Menno Hurenkamp

De volkspartij (2)

De vraag die vorige week bleef liggen, was: heb je in de politiek meer aan één grote progressieve volkspartij dan aan allemaal kleine clubjes wanneer het je erom gaat de sociaal zwakkeren te verdedigen? Herschikking van partijen is geen gekke reactie op de hectische tijd die wij achter de rug hebben. Bij de zuiderburen hadden ze er aardigheid in – na de crises volgend op de Dutroux-affaire – massaal van naam te wisselen en de identiteit eens wat bij te stellen. De tegenhanger van de PVDA heette de SP, maar ging in 2001, na een fusie met de D66-achtige club Spirit, verder als SP.A, ‘socialistische partij, anders’ – het puntje voorkomt dat men aan het bronwater denkt. Agalev (Anders Gaan Arbeiden, Leven En Vrijen) kwam terug als Groen!. Ook de christen-democraten en het Vlaams Blok veranderden van jas.
Maar moet je nu inderdaad proberen een noemer te vinden waaronder je zulke uiteenlopende groepen als eenzame witte ouderen en boze allochtone jongeren duurzaam bijeenbrengt? Is aannemelijk te maken dat zo’n partij de nogal uiteenlopende belangen van ‘linkse’ mensen die Nederland klein, overzichtelijk en betrouwbaar willen maken en de belangen van ‘linkse’ mensen die Nederland groot, divers en flexibel willen maken, weet te bundelen? In de Verenigde Staten bestaat een partij die dat zegt te doen, de Democratische Partij. In Engeland bestaat een partij die dat zegt te doen, Labour. Het zijn andere partijen in een ander kiesstelsel. De resultaten voor de ‘sociaal zwakkeren’ – in termen van emancipatiekansen, huisvesting en, meer in het algemeen, van ‘meedoen’ aan de samenleving – zijn op z’n allerbest gelijkwaardig aan die van Nederland, maar meestal beduidend minder goed.

Wanneer je je strikt beperkt tot de ‘sociaal zwakkeren’, de alleenstaande ouderen, de migrantenjongeren, de verwaarloosde leerlingen, de bewoners van de ‘probleemwijken’ en hun mogelijkheden om door te dringen tot het politieke systeem, dan ontkom je niet aan de conclusie dat juist dit in Nederland in verhouding tot de rest van de westerse democratieën nog best aardig geregeld is. Zo nu en dan duikt er hier een protestpartij op. Wanneer deze succesvol wordt – de boeren, de ouderen, het milieu, euthanasie, weg met de moslims – nemen de andere partijen razendsnel wat standpunten over. Dat is niet sierlijk en het maakt ook geen deel uit van een historisch erkende ideologische traditie, maar wiens zorgen zijn dat precies? Als de ‘sociaal zwakkeren’ af en toe flink boos worden en voor een verstandige woordvoerder zorgen, helpen ze zichzelf ook al behoorlijk.

Als intellectuele exercitie, als mediagebeurtenis voor mijn part, zou het stichten van een brede volkspartij een mooie oefening zijn. Als poging om leven te blazen in het timide deel van beschaafd links en beschaving in het populistische deel van links zou die brede volkspartij ook erg nuttig zijn. Maar de conflicten en de verdeeldheid zullen er niet door verdwijnen. Zo’n brede club zal over precies dezelfde zaken kibbelen als de partijen nu onderling al doen. Er zullen mensen vinden dat die progressieve volkspartij een migrantenpartij is die ernaar moet streven Nederland aan te passen aan de nieuwkomers. Anderen zullen met kracht het tegendeel beweren, dat zo’n club de migranten moet voorhouden dat ze lid van het volk moeten worden, het is toch niet voor niets een _volks_partij. Er zal nog niet de schijn van eenheid zijn – gelukkig. Het is daarom helemaal niet gezegd dat de ‘linkse’ invloed op het bestuur daadwerkelijk toe zou nemen.