Hoofdcommentaar: SGP

De voorzienigheid slaat toch toe

Nu de reële kansen nagenoeg zijn geweken, kunnen we de fantasie ongehinderd de vrije loop laten. Is het wereldlijke en verlichte Nederland gered voor de Verduistering? Of is het toch jammer dat CDA en VVD het niet hebben aangedurfd de ChristenUnie en de Staatkundig Gereformeerde Partij toe te laten tot de regering?

De eerste conclusie ligt voor het oprapen. Een kabinet met de laatste onversneden confessionele partijen zou de cultuurkamp — waar velen in Nederland verlangend naar blijven uitkijken, omdat de polder nu ook eens groots en meeslepend moet leven — tot krankzinnige hoogten hebben opgevoerd. De loopgraven werden daarom op voorhand al ingeruimd om een aanval op de grondwettelijke gelijkheid van de vrouw en de ongelovige af te slaan. ChristenUnie en SGP, nodig voor een krappe meerderheid van één zetel, hadden voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog immers een dramatisch stempel kunnen drukken op de overheid.

Beide partijen zijn realistisch genoeg geworden om te weten dat er in het regeerakkoord geen gewag zou worden gemaakt van «Gods heerschappij over het staatkundig leven» (ChristenUnie) of «een regering van ons volk geheel op de grondslag van de in de Heilige Schrift geopenbaarde ordening Gods» (SGP). Zelfs op kardinale leerstukken als abortus en euthanasie zagen de kortstondige onderhandelaars Rouvoet en Van der Vlies volgens de eerste geen «onoverkomelijke obstakels». «De kans om D66 af te troeven laat ik niet lopen», zei Van der Vlies zelfs, als ware hij een harde machts politicus.

Wie zo realistisch spreekt, kan alleen nog stiekem denken dat de vrouw terug moet naar het aanrecht, dat God kennelijk voor haar heeft geschapen.

Maar kleinere stapjes hadden ze wel ootmoedig kunnen forceren. Zoals het herstel van de zondagsrust. De koopzondag had er vermoedelijk aan moeten geloven. En de SGP had een symbolische bezuiniging op de begroting van Buitenlandse Zaken doorgedrukt, namelijk het budget voor ambassadeur baron Bentinck van Schoonheten bij het Vaticaan.

Want de Nederlandse ambassade, een door prelaten gedomineerd gezantschap, is voor de SGP een steen des aanstoots gebleven. Sinds 1925 zint de partij op wraak. In dat jaar boekte de SGP namelijk haar eerste en laatste succes. Dankzij SGP-dominee Kersten sneuvelde het eerste kabinet-Colijn op de begroting voor de ambassade in Vaticaanstad. Een jaar later was iedereen dat echter al weer vergeten. «Anno 2000 gaat de strijd eerder tegen paars dan tegen geel, de kleur van het Vaticaan», schreef SGP-voorlichter Menno de Bruyne tweeënhalf jaar geleden weliswaar in het partijorgaan De Banier, maar die kleurenstrijd is nu ten einde, zodat de SGP zonder «nare bijsmaak» zou kunnen stemmen voor een motie van bijvoorbeeld D66 om de diplomatieke betrekkingen met de kerk van Rome te beëindigen.

Het Europa-standpunt van het huidige demissionaire kabinet zou ook al consensus hebben kunnen opleveren. Samen met België en Luxemburg heeft Nederland zich gekeerd tegen de voorstellen van de Europese Conventie onder leiding van Giscard d’Estaing om de politieke macht op het oude continent eindelijk eens een gezicht te geven. «Inhoudelijk kunnen we deze voorstellen, die het Europese communautaire project en het fundamentele evenwicht tussen de instellingen en lidstaten aantasten, niet accepteren», aldus de drie kleine landen in de grote EU. De motivatie is anders, maar het effect van dit verzet komt een stap dichter bij het SGP-beginsel dat «Europese éénwording onder een bovennationale regering» moet worden afgewezen «omdat daardoor de invloed van het rooms-katholicisme en het humanisme sterk wordt bevorderd, het werk van de Reformatie al meer wordt afgebroken en het koningsschap dreigt te worden gedegradeerd».

Omdat CDA en VVD huizenhoog opzagen tegen dit dolzinnige en, in de letterlijke zin van het woord, reactionaire perspectief, moeten we het nu vermoedelijk doen met D66. Als volleerd kingmaker heeft partijleider Boris O. Dittrich zich op de lonkende wippositie voor de Democraten gestort. In ruil voor zevenhonderd miljoen euro voor het onderwijs, de gekozen burgemeester en twee ministersposten heeft hij een andere navelstreng (het correctief referendum) doorgesneden. Het oude ada gium van aartsvader Hans van Mierlo, die met het pistool op de borst alleen linksaf wilde slaan, is hiermee aan flarden. Alleen de leden van D66 kunnen dit op een speciaal partijcongres nog in ere herstellen. Maar met het pistool van Dittrich op hun borst weten ze nu al: een regeerakkoord op de valreep afwijzen is een nog zekerder einde van de partij dan deelname aan een conservatief liberaal-christelijke coalitie.

Bij de eerste openbare bijeenkomst afgelopen maandag in Amsterdam was dat besef al doorgedrongen.

Toch hing de geest van ChristenUnie en SGP als een onweersbui boven de Democraten. Want was het toeval dat op dezelfde dag dat CDA, VVD en D66 hun eerste globale akkoord bereikten elders in Amsterdam de voorzienigheid genadeloos toesloeg? Nee, het kan bijna geen toeval zijn dat maandag het Rijksmuseum wegens asbest dicht moest. Geen kazerne of bedrijfsverzamelgebouw doch het Rijksmuseum: niet alleen hét toonbeeld van de rooms-katholieke architectuur uit de late negentiende eeuw maar ook dé tempel van een door de preciezen in de SGP gevreesde en rekkelijke beeldcultuur die voor de zilverlingen van al die toeristen uit den vreemde wordt geëxploiteerd.