De vloer op

Over seks en verwante aangelegenheden kun je je niet apodictisch genoeg uitlaten. Houellebecq is er een meester in, en Grunberg ook.

Ja, denk ik soms, als ik zo’n uitspraak van een van hen lees – ‘seksualiteit is een stelsel van maatschappelijke hiërarchie’ of: ‘mannen zijn bang voor vrouwelijke seksualiteit, vrouwen hebben die angst geïnternaliseerd’ – zo is het maar net! Maar vraag me niet er ook maar één hier in eigen woorden na te vertellen.

Bij Houellebecq is seks altijd iets verwijtbaars, voorbehouden aan de jonge en aantrekkelijke klasse. Bij Grunberg spreekt meer de bioloog, als die het is tenminste, en niet de markteconoom. Meisjes hebben het, jongens willen het. Hoe dan ook, de ambiguïteit die onmiddellijk haar intrede doet zo gauw het over seks op papier gaat – wie heeft er überhaupt zin in, moet je niet altijd worden overgehaald, op het idee worden gebracht? – is ver te zoeken als het op zogeheten daders en slachtoffers in het echte leven aankomt.

Op de toneelschool in Amsterdam zat of zit kennelijk iedereen aan elkaar, het verbaast me niet. Het geldt eigenlijk voor iedere sector in het leven, waarmee ik verder niemand vrij wil pleiten. Karin Bloemen, de klokkenluider in deze, deed me wel aan iemand denken, zij is het meisje dat een paar klassen hoger zit en je op een dag staande houdt, in de gang. Ze heeft iets gehoord, klopt het dat… Voor je het weet gaat ze met jouw verhaal aan de haal en zorgt ze dat de onverlaat wordt geschorst.

Denk niet wit
Denk niet zwart
Denk niet zwartwit

Frank Boeijen verwoordde het tamelijk kernachtig, alleen met die volgende regel weet ik het niet zo. De kleur van je hart, welke kleur is dat dan? Hij is in ieder geval niet helder, eerder verschillende tinten door elkaar.

Juist de toneelopleiding zou een veilige plek moeten zijn, verklaarde Karin Bloemen haar interventie. Zo ken ik nog wel een paar plekken. Buiten dat: ik zou niet weten voor wie de wereld een veilige plek is. De wereld is er eentje van handel en strijd, en als meisje leer je al snel dat je iets te verkopen hebt. Seks als unique selling point. Seks als chanteermiddel. Is het niet om aandacht te krijgen, dan in ieder geval om die te behouden.

Er was een tijdje dat ik in alle vroegte ’s ochtends de trein moest zien te halen, omdat ik in Den Haag werkte. Ik fietste vanuit het westen van Amsterdam naar het Centraal Station, en kwam dan over de Spuistraat. De prostituees aldaar waren bezig hun laatste klanten af te werken, hun decolletés lagen er na een nacht een beetje verwelkt bij, ik fietste voorbij, spic en span, en onze blikken kruisten elkaar. Ik verbeeldde me dat zij me bemoedigend toeknikten.

‘Op deze academie raden we onze studenten aan seks te hebben’

Sisters.

Mijn probleem met onthullingen als recentelijk over docenten aan de Amsterdamse toneelschool is de volstrekte willekeur ervan. Waarom dit? Waarom nu? Het stuk zelf was zo raar geschreven, in een soort boeketreeksstijl, dat ik dacht: o de hoofdredacteur is op vakantie, iemand zag zijn kans schoon.

Maar had ik het dan als zakelijker stuk, op een ander moment, wel in orde gevonden?

Nee, ik denk het niet.

Dat heeft te maken met het fantasieloze perspectief: dat van het slachtoffer.

Anders dan inzake incest, verkrachting en misbruik komt seks op zekere leeftijd, binnen welke context dan ook, van twee kanten. Intuïtief wordt de afweging gemaakt: voor beide partijen valt er iets te halen, op de korte of op de lange termijn.

Eleanor Catton, de jonge Nieuw-Zeelandse schrijfster die twee jaar geleden de Man Booker Prize won met The Luminaries, schreef een paar jaar ervoor – ze was 24 – haar debuutroman The Rehearsal, in het Nederlands uitgekomen als De repetitie, over de verhouding tussen een vijftienjarige leerlinge en haar muziekleraar. Er wordt een toneelstuk van het schandaal gemaakt door leerlingen van een toneelschool. Voor Catton biedt die toneelopleiding de ideale context om uit te kunnen weiden over de vernietigende seksuele kracht van meisjes, hun onderlinge jaloezie en het verlangen naar slachtofferschap.

‘Op deze academie raden we onze studenten aan seks te hebben’, zegt de hoofddocent acteren. ‘Je moet je lichaam kennen in dit beroep.’

De leraar-leerlingsituatie is overal, en het is niet zo dat de leerling per definitie de onderliggende partij is. De een denkt de regie te hebben, de ander creëert het drama.