De vlecht

Jaap de Vries, De koning en de koningin. Uitgeverij Moon Press, 54 blz., f19,50
Moon Press is een piepkleine uitgeverij waar nog nooit iets verscheen dat er niet prachtig uitzag. De fondslijst bestaat uit een serie hedendaagse centsprenten, een fraai overzicht van Wim Hofmans werk en een aantal sprookjesbewerkingen. In een reeksje met het formaat van tien bij zeventien centimeter zijn eigenzinnige versies opgenomen van Doornroosje (Peter van Gestel), Klein Duimpje (Wim Hofman) en Roodkapje (Imme Dros). Onlangs debuteerde Jaap de Vries met De koning en de koningin. Het blauwe omslag is bezaaid met gele kroontjes. In het midden zitten de titelfiguren dicht naast elkaar op de troon geperst. Op de achterkant liggen ze in het koninklijk ledikant.

Het betreft hier geen bestaand sprookje, maar een verhaal in de traditie van het sprookje, dat qua sfeer enigszins verwant is aan de vertellingen uit Welwel, de zeer grote tovenaar, het debuut van Wim Hofman. Het gezapig bestaan van het koninklijk paar wordt danig ontregeld door een slangeei en een op macht beluste heks, maar een slimme hofdame herstelt de status quo. ‘Zo was het altijd geweest, en zo moest het blijven’, luidt het alternatief voor de traditionele slotzin over het lange en gelukkige leven.
De wonderlijke geschiedenis zit vol onverwachte wendingen en beschrijft ongewone gebeurtenissen in korte laconieke zinnen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld betrof. Wanneer de hofdame de bemanning van een gestrand schip redt - plaatje van zes flinterdunne kerels die door de paleisgangen sluipen - staat er: 'Thuis legde de hofdame de drenkelingen bij de kachel. Toen ze droog waren verstopte ze ze onder haar bed. Niemand vond ze daar. Ze sliepen veel, ze hadden reuze kou gevat. De hofdame hield haar deur goed dicht.’ Uiteindelijk staan ze goed uitgeslapen nog even hun mannetje in de ultieme strijd tegen de boze heks.
Van groter belang dan de tekst is de stroom zwart-wittekeningen die de kleine bladzijden overspoelt. Daaraan valt af te lezen dat het boekje zijn oorsprong vond in enkele beeldverhalen, die verschenen in het inmiddels opgedoekte kindertijdschrift Mik Mak. Uit een priegelige pen vloeiden heldere, zorgvuldig gearceerde prentjes, soms niet groter dan een flinke postzegel en vol maffe details. Zo staat of hangt de vlecht aan het koninginnehoofd als een soort stemmingsmeter voortdurend in een andere stand. En de inhoud van de talloze schilderijlijsten wisselt met de optredende figuren.
De preoccupaties van de tekenaar springen direct in het oog. Hij is dol op ouderwets meubilair, portretten aan de wand en mooi versierde stoffen. Zijn menselijke figuren zijn zonder uitzondering bonestaken, een soort aangeklede dropveters, met veel te lange armen aan de continu hoog opgetrokken schouders en een verbaasd kijkend krentebolletje als hoofd. Als zo'n bolletje huilt loopt er een klassiek zwart stippellijntje uit de krenteogen. Opvallend zijn de grappen met het perspectief. Alle voeten bijvoorbeeld staan als bij de Egyptenaren dwars onderaan de lijven. In het vaderlandse illustratielandschap dat momenteel onder andere bepaald wordt door de losse lijn van Philip Hopman, de brede streek van Harrie Geelen en de kleurige zwier van Max Velthuijs, vormt dit grappige gepeuter op de vierkante centimeter een verrassende afwisseling.