De volgende fase van de monarchie

Met mijn hoofdredacteur had ik afgesproken deze week een stukje over Mali te schrijven, hoe de dappere Fransen deze keer het initiatief hebben genomen tot verdediging van het Westen en het min of meer democratisch denkend deel van Afrika. En waarom ik daarover mijn twijfels heb, gezien onze ervaringen in Afghanistan en Irak.

Ik begon te schrijven. Tot ik maandagmiddag om een uur of zes het nieuws hoorde. De koningin zal om zeven uur een belangrijke toespraak houden. Ik vergat Mali en het Westen en ik ging voor de televisie zitten. Op alle zenders kwamen de voorbeschouwingen. Het was vrijwel zeker dat ze haar aftreden zou aankondigen. En zo was het. Ze verscheen en hield op haar bekende, waardige manier haar historische toespraak. En daarna kwamen de nabeschouwingen en de terugblikken. Hierbij voeg ik er een paar van mijn herinneringen aan toe.

Als kleine jongen had ik geen belangstelling voor het koningshuis. Op 31 augustus, Koninginnedag, werd er vuurwerk afgestoken en dat was dat. De oorlog begon, koningin Wilhelmina week uit naar Londen, de prinsesjes gingen met hun moeder naar Canada. Over wat ze daar deden drong weinig tot het bezette vaderland door. In 1948 werd Juliana gekroond. Van die gebeurtenis staat me alleen bij dat haar moeder op het balkon van het Paleis op de Dam ‘Leve de koningin’ riep en zich daarbij een beetje verslikte. De nieuwe vorstin zelf werd vooral bekend doordat je haar op het filmjournaal vaak zag fietsen, en door haar vredelievende levenshouding. Later bleek dat ze sterk was beïnvloed door Greet Hofmans, een vrouw die geloofde dat al het wereldse onheil met krachtig bidden kon worden verholpen. Over die toestand is in de Nederlandse media ongelooflijk gelogen. Op de waarheid over het leven van vorstelijke personen rustte een nationaal taboe.

Ik vertel dit allemaal om duidelijk te maken dat het opgroeien en leven in een monarchie principieel anders is dan het bestaan in een republiek. In het verzuilde bestel was voor mij het koningshuis een statische aanwezigheid die weinig terzake deed. Alleen de bokkesprongen van prins Bernhard brachten van tijd tot tijd wat leven in de brouwerij. De radicale verandering kwam nadat de verslaggever Eelke de Jong ontdekt had dat prinses Beatrix verliefd was geworden op Claus von Amsberg, waarna John de Rooy twee foto’s van het paar had gemaakt. De verloofde bleek soldaat in de Wehrmacht te zijn geweest. Intussen waren de jaren zestig aangebroken. Onder het vooruitstrevend geworden deel van het Nederlandse publiek ontstond onbeschrijflijke verontwaardiging. De apotheose kwam op 10 maart 1966 met de ontploffing van de rookbom bij de bruidsstoet in de Raadhuisstraat.

In de loop van de jaren zestig en zeventig is alles in Nederland anders geworden, ook in de verhouding tussen volk en koningshuis. In die periode werden op initiatief van de kroonprinses en haar man in het Paleis op de Dam van tijd tot tijd kunstzinnige bijeenkomsten gehouden. Na afloop was er een diner. Ik werd ook wel eens uitgenodigd. Bij zo’n gelegenheid kwam er een lakei op me af. De prins zou het op prijs stellen als u naast hem kwam zitten. Ja, natuurlijk. We hadden een vrolijk gesprek en toen zei hij: ‘Denkt u dat het zou opvallen als wij hem smeerden?’ Ik zei dat we het konden proberen, en zo stonden we binnen vijf minuten verlost uit de officiële bedomptheid in de frisse buitenlucht.

In 1980, kort voor de kroning, hadden de prinses en ik een kort gesprek. Ik vroeg haar hoe ze de komende gebeurtenis tegemoet zag. Ze zei: ‘Ik zie er geweldig tegenop.’ Ze had een goede intuïtie. Op de kroningsdag begon de stadsoorlog. En nog één kleine ontmoeting op een plechtigheid in Maastricht. ‘Hoe gaat het met u?’ vroeg ze. Ik zei: ‘Ik verdedig het koninkrijk naar vermogen.’ Zij: ‘Dat hebben we dan gemeenschappelijk.’ Het zijn herinneringen die aantonen hoe de monarchie deel van je persoonlijk leven kan worden. En voor mij is haar optreden bij officiële gelegenheden altijd in overeenstemming met de teneur van deze korte ontmoetingen geweest. Door haar ben ik geen monarchist geworden maar beatrixist. Je moet er niet aan denken dat Nederland in deze tijd een republiek zou zijn, met iedere vier jaar presidentsverkiezingen. President Fortuyn? Rutte? Wilders? Willem-Alexander staan moeilijke jaren te wachten, maar in ieder geval hoeft hij niet te worden gekozen.

Nu beleven we een uitbraak van ongekende Oranjegezindheid. Zo hebben de media nog nooit uitgepakt. Maar vergis je niet, raadpleeg bijvoorbeeld de lezerscommentaren op de internetkrant NU.nl, de uitbarstingen van wantrouwen, woede, giftige haat, rancune tegen deze koningin. Via internet ontstaat een nieuwe publieke opinie die in de oude media nog niet tot uitdrukking komt en die tot een politieke factor van betekenis kan groeien, des te sneller naarmate de crisis langer duurt. Dat is een probleem voor de nieuwe koning.