De vos en de os

Abigail R. Esman/Rudi Fuchs, Vervulde verlangens: Gesprekken over kunst in onze tijd, uitg. Meulenhoff. Henk van Os, Beeldenstorm: Close-ups van kunst uit Nederlandse musea, uitg. Amsterdam University Press.
Van de twee bekendste museumdirecteuren van Nederland verschenen onlangs karakteristieke boekjes, die wat betreft aanpak, vorm, stijl en zelfs uitvoering op dezelfde manier van elkaar verschillen als Rudi Fuchs en Henk van Os zelf. De belangrijkste overeenkomst is dat beide boekjes in het Nederlands zijn uitgegeven, en dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt.

In het Nederlands over kunst publiceren, is een bijna museale activiteit geworden: dure tentoonstellingscatalogi verschijnen alleen nog in het Engels, zuiver als bijdrage aan de internationale wetenschap, waarbij ervan wordt uitgegaan dat een Hollandse jongen misschien zijn talen niet meer zo beheerst als Bulletje en Bonestaak, maar wel zo vertrouwd is met MTV dat hij in het Engels over Nederlandse kunst toegesproken wil worden door Nederlandse schrijvers. De New Sculpture Museum Foundation in Rijssen heeft bijvoorbeeld een serie boekjes het licht doen zien, New Dutch Sculptors, in het Nederlands geschreven maar vervolgens in het Engels uitgegeven, met de aanbeveling: ‘Door het Engelse taalgebruik en de overzichtelijke indeling zijn de monografieën geschikt voor een breed in kunst geïnteresseerd publiek.’ Helaas zijn de teksten zo letterlijk vertaald dat je alles weer moet terugvertalen om te kunnen begrijpen wat er staat.
Het pas verschenen boek van Rudi Fuchs, Vervulde verlangens: Gesprekken over kunst in onze tijd, is op een eendere en tevens andere manier eigenaardig. De directeur van het Stedelijk Museum is door een Amerikaanse journaliste in het Engels ondervraagd, wat weer in het Nederlands is vertaald. Die vertaling is heel behoorlijk - een verademing vergeleken bij de biografie van het echtpaar Willem de Kooning en Elaine Fried die ik pas heb gelezen; vertalers die geen kaas hebben gegeten van kunsttermen moeten zich niet vