Profiel: Louis Michel

De vleesgeworden jovialiteit

In één opdracht is de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel, alias dikke Louis, met tricolore vlag en wimpel geslaagd. Bij de start van de regering-Verhofstadt wilde hij zijn land weer op het internationale toneel plaatsen. Dat is gelukt. Meer nog, de Belgen zijn dankzij het «geweten van Europa» weer eens trots op hun land.

Minister Jaap de Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken belde vorige week zondag naar zijn Belgische collega Louis Michel. «Wij zijn het hartgrondig oneens met België en zijn houding in de zaak van militaire bescherming van Turkije», zei hij. Mogelijk was De Hoop Scheffer nog onder de indruk van zijn recente bezoek aan Colin Powell in Washington, waar hij zich zichtbaar glunderend en groeiend liet fotograferen naast de Amerikaanse mastodont.

Nee, dan Louis Michel, met zijn ruim honderd Bourgondische kilo’s eveneens mastodont en daarom liefkozend Big Loulou genoemd. Hij was allesbehalve onder de indruk. Noch van De Hoop Scheffers ergernis, noch van Powells bewijzen in de Veiligheidsraad over de geheime wapenvoorraden van Irak. Ondanks enorme diplomatieke druk bleef Michel, met een hem kenmerkende vastberaden kalmte, verklaren dat België niet mee kan gaan met «de militaire logica». Dus zei België ijskoud «nee» op de aan de Navo gestelde vraag om Turkije bescherming te bieden in het geval van Irakese agressie. «De grootste crisis in de geschiedenis van de Navo», heette het in de kranten. «Die krantenkoppen zijn overdreven, de situatie is niet dramatisch», suste de 55-jarige Waalse liberaal Michel.

Terwijl de Navo nog in verbijstering was ondergedompeld, zat Michel woensdag 12 februari alweer ontspannen in een televisiestudio. Bij het politieke praatprogramma Polspoel & Desmet op de commerciële zender VTM legde hij zijn standpunt nog eens uit. Geen spoor van nervositeit. Terwijl men in Amerika nog niet was bekomen van deze ondiplomatieke slap in the face zei Michel dat zijn positie de juiste was. In de kleine lettertjes van het voorstel ter verdediging van Turkije stond volgens Michel namelijk dat «men ons vraagt de Amerikaanse soldaten die naar Irak vertrokken zijn te vervangen». Zo zouden de Navo-landen worden betrokken in de voorbereidingen van een oorlog. «Dit terwijl de wapeninspecties van de VN de tijd moeten krijgen om Irak vreedzaam te ontwapenen.»

Dat lijkt eenduidig. Maar zo rechtlijnig is Michel in de dagelijkse praktijk toch niet. Dat de Belgische regering de Amerikaanse militaire transporten via de Antwerpse haven geen strobreed in de weg legt, blijft bijvoorbeeld onderbelicht.

Deze dubbelzinnigheid is wel een constante in de positie van Michel. Hij reist rond als vredesapostel en hamert op een ethisch réveil in de buitenlandse politiek. Maar tegelijkertijd ziet hij er niet tegenop om er in de zomervakantie voor te zorgen dat op slinkse wijze een forse wapenleverantie van de Waalse FN-wapenfabriek aan Nepal wordt goedgekeurd.

Kritiek op zijn buitenlandse politiek deert Michel desondanks wel. Op het argument dat België ondankbaar is, omdat de Verenigde Staten de Lage Landen immers hebben bevrijd, reageerde Michel fel: «Mijn vader heeft vijf jaar in een Duits kamp gezeten. Ik weet dus zeer goed wat het betekend heeft om bevrijd te worden!» Zonder dit historische feit onder de mat te willen vegen, betekent dit volgens Michel geenszins dat een land tot in de eeuwigheid een ander land slaafs moet volgen en niet mag luisteren naar de eigen publieke opinie: «Men kan ons niet verwijten dat we geen loyale partner van de VS zijn. Ik ben pro-Amerikaans, maar dat betekent niet dat wij altijd moeten dansen naar het Amerikaans gefluit.»

Hij koketteert er soms mee dat hij lak heeft aan bepaalde diplomatische conventies. «Michel gaat er juist prat op dat hij géén diplomaat is en politiek bedrijft vanuit de buik», schreef Gilbert Roox van De Standaard eind oktober al. Michel steekt zelfs een pijp aan op plaatsen waar dat absoluut niet mag. En het is evenmin diplomatiek om tijdens een tv-programma de kijkers te wijzen op de flinke schuivers van collega-politici. Michel doet dat wel. In Polspoel & Desmet herinnerde hij er fijntjes aan dat collega Powell in de Veiligheidsraad lovend was over het Britse rapport over Irakese wapenprogramma’s dat uiteindelijk gebaseerd bleek op een twaalf jaar oude scriptie van een student en andere overgeschreven internetbronnen.

Waarom handelt Louis Michel zo? De basis ligt in zijn biografie.

Zijn vader was metselaar, werd krijgsgevangen genomen door de Duitsers en verloor tijdens de Tweede Wereldoorlog ook nog eens zijn eerste vrouw en kind. Die ervaring ligt zonder twijfel ten grondslag aan de wijze waarop Michel reageerde op de vorming van de Oostenrijkse regering met Jörg Haider en die van Berlusconi in Italië. Bij de eerste gelegenheid riep Michel op Oostenrijk te boycotten. Toen Berlusconi aan de macht kwam, nam hij «akte» van het feit dat Berlusconi een regering vormde met extreem rechts en noemde hij Umberto Bossi van de Liga Nord een fascist.

Maar intussen werd ook duidelijk dat hij tegen Italië minder luid blafte dan tegen Oostenrijk. De reden, verklaarde hij zelf, was dat hij geen hypotheek wilde leggen op het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie. Kort voor de start daarvan, in augustus 2001, verklaarde Michel zelfs weer te gaan skiën in Oostenrijk. Nood breekt wet. Maar daarna ging hij op de oude voet verder. In een programma op de commerciële zender RTL gaf hij enkele wereldleiders rapportcijfers voor hun omgang met crisis situaties. Berlusconi kreeg, samen met de Taliban, een nul. Pittig detail: Bush kreeg van Michel een zeven en Blair een zes. In een hoofdcommentaar gaf The Wall Street Journal hem een nul voor diplomatie.

De levensloop van de minister zelf oogt op het eerste gezicht inderdaad wat onpolitiek. Van 1968 tot 1978 was hij leraar Nederlandse, Engelse en Duitse literatuur aan de provinciale school van Geldenaken in Waals-Brabant. Michel is een selfmade man. Hij vertelt vaak dat hij verder had willen studeren maar geen beurs kreeg. Om eraan toe te voegen dat twee rijke en minder begaafde klasgenoten wél naar de universiteit mochten omdat ze contacten hadden binnen de kaste van de Waalse Parti Socialiste. «Onrechtvaardigheid werkt op mijn systeem», aldus Michel.

Louis Michel is een politieke laatbloeier. Hij werd pas in 1977 gemeenteraadslid in zijn woonplaats Geldenaken. Hij klom op tot voorzitter van de liberale PRL en in 1992 tot voorzitter van de fractie in het parlement. Na de verkiezingen van 13 juni 1999 werd Michel senator en benoemde koning Albert hem prompt tot informateur. Nog geen maand na die benoeming had Michel «zijn» paars-groene regering bij elkaar, wat gezien de ingewikkelde staatkundige verhoudingen in België een huzarenstuk mag heten. Voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog raakten de christen-democraten in de oppositie. Michel werd vice-premier en minister voor Buitenlandse Zaken. Volgens Pol van den Driessche, politiek commentator en hoofd redacteur van Polspoel & Desmet, is «Big Loulou» dikke vrienden met de koning. Ze delen hun liefde voor motorrijden en maken soms de Franse wegen onveilig.

Volgens Van den Driessche kan Michel genadeloos hard en cru zijn voor mensen uit zijn omgeving die niet professioneel genoeg zijn of niet genoeg ruggengraat hebben: «Hij is een machtspoliticus pur sang. Hij is de baas van zijn partij en beslist wat er gebeurt. Tegelijkertijd zwaait hij openlijk de lof over diplomaten die hij wél goed vindt, ook al hebben ze een christen-democratische achtergrond. Dat siert hem dan weer.»

Ondanks machiavellistische trekjes is Michel eveneens de vleesgeworden jovialiteit. In het Belgische regeringsvliegtuig op weg van een VN-congres in Monterrey terug naar Brussel vroeg ik premier Guy Verhofstadt om een interview. Hij begon vermoeid te kreunen. Louis Michel reageerde onmiddellijk: «Ach, laat hem maar. Ik zal dat interview wel doen!» Een symbolische opmerking. Het is een publiek geheim dat Michel eigenlijk graag de eerste Franstalige premier sinds dertig jaar zou worden. Officieel ontkent hij dat altijd, verwijzend naar zijn hechte vriendschap en samenwerking met zijn Vlaamse liberale collega Verhofstadt. Maar het is niet ondenkbaar. Michel is een van de weinige Waalse politici die sympathie geniet in Vlaanderen. Hij heeft een traditie doorbroken door wél goed Nederlands te spreken, wat aan Vlaamse zijde erg gevoelig ligt.

Volgens Gilbert Roox doet Michel niets liever dan ’s nachts — «terwijl zijn gevolg tijdens de zoveelste intercontinentale vlucht in coma ligt» — achter in het vliegtuig de journalisten op te zoeken om off the record de toestand in de wereld door te spreken. Roox: «Big Loulou valt niet te slopen. Waar hij zijn energie vandaan haalt, vroeg een journaliste hem ooit. ‹Mijn energie, mevrouw, is mijn gewicht›, zei Michel.»

Michel is inderdaad onvermoeibaar. Meteen na 11 september 2001 reisde hij met een Europese trojka in drie dagen langs vijf islamitische hoofdsteden om uit te leggen dat een oorlog tegen terrorisme niet gelijk staat aan een oorlog tegen de islam. Regelmatig «doet» hij in een week een rondje Centraal Afrika, in een poging het vredesproces in Congo op gang te brengen.

In mei vorig jaar stortte Michel letterlijk ter aarde tijdens een Europese topbijeenkomst. Het bleek gewoon een «appelflauwte», gevolg van een van zijn tropische rondreizen.

Louis Michel wil de geschiedenis in gaan als de minister die België weer uit de schaduw haalde. Le Monde prees de «reveil éthique de la Belgique». Het publieke «mea culpa» van Verhofstadt en Michel voor de genocide in bijvoorbeeld Rwanda maakte indruk. Gidsland willen zijn, dat heeft Nederland al jaren geleden opgegeven. Maar België heeft de wereld laten zien dat «een selectieve moraal te verkiezen valt boven universeel cynisme», zoals zijn voormalige Franse collega Hubert Védrine ooit zei.

«Ik ben een universalist voor wie de mens de maat der dingen is», meent Louis Michel zelf. Ook zijn buitenlandse politiek dient een binnenlands belang, zei hij eind 1999 in Knack. «Het grote probleem van de Belgen is dat ze niet meer in zichzelf geloven. Maar als onze mensen ons land op tv zien verschijnen, in de VN, met al die buitenlandse leiders, dan hoop ik dat zij zich realiseren dat hun land, hoe klein ook, in het mondiale spel aanwezig is, dat het land bestaat. Dat ze het gevoel krijgen dat ze ook bestaan en de moed hebben om wakker te worden, om mee te doen.»

En zie. Op 13 februari schreef Yves Desmet, de politiek hoofdredacteur van De Morgen, een analyse over het Belgische verzet binnen de Navo, die als volgt eindigt: «Een kennis zei me deze week zonder veel ironie dat hij zich de laatste weken, voor het eerst sinds Eddy Merckx de Ronde van Frankrijk won, weer eens even trots had gevoeld Belg te zijn. Hij had lang geen ongelijk.»