Interview Ira Einhorn, 20 jaar lang op de vlucht voor Amerika

De vlucht van de Eenhoorn

Ruim twintig jaar lang vocht ex-hippieleider Ira Einhorn, bij verstek veroordeeld voor moord, een ongelijke strijd tegen Amerika. De meeste tijd was hij voortvluchtig. Kort voordat Frankrijk hem uitleverde, kreeg hij bezoek van De Groene Amsterdammer.

«Now I will believe that there are unicorns» (Shakespeare, The Tempest, akte 3, scène 3)
Met zijn arrestatie in de vroege ochtend van 28 maart 1979 eindigde het eerste leven van Ira Samuel Einhorn; een leven als hippieleider, New Age-held en activist in Philadelphia, Pennsylvania, USA. Maar daarmee was Ira Einhorn, die zich «Unicorn» (Eenhoorn) liet noemen, nog lang niet uitgeschakeld. 22 Jaar later stond hij breed lachend in de deuropening van de oude watermolen nabij het middeleeuwse gehucht Champagne-Mouton in het Franse departement Charente, klaar om ons te ontvangen. Hij bevond zich alweer midden in een ander leven; zijn derde reeds. Zijn spierwitte korte haar en sik staken af bij zijn diepgebruinde gelaat waar donkere ouderdomsvlekken doorheen schemerden. Hij spatte haast uiteen van de energie.
Hij is nu 61 en toen we hem bezochten was hij al twintig jaar voortvluchtig: in Philadelphia veroordeeld voor de moord op zijn ex-vriendin Holly Maddux die hij zegt niet te hebben gepleegd. Veroordeeld bij verstek, want na zijn arrestatie kwam hij op borgtocht vrij en vluchtte hij naar Europa. Hij claimt dat de CIA achter de moord zit in een poging hem te vernietigen omdat hij te veel weet over de geheimen van psychologische oorlogsvoering en parapsychologie. Drie dagen trokken we op met hem en zijn Zweedse vrouw Annika Flodin (50). We hadden onze hielen nog niet gelicht of hij werd opnieuw gearresteerd. Het was zijn derde arrestatie, en het ziet ernaar uit dat het zijn laatste is.
Zestien jaar lang leefde hij zijn tweede leven. Een bestaan in het verborgene, onder valse namen (Ben Moore, Eugene Mallon), in Ierland, op de Balearen, in Groot-Brittannië, Zweden en Frankrijk. Na zijn ontmaskering vier jaar geleden stapte hij zijn derde leven in waarin hij weer Ira Einhorn kon zijn. Tientallen kilo’s lichter, zonder lange haren en woekerbaard; activist en hippie af. Realistischer is hij nu, al heeft hij zijn denkbeelden van weleer zeker niet overboord gegooid. En schrijver is hij. Vijf romans en twee studies wachten op een uitgever. Een zesde roman kreeg langzaam vorm in het zwarte aantekenboek waar hij regelmatig iets in krabbelde. Het is moeilijk voorstelbaar dat hij daarmee doorgaat nu hij wederom gevangen zit. Schrijven is voor Einhorn onlosmakelijk verbonden met vrijheid.
Niet dat hij die vrijheid volledig genoot in zijn schilder achtige huisje in een beeldschone vallei in de sud-ouest. Enkele keren per week moest hij zich melden bij de plaatselijke gendarmerie. De VS, Frankrijk en Einhorns advocaten waren sinds 1997 verwikkeld in een serie slepende processen omtrent zijn uitlevering. Voor zijn huis stonden permanent drie surveillancewagens. Een van de gendarmerie, een van de antiterreureenheid en een van de renseignement génerale, de Franse binnenlandse veiligheidsdienst. Om te voorkomen dat hij er weer vandoor zou gaan. Zijn derde leven, het leven dat wij binnenstapten, werd zwaar bewaakt.
De agenten keken nauwelijks op van het bezoek. In de felle zomerzon bladerde de man van de antiterreureenheid met ontbloot bovenlijf verveeld in een blootblad. De surveillant van de gendarme had het zich gemakkelijk gemaakt onder een parasol en las de krant, en de agent van de veiligheidsdienst hield zich verborgen in zijn auto. We werden ontvangen met Zweedse pannenkoeken, een zondagse traditie van de Einhorns. «Je moet ze geen kans geven. Hun traagheid is hun zwakke plek», doceerde de gastheer terwijl hij een steekvlieg op zijn borstkas verpulverde.
