een cd-rom met informatie over risico’s en preventie van RSI. Hoe breed de cd-rom wordt verspreid is nog niet duidelijk. Wel dat hij speciaal voor (alleen) de beeldschermwerkers is. En dat hij moet worden aangeklikt met de muis. Doe de RSI-test 1. Doet u vier of meer uur per dag hetzelfde werk (de hele dag typen, uren achter elkaar aan het beeldscherm werken of anderszins steeds dezelfde handelingen)? Ja/Nee 2. Kunt u uw werk niet onderbreken en geen korte rustpauze nemen? Ja/Nee 3. Doet u elke dag al jarenlang hetzelfde werk met steeds dezelfde handelingen? Ja/Nee 4. Is uw werk sterk repeterend, m.a.w. maakt u meer dan twee uur per dag dezelfde bewegingen of dezelfde beweging langer dan een uur achter elkaar? Ja/Nee 5. Werkt u vaak (meer dan 30 procent van de dag) met uw handen 5 centimeter boven de hoogte van uw elleboog (bijvoorbeeld door een te hoog opgesteld toetsenbord, werkblad of bureau)? Ja/Nee 6. Werkt u vaak (meer dan 30 procent van de werkdag) met gebogen polsen? Ja/Nee 7. Werkt u vaak (meer dan 30 procent van de werkdag) met opgetrokken schouders? Ja/Nee 8. Werkt u vaak (meer dan 30 procent van de werkdag) met uw lichaam voorover gebogen? Ja/Nee 9. Is het regelmatig (meer dan 30 procent van de werkdag) te koud op uw werk? Ja/Nee 10. Heeft u regelmatig snelheidspieken in uw werktempo? Ja/Nee Scoort u zeven maal of meer 'Ja’? U loopt een groot risico op RSI. Wij raden u aan direct contact op te nemen met de bedrijfsarts! Bron: FNV Bondgenoten Oefening Als beeldschermwerker moet je altijd een warming-up doen voor je begint. Zorg dat je warm bent voordat je de rekoefeningen doet. Stop na elke tien minuten werken en schudt polsen, schouders en hoofd los. Diep ademhalen, met de ogen knipperen en weer doorwerken. Stop na elk half uur, ga koffie drinken of naar de wc. Doe de oefeningen. Hebt u de dagtaak erop zitten, ga dan niet naar huis, maar doe ter plekke eerst een cooldown. Neem om RSI te voorkomen voortaan de apenhouding aan: schoudergewrichten ontspannen en de armen losjes bungelend. Bij de apenhouding is het bovenlichaam vanuit de heupen naar voren gericht en blijven de rugspieren ietwat gespannen. Je begint en eindigt een oefening steeds met de apenhouding. Oefening 1: Maak een holle rug (je kantelt het bekken naar voren) terwijl je inademt. Maak een rechte rug (je kantelt het bekken naar achteren) terwijl je uitademt. Oefening 2: Zwaai beide armen gelijktijdig naar voren en naar achteren. Zwaai beide armen tegen elkaar in. Zwaai de linkerarm links zijwaarts. Zwaai de rechterarm rechts zijwaarts. Nu kruislings. Nu cirkels in buitenwaartse richting. Zwaai beide armen samen naar links en naar rechts als een pendule. Integreer deze oefeningen in je dagelijks leven. Bron: RSI-informatiemap RSI voor kids Brits onderzoek bracht een nieuwe vorm van RSI aan het licht: de Nintendo-duim, voor kinderen vanaf negen jaar. De verschijnselen: een gevoelloze of tintelende duim, pijn in nek en schouders. De oorzaak: urenlang op een spelcomputer onder hoge stress proberen de high score te breken. Vijftien procent van de onderzochte kinderen bleek een Nintendo-duim te hebben. Ernstig? Marjon van Eijsden, revalidatiearts en RSI-deskundige: 'Zo'n Nintendo-duim kan blijvende gevolgen hebben. Bij jonge kinderen ontstaat een chronisch pijnsyndroom, dus werken aan een toetsenbord wordt moeilijk. Ook mijn zoontje had beginnende duimklachten, dus ik heb gezegd: weg met die spelcomputer. Nu wil hij een Sony Playstation voor zijn verjaardag, maar daar komt niets van in.’ Kinderen lopen steeds meer kans RSI-klachten te ontwikkelen omdat ze al jong veel tijd achter de computer doorbrengen. Niet alleen computerspelletjes, ook het onder hoogspanning maken van scripties voor school en urenlang internetten kunnen RSI veroorzaken. Tegenwoordig beschikken zelfs peuterspeelzalen over een computer waarover kids zich in de wildste houdingen ontfermen. Van Eijsden: 'Kinderen ontwikkelen hun spiercorset steeds minder. Ze hangen in banken en achter computers zonder hun houdingsspieren goed te gebruiken.’ Van Eijsdens advies: Ouders, laat uw kinderen niet langer dan een kwartier per dag achter de spelcomputer zitten! En daarna naar buiten om ouderwets te spelen of te sporten. Dan leren ze weer waar hun benen zitten.