Rob Voss / ANP

Midden in een zin stopt Jan van der Winden met praten. Hij pakt zijn verrekijker en tuurt de verte in. Tussen de kale loofbomen en bevroren dennentakken zien wij niets, maar de ecoloog weet beter. ‘Achter die boomstam, een grote bonte specht. Hij houdt ons in de gaten.’ Om de honderd meter houdt de ecoloog even halt. Behoedzaam, zodat de sneeuw niet te veel knispert onder zijn bergschoenen. ‘Mooi hè? Het is een verslaving.’

Verderop wijkt het bos uiteen voor een open plek. De voet van een groot bouwwerk doemt op: een metalen trap leidt naar een ronde witte paal die tot ver boven de bomen de hemel in reikt. Daar, op 177 meter hoogte, draaien de rotorbladen van een windturbine met duizelingwekkende snelheid. ‘Een paar honderd kilometer per uur. Vogels denken vaak dat ze er wel tussendoor kunnen piepen. Maar zelfs als de wiek hen niet raakt, worden ze wel lamgeslagen door de luchtdruk. Bij vleermuizen knappen de longblaasjes.’

Van der Winden adviseert overheden, bedrijven en natuurorganisaties over vogelecologie. Hiervoor werkte hij twintig jaar bij een gerenommeerd adviesbureau als onderzoeker naar de ecologische effecten van infrastructurele projecten. Zo was hij ook betrokken bij de zoektocht naar locaties voor deze molens van het Prinses Ariane Windpark, een duurzame investering van energiegigant Vattenfall. Het resultaat is op z’n minst opmerkelijk: sinds vorig jaar staan er vier turbines ter grootte van de Rotterdamse Euromast midden in het Robbenoordbos, gelegen in het topje van Noord-Holland, net voor de Afsluitdijk. Het gebied dat halverwege de vorige eeuw werd aangelegd door Staatsbosbeheer is uitgegroeid tot een ‘natuurlijk bos’, ‘met een belangrijke functie voor flora, paddenstoelen en fauna’, zoals bos-vogels, boommarters en vleermuizen. De ecoloog loopt verder over de geasfalteerde weg die het bos nu in tweeën splijt. Daar zijn uiteraard bomen voor gekapt. Soms kan dat niet anders, zegt hij. Maar die verloren hectares moeten wel worden gecompenseerd; even verderop is een maïsakker aangewezen als ‘compensatieperceel’. Vattenfall werkt er in overleg met Staatsbosbeheer aan de aanleg van ‘vergelijkbare natuurwaarden’.

Het Robbenoordbos staat voor een nieuwe trend: verketterd door burgers die ze niet in de buurt willen en verwelkomd door sommige natuurorganisaties komen windmolens en zonne-parken vaker in of nabij beschermde natuurgebieden terecht. Verbannen van de heilige achtertuin naar het nationaal park: nu al staan ruim zeshonderd draaiende windturbines in of net naast een beschermd natuurgebied, blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico mede voor De Groene Amsterdammer en samen met EenVandaag en dagblad Trouw. Volgens onze data-inventarisatie komen daar nog minstens 308 turbines bij: maar liefst twee van de vijf nieuwe windmolens zullen in beschermde natuur worden geplaatst. Zelfs in Natura 2000-gebieden, de hoogste Europese status van natuurbescherming, staan 175 molens gepland.

De trend leidt tot controverse onder natuurbeheerders. Terwijl de vereniging Natuurmonumenten in principe nee zegt tegen hernieuwbare-energieprojecten in haar beschermde natuur, laat Staatsbosbeheer meerdere windturbines ontwikkelen op zijn terreinen. Ook Rijkswaterstaat, dat grote waterrijke natuurgebieden beheert, staat diverse energieprojecten toe in het IJsselmeer. Ecologen waarschuwen: de negatieve effecten op de ecologie worden alleen per project in kaart gebracht, naar de opgetelde schade kijkt bijna niemand.