Samen met zijn vrouw Annika bewoonde de Eenhoorn een oude stilgevallen watermolen in een paradijselijke vallei. Over hun vijf aren land stroomde een bronwaterbeekje, l'Argent (zilver) genaamd. Verderop stroomde l'Or (goud). Vanaf het punt waar ze ineenvloeiden, veranderde de naam in l'Argentdor. De vallei stond in bloei. Slechts een deel van het hoofdgebouw, met veertiende-eeuwse fundamenten, was bewoonbaar. Geld om de verbouwing van de krakkemikkige delen te betalen, hadden Einhorn en zijn vrouw niet. Vanaf de ruime veranda had je een prachtig uitzicht over hun land. Een flink deel ervan was door Einhorn bewerkt met een grasmaaier; een zware klus, en zijn voornaamste lichaamsbeweging. Op andere stukken woekerde de natuur en maakten distel en brandnetel een blootbeense wandeling onaangenaam. Op het punt waar de Zilver onder de molen vandaan kwam, had zich een poeltje gevormd van ijskoud bronwater. Einhorn en zijn vrouw mochten daar graag naakt in baden. Ooit plaatste Esquire een grote foto van Einhorn, naakt oprijzend uit de poel van de Zilver. Het beeld veroorzaakte een enorme rel in Amerika: «De Fransen weigeren die moordenaar uit te leveren en ze laten hem nog als een ouwe hippie naakt ronddartelen ook», briesten de Amerikanen tot op ministerieel niveau.
Einhorn was allang geen privé-persoon meer. Hij was veeleer een publiek geval met interstatelijke juridische en politieke consequenties, opgesloten in zijn privé-paradijs en wereldberoemd in Frankrijk en Pennsylvania. Einhorn: «Er zijn veel artikelen over me geschreven vanuit een voorop gezette visie, zonder met mij te praten. Toen eenmaal bekend was waar we woonden, ging de telefoon acht uur per dag en waren we omringd door fotografen en filmploegen. Maar toen hadden we al besloten dat we zo weinig mogelijk te maken wilden hebben met de Amerikaanse media wegens alle onzin die ze hadden gepubliceerd. Ik ben veroordeeld, dus schuldig, dus kunnen ze over me schrijven wat ze willen. Niemand heeft eerlijk verslag gedaan; niemand is dieper ingegaan op de issues van de zaak.»
Een van die issues is de doodstraf die Einhorn nog altijd boven het hoofd hangt. Als «America’s Deadliest D.A.», zoals de New York Times Philadelphia’s aanklaagster Lynn Abraham noemde, de kans krijgt, wordt zijn levenslange gevangenisstraf ongetwijfeld omgezet in de dood. Geen enkele andere aanklager in de VS is zo vaak uit op de doodstraf als zij. Zodra de wet het toestaat, eist Abraham dat moord met moord wordt vergolden. Ze heeft het vooral voorzien op Afro-Amerikanen. Philadelphia kent het hoogste percentage zwarte terdoodveroordeelden (83,2 procent) van Amerika.
Tijdens ons bezoek verkeerde de uitleveringszaak in het hoogste stadium. De Conseil d'Etat, de Franse Raad van State, boog zich over een inmiddels hernieuwd Amerikaans uitleveringsverzoek — met een onverklaarbare vertraging van veertien maanden getekend door premier Jospin. Frankrijk beschouwt in-absentia-veroordelingen als flagrante mensenrechtenschendingen en levert in de regel niet uit wanneer een nieuw en eerlijk proces niet gegarandeerd is. Zeker niet wanneer iemand de doodstraf boven het hoofd hangt. De vraag was of de Franse rechters voldoende waarde hechtten aan de plechtige Amerikaanse belofte dat Einhorn een nieuw proces zou krijgen en dat hem de doodstraf bespaard zou blijven. Speciaal ten behoeve van zijn herberechting werd in Pennsylvania een wet ingesteld die alleen voor hem het Amerikaanse grondwettelijke principe opheft dat iemand slechts één keer mag worden veroordeeld voor dezelfde misdaad. Een twijfelachtige eer.
