Fata morgana Oeganda

De vluchtelingen van de president

Oeganda geeft vluchtelingen een land om in te leven. Een progressief paradijs, volgens Europa. Maar voor de 1,2 miljoen ontheemden valt er weinig te genieten. President Museveni windt de internationale gemeenschap om zijn vinger.

Honderdzeventien Congolezen komen aan in het vluchtelingenkamp Kyangwali, West-Oeganda. Ze krijgen eerst een ebola-screening

Dorien Tabu streelt het hoofd van haar baby. Ze denkt aan zelfmoord. De acht maanden oude Gilbert ligt aan haar borst. Keer op keer vlijt hij zich vermoeid op het sleutelbeen van zijn moeder. Het is heet in Bidi Bidi, het enorme vluchtelingenkamp in het noorden van Oeganda. De zon teistert dag na dag het zanderige heuvellandschap, de lemen huizen en het struikgewas. De zonen van de 27-jarige Dorien Tabu dutten in de schaduw van het huis. Hun vader drinkt zich een paar straten verderop te pletter. ‘De andere vrouwen pakken mijn man’, zegt de grote vrouw met kortgeknipt haar. ‘Hij slaapt uit. Hij krijgt geld. Hij koopt drugs. En je huilt. Er is geen oplossing. Er is geen plaats waar je kunt gaan. Als je niet sterk genoeg bent, hang je jezelf op.’

Het bleef lang veilig in het Zuid-Soedanese dorpje Logo, waar Tabu vandaan komt. Maar in de zomer van 2016 bereikte de burgeroorlog haar gebied. Soms kwamen de gewapende mannen ’s nachts, soms overdag. ‘Ze doden vrouwen en kinderen. Ze nemen alles wat ze kunnen vinden en ze verdwijnen.’ Op een dag zag de jonge moeder het lijk van een jongetje op een brug. ‘De volgende dag zou jij het kunnen zijn’, wist ze. ‘Ik moest vluchten om ons leven te redden.’ Veel van de mannen bleven in Zuid-Soedan, om te vechten of werk te zoeken, maar Tabu’s man, Taylor Isac, kwam haar achterna. ‘Hij was zo’n goede man, ik had geluk’, zegt ze. Maar het gebrek aan werk veranderde hem. ‘Hij vergeet dat hij een getrouwde man is. De andere vrouwen hier hebben geen man. Ze pakken hem. Zelfs mijn beste vriendinnen pakken hem.’

In drie jaar tijd kwamen ruim zevenhonderdduizend Zuid-Soedanezen en driehonderdduizend Congolezen Oeganda binnen. Velen moesten, net als Tabu en haar kinderen, in allerijl vertrekken, zonder tijd om geld en eigendommen te verzamelen. Door die exodus huisvest Oeganda nu 1,2 miljoen vluchtelingen, het grootste aantal van Afrika. Wereldwijd ontvangt alleen Turkije er meer. Toch vind je hier geen dichtbevolkte kampen in de woestijn. Oeganda zegt het anders te willen doen. ‘Nieuwkomers krijgen een stuk land om voedsel te kweken en op termijn zelfvoorzienend te worden’, klinkt het bij het ministerie voor Vluchtelingen. ‘Ze mogen zich vrij verplaatsen en hun kinderen kunnen naar school.’

Van overal kwamen waarnemers het beleid bewonderen. Antonio Guterres, secretaris-generaal van de VN, sprak tijdens een donorconferentie in Kampala in 2017 over de ‘geopende harten’ van de Oegandezen. ‘Dit moet een voorbeeld zijn voor ons allen. Oeganda toont de weg in een wereld waarin zoveel grenzen gesloten worden, zoveel vluchtelingen worden geweigerd en zoveel haat wordt aangewakkerd.’ De nos dacht een ‘vluchtelingenparadijs’ te hebben gezien, de bbc sprak van ‘een van de beste plekken ter wereld om vluchteling te zijn’.