‘Het plaatsen van turbines in een bos is een buitengewoon slecht idee’, zegt Ralph Buij, onderzoeker bij Wageningen Environmental Research en specialist in effecten van hernieuwbare-energieprojecten op kwetsbare diersoorten. Momenteel is hij in opdracht van een groot windpark in Kenia om vogels te ‘zenderen’. ‘Van roofvogels weten we dat ze relatief vaak tegen turbines komen, en veel soorten broeden in bossen.’ Bepaalde vogelpopulaties nemen al af, ook door klimaatverandering. ‘Deze extra sterfte maakt hen nog kwetsbaarder.’

Dat er dierlijke slachtoffers vallen door windmolens staat buiten kijf. De bouwwerken verkleinen leefgebieden, verstoren vliegroutes en veroorzaken aanvaringen. Zoals in Duitsland, waar onlangs een windmolen het onder- en bovenlijf van een gezenderde zeearend uit de Biesbosch splitste. Maar om hoeveel slachtoffers het precies gaat is onbekend, zegt Buij. In Nederland wordt namelijk amper gemonitord. De Duitsers doen dat beter en zien dat zeearenden, buizerds en rode wouwen regelmatig het haasje zijn.

Maar met de huidige regelgeving is het wel degelijk mogelijk om energieprojecten in de Nederlandse natuur te bouwen, zelfs als die een beschermde status heeft. Wel moeten de bouwers aantonen dat kwetsbare diersoorten geen ‘significante negatieve’ effecten zullen ondervinden. Daarvoor huren ze een adviesbureau in dat de verwachte sterfte berekent. Veroorzaken de projecten in dat natuurgebied minder dan één procent boven op de natuurlijke sterfte? Dan is er volgens de huidige regels weinig aan de hand, al is voor elke getroffen soort toestemming nodig. Boven de één procent moet de ontwikkelaar maatregelen treffen om dat cijfer naar beneden te krijgen, door bijvoorbeeld nepnesten op te hangen of de turbines soms stil te zetten. En zelfs als de schade aanzienlijk is, kan het project soms toch doorgaan, mits het van ‘groot openbaar belang’ is en de natuur elders wordt gecompenseerd.

Niet iedereen vertrouwt die berekeningen. ‘Met de huidige kennis zijn we helemaal niet in staat om met die precisie te voorspellen hoeveel vogels tegen de windmolens aankomen’, zegt Buij. In 2018 verzamelde hij met collega’s in opdracht van twee ministeries de beschikbare informatie over ‘aanvaringsgevoeligheid’ van kwetsbare soorten, maar ook dat bracht weinig verlichting. Daarom voorziet zijn team nu zeearenden en bruine kiekendieven in Flevoland van gps-zenders. ‘Meerdere vogelsoorten krijgen last van extra sterfte door windmolens. Maar we weten nog niet goed welke, of in welke mate.’

Hoeveel schade een windpark berokkent, ligt aan welke ecoloog je het vraagt. Zoals bij een Gelders windpark nabij een beschermd Duits natuurgebied. Nadat een Duitse natuurbeschermingsorganisatie Buij vroeg om een second opinion van de vergunningsaanvraag, kwam hij uit op aanzienlijk grotere negatieve effecten dan eerder voorspeld. Dus moest het project, na een uitspraak van de Raad van State, een molen schrappen. Ook voor Windpark Fryslân in het IJsselmeer werd Buij gevraagd als ‘contra-expert’. Deze keer schoof de rechter zijn kritische oordeel terzijde: volgens het meest gangbare rekenmodel was de verwachte sterfte voor de meeste vogelsoorten verwaarloosbaar. Later dit jaar wordt het park geopend.

In 2030 moet zeventig procent van alle elektriciteit die we gebruiken duurzaam zijn opgewekt. Dat redden we niet met alleen turbines in de Noordzee, deels vanwege de hogere kosten voor onderhoud. Maar bouwen op land is extra ingewikkeld voor Nederland, dat per vierkante kilometer het hoogste energieverbruik van alle Europese landen heeft, dwergstaten Malta en Luxemburg uitgezonderd. In het gevecht om ruimte kennen windmolens op land bovendien weinig pleitbezorgers. Van Texel tot Oss en van Amsterdam tot de Drentse Veenkoloniën, overal gaan burgers de barricaden op tegen de plaatsing van turbines in hun regio.