Einhorns advocaten menen dat de Einhorn-wet onconstitutioneel is, en dat politici noch openbaar aanklagers beloften over herberechting en strafmaat gestand kunnen doen, aangezien Pennsylvania’s rechters in deze het laatste woord hebben. De Conseil d'Etat nam die conclusie echter niet over. Einhorn moest worden uitgeleverd. Nog geen twee weken nadat we van Einhorn en zijn vrouw afscheid hadden genomen, stroomde de vallei waar l'Argent en l'Or in elkaar vloeien vol met agenten. Rond het paradijsje trok zich een politioneel net samen: één gendarme per dertig meter. Geen ontkomen aan. Wanhopig maakte Einhorn zijn zaak nog aanhangig bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Maar ook hier was hij kansloos.
En zo begon zijn vierde leven, een bestaan als inmate ES6859, in Graterford Prison, Pennsylvania. Het is misschien zijn laatste leven, met een abrupt begin en een ongewis einde.
Heeft hij het gedaan of niet? De Amerikaanse media beantwoorden de vraag bevestigend zonder hem expliciet te stellen. Hij is veroordeeld, al is het bij verstek, en al het schokkende bewijs spreekt tegen hem. Voor het overgrote deel van de Amerikaanse media was het verhaal van Ira Einhorn het verhaal van de schuldige die ermee wegkwam. «Moordenaar leeft in Frans paradijs.» In de VS werden tientallen artikelen en een boek over Einhorn geschreven, minstens twaalf tv-uitzendingen gemaakt en zelfs een vier uur durende televisiefilm. Doorgaans met als opzet het publiek mee te voeren in de sappige achtergronden van de zaak, hen te laten smullen van het tragische leven van die arme Holly, en te laten griezelen van de indertijd nog moddervette, langharige, werkschuwe hippie Ira, die desondanks een grote aantrekkingskracht scheen uit te oefenen op jonge dames. Vrije seks, drugs en flower power ontaarden in brute moord. Wat een verhaal!
Goedkoop journalistiek effectbejag? In de belangrijke media is het verhaal nooit anders gepresenteerd dan vooringenomen en sensationeel. Een waargebeurde thriller met een gemummificeerd lijk en een onberekenbare, ronddolende dader. Maar het verhaal van Ira Einhorn zou ook heel anders verteld kunnen worden. Het zou het verhaal kunnen zijn van een eenling die zijn gevecht tegen de machtigste staat ter wereld duur heeft moeten bekopen. Bij wie de walging voor het Amerikaanse systeem zo hoog opliep dat hij er niets meer mee te maken wilde hebben. Bij wie het laatste restje vertrouwen in democratie en gerechtigheid verdween toen hij zag hoe het net zich rond hem sloot, terwijl hij toch zeker wist dat hij onschuldig was. Wie weet wat zijn rechtszaak zal brengen. Per slot van rekening was ook O.J. Simpson al bij voorbaat schuldig verklaard door de media. Maar ondanks een schijnbare overvloed aan bewijs, met bloedsporen en al, kwam hij als vrij man de rechtszaal uit. Later toonde de BBC aan dat iemand geprobeerd had Simpson voor de moord te laten opdraaien door bloed in zijn auto aan te brengen.
Wie het gezichtspunt van de underdog een te sympathieke benadering vindt van een bij verstek veroordeelde moordenaar, zou het verhaal van Ira Einhorn kunnen lezen als een vluchtrelaas, als een poging te doorgronden wat het is om vogelvrij te zijn, opgejaagd te worden en uiteindelijk moegestreden tegen de lamp lopen. Het zou, met andere woorden, een menselijk verhaal kunnen zijn voor wie bereid is te luisteren voordat hij oordeelt.
Achttien maanden lang leek Helen «Holly» Maddux van de aardbodem verdwenen. Totdat ze levenloos werd gevonden in Einhorns appartement.
Ira Einhorn vertelde de politie dat Holly even naar de ecologische winkel was gegaan en niet meer was teruggekeerd. Hun relatie verliep al enige tijd stroef, dus Einhorn had aangenomen dat dit haar manier was om hem te verlaten. Een paar dagen later belde ze hem op om te zeggen dat het goed met haar ging en dat hij haar niet moest gaan zoeken, vertelde Einhorn in 1979 aan Philadelphia Magazine. Daarna had hij niets meer van haar vernomen.
Een andere versie van het verhaal luidt dat Holly al geruime tijd probeerde de dominante Einhorn te verlaten, en dat dat proces flink werd versneld toen ze in New York ene Saul Lapidus leerde kennen. Holly belde Einhorn vanuit New York om hem deelachtig te maken van haar nieuwe liefde. «Kom onmiddellijk terug of ik gooi je spullen op straat», donderde hij aan de telefoon. Ze vertrok naar Philadelphia en werd niet meer gezien. Het was 9 september 1977.
