De voorbeeldfunctie van megasterren en politici

Dat gevoel en verstand uit elkaar kunnen gaan, daar is de hele toneelliteratuur op gebaseerd. Vanzelfsprekend kun je gemengde gevoelens hebben of tegenstrijdige gedachten, of kunnen normen met elkaar in conflict zijn. Maar als dat alles tegelijk optreedt is er misschien reden opnieuw na te denken.

Ik weet helemaal niets van voetbal en toch heb ik allerlei gedachten als Patrick Kluivert voor het Nederlands elftal mag uitkomen ondanks een dodelijk ongeluk waaraan hij schuldig was en een op een groepsverkrachting lijkend feestje waar hij bij betrokken was. Het argument dat zo'n voetbalheld als Kluivert een voorbeeld voor de jeugd zou moeten zijn, spreekt me heel erg aan. Maar ik vind het ook onrechtvaardig: als een jongetje goed kan voetballen en hij in een paar jaar uitgroeit tot een megaster, vertelt niemand hem dat hij nu ook een moreel voorbeeld moet zijn voor de natie.
Plotseling, als hij zich misdraagt, blijken er voor hem andere normen te kunnen gelden dan voor gewone stervelingen. Een naargeestig en ruw seksavontuur wordt voorpaginanieuws. Terecht, want zelfs als het niet om een strafbaar feit gaat, moet het toch minstens moreel worden afgekeurd. Maar zeg dan van tevoren duidelijk dat je om in Oranje te kunnen spelen, fatsoenlijk gedrag moet vertonen en dat het niet alleen om de doelpunten gaat.
Zulke gemengde gevoelens kreeg ik ook toen ik in Nova zag hoe het PvdA-kamerlid Hamid Houda aan de schandpaal werd genageld. Hij had zijn goedlopende mode-importzaak weliswaar aan zijn vrouw overgedaan, maar houdt nog altijd een vinger in de pap van zijn zaak. Gretig kwamen concurrenten en afnemers verklaren dat ze Houda nog geregeld in de buurt van zijn onderneming tegenkwamen. Hij ondertekent de jaarstukken samen met z'n vrouw en zal dus ook wel de inkomsten uit zijn zaak opstrijken.
Politieke activiteiten ondernam hij nauwelijks. Nu heeft Houda er zelf over geklaagd dat je, als je je ellebogen niet keihard gebruikt, in de PvdA-fractie met weinig opzienbarende onderwerpen wordt afgescheept. Dat hij een onderneming had, was natuurlijk bekend en dat hij de leiding van zijn bedrijf alleen voor de duur van zijn kamerlidmaatschap aan zijn vrouw zou overdoen, meldde het Haarlems Dagblad al bij zijn aantreden als kamerlid in augustus 1994.
Hij had een illuster voorbeeld. Ruud Lubbers heeft de aandelen in het familiebedrijf Hollandia-Kloos ook niet royaal weggegeven toen hij in de politiek ging, maar ondergebracht in een stichting, die door derden zou worden beheerd. Maar toen Kuwait Airways een rekening niet op tijd betaalde, schreef Lubbers als premier vijf brieven aan zijn ambtgenoot in Koeweit om druk uit te oefenen.
Ik weet de conclusie van dit alles niet. Er worden normen gesteld. Vervolgens houden we ons er niet aan. En in de toekomst zijn er anderen die denken dat zij zich er ook niet aan hoeven te houden. Gelukkig is er door kamerlid Weisglas onlangs een nieuwe norm in de politiek gesteld: ‘Dit is niet voor herhaling vatbaar.’ Maar ook hij heeft zijn zin niet gekregen.