We maakten daarom een kaart van natuurgebieden door heel Nederland en plaatsten daarin de locaties van alle hernieuwbare-energieprojecten, afkomstig uit openbare en niet-openbare bronnen. Ook verzamelden we projecten die nog niet in werking zijn, maar die wel de benodigde vergunningen en een subsidietoekenning voor duurzame energie op zak hebben. Van de bijna drieduizend windmolens en meer dan vijfhonderd zonneparken die dat opleverde, keken we hoeveel daarvan in een beschermd natuurgebied liggen. Het resultaat is een kaart bezaaid met gekleurde stippen, die elk een windturbine of zonnepark aanduiden.

Zo worden de Peelsche en de Kroonvensche Heide in Noord-Brabant binnenkort omsloten door de vijftien turbines van de windparken Agro Wind Reusel en De Pals; op honderd meter afstand ligt ook een beschermd Belgisch natuurgebied met veertien beschermde vogel- en vleermuissoorten. De Oostelijke Vechtplassen in de provincie Utrecht zijn binnenkort een zonneweide van zes hectare rijker. Rondom het Volkerak-Zoommeer, gelegen op het tripelpunt van Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland, verrijzen straks elf nieuwe windmolens, boven op de 42 turbines en het zonnepark die er al staan. Met de helft van de 33 beschermde vogelsoorten in het Natura 2000-gebied gaat het niet goed. Vooral waterrijke natuurgebieden, belangrijk voor vogels, krijgen het zwaar te verduren.

En daar blijft het niet bij. Ook wanneer deze projecten straks stroom opwekken, haalt Nederland zijn duurzame doelen bij lange na niet; daar zijn nog veel meer turbines en panelen voor nodig. Waar die komen bepaalt niet het rijk, maar bepalen de dertig energieregio’s die daarvoor in het leven zijn geroepen. Volgens een inventarisatie van Natuurmonumenten wijst bijna de helft van die regio’s beschermde natuurgebieden aan als ‘zoekgebied’ voor groene energie.

Vanaf de Afsluitdijk kijkt ecoloog Jan van der Winden met zijn verrekijker uit over een deels bevroren IJsselmeer. Uit het ijzige water rijzen rijen gele palen omhoog, strak in het gelid. De laatste van de 89funderingen van Windpark Fryslân is net voor Kerst geplaatst, de turbines komen binnenkort. Het windpark beslaat een gebied vergelijkbaar met een kleine gemeente en verzorgt vanaf komende zomer 1,2 procent van het Nederlandse elektriciteitsgebruik.

‘Dit is wel op het randje.’ Van der Winden was als onderzoeker bij Bureau Waardenburg ook betrokken bij het ontwerp van Windpark Fryslân, totdat hij in 2015 als zelfstandige verder ging. Anders dan ecoloog Ralph Buij benadrukt hij dat de onderzoeken voor deze projecten wel hout snijden en zorgvuldig worden uitgevoerd. Al worden sommige effecten soms vergeten of verkeerd berekend. De meeste zorgen heeft hij over de effecten op het IJsselmeergebied, een ‘fantastisch natuurgebied voor veel bijzondere vogelsoorten waar het slecht mee gaat, zoals de visdief, toppereend en zwarte stern. Nu zijn we het op grote schaal industrieel aan het ontwikkelen. Hoe ver kunnen we daarin gaan?’