Oeganda werd, zoals een Europese diplomaat in Kampala het treffend verwoordt, ‘een gedroomde casus voor de pr van allerlei politici’. Voor links-liberale stemmen is Oeganda het te volgen voorbeeld in barre tijden: als een arm Afrikaans land zo’n opengrenzenbeleid tot een succes kan maken, wat is dan het excuus van rijke landen? Maar ook rechtse anti-migratiepartijen vinden in Oeganda hun verhaal. Als de lokale opvang goed werkt, waarom zou dan nog één Afrikaan naar Europa komen? Dezelfde diplomaat, die vanwege protocol alleen anoniem mag getuigen, wijst op de komst van een Hongaarse ambassade naar Kampala. ‘Viktor Orbán heeft hier nauwelijks onderdanen en geen wezenlijke handelsbelangen. Toch komt er een nieuwe ambassade in krappe budgettaire tijden. Het is een symbool, om Oeganda te “bedanken” om de vluchtelingen hier te houden.’

Werkt opvang in de regio en kan Europa daar iets van leren? Oeganda is zeker progressiever dan buurlanden Kenia en Rwanda, waar vluchtelingen in gesloten kampen terechtkomen. Maar bij een bezoek aan vijf vluchtelingenkampen doemt een cynischer beeld op. In de kampen – net als in de dorpen eromheen – heerst extreme armoede, schaarste en een gebrek aan perspectief. Verschillende vluchtelingen spreken van een ‘hel’ waar ‘niks groeit’ en ‘onze dromen langzaam doodgaan’. Waar komt het eenzijdige verhaal dan vandaan?

Dorien Tabu in haar huis in Bidi Bidi, het vluchtelingenkamp in het noorden van Oeganda

Lange tijd woonde hier in het noordwesten van Oeganda een majestueus dier. Maar tientallen jaren van conflicten en strooptochten langs de grenzen van Congo, Oeganda en Zuid-Soedan hebben de witte neushoorn uitgeroeid. Op de plek waar de Amerikaanse president Theodore Roosevelt honderd jaar geleden verbleef om vijf kolossale witte neushoorns neer te schieten, leven nu vluchtelingen. Een van de nederzettingen heeft zijn naam behouden: Rhino Camp. Van daaruit bellen de broers van Dorien Tabu soms naar hun oudere zus. Ze huilen aan de telefoon. Er is geen werk voor hen, ze weten niet wat ze moeten doen. Ze willen van haar weten hoe de toekomst eruitziet.

Bij de vluchtelingennederzettingen is het een en al bedrijvigheid. Vrouwen dragen gele waterbidons en houten bundels op de hoofden, een fietser balanceert een toren van plastic stoelen naar de markt. Bidi Bidi ligt op een dag wandelafstand van Rhino Camp. Dorien Tabu vertelt, zittend op een krukje voor haar huis: ‘We are not living here, we are surviving.’ Ze moet strategisch plannen om haar zonen Fabian (7), Ronald (5), Sundi (3) en Gilbert (8 maanden) sterk te houden. Een keer per maand leveren hulporganisaties een rantsoen rijst en bonen. Tabu kan niet zonder. De paar vierkante meter grond die ze heeft gekregen is te droog en te hard om iets te kweken. In het steeds langere droogseizoen wil niets groeien. ‘Als ik niets meer heb, moet ik mijn buren vragen om me te redden’, zegt ze. Niemand staat hier op eigen benen.

Tabu moet stukken van het rantsoen afstaan om haar veiligheid te garanderen. Net zoals iedereen heeft ze brandhout nodig om voedsel te koken, maar bij het sprokkelen moeten de vrouwen zich ver van het kamp wagen. ‘Veel vrouwen worden verkracht, daarom gaan we in groep op pad’, zegt ze resoluut. ‘En ik geef een deel van mijn bonen aan de lokale bevolking, dan kan ik veilig hout verzamelen.’ Terwijl ze praat, grijpt Tabu naar een bidon water om Gilbert met het laatste beetje water te wassen. De baby heeft diarree, Tabu moet hem in een uur drie keer een verse wikkel omdoen.

‘Zelfvoorzienend worden, het klinkt natuurlijk mooi, maar in de praktijk blijven het overal dode letters’

Het valt op dat de kostbare bossen kaal zijn. Volgens de Verenigde Naties kapt een vluchteling in Oeganda ieder jaar zo’n twintig bomen. Doe dat maal 1,2 miljoen en je ziet dat het een aanslag is op de natuurlijke grondstoffen. Elk kamp ademt armoede. De meeste mensen hebben geen werk, als ze al iets verdienen, kunnen ze er niet van leven.

‘Ik was vroeger een stadsmeisje.’ Ze klikt met haar tong en trekt haar wenkbrauwen op: een gebaar om haar woorden te benadrukken. ‘Nu woon ik op een afgelegen plek en zie ik het leven niet meer.’ Al bijna drie jaar bestaat haar dagelijks leven uit niets meer dan hout verzamelen en koken. Er is geen ander werk. Dat is ook waarom haar man is veranderd. ‘Taylor was cool’, zegt Tabu en ze lacht. ‘Maar hij trekt op met de verkeerde mannen.’ Het weinige geld dat hij verdient door brommers te repareren gaat naar alcohol. ‘Toen ik zwanger was van Gilbert sloeg hij me’, zegt ze. In Tabu’s stem klinkt nu ook woede. Het is geen woede over haar man, het is de woede over dit uitzichtloze leven.

‘Zelfvoorzienend worden, het klinkt natuurlijk mooi, maar in de praktijk blijven het overal dode letters’, bevestigt de Belgische onderzoeker Thijs Van Laer aan de telefoon. ‘De stukjes land die vluchtelingen krijgen, zijn te klein en vaak onvruchtbaar. Steeds vaker komt het tot conflicten tussen de gastgemeenschap en nieuwkomers.’ Van Laer is een van de auteurs van een kritisch rapport van het International Refugee Rights Initiative dat in oktober verscheen. ‘Met zo weinig succesverhalen in de context van globale ontheemding, is er een tendens om het Oegandese beleid te idealiseren’, schrijven de onderzoekers.

‘Het is vervelend dat wij een van de enige kritische stemmen zijn’, vindt Van Laer. ‘De regering in Kampala zegt: “We doen al zo veel, we zijn toch progressief? We zijn een arm land, het Westen deelt de lasten niet genoeg.” Deels kan ik die argumenten begrijpen, de som die naar Oeganda gaat, is te klein (de VN en Oeganda kregen op de donorconferentie van 2017 beloftes voor 350 miljoen dollar steun, veel minder dan de gevraagde twee miljard – red.). Maar als je het beleid niet kritisch onderzoekt, dreigt het bij schone schijn te blijven.’

Vanuit zijn kantoor in Kampala betreurt Robert Kwesiga, secretaris-generaal van het Oegandese Rode Kruis, de stijgende polarisatie rond vluchtelingen. Het Westen verkijkt zich volgens hem op de discussie over waar vluchtelingen terecht moeten komen. ‘Wereldwijd zijn bijna zeventig miljoen mensen op de vlucht. De vraag is niet of ze lokaal opgevangen moeten worden, wel wat de oorzaken van hun vlucht zijn. Wat drijft een mens om zijn thuis te verlaten? In het antwoord zitten de oplossingen besloten.’

Terwijl Europa worstelde met zijn identiteit in de nasleep van de vluchtelingencrisis zag de Oegandese president Yoweri Museveni juist een opportuniteit. In de geest van pan-Afrikanisme opende hij de grenzen voor ontwortelde buren uit Congo en Zuid-Soedan. ‘In het verleden zijn wij vluchtelingen geweest. In de toekomst misschien opnieuw’, sprak de 74-jarige president, die ondertussen al 33 jaar aan de macht is. ‘Dit zijn onze broeders.’

