De volgende oorlog

New York - Zonder de Amerikanen van tevoren op de hoogte te stellen, doet Israël een verwoestende aanval op zes van Irans belangrijkste kerninstallaties. Wat gebeurt er dan? Op die vraag probeert de Amerikaanse regering door middel van war games de meest waarschijnlijke antwoorden te vinden. Die simulatiespelen zijn geheim. Maar in december hield de afdeling Midden-Oosten van het Brookings Institute een eigen simulatie waarbij de rollen van de Amerikaanse president, de Israëlische premier en andere autoriteiten werden gespeeld door ervaren ex-politici en gepensioneerde militairen. Het zittende bewind in Washington vond het belangrijk genoeg om het grondig te bestuderen en het is ook naar een aantal bevriende regeringen gestuurd. Is het ook in Den Haag aangekomen? Laten we het hopen.
David E. Sanger, commentator van The New York Times, was uitgenodigd om als waarnemer aanwezig te zijn. In zijn krant van afgelopen zondag staat zijn verslag van de denkbeeldige escalatie. Afgezien van de vraag in welke mate dit scenario aannemelijk is, kunnen we het beschouwen als een waarschuwing. En het is de enige niet. In het laatst verschenen nummer van Foreign Affairs staat een essay van James M. Lindsay en Ray Takeyh waarin deze twee politicologen zich afvragen wat er zal gebeuren nadat Iran zijn kernbom heeft voltooid. Ze gaan subtieler te werk, onderzoeken meer mogelijkheden en komen ten slotte tot een geclausuleerd advies. Ze hadden zich dan ook niet tot taak gesteld een scenario met een veronderstelde ontwikkeling van onafwendbaarheden te geven. In beide gevallen gaat het erom dat in de Israëlische en Amerikaanse buitenlandse politiek Iran steeds hoger op de agenda staat, waarbij met een oorlog steeds meer rekening wordt gehouden.
In het scenario van het Brookings Institute loopt het in eerste aanleg nog niet goed af. Acht dagen na de Israëlische aanval zijn met Amerikaanse hulp de Iraanse strijdkrachten te land, ter zee en in de lucht nagenoeg verslagen, maar dan nog weten we niet zeker of ook alle kerninstallaties vernietigd zijn. Misschien bewaren de moellahs ergens onder de grond nog een geheime bom. En zolang niet alle kernwapens vernietigd zijn, blijft het probleem bestaan. Intussen nadert als gevolg van deze oorlog de volgende oliecrisis. Over de chaos in de internationale politiek wordt in dit scenario niet gerept.
De schrijvers in Foreign Affairs sluiten het gebruik van geweld uitdrukkelijk niet uit. Maar met deze vernietigende stok achter de deur geven ze veruit de voorkeur aan een politiek van containment. Door dit in bedwang houden van een roekeloos bewind in Teheran wordt het ertoe gedwongen beter over de consequenties na te denken en - hopen we - het gezond verstand te gebruiken. In dit laatste geval zal het ontdekken dat de Verenigde Staten een bondgenoot kunnen zijn bij het verwezenlijken van de legitieme nationale aspiraties. Eind goed, al goed. Maar dan zullen China en Rusland wel hun medewerking moeten verlenen.
Het verzinnen van scenario’s in het algemeen is een zeker teken dat met de waarschijnlijkheid van een oorlog rekening wordt gehouden. En hoe optimistischer zo'n scenario is, hoe groter de waarschijnlijkheid wordt. Het maken van een scenario kan op die manier een stap verder op de escalatieladder zijn. Denk weer aan Herman Kahns boek On Escalation: Metaphors and Scenarios. Hij onderscheidt 44 stappen. De laatste is ‘het spastisch drukken op alle knoppen’.
Heeft het bewind van George W. Bush indertijd scenario’s gemaakt voor de regime change in Irak? Zeker. Met de natte vinger. Volgens Donald Rumsfeld zou de aanval een walk-over zijn, en daarna begon volgens Paul Wolfowitz en Condoleezza Rice de herbouw van het land tot democratie en lichtend voorbeeld voor het hele Midden-Oosten. Premier Balkenende en minister De Hoop Scheffer trapten erin. Verhagen 'genoot’ later, volgens een interview in de Volkskrant van zijn gesprek met Condi. Zou de oorlog daar anders zijn verlopen als deskundige scenaristen de mogelijkheden grondig hadden doordacht? Heeft Instituut Clingendael toen geprobeerd de mogelijkheden en risico’s van de toekomst deskundig te onderzoeken? Zo niet, dan is dat een grote nalatigheid. Het rapport van de commissie-Davids meldt er niets over. Dat hoorde niet bij de opdracht.
Nu nadert op de een of andere manier een oorlog met Iran. We zijn in een gevorderd stadium van een zenuwenoorlog. Daarvan is het bedenken van scenario’s een symptoom. Wat zou Nederland in geval van zo'n uitbarsting gaan doen? Zich onmiddellijk solidair met Amerika tonen. Maar op welke manier? Meevechten? Een fregat naar de Straat van Hormoez sturen? Troepen naar hier of daar? Gegeven het recente verleden zijn het allemaal denkbare mogelijkheden. Een klemmende reden voor Instituut Clingendael om daarover zijn deskundig licht te laten schijnen. Liefst nog vóór 9 juni, want ook op het gebied van oorlog en vrede moeten de kiezers weten waar ze aan toe zijn. En misschien scheelt dat later weer een commissie-Davids.