Politainment in opmars

De vluchtige voldoening van vermaak

Vermaak speelt in de politiek een steeds grotere rol. Daaraan ten grondslag ligt de ongelimiteerde beschikbaarheid van media in het dagelijkse leven. De gevolgen kunnen verregaand zijn: het afbreken van de civiele samenleving en de verrechtsing van de regering.

In Voor je kiezen, een televisieprogramma van de Ikon waarin twee presentatoren wekelijks lijsttrekkers aan de tand voelen, overheersen de conventies van de game show: voor een lachend studiopubliek stellen twee presentatoren vragen aan een deelnemer die winnen of verliezen kan, afhankelijk van de goedkeuring die hij krijgt van de thuis interactief deelnemende kijkers. Het enige verschil met traditionele spelletjesprogramma’s is dat de «buit» immaterieel is. Voor de deelnemer betekent «winst» de goedkeuring van miljoenen potentiële kiezers. En de kijker: thuis verkneukelt hij zich om het feit dat hij niet sociaal geïsoleerd blijkt te zijn. Voor hem is de beloning het plezier dat hij ervaart als «zijn held» het goed heeft gedaan.

Dat Voor je kiezen televisievermaak ten top is, blijkt uit de populariteit van het programma. Een teken van nieuw politiek engagement onder het Nederlandse volk? Allerminst. Het is ondenkbaar dat de kijker op de late woensdagavond afstemt op de Ikon om zich te verdiepen in de verschillende verkiezingsprogramma’s. Waar het eerder om draait, is politiek entertainment, «politainment», zoals het fenomeen in Amerikaanse en Duitse politieke en cultuurfilosofische kringen heet. Als Hilbrand Nawijn de Tweede Kamer het opvoeren van een «ritueel» verwijt, slaat hij de spijker op z’n kop, al doet hij dat onbedoeld en gedreven door volstrekt laakbare motieven. Door het allesoverheersende belang van media in het moderne leven zijn de Haagse politici wel degelijk acteurs in een toneelstuk of een film. Het betreft een proces dat de socioloog Todd Gitlin in zijn belangwekkende nieuwe boek Media Unlimited (2001) als volgt omschrijft: de cultuur van ongelimiteerde media vindt plaats in de verbeelding. Voor de mens zijn de taal en tekens van deze cultuur zo geïnternaliseerd dat het onderscheid tussen echt en onecht in rook opgaat. Vrije keuze verdwijnt in de mediastortvloed. De moderne mediaconsument, zegt Gitlin, is als «een jager in een primitieve cultuur die niet meer kan kiezen of hij nog moet jagen».

De verdwenen keuzevrijheid treft zowel kijkers als programmamakers. Het is bijna vanzelfsprekend dat een politiek programma als Voor je kiezen het jasje van een spelletje krijgt. En dat Emile Ratelband een verborgen microfoon draagt en zich in de stijl van realiteitstelevisie door Yorin laat filmen tijdens zijn ridicule politieke campagne. De gietvormen die zich hebben genesteld in de populaire verbeelding van het volk zijn niet Meet the Press, Newsnight, Nova, Netwerk of Buitenhof, maar The Oprah Winfrey Show, Larry King Live, Big Brother, Expeditie Robinson, Lingo, De Verloskundigepraktijk, RTL Boulevard en Get the picture.

Het toepassen van deze populaire genres hoeft niet tot vervlakking te leiden, stelt Pieter Hilhorst, politicoloog, columnist en co-presentator van Voor je kiezen. Hij kan zich wel vinden in de typering van zijn programma als een televisiespelletje. Hilhorst: «Het moet een politiek programma zijn dat ook onderhoudend is. Het gaat mij erom de politieke gasten iets anders te laten zeggen dan dat ze doorgaans zeggen. Het grote voordeel van het gebruiken van andere vormen is dat mensen zich anders gaan gedragen doordat de context verandert. Gerrit Zalm werd bijvoorbeeld van zijn stuk gebracht toen hij een slechte score van de kijkers thuis kreeg. Ik vind het belangrijk op zoek te gaan naar een dilemma, iets waar een politicus zelf mee worstelt. Als er maar iets op het spel staat… Bij Nova heb ik dat gevoel niet: ik weet bij het kijken ernaar niet waar het precies om gaat.»