Wellicht was er nog meer aan de hand. ‘Museveni is een briljant politiek strateeg’, zegt Kristof Titeca. ‘Hij zal wel echt geloven wat hij zegt, maar hij ziet ook een kans om garen te spinnen bij elke situatie.’ Titeca is verbonden aan de Universiteit van Antwerpen en volgt sinds zijn promotieonderzoek in Kampala twintig jaar geleden de Oegandese politiek van nabij. ‘Museveni kent de gevoeligheden van het Westen en weet ze meesterlijk te bespelen. In een paar jaar tijd is hij erin geslaagd de Verenigde Naties en verschillende Europese donorlanden fors te laten investeren in het Oegandese vluchtelingenbeleid. Zo werd het too good to fail en waren kritische geluiden moeilijk te vinden.’

De grote sommen ontwikkelingsgeld die volgden, verstevigden de greep van de president op de macht. In de achtergestelde gebieden waar het geld terecht moest komen kon hij zich als de weldoener profileren die bepleit had dat dertig procent van de hulp naar de lokale bevolking moest gaan. Nochtans heeft veel van dat geld zijn bestemming nooit bereikt. En vorig jaar moesten het regime en de VN beschaamd toegeven dat er niet 1,5 miljoen, maar 1,2 miljoen vluchtelingen in Oeganda zijn. De cijfers waren met driehonderdduizend opgekrikt.

‘Het verbaasde niet echt. Het Office of the Prime Minister is notoir corrupt’, aldus Titeca. ‘Eerst waren het ghost soldiers, daarna ghost teachers en nu ghost refugees.’ Maar ook de VN hebben volgens een interne audit in Oeganda tientallen miljoenen verkwanseld aan fraude, te dure bestedingen en corruptie. Vorige week besloten Duitsland en het Verenigd Koninkrijk daarom de financiering aan de VN Vluchtelingenorganisatie unhcr in Oeganda te bevriezen.

‘Museveni in dienst nemen om de vluchtelingencrisis op te lossen is als het werven van een pyromaan om de brandweer te leiden’

Toch blijven internationale media,  tot The New York Times aan toe,  vatbaar voor de pr van Museveni. Dat heeft volgens Titeca alles te maken met wat hij hit & run-journalistiek noemt. ‘Journalisten vliegen voor een paar dagen over, zoeken naar de meest trieste casus om een trend te illustreren en gaan snel weer weg. Zo zijn ze kwetsbaar voor manipulatie. Bovendien worden ze vaak begeleid door een betrokken partij zoals een overheid of een ngo.’

Tijdens een korte persreis van de EU in januari vorig jaar zei Kristian Schmidt, EU-ambassadeur in Kampala, dat Oeganda ‘het Duitsland van Oost-Afrika’ was geworden (in de Poolse Gazeta Wyborcza) en had The Guardian het over ‘het meest gastvrije land’. Vluchtelingen betuigden hun dankbaarheid, ‘het grootste vluchtelingenkamp ter wereld’ werd neergezet als een bedrijvige bijenkorf waar iedereen zijn eigen eten verbouwde. Aan kandidaat-persbegeleiders werd gevraagd journalisten de mooiste kant van Oeganda’s welkomstcultuur te laten zien. Dat blijkt uit documenten die De Groene kon inkijken.

Woensdagavond, West-Oegan–da. Op tien kilometer van de oevers van het Albertmeer hobbelt een vrachtwagen over de aardewegen. In de laadbak klampen 117 Congolezen zich aan elkaar vast. De tocht naar het Kyangwali-vluchtelingenkamp is lang en hels. De zeiltjes boven hun hoofd bieden weinig bescherming tegen zand en zon. Wanneer de beestenwagen eindelijk het kamp binnenrijdt, is het moeilijk te geloven dat er zoveel mensen in zitten. Eén voor één klauteren ze naar buiten, bijna allemaal vrouwen en kinderen, veel baby’s. Minutenlang. Hun gezichten zijn oranje maskers van aangekoekte aarde.