De meeste media beschreven het koppel als «de schoonheid en het beest»: Holly als de antithese van Einhorn, een beeldschoon en vederlicht, lief fluisterend wezentje dat overal zonneschijn bracht met haar glimlach. Het kan haast niet anders of hier wordt willens en wetens een mythe in stand gehouden: «Boze, lelijke rothippie doodt engeltje.»
Al voor zijn eerste arrestatie was Ira Einhorn als linkse activist berucht in Philadelphia en omgeving. Hij kon zich meten met hippie- en yippie-frontmannen als Abby Hoffman en Jerry Rubin en had net als zij een talent om zijn boodschap via massamedia de wereld in te slingeren. Hij ontwikkelde zich tot profeet van marihuana, lsd, groepsseks en wereldvrede, de leidende figuur van de tegencultuur in Pennsylvania. Ten tijde van de moord had hij zichzelf uitgeroepen tot «planetary enzyme» en propageerde hij Earth Day en New Age. «Het is ongelooflijk met hoeveel vrouwen ik de liefde heb bedreven», vertelde Einhorn tijdens ons bezoek, nog nasidderend van een bad in de ijskoude poel van de Zilver. «Soms werd er bij me aangebeld en stond daar een mooi meisje dat ik vaag kende, en dat me mee leidde naar mijn slaapkamer. Ik kan nog steeds verbaasd zijn over die tijd.»
De politie beschouwde hem niet als verdachte. Een privé-detective die door de familie Maddux in de arm werd genomen, dacht daar heel anders over. Einhorns onderburen vertelden hem dat ze een ijzingwekkende schreeuw hadden gehoord. Enige tijd later kregen ze te maken met een enorme stank en een bruine drabbige vloeistof die door het plafond heen sijpelde. Hoe vaak ze het plafond ook overschilderden en behandelden met chemicaliën, het stinkende spul bleef komen. Toen de voorman van het huizenblok besloot dat onderzocht moest worden waar het vandaan kwam, verbood Einhorn de werklui om in de buurt te komen van de verandakast. Hij was het sleuteltje van het hangslot kwijt, zei hij. De privé-detective besloot dat het tijd was de politie te overtuigen van de noodzaak het onderzoek voort te zetten.
Toen op de ochtend van 28 juni 1979 om tien voor negen Einhorns bel rinkelde en hij schaars gekleed en slaperig zijn deur opende, stond daar geen schone hippievrouwe, maar een kleine politiemacht. Onder leiding van rechercheur Michael Chitwood, gewapend met een huiszoekingsbevel, betraden negen politiemensen het chaotische appartement. Chitwood wist precies waar hij moest zijn. Hij begaf zich naar de verandakast. Een van de politiemannen haalde een fototoestel te voorschijn. Elke handeling werd vastgelegd. Hij brak het hangslot. Meteen rook hij een vage, onplezierige lucht. Chitwood liet de inhoud van de kast fotograferen: dozen met spullen van Holly, sommige met haar naam erop; onderin een groene koffer met een Texaans adres. En daarachter een grote zwarte hutkoffer. Daar was het hem om begonnen. Chitwood forceerde het deksel met een koevoet en vroeg om plastic handschoenen. Boven in de hutkoffer lagen stapels oude kranten. Toen hij ze verwijderde, werd de stank sterker. Onder de kranten lag piepschuim. Toen hij het opzij schoof zag hij iets opmerkelijks. Het duurde even voordat hij het kon thuisbrengen, omdat het zo verdroogd en verschrompeld was. Het was een hand, en aan die hand zat een arm, en daaraan een lichaam. Chitwood zocht niet verder. Hij ging naar de keuken waar Einhorn zat te wachten, uiterlijk volkomen ontspannen, en waste zijn handen. «We hebben het lijk gevonden», zei hij. «Het ziet ernaar uit dat het Holly is.» «Je hebt gevonden wat je gevonden hebt» orakelde de Eenhoorn.
Einhorn: «Ik bevond me in een soort meditatieve toestand. Ik had geen idee waarover ze het hadden. Ze lieten me het lijk niet zien. Als je in een kleine ruimte zit met negen agenten die het op je hebben gemunt, is het beste wat je kunt doen rustig observeren. Ik geloof dat het hun bedoeling was me te intimideren en me met hun vondst tot een bekentenis te dwingen. Toen ik hoorde waarvan ik werd beschuldigd was ik verbijsterd. Natuurlijk, er was een stank. Maar die was na een tijdje verdwenen. En het lukte ons niet uit te vinden waar die drab vandaan kwam.»