Het ‘ecologisch systeem’ van het Natura 2000-gebied is inderdaad niet op orde, bevestigt beheerder Rijkswaterstaat. Desondanks gaf Rijkswaterstaat in de afgelopen jaren toestemming voor nog twee andere windparken in het IJsselmeer. Volgens deskundigen is juist dit de grootste bedreiging voor het milieu: de gecombineerde effecten van alle hernieuwbare-energieprojecten samen. Adviesbureaus beoordelen zoals gezegd de ecologische effecten van windturbines en zonnepanelen per project, maar kijken niet naar de optelsom van al die infrastructuur bij elkaar. Er is ‘weinig tot geen aandacht’ voor de gestapelde effecten, oordeelde ook de Commissie voor de Milieueffectrapportage (m.e.r.) toen zij eind vorig jaar de hernieuwbare-energieplannen van vijf Nederlandse regio’s analyseerde. De regio’s kijken vaak niet verder dan de grenzen van een project of regio en onderschatten daarmee de natuurschade.

‘Alle projecten bij elkaar kunnen weleens grote gevolgen hebben.’ Denk aan het afnemen of zelfs verdwijnen van hele vogelpopulaties uit Nederland

‘Alle projecten bij elkaar kunnen weleens grote gevolgen hebben’, zegt Van der Winden. Denk aan het afnemen of zelfs verdwijnen van hele vogelpopulaties uit Nederland. Voor het Noordzeegebied is een integrale studie gedaan naar de opgetelde effecten, zegt hij. ‘Dat zouden we ook voor de rest van het land moeten doen. Je kunt niet oneindig blijven bouwen.’ In de praktijk schiet natuurbescherming vaak tekort, zegt Raoul Beunen, universitair hoofddocent omgevingsbeleid aan de Open Universiteit. ‘Je hoort weleens dat Nederland op slot zit, maar vaak wordt creatief met de regels omgegaan en is ook in beschermde natuur van alles mogelijk.’

Nijkerk, februari, Natura 2000-gebied Arkemheen. Met vogels als spreeuwen, kieviten, kemphanen en grutto’s © Sijmen Hendriks / ANP

Inspraak in coronatijd: de verontwaardiging spat van het scherm. ‘Het is bekend bij jullie dat er geen draagvlak is voor jullie plannen. Waarom zitten we hier dan?!!?’ De boodschap van een lokale agrariër verschijnt in het chatscherm. Met meer dan 150 belangstellenden is de online participatie-avond van de Noord-Hollandse gemeente Bergen goed bezocht. Negen op de tien deelnemers is ouder dan 35 jaar, de meesten zijn boven de vijftig. Vragen stellen mag alleen via de chat, maar al snel hebben enkelen de unmute-knop gevonden. De wethouder wordt meermaals onderbroken.

‘Ze proberen over ons heen te donderen.’ De plannen voor windturbines sneuvelden in een eerder stadium, dus gaat het vanavond alleen over zonneparken. Bij de live stemming blijken de Bergenaren nog wel te porren voor zonnepanelen boven op parkeerplaatsen. Verder gaan de meeste stemmen telkens naar dezelfde optie: ‘Niet acceptabel.’

Voorheen wezen het rijk en de provincie plekken voor turbines en zonnepanelen aan, zegt Odile Rasch, maar ‘nu doen we dat anders, samen met burgers’. Rasch is programmamanager bij de energieregio Noord-Holland Noord, wat ‘best wat kunst- en vliegwerk vergt’. Zo hadden verschillende gemeenten al in hun coalitieakkoord beloofd geen extra windmolens meer te plaatsen. Desondanks lukte het om samen met partijen uit de regio een ‘ambitieus plan’ op te stellen voor 2,2 terawattuur aan extra duurzame energie. Maar na een rondje langs alle gemeenten verdween daarvan toch weer de helft. De energieregio’s kunnen geen beslissingen opleggen, ze fungeren slechts als onderhandelingstafel waaraan burgers, bedrijven, boeren en beleidsmakers het samen moeten uitvogelen.

Medemblik is een van die gemeenten. ‘Bij ons staat participatie heel hoog in het vaandel’, zegt wethouder Harry Nederpelt. Begin vorig jaar organiseerde de gemeente acht bijeenkomsten voor inwoners en twee aparte voor ondernemers en agrariërs. ‘Elke avond zat meteen vol, vol, vol. Als je via de A7 komt aanrijden, zie je de honderd windmolens in onze buurgemeente Hollands Kroon al van heinde en verre. De gemiddelde Medemblikker ziet windmolens als landschapsvervuiling. En als agrarische gemeenschap zeggen we ook over zonnepanelen op agrarisch land: liever niet.’

