Kunst - Reiskoorts

De voet van Jezus

De tentoonstelling Reiskoorts in Haarlem roept gevoelens van weemoed op, niet omdat het niet een goede tentoonstelling is – want dat is het – maar omdat je nog maar eens voor ogen ziet hoezeer de ‘koorts’ van het reizen uit het lichaam van de moderne mens verdwenen is.

Medium kunst 20  202.fhm israels prins quispel

Wij kunnen nu overal naartoe, en de dag erop weer naar huis. Louis Apol (1850-1936) echter voer in 1880 als scheepstekenaar met de Willem Barentsz naar Nova Zembla en schetste daar de balken van het Behouden Huis, zoals die toen nog uit de toendra opstaken. Marius Bauer (1867-1932) reisde ‘van zijn laatste centen’ naar India en zag de Raj in zijn stofgouden glorie. Willem de Famars Testas (1834-1896) bracht vanaf 1858 twee jaar door in Egypte en het Midden-Oosten, en ging in 1868 nog eens terug in gezelschap van de grote Franse oriëntalist Jean-Léon Gérôme. De grote sfinx van Gizeh kon hij toen nog moederziel alleen in ’t zand zien liggen en Famars Testas kon Jeruzalem zien vanaf de Olijfberg, zoals Jezus ’t ook gezien moest hebben.

De Hallen heeft een mooie traditie van eclectische zomerexposities waarin tientallen schilderijen, schetsboeken, foto’s, films en installaties losjes rond een thema worden gegroepeerd. Ook dit Reiskoorts is zo samengesteld, en leuk vanwege zijn rare keuzes en frisse combinaties. Hier hangt werk van Van Looy, Zilcken, Bilders, Sluyters, Filarski, Israels, De Bock, Witsen en Dooijewaard broederlijk naast Floris Schönefeld, Renzo Martens, Barbara Visser, Hannes Wallrafen en Bertien van Manen. Allemaal zijn zij op reis geweest, dat zeker, maar allemaal om een andere reden, en allemaal zagen zij iets anders. De generatie van Bilders en Jongkind kwam nog niet veel verder dan Normandië en de Alpen; de volgende generatie bereisde de hele Middellandse zee, Nederlands-Indië, India, de Verenigde Staten, Japan en (Willem Dooijewaard) zelfs Mongolië. Maar daarna wordt het vliegtuig uitgevonden, en dan wordt het allemaal een beetje minder avontuurlijk. Het reizen verandert zichtbaar, vooral in de mate waarin zo’n bestemming de kunstenaar nog kan bedwelmen, qua kleur, licht, sfeer en exotische stoffering. Het lijkt wel of met het toenemend gemak de intensiteit van de ervaring vermindert. De houtgestookte houten auto waarmee Joost Conijn door oostelijk Europa reed was vooral een zelf opgelegd avontuur; het gesprek dat Floris Schönefeld in de film Discours du Fou voert met een Haïtiaanse voodoo-priester heeft (met alle respect) een hoog Floortje Dessing-gehalte: ‘Kijk mij eens met die malle kerels, in die hete hut, wat een gave authentieke vakantie is dit!’

Er zijn leuke ontdekkinkjes te doen. Twee mooie stukken van Ferdinand Hart Nibbrig (1866-1915) bijvoorbeeld, waaronder een Landschap in de Eifel uit 1906/09. Het tekstbordje noemt Nibbrig ‘niet een reislustige kunstenaar’, wat in vergelijking met Bauer en Israels misschien opgaat, maar waar ik toch bij wil opmerken dat hij op 29 september 1885 de eerste grote wegwedstrijd per fiets in Nederland won, een rit van 93 kilometer van Amsterdam naar Arnhem.

Reiskoorts – bij Nederlandse kunstenaars sinds 1850. De Hallen Haarlem, t/m 11 september; dehallen.nl


Beeld: Isaac Israëls, Portret van de Javaanse prins Mangkoenegara: Pangéran Adipati Ario Praboe Mangkoenegara VII, 1922 (Frans Hals Museum / De Hallen Haarlem / Thijs Quispel)