«Ik ben niet het type dat zoiets doet», verkondigde Einhorn tussen zijn borgtocht en het begin van zijn proces. «Ik zal mijn onschuld bewijzen in de rechtszaal.» Bijna twee jaar later verdween hij spoorloos, twee dagen voordat het proces begon. Naspeuringen leverden niets op. Weken later wilde de rechter weleens weten hoe dat kon. «Het is moeilijk een planetary enzyme te vinden, edelachtbare», antwoordde de assistent-aanklager. In Frankrijk vertelde Einhorn waarom hij vluchtte. «Ik was ervan overtuigd dat ik kon aantonen niets met Holly’s dood te maken te hebben. Maar naarmate de tijd vorderde, verminderden mijn kansen. Er werden nieuwe feiten geconstrueerd die in mijn nadeel waren.»
Uit tests bleek dat wat er door het plafond van Einhorns onderburen lekte, niet in relatie stond met de lugubere inhoud van de hutkoffer. Ook de koffer en het lichaam van Holly werden uitvoerig onderzocht. Maar liefst drie forensische rapporten werden er geschreven. Slechts één onderzoek leverde bloed op in het appartement. De overige twee waren volledig in Einhorns voordeel, maar werden terzijde geschoven. Einhorn: «Haar schedel was op vele plaatsen gebroken. Bloed zou door het hele appartement heen gesproeid moeten zijn. Het is onmogelijk dat op te ruimen zonder sporen achter te laten. In de hutkoffer werd zelfs een schaamhaar aan getroffen die niet van mij is, noch van haar. Plus vier sets vreemde vingerafdrukken. Van wie zijn die? En hoe komen ze in een hutkoffer in mijn appartement? Je kunt vanaf de buitenkant op de veranda komen. Ik ben erin geluisd.»
Einhorn werd gezien als een succesvol resultaat van de sixties. Wie met hem afrekende, rekende tegelijk af met een door velen gehaat tijdperk. Daar kwam bij dat Einhorn zich begon te bewegen op het geheimzinnige terrein van de mind control. Van zijn contacten met de wereldberoemde geestesacrobaat Uri Geller had hij geleerd hoe krachtig de menselijke psyche was. Geller kon door middel van psycho-kinetische energie voorwerpen manipuleren, computerschijven wissen en gedachten lezen. Toen vanaf 1976 een mysterieus hamerend geluid menige radio-uitzending begon te verstoren, vermoedden Ira Einhorn en anderen dat de signalen afkomstig waren van een Russisch mind-controlapparaat. «Een apparaat gebaseerd op de technieken van Nikola Tesla. Hij ging ervan uit dat je met speciale radiogolven menselijke gedachten kon beïnvloeden. Niemand wist of het werkte.» Toen westerse regeringen bij de Russen protesteerden, boden die excuses aan en stelden dat het slechts experimenten betrof.
Einhorns problemen begonnen na een reis naar Joegoslavië waar hij meewerkte aan een internationale herdenking van Nikola Tesla. «Ik kreeg al gauw door dat er iets niet klopte. Mijn vertaler daar was ook de vertaler van Tito, ik ontmoette hooggeplaatste personen en men gaf me alles waar ik om vroeg. Zonder problemen werd toegezegd om alle materialen uit het Tesla-museum naar de VS te vliegen, op Joego slavische kosten. De vertaler begon me rond te leiden om me te laten zien waar het socialisme faalde. Kennelijk was er een dubbele agenda en werd ik door de Joegoslaven gebruikt om zich van het communisme te verwijderen, en door de Amerikaanse overheid om Tesla’s technieken voor mind control in handen te krijgen.»
Tien dagen na zijn terugkeer werd Holly’s lijk in zijn appartement gevonden. Het is er volgens Einhorn geplaatst om hem onschadelijk te maken. Hij wist te veel. Maar bewijs dat maar eens in de rechtszaal.