Zo verviel een groot deel van de locaties voor hernieuwbare energie in Medemblik. Tot een bekende ingenieur uit een buurgemeente, Kor Buitendijk, met een ‘lumineus plan’ kwam: de aanleg van vier eilanden met zonnepanelen en een groot ‘natuureiland’ voor de kust van Medemblik en Hollands Kroon. In het IJsselmeer dus, waar bijna niemand er last van heeft. Samen omspannen de ‘zonne-eilanden’ zo’n 1350 hectare, iets meer dan de oppervlakte van de gemeente Enkhuizen. Naar schatting zijn ze samen goed voor zo’n 1,6 terawattuur aan duurzame stroom.

Daarmee zou de regio Noord-Holland Noord bijna in één klap voldoen aan de doelstellingen voor 2030. Mogelijk hebben we hier een enorme energiebron te pakken, zegt programmamanager Rasch. ‘Een grote stap, waardoor we andere lastige keuzes misschien nog niet hoeven te maken.’ De provincie Noord-Holland en de gemeente Medemblik huurden twee gerenommeerde adviesbureaus in om de ecologische effecten van het plan te beoordelen. ‘Wij willen natuurlijk bijdragen aan de energietransitie’, zegt wethouder Nederpelt. ‘En dit plan koppelt economie, recreatie, duurzaamheid én natuur.’ Een win-win-win-win dus? ‘Ja, niet wind, maar win!’ Ook GroenLinks-gedeputeerde Edward Stigter heeft ‘stevige klimaatambities’ en ziet wel wat in dit ‘rare maar interessante plan’ dat ‘op allerlei manieren uitdagend is’.

Zonnepanelen midden in het IJsselmeer, hoe zijn die goed voor de natuur?

Met ‘ondiepe waterzones met water- en moerasplanten, zandige gedeelten als rust- en foerageergebied voor vogels’, schuilgelegenheden voor opgroeiende vissen, zonnepanelen die half onder water verdwijnen en mossel-vriendelijke materialen kan het project volgens de bureaus zelfs een positief effect op de natuur hebben. Hoewel dit ‘nog nergens ter wereld is beproefd’ en ‘onderzoek naar de effecten op waterkwaliteit en ecologie van zon op water nog in de kinderschoenen (staat)’, zijn ze positief.

Dat geldt niet voor iedereen. Acht natuurorganisaties, waaronder Vogelbescherming Nederland en Staatsbosbeheer, zijn fel tegen het ‘industriële’ plan van Buitendijk. Het zal dit unieke leefgebied voor watervogels verstoren, zeggen ze. Dus presenteerden ze een alternatieve ‘denkrichting’, maar dit ‘plan Binnendijk’ pleit juist voor meer hernieuwbare energie in de Noord-Hollandse polders, precies wat veel inwoners niet willen. Volgens onderzoeker Jan Matthijsen van het Planbureau voor de Leefomgeving is ‘maatschappelijke betrokkenheid’ het belangrijkste knelpunt bij de toekomstige plaatsing van hernieuwbare-energieprojecten.

De Commissie voor de Milieueffectrapportage waarschuwde de provincie Noord-Holland vorig najaar voor de mogelijke nadelige gevolgen van turbines en drijvende zonnepanelen in het IJsselmeer en adviseerde eerst een ‘regio-overstijgende, cumulatieve analyse’ te laten doen. Dat is nog niet gebeurd. Inmiddels heeft demissionair minister Bas van ’t Wout van Economische Zaken en Klimaat beheerder Rijkswaterstaat gevraagd een pilot op te zetten.

Als iemand de Nederlandse natuur zou moeten beschermen, zijn het de natuurbeheerders. Hun toestemming is dan ook een vereiste voor bouwplannen in de natuur. Maar consensus over wat acceptabel is, is ver te zoeken.

