Sylvia op de redactie van de Haagse Post in 1957. Om haar heen, staand van links naar rechts: Emile van Konijnenburg, Jan Vrijman, Rico Bulthuis. Zittend van links naar rechts: Rudolf Bakker, Simon Vinken- oog en Sylvia’s zuster Alma. Redacteur Henk Leffelaar maakte de foto © Foto uit het besproken boek

In A Room of One’s Own uit 1929 constateert Virginia Woolf hoe zelfgenoegzaam en tevreden de heren zich in hun mannenwereld bewegen. Hun geschriften duiden volgens haar ‘op zo’n vrijheid van geest, zoveel persoonlijke ruimte, zo’n vertrouwen in zichzelf’. Maar dan valt haar op hoe vaak ze het woord ‘ik’ gebruiken en hoe schimmig de achtergrond blijft waartegen dat mannelijke ‘ik’ vanzelfsprekend de hoofdrol speelt. ‘Is dat een boom? Nee, het is een vrouw.’

Jutta Chorus haalt deze passage uit het beroemde essay van Woolf aan in de proloog van Alma’s dochters. In haar nieuwe boek richt ze de schijnwerper, om met Woolf te spreken, op vijf bomen. Of zoals de ondertitel luidt, op ‘vijf levens in de schaduw’. Ze volgt de vrouwelijke lijn terug van filmregisseur Lili Rademakers, die zelf in de schaduw werkte van haar veel beroemdere man Fons Rademakers, en portretteert haar overgrootmoeder, grootmoeder, moeder en tante. Stuk voor stuk getalenteerde vrouwen die zich voegden naar een soms vriendelijke maar vaker schofterige man. En dan kunnen ze wel zeggen dat ze iemand ‘die bloeit in het verborgene’ (Sylvia Brandts Buys, de moeder van Lili Rademakers) of ‘een bescheiden meisje’ waren (Lili zelf), als hedendaagse lezer vind je veel van die mannen onuitstaanbaar. ‘Schoften’, zoals de vrouwen in het boek de onloochenbare egoïsten noemen.

Alma’s dochters begint als een klassieke roman, met de vondst van een blauw linnen koffertje, met daarin brieven, dagboeken, schriften met spreuken, foto’s, paspoorten en zelfs een testament: egodocumenten van zowel haar moeder als grootmoeder. Het is haast te mooi om waar te zijn, maar het is Chorus zelf die het verloren koffertje in een kast vindt als ze bij Lili Rademakers in Collevecchio, Midden-Italië, logeert. Er gaat een schat van vrouwengeschiedenissen open en Chorus beseft dat de schaduwlevens die stammoeder Alma en haar dochters leefden haar nieuwsgierigheid meer prikkelen dan de biografieën van beroemde mannen, juist omdat ze nog niks van de vrouwen weet. ‘Alma en haar dochters wilden de wereld niet veranderen’, noteert Chorus, ‘ze probeerden een plaats te verwerven binnen het systeem. Juist door gewone vrouwen te onderzoeken, bedenk ik, kun je de beperkingen van het systeem zien.’

De wereld hebben ze misschien niet veranderd – hoeveel mannen hebben dat overigens wél gedaan? – maar zo ‘gewoon’ waren ze ook niet. Overgrootmoeder Alma Bimmerman (1853-1948) was het mooiste meisje in Düsseldorf, ze belandde in Nederland, zorgde ervoor dat ze daar een opleiding kreeg, trouwde met de handschoen en vertrok naar Nederlands-Indië, om bij aankomst te ontdekken dat haar verloofde was overleden. Zij liet zich niet terug verschepen maar besloot te blijven, verdiende de kost als gouvernante en ontwikkelde zich onder het pseudoniem Nji-Sri als schrijfster van Indische romans.

Alma moet ervaren hebben hoe ‘zalig het was, vrij te zijn’

Alma was misschien wel de eigenzinnigste van de vijf vrouwen – ze was een jonge, onbeschermde witte vrouw op Java, maar redde zich geheel op eigen kracht. Net als de hoofdpersoon van een van haar latere romans genoot ze van de natuur in de tropen, van ‘groene heuvels en lachende valleien’. En net als dat personage moet ze ervaren hebben hoe ‘zalig het was, vrij te zijn, alleen zelfopgelegde plichten te vervullen’ – ‘Onafhankelijk van den man! Ja, dat was het schoonste, heerlijkste!’

De man met wie ze trouwde, de landbouwingenieur Anton Berkhout, was van het aardigste soort. Hij adoreerde zijn vrouw en vond dat meisjes zichzelf even goed moesten kunnen redden als jongens, zoals ook Alma vond dat haar dochters voor zichzelf moesten kunnen zorgen.

Lili Rademakers en Hugo Claus op de set van Het mes, geregisseerd door haar echtgenoot Fons (achter de camera), 1960 © Foto uit het besproken boek

Des te treuriger was het dat Alma’s oudste dochter Elly Berkhout (1882-1943), de oma van Lili Rademakers, trouwde met ‘een schoft’: de knauw die de scheiding van hem gaf kwam ze nooit echt te boven. Haar dochter Sylvia Brandts Buys (1907-1994) had van jongsaf aan een eigengereid karakter maar viel ook in de valkuil van een huwelijk met een ontrouwe man. Sylvia zat echter niet bij de pakken neer. Ze ging schrijven voor Elsevier en werkte vanaf 1957 als informeel hoofdredacteur van de Haagse Post, een zieltogend blad dat zij nieuw leven inblies door de suffe rubrieken als ‘Parlement-aria’ en de cartoons van K.R. Abbelaar te schrappen, jonge verslaggevers om zich heen te verzamelen en die op pad te sturen om de werkelijkheid onbevangen ‘op te noteren’. Die verslaggevers waren eerder dichters, kunstenaars en filmmakers dan journalisten: Remco Campers, Simon Vinkenoog, Armando, Hans Sleutelaar en Cherry Duyns hadden er hun eerste baantje. Sylvia noemde ze ‘de heertjes, krengen van jongens’ en met hen bracht ze de geest van de jaren zestig in de verzuilde en gedweeë Nederlandse journalistiek.

Maar haar tweede man, de bekende commentator G.B.J. Hiltermann, was de grootste schoft van alle aangetrouwde mannen van Alma’s dochters. Niet alleen verwekte hij kinderen bij Sylvia’s ruim twintig jaar jongere halfzus, ook ontmaagdde hij de vijftienjarige Lili, waardoor hij het tegelijkertijd met moeder, haar halfzus en dochter hield. En als hij dan nog genereus was geweest als het op werk aankwam: niks daarvan. Sylvia en Hiltermann kochten de Haagse Post samen – van Sylvia’s erfenis. Hij deed zich vervolgens voor als eigenaar en hoofdredacteur, terwijl hij slechts zijn ronkende wekelijkse commentaar leverde.

Wat zegt dit allemaal over ‘het systeem’, waar Jutta Chorus in haar proloog van rept? In ieder geval dat het tot voor kort door mannen werd gedomineerd, en dat over de bomen op de achtergrond mooie verhalen te vertellen zijn; dat doet Chorus met verve. In ‘het systeem’ mocht vrouwelijk talent wel meedoen, maar niet te nadrukkelijk. Je ziet dat ook nog bij Lili Rademakers zelf, de filmmaakster die de meeste films maakte als ‘assistente’ van haar man – ook van het aardige soort. Maar ‘het systeem’ was zo dat zelfs zachtaardige, liefhebbende mannen hun vrouwen niet professioneel lieten schitteren.