Anders dan Hilhorst is zijn collega-presentator, de ervaren parlementair journalist Natascha Kuit, onthutst door de analogie «spelle tjesprogramma». «Vind ik echt onzin», zegt zij. «In Voor je kiezen kun je geen prijzen winnen, om maar iets te noemen. De stellingen waarop de kijker thuis moeten reageren, zijn ook van zo’n aard dat meer of minder dan vijftig procent niet per se winst of verlies betekent. Een spelletje is voor mij iets dat niet serieus is. Ons programma is wél serieus.

Wat me aantrok aan het programma is dat je vanuit drie invalshoeken een lijsttrekker kunt ondervragen. Natuurlijk krijg je altijd te weinig gelegenheid de lijsttrekker goed te ondervragen. Maar als je echt wilt weten wat een politicus beweegt — waarom hij of zij bepaalde keuzes maakt — dan heb je wel drie uur nodig.»

Is het aantrekkelijk maken van de politiek niet te ver doorgeschoten?

Kuit: «Het optreden van politici in De Soundmixshow vind ik een voorbeeld van te ver doorschieten. Dat onze minister-president optrekt met Katja en Bridget vind ik ook niks. Ik heb grote bezwaren tegen de versoaping van de politiek. Dit jaar is het erger geworden. Ik vind het de eerste verantwoordelijkheid van politici zelf. Zij kunnen altijd nee zeggen.»

Nederland is verslaafd aan politainment, of het nu gaat om het betrekkelijk keurige Voor je kiezen, het onbedoeld absurdistische Den Haag Vandaag — met inmiddels tot karikaturen verworden presentatoren — of het kijkcijfergerichte De Soundmixshow. Sinds de dood van de politicus-vermakelijkheidster Pim Fortuyn heeft de «nieuwe politiek» een populistische inslag. Niet de intellectuele elite maar het volk vormt het doel van politieke boodschappen.

Een gevolg hiervan is dat massacommunicatie het kernbegrip is in Den Haag. Wie deze ontwikkeling beter door heeft dan de meeste mensen denken, is Jan Peter Balkenende, een televisuele minister-president in de stijl van de grote mediamededeler Ronald Reagan. In het geval van Balkenende schuilt een geboren media ster achter het christelijk-volkse masker. Het blijft een raadsel hoe hij er in zo’n korte tijd in kon slagen onder het volk even populair te worden als zijn voorganger. Immers, Wim Kok zette zich als modelburger decennialang in voor de publieke zaak en het landsbelang voordat hij dankzij Paars de vruchten van zijn inspanningen kon plukken. Balkenende daarentegen hield zijn hoofd koel voor de camera’s in de bange dagen voor de moord op Fortuyn; hij toonde zich een beschaafde, goed gebekte leider die er niet voor terugdeinsde te «zeggen waar het op slaat». En hup, nog een baby op de schouder.

Nog altijd blijkt hij de juiste man op de juiste plaats te zijn. In het Haagse toneelstuk, opgevoerd door het gezelschap CDA, VVD en LPF, vertolkt hij eerder de rol van minister- president dan dat hij die functie daadwerkelijk vervult. Net als Ronald Reagan, die verdween in een fictieve wereld van een filmrealiteit naarmate zijn presidentschap vorderde, is Balkende briljant als de vaderlijke premier die een straatcrimineel vermanend toespreekt bij SBS6, of naast Katja Schuurman en Bridget Maasland verschijnt in een autocoureurpak, als Steve McQueen of Tom Cruise. Hij is een rasacteur en hij weet het: zijn succes dankt hij net als Reagan aan de fusie van feit en fictie in de mediacratie — aan het ineenschuiven van de werelden van politiek en vermaak.