‘We lopen het risico dat natuur het afvoerputje wordt voor duurzame ambities’, zegt Marc van den Tweel, directeur van Natuurmonumenten. Kijk eerst naar andere mogelijkheden, zoals platte daken. Bestuurders kiezen nu, mede door de protesten van burgers, voor de weg van de minste weerstand en komen uit bij beschermde natuur. ‘Maar die kun je maar één keer verklooien.’ Natuurmonumenten zegt daarom in principe nee tegen hernieuwbare-energieprojecten in haar beschermde natuurgebieden. ‘Wij zullen een stem blijven geven aan dat wat geen stem heeft.’

Andere beheerders zijn minder principieel. In het IJsselmeer en andere grote wateren is Rijkswaterstaat de baas. Het opwekken van energie is, in tegenstelling tot natuurbeheer, geen ‘kerntaak’ van de organisatie, zegt ze in een reactie, maar toch wil ze zich ‘inzetten voor de regionale energietransities’.

‘De energietransitie vraagt een bijdrage van iedereen’, laat ook de woordvoerder van Staatsbos-beheer, Nederlands grootste terreinbeheerder, weten. Staatsbosbeheer stelt een ‘beperkt deel’ van zijn terreinen ‘beschikbaar voor windenergie’, maar alleen ‘waar het kan en past’. Al negentien operationele windturbines draaien op zijn gebieden, daar komen mogelijk nog tientallen windturbines en zonneparken bij. Overigens betreft dit niet altijd beschermde natuur. In Zeewolde schreef de organisatie zelf een tender uit voor een groot zonnepark (Zonnewoud) in een van haar bossen. Voor elk project doet een adviesbureau onafhankelijk onderzoek, benadrukt de rijksgrondbeheerder. Eventuele gevolgen voor de natuur worden altijd meegenomen in de plannen. Per windmolen ontvangt Staatsbosbeheer enkele tienduizenden euro’s per jaar, waardoor het ‘met minder belastinggeld natuurbeheer kan uitvoeren’. Sinds de eerste kabinetten-Rutte fors sneden in natuursubsidies, moeten natuurbeheerders zoveel mogelijk de eigen broek ophouden. Staatsbosbeheer noemt zich nu ‘het groene nutsbedrijf’ en produceert bijvoorbeeld houtsnippers voor omstreden biomassacentrales. De organisatie kan dit geld goed gebruiken, blijkt uit jaarcijfers: in 2019 leed ze negen miljoen euro verlies.

Natuurbeheer is geen vetpot, weten ook kleinere natuurbeheerders. ‘Alleen met natuursubsidies kom je er niet’, zegt John Smits, rentmeester van Quadenoord, een landgoed met Natura 2000-status bij Renkum, Gelderland. Al een tijdje probeert hij de benodigde vergunningen te krijgen voor een zonnepark. Een bijdrage aan de energietransitie én een investering in biodiversiteit en natuurbeheer, zegt hij. ‘Iedereen in deze sector worstelt met de vraag: hoe houden we onze landschappen in stand? Mensen waarderen natuur enorm, maar daar blijft het vaak bij. De maatschappij kan ook samen de portemonnee trekken. Dát zie ik helaas niet gebeuren.’ Ecoloog Jan van der Winden staat op de Wieringer-meerdijk. De bevroren schuimkoppen van het IJsselmeer lijken op een maanlandschap. Straks liggen hier misschien de zonne-eilanden van Buitendijk. ‘Als je het goed doet, kan zo’n project ook bijdragen aan natuurontwikkeling.’ De komende jaren neemt het aantal zonneparken, minder omstreden dan windturbines, een vlucht. ‘Alleen ontbreekt het in Nederland nog aan onderzoek dat de effecten van hectares vol panelen op vogels nauwkeurig in kaart brengt.’ Eerdere Amerikaanse studies tonen dat vogels zich simpelweg doodvliegen tegen de bouwwerken. ‘Dat onderzoek is hier ook nodig. We weten nog zo weinig.’


Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl. Kijk voor meer informatie over de methodologie op platform-investico.nl