De vlooienmarkt is terug in Zuid-Afrika

Johannesburg - Het probleem met recessies is dat ze vertraagd toeslaan. In Zuid-Afrika worden de effecten pas nu echt voelbaar. Voedselprijzen zijn sterk gestegen, en per 1 juli werd elektriciteit zo'n dertig procent duurder; problematisch gezien de ijzige winter. Zuid-Afrikaanse architecten gaan bij hun ontwerpen uit van negen maanden zomerweer. Voor die drie nare maanden bieden radiatoren op wieltjes uitkomst. Nadeel is dat die stroom vreten. Kortom: winter plus recessie betekent afzien.
Dat zie je terug in het dagelijks leven. Niet alleen in de vorm van sloebers die aanbellen met het verzoek om twee euro voor ‘shelter’, maar ook in de opleving van de vlooienmarkt. In Johannesburg vind je ze vooral aan de randen van de stad. De Piston Ring Fleamarket bij Modderfontein is zo obscuur dat hij zelfs niet via internet te vinden is. Ik ga er voor dag en dauw heen met Jurgen, een vijftiger zonder vaste verblijfplaats. Drugs heeft hij afgezworen, en hij overleeft nu door liefdadigheidswinkels af te stropen voor spullen die hij vervolgens op vlooienmarkten met winst probeert te verpatsen. Hij laadt zijn dozen in mijn Toyota en een half uur later, na betaling van vijf euro kraamgeld, spreiden we zijn meuk uit op een deken. Jurgen heeft hoge verwachtingen van twee leren jacks, plastic kegels, een witte overall, een dartboard en een verzameling teddyberen.
Tegen tienen is de ergste kou uit de lucht. Ik wandel langs de marktwaar van de andere verkopers: auto-onderdelen, boeken, quasi-antiek, lp’s, speelgoed, kleding, honing en verderop pannenkoeken, boerewors, koffie en pizza. Ik haal cappuccino’s en vraag Jurgen of hij iets wil eten. De pizza marguerita voor 3,50 euro vindt hij te duur. Op het naburige terrein staan oldtimers uitgestald. Uit de luidsprekers klinkt jaren vijftig-rock-'n-roll. De sfeer is goed. Iedereen maakt een praatje en klaagt over de economie. Ik trek de portemonnee voor oude lp’s van John Coltrane en Alice Cooper en word beste vrienden met een man die Volkswagen Beetles opknapt. 'Ben jij ook een autofreak?’ vraagt hij. Ik koop een vintage Ford-T-shirt van hem.
Dan is het geld op. De dichtstbijzijnde geldautomaat is op een half uur lopen, langs fabriekswoningen, een kanaal, onder een treinviaduct, langs een meertje. Uiteindelijk kom ik bij wat winkeltjes. Voor de neergelaten rolluiken zit een veiligheidswacht. Ik vraag waar de geldautomaat is. Die was om de hoek, zegt hij. Maar hij is onlangs opgeblazen. 'Dit is Johannesburg.’ Ik loop terug. Jurgen is tevreden: veertig euro omzet en een stapel oude films in blikken waar 'verzamelaars zo honderd euro voor uittellen’.