Ze komen uit de provincie Ituri in Oost-Congo. De veertigjarige Jacki Natajo slaat het stof uit haar rokken en helpt een tienerdochter naar beneden. In hun dorpje aan de overkant van het meer was geweld ook nooit ver weg, vertelt ze. Op een ochtend, vorige week, vond ze haar man tussen de waterput en de schuur – doodgeschoten door mannen die ’s nachts de voorraden wilden stelen. ‘Rebellen of bandieten, misschien van een andere stam, ik weet het niet.’ Het was al te lang droog geweest en het gezin dreigde honger te lijden, haar man was naar buiten gelopen om de dieven tegen te houden. Jacki spreekt in korte sombere zinnen. ‘Toujours les bruits de guerre.’ Wakker worden met het geluid van oorlog. Ze vluchtte om te overleven, in een houten kano, met alleen de kleren aan haar lijf en wat geld, in haar kielzog drie dochters en een pasgeboren kleinkind. Wat nu? Ze schudt het hoofd.

‘Er zijn op dit moment nog twee vrachtwagens onderweg’, weet Monday James, een vrijwilliger van het Oegandese Rode Kruis. Vanuit de schaduw van een bananenboom kijken we naar de nieuw aangekomen mensen. Ze schuiven aan bij een ebola-screening. Ook na de verkiezingen van december blijven Congolezen vluchten. ‘Geen zorgen, ze zijn veilig hier’, zegt hij sussend. ‘Het went.’

Vluchtelingenkamp Bidi Bidi (links), 250.000 vluchtelingen, en vluchtelingenkamp Kyangwali, West-Oeganda

De Amerikaanse journalist en auteur Helen Epstein zucht als ze de verhalen uit de kampen hoort. ‘Het beleid van Museveni voorstellen als een humanitair heldenverhaal is een slag in het gezicht van de vluchtelingen en de Oegandese mannen en vrouwen die al jaren worden onderdrukt.’ Rapporten van Human Rights Watch berichtten de afgelopen tien jaar over meer dan duizend gevallen van marteling in Oeganda. Oppositieleden worden door de politie in elkaar geslagen, krijgen huisarrest of worden vastgehouden in mysterieuze safe houses waarvan niemand de locatie kent. Tientallen jongeren werden in de voorbije jaren doodgeschoten tijdens protesten. EU-lidstaten komen meestal niet verder dan het uiten van ‘bezorgdheid’.

‘Het is traumatiserend’, vertelt Bobi Wine vanuit de tuin van zijn villa in het noorden van Kampala. In augustus vorig jaar werd de beroemde Afrobeat-muzikant aangevallen door politieagenten. Na een rally van oppositiekandidaten had Wine zich teruggetrokken in zijn hotelkamer. Plots klonk er een schot. Zijn chauffeur was doodgeschoten en Wine denkt tot vandaag dat de kogel voor hem bedoeld was. ‘Ik hoorde mensen gillen en soldaten van deur naar deur gaan. “Waar is Bobi”, riepen ze. Toen ze mij vonden, drukten ze een geweer tegen mijn slaap en sloegen ze me bewusteloos.’

Bobi Wine, officieel heet hij Robert Kyagulanyi Ssentamu, maakte de voorbije jaren een snelle politieke opmars. Zijn enorme populariteit bij Oeganda’s jonge bevolking (met een gemiddelde leeftijd van 15,8 de tweede jongste ter wereld) hielp hem verkozen te worden in een district dat altijd tot de partij van de president had behoord. Zijn hitnummer Freedom uit 2017 kreeg de status van alternatief volkslied in de getto’s. Nu is hij kandidaat om Museveni op te volgen na de presidentsverkiezingen van 2021.