Einhorn besefte dat hij geen schijn van kans had en besloot te vluchten. «Ik was sinds 1963 een publiek figuur geweest, ik wist niet of ik alle banden met het bovengrondse leven kon doorsnijden. Dat je niet naar de verjaardagen van je vrienden kunt, okee. En dat je hun kinderen niet ziet opgroeien is ook nog net te verdragen. Maar dat je je vrienden niet kunt begraven, dat is vreselijk. De zelfmoord van een goede vriend vernam ik via de televisie. Het duurde twee jaar voordat ik erachter kwam dat Abbie Hoffman dood was. Erger nog vond ik de dood van Jerry Rubin. Ik kon niet naar mijn vaders begrafenis en ik kan de laatste jaren van mijn moeder, die nu negentig is, niet meemaken. Om dat soort dingen geef je het soms bijna op. Voortvluchtig zijn kun je niet leren.»
De FBI en Interpol coördineerden de jacht op hem. Drie keer ontsnapte hij ternauwernood. Maar na zestien jaar was het geluk op. Met een paar droge tikken op de deur van het paradijs eindigde op 13 juni 1997 Einhorns tweede leven. De gendarmerie stormde binnen, met getrokken revolvers. «U leeft met een gevaarlijk man», vertelden ze de verbijsterde Annika die open deed. Einhorn werd poedelnaakt van zijn bed gelicht. «Ze bleven maar roepen: ‹gun, gun›. Maar ik had helemaal geen gun. Toen ze om zich heen gingen kijken en alleen maar boeken en papieren zagen, verdwenen de pistolen weer in de holsters. Fransen zijn minder opgefokt dan andere volken. Dat merk ik ook aan mijn hoeders hier.»
Inderdaad waren zijn bewakers weinig waakzaam. Waarom waagde hij het er niet op? Het terrein aan de achterkant van het huis, begrensd door de Zilver, werd niet in de gaten gehouden. Dat hadden we zelf gezien toen op een van de warme zomeravonden tijdens ons verblijf gedineerd zou worden bij buren verderop in de vallei. Als Einhorn naast Annika zou plaatsnemen in haar rode Fiatje, zouden zijn bewakers hem met hun wagens volgen tot op de stoep van de buurman en zou de avond zich ontvouwen in het schijnsel van drie paar koplampen. Dus ging Annika alleen met de auto en namen Einhorn en wij «de achterdeur». Langzaam wadend door de Zilver bereikten we het aanpalende land. Niemand had ons gezien. Die avond werd er bij overvloedige landwijn en een zeldzaam pijpje wiet — de oude drugsprofeet blowde nog maar zelden — gemijmerd over de toekomst. «Ik probeer zo veel mogelijk in het heden te leven. Ik vlucht niet meer. Ik heb al zo vaak opnieuw mijn nest moeten bouwen dat ik betwijfel of ik dat nog een keer kan. Niet dat ik spijt heb van mijn vluchtend bestaan. Het was de ellende waard. Had ik het niet gedaan, dan zou ik Annika nooit ontmoet hebben. Nu heb ik dertien jaar doorgebracht met de mooiste vrouw die je je kunt voorstellen. Het is goed zo. Ik zou het niet erg vinden als de komende maanden mijn leven zou eindigen.»
Dat was twee weken voor zijn arrestatie. Inmiddels is zijn derde leven, het leven in het bewaakte paradijs, inderdaad geëindigd en overgegaan in een leven achter tralies. Of bedoelde hij het letterlijk? Toen bekend werd dat Frankrijk hem zou uitleveren, zette hij een mes in zijn keel en zijn linkerpols, precies op het moment dat een Franse cameraploeg arriveerde. Het werd een bloedige bende op de Franse televisie — de beelden werden keer op keer herhaald. Maar Einhorn sneed niet diep genoeg. Lag aan het mes, vertelde hij later aan diezelfde verbijsterde filmploeg. Maar zijn poging was heus serieus; hij had de zelfmoordbriefjes immers al geschreven. «Ik ben een zeer vreemd persoon en het is moeilijk om dat te begrijpen», beet hij een reporter van de Philadelphia Inquirer toe vlak voor de politie op de deur klopte.
In maximum security prison Graterford werd gevangene ES6859 de eerste tijd afgezonderd en streng geobserveerd. Sinds kort mag hij bezoek ontvangen, maar hij heeft verzocht niemand tot hem toe te laten. Annika werkt vanuit Champagne-Mouton aan zijn verdediging. Naar verluidt bestudeert de Eenhoorn in de cel de koran om sterker te staan in zijn pogingen tijdens zijn proces de zwarte gemeenschap op zijn hand te krijgen tegen de moordlustige aanklaagster Lynn Abraham. Je voelt zijn adrenaline haast bruisen. Op het randje van een levenslange gevangenisstraf nog één keer vuurwerk.