De vluchteling troost de oude Griek

Athene – Al in Pakistan hoorde Sjahid over Viktorias, het Atheense plein waar Europa begint, vanwaar je de odyssee vervolgt. Maar de doortocht is verhinderd, Macedonië deed de grens dicht en Griekenland vreest zijn lot als ‘opslagplaats van zielen’.

Ineens wordt Sjahid ‘migrant’ genoemd, nu Europa enkel Syriërs toelaat. ‘Zijn de Taliban, die ik ontvluchtte, pardoes goedaardig?’ verzucht hij.

Sjahid is opgesloten in Griekenland, net als dertigduizend anderen. En elke dag komen er tweeduizend bij. Turkije belooft hen ‘terug te nemen’, wat de Griekse analisten sceptisch stemt: dat duurt nog lang en zal slechts mondjesmaat gebeuren. Tegelijk beginnen de Grieken aan hun zevende en zwaarste crisisjaar; hun bijstand is eindig. Hoewel veel burgers geld, kleding en broodjes uitdelen op Viktorias neemt het misnoegen er toe.

Onder de moerbeibomen slapen hónderden Aziaten, wachtend op berichten over de grensovergang. In kalmte, maar onderhuids broeit het. Ziekten waren rond, smokkelaars en heroïne, heimwee en wanhoop; twee jongens hingen zich op aan een boom. Ieder café en eethuis aan het plein is ‘te koop’ gezet. Als de hagel neerdaalt, klapt een kroegbaas ostentatief de parasols in. De politie hield ngo’s tegen, ter ontmoediging, en de Gouden Dageraad duikt op. De neonazi’s staken twee vluchtelingen neer, zeggen de anarchisten, die hier wachtlopen.

In allerijl bouwt het leger tentenkampen, maar de instroom is groter. ‘Kun je mensen opsluiten’, zegt premier Tsipras, ‘als ze vérder willen? Nee, dat mag niet. Hun “Mekka” ligt in het noorden.’

Ook de haven van Piraeus herbergt ontelbare ontheemden, in oude loodsen en in de buitenlucht. Kleding droogt op struikgewas. Zelfs Syriërs zitten de dagen uit – het is chaos aan de grens. Van de jonge Ibrahim zijn de reispapieren gestolen. ‘Door een Afghaan’, vermoedt hij, ‘die zich als Syriër wil voordoen.’ De Griekse kampen wantrouwt hij en legale herverdeling evenzeer: ‘De EU belooft een gratis hotel, maaltijden en vervoer, maar twee families moesten tóch zelf betalen, en keerden vlug terug – nu wil niemand nog. Ik ben liever vrij dan in Tsjechië.’

Op Viktorias wordt Sjahid aangeklampt door een Griekse advocaat, die hem in tranen vertelt hoe een doodziek meisje verderop verregent. De vluchteling troost de oude Griek. Maar diep in de nacht, als zelfs de anarchisten slapen, ontruimt de politie het plein. Even ligt het er leeg en geboend bij.