Door zijn arrestatie werd de 37-jarige Bobi Wine nog populairder. Tot op de dag van vandaag staan de gekrabbelde woorden ‘Free Bobi’ op de muren van Oegandese steden, betogers eisten zijn vrijheid en in Kampala zie je tienerjongens met rode baretten – een handelsmerk van Wine. Wine belooft een nieuw Oeganda zonder corruptie. ‘Het Westen blijft Museveni’s regering steunen omdat hij zichzelf presenteert als het anker van stabiliteit’, zegt Wine. Aan zijn voeten ligt een Duitse herdershond. Met zijn strakke maatpak en rode das lijkt hij op een jazzmuzikant, aan zijn pols schittert een duur horloge. ‘Ik droom van een land waar je je mening mag geven zonder gemarteld te worden’, zegt de zelfverklaarde fan van Martin Luther King. ‘Museveni weet wat het Westen wil – buitenlandse interventies en opvang van vluchtelingen – maar het zijn leugens. Hij zorgt voor meer conflicten en heeft van de vluchtelingencrisis een lucratief handeltje gemaakt voor zijn eigen mensen.’

In haar boek Another Fine Mess:  America, Uganda, and The War on Terror schetst Helen Epstein het beeld van een heerser die de regio met manipulatie probeert te controleren. ‘In heel Afrika entertainen de dorpsoudsten kinderen met parabels over de machtige olifant, de boze leeuw en de gekke hyena’, schrijft Epstein. ‘De held is altijd een zwak maar schrander wezen – meestal een haas of een kleine antilope – die de anderen te slim af is met sluwheid en bedrog.’ Volgens Epstein heeft Museveni zichzelf gemodelleerd tot die sluwe, slimme haas. Net als in de fabels en parabels weet hij sterkere wezens te verslaan of onder de knoet te houden.

In een telefoongesprek benadrukt ze zijn rol in de regionale conflicten. Museveni was een van de sleutelfiguren in de eerste Congo-oorlog in 1996. Het Internationaal Strafhof in Den Haag gebood Oeganda tien miljard dollar aan Congo terug te betalen voor het plunderen van kostbare grondstoffen eind jaren negentig. ‘En in Zuid-Soedan kiest Museveni de kant van president Salva Kiir en levert hij wapens die alleen voor gebruik in eigen land bestemd waren. Daardoor blijft het conflict duren.’ Volgens Epstein is de lof van het Westen voor het vluchtelingenbeleid dan ook hypocriet en kortzichtig. ‘Museveni is zelf de aanstoker van veel van de conflicten waarvoor vluchtelingen in Oeganda op de loop zijn gegaan. Hem in dienst nemen om de vluchtelingencrisis op te lossen is als het werven van een pyromaan om de brandweer te leiden.’

In Kyangwali zijn de jonge mannen en tienerjongens de stilstand helemaal beu. Hun Oegandees paradijs is ontaard in een teleurstelling. ‘We willen naar België of Duitsland. Hier is er niets voor ons. Er is geen werk, de scholen zitten overvol.’ De jongens dragen voetbaltruitjes en beginnen spontaan over hun helden bij Manchester United en Chelsea. ‘Ik ben bang dat ik te oud zal zijn om nog professioneel voetballer te worden, niemand zal mij hier ontdekken’, zucht de 21-jarige Patrice Asame. Allemaal hebben de jongens zich geregistreerd bij de unhcr om hervestigd te worden in een land in Europa, in Canada of Amerika. Sommigen staan al op een wachtlijst. ‘Nu zal het wel snel gaan, toch?’ Veel kans maken ze niet. Van de naar schatting 1,4 miljoen mensen die in 2019 humanitaire hervestiging nodig hebben, zal wellicht maar vier tot zes procent die krijgen. En Syriërs krijgen voorrang. Het kan gemakkelijk vijftien jaar duren. Of nooit gebeuren.