TONEEL

De vlag en de steen

Janken en schieten

Korte samenvatting van het voorafgaande. De jonge toneelmaker Ilay den Boer verbeeldt in de voorstelling Janken en schieten (deel twee van een cyclus over joodse identiteit) in een afgetakelde autobus de reis die zijn oma Sara tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog maakte van Litouwen naar Haifa. De reconstructie van oma’s historische queeste is doorwasemd van angstige incidenten en emotionerende herinneringen, vaak gespeeld op de rand van hysterische intensiteit. Als het gezelschap zo rond 1948 de Israëlische havenstad Haifa bereikt, gaat het schuifdak van de bus open: de catharsis van een half uur benauwenis is de aankomst in het Beloofde Land. Ilay den Boer kruipt vanaf nu dieper in het bewustzijn van zijn oma, zijn tegenspeelster (afwisselend Femke Belmer of Jacobien Elffers) verandert in deze tweede helft van een liefdevol maar bezorgd toekijkend ‘koor’, tot een volwaardig antagonist die haar groeiende ergernis en medelijden niet meer verbergen kan. Den Boer memoreert bijvoorbeeld dat zijn oma in 2000 een onderscheiding kreeg van de Israëlische regering (omdat ze in Zagreb joden heeft helpen ontsnappen aan de nazi’s). 'Daarmee zei de regering: jij bent een moedig mens, zo iemand die een thuis verdient.’ Daarop verlaat de tegenspeelster de bus. Stil protest. Iedere keer als Den Boer vanaf nu een poging doet het fanatieke Israëlische nationalisme van zijn oma te verklaren vanuit de ellende die ze heeft doorgemaakt, krijgt hij steeds feller op zijn sodemieter.
Janken en schieten is vanaf dan een theatraal discours, het tot toneel omgewerkte stemmengericht in het hoofd van de protagonist. Over en weer vliegen de verontrusting over de oorlogszucht van Israël (en de hypocrisie van haar buren), maar ook de woede over wat Den Boer benoemt als het snelle oordelen vanuit linkse hoek, het negeren van de complexheid van het zogeheten 'Israëlisch-Palestijnse vraagstuk’. De schreeuwende ruzies en de ongemakkelijke confrontaties waarin dit discours is uitgewerkt leveren sterke scènes op. Maar ook klam toeschouwerszweet. Een tenniswedstrijd met slachtofferaantallen bijvoorbeeld lijkt eindeloos te duren en werkt uiteindelijk onbedoeld geestig, omdat in oma’s argumenten alle doden van de holocaust er steeds worden bijgeteld, terwijl de tegenspeelster de hoge aantallen dode Palestijnen in het gesprek wil brengen, wat van de protagonist weer niet mag. En dan komt er nog een incident voorbij over een bezoek aan de gedenkplaats Auschwitz, dat wat argumentatie betreft (van beide kanten) zo enorm pijnlijk is dat je het eigenlijk niet wilt horen en er van de weeromstuit alles over wilt weten. Ik raakte zo in de war dat ik niet meer precies weet waar de antagoniste het personage van Den Boer uiteindelijk voor uitmaakte: voor lelijke jood, of voor lelijke Israëliër. Ik dacht wel in een flits: hier hadden jullie meer tijd voor moeten nemen.
De handeling heeft zich intussen naar buiten verplaatst: de vrouw is in een niemandsland op een berg stenen gaan zitten, gehuld in de vlag van Israël, rug naar de wereld. Het personage van Den Boer gooit stenen in het niks en schreeuwt van alles. Als apotheose is dit, althans voor mij, de kwadratuur van het teveel. Ik moest in mijn hoofd té hard slopen om hier de kern nog van te zien. Aan het eind is de vrouw op de berg stenen (oma?) omgevallen. Ilay legt naast haar bewegingloze lijf een steentje op de vlag. Mijn gemoed stond toen op punt van een machteloze huilbui. Catharsis? Mogelijk. Ik wist van narigheid niet meer waar ik kijken moest.

Janken en schieten, t/m 15 aug. op de Boulevard, Den Bosch, 28 t/m 31 aug. op Cultura Nova, Heerlen. Het derde deel van Ilay den Boers reeks Het beloofde feest, Dit is mijn vader, speelt op 2 en 3 sept. in Antwerpen, Theaterfestival Vlaanderen, op 4 en 5 sept. in Amsterdam, het Nederlands Theaterfestival. Daarna door het hele land. www.hetbeloofdefeest.nl