Mediahistorici praten nog steeds na over de vraag in hoeverre Reagan een uitgekiende communicatiestrategie had en of hij vanwege de vervlechting van film en werkelijkheid in zijn eigen leven simpelweg het verschil tussen feit en fictie niet meer wist. Feit is wel dat Reagan zijn eigen briljante spin doctor was; voor hem was het verkopen van zichzelf en de grote Amerikaanse droom een tweede natuur. Todd Gitlin noemt in zijn boek Inside Prime Time de stijl van Reagan «kant en klaar gekwezel». Dit soort massacommunicatie heeft volgens Gitlin een vernietigend effect op het publieke leven van een maatschappij: mensen vertrouwen meer en meer op «dat elektronische kastje» om «objectieve informatie» te krijgen. Vervlakking is het gevolg. Gitlin refereert aan Walt Whitman, die ooit schreef: «Om grote dichters te hebben, moeten er grote publieken zijn.»

In Nederland zijn er geen intelligente publieken, omdat de media steeds groter worden. Hierdoor kon Pim Fortuyn opstaan en kon Balkenende zegevieren. Ten grondslag aan deze successen ligt een universeel mechanisme, besproken in Media Unlimited. Todd Gitlin concludeert dat de media het leven zelf zijn geworden. Een televisieserie representeert geen realiteit — zij is nu die realiteit.

De kern van Gitlins betoog, dat volgt op Neal Gablers analyse van de artificialiteit van het leven in Life: The Movie (1998), is dat drama meer dan ooit het dagelijks bestaan van de mens overheerst. Vroeger was drama iets bijzonders: het klassieke carnaval, een bezoek aan het theater of, na de oorlog, aan de bioscoop. Tegenwoordig is het leven doordrenkt met drama. Het is aanwezig in ieder uur van iedere dag: van de reclameposter ’s ochtends vroeg bij de tramhalte tot de spam ’s avonds laat tijdens het surfen.

In dit leven past politieke fictie naadloos. Gabler schrijft in The New Republic: als politiek vermaak is — sterker, als politiek een film is — dan moeten er hoofdrolspelers zijn, sterren die figureren als protagonisten en antagonisten in een klassiek gestructureerd verhaal. Deze helden zijn moderne incarnaties van klassieke Griekse personages. De mythe was in de tijd van Homerus het middel bij uitstek waardoor mensen de wereld beter konden begrijpen. De reden? Het leven zelf werd beschouwd als te arbitrair, te gespeend van kunst. Dat is nu anders. Door de media — door de sterren journalistiek — wordt het arbitraire aan het leven steeds meer als kunst beschouwd. Het gevolg is dat de levens van bekende sterren veranderen in moderne equivalenten van klassieke epossen. De sterren zelf zijn de hedendaagse mythische helden.

De werking hiervan — wellicht meer dan iets anders — is de drijfkracht achter Ratelband als usurperende clown, Femke Halsema als vrouw-strijder, Wouter Bos als viriele actieheld, Jan Marijnissen als werker-revolutionair, Gerrit Zalm als nerd-leider en André Rouvoet als onzekere jonge prins. Deze politieke leiders mogen dan denken dat zij werkelijk de problemen van het land proberen op te lossen, in de ogen van de kijker-kiezer nemen hun elektronische personages fictieve, mythische afmetingen aan.

In Amerika zijn ze op dit gebied verder, wat blijkt op zondag 5 november 2000 als miljoenen mensen kijken naar een speciale aflevering van de legendarische serie Saturday Night Live. Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen worden hoogtepunten uitgezonden van de satirische schetsen waarin opeenvolgende presidenten op de hak worden genomen. De aflevering wordt geïntroduceerd door twee stuntelende presentatoren: George W. Bush en Al Gore. Maar het betreft niet acteurs, zoals in de schetsen. De echte Bush en Gore nemen zichzelf in de maling; ze vertolken in feite de rol van acteurs die spelen dat ze Bush en Gore zijn. Ze zijn als Christopher, de jonge maffioso die in de zelfbewuste gangsterserie The Sopranos zegt: «Ik wil geen acteur zijn als ik mezelf niet kan spelen.»

In beide gevallen verdwijnt de werkelijkheid onherroepelijk. De grote vraag is of het spel met fictie in Saturday Night Live en in politieke programma’s als Voor je kiezen op de een of andere wijze moreel dient te worden veroordeeld. Misschien niet: wat geeft het nu dat de mens op een bepaald moment in de geschiedenis van zijn bestaan de essentie van de werkelijkheid is kwijtgeraakt? Misschien wel: cultuurpessimisten zien deze ontwikkeling als de afbraak van de beschaving. Todd Gitlin ook, alhoewel hij als wijze veteraan van de jaren zestig meer een «adempauze» wil scheppen om de medialawine in perspectief te plaatsen. Stelliger is Naomi Klein, die in No Logo in feite pleit voor een terugkeer naar het reële, het tastbare. Dat is dezelfde «boodschap» als die van twee sleutelwerken van de late twintigste eeuw, de films The Matrix van de gebroeders Wachowski en eXistenZ van David Cronenberg: werp je oogkleppen af en zie de leugen — leve de realiteit!

Maar deze kreet heeft een holle klank; een massale blindheid voor het reële heerst. Maar of dat slecht is? De moderne mens is als een kind dat zich graag verliest in een spel of een verhaal. Verhelderend zijn de denkbeelden van de cultuurhistoricus Johan Huizinga over de centrale rol van het element spel in de menselijke cultuur. In het licht hiervan: is het dan niet toch een teken van hoge cultuur — van beschaving — als de kijker in het geval van Voor je kiezen samen met Hilhorst, Kuit en Marijnissen op humoristische wijze en met zelfspot het politieke spel speelt en zodoende inhoud geeft aan het publieke leven en zijn democratisch recht een volksvertegenwoordiging te kiezen? Of gaat het alleen maar om de vluchtige voldoening van vermaak?

Antwoorden liggen allerminst voor het oprapen. Deze vragen zullen, wellicht meer dan enig ander thema, in de komende jaren aan de orde komen. Ik weet wel dat het bewonderenswaardig postmoderne spel met vormen bij Voor je kiezen niet zo vrijblijvend is als het lijkt. Zeker niet in het kader van Gitlins paradigma. Toegegeven, dat is typisch Amerikaans. Maar terwijl commerciële televisie in Nederland tot wasdom komt, neigt dit land — veel meer dan welke andere West-Europese natiestaat ook — steeds meer in de richting van mediasaturatie Amerikaanse stijl. Gitlin refereert aan een vrij onbekende maar invloedrijke studie van de politicoloog Robert Putnam, die stelt dat obsessief mediagebruik fataal is voor het burgerlijk leven en de verantwoordelijke overheid. Putnam prikt de mythe door dat informatie in de vorm van populaire cultuur de stereotiepe kloof tussen burger en politiek kan dichten. Hij ontdekte een correlatie tussen meer televisiekijken en minder geneigdheid tot deelname aan het politieke leven. Zijn conclusie: het afbreken van de civiele samenleving is een direct gevolg van de afhankelijkheid van de kijker van televisie als vermakelijkheidsmedium. Hier voegt Gitlin aan toe: dit proces leidt tot verrechtsing van de regering, aangezien de noodzaak tot sociale mobilisatie onder het volk verdwijnt.

Deze twee dingen — het einde van de tradi tionele civiele samenleving en een steeds conservatievere regering — dreigen de nieuwe werkelijkheid in Nederland te vormen. De aanstaande verkiezingen zullen hier vermoedelijk weinig aan veranderen. De tragedie is compleet. Al wat ons op dit moment rest, is kijken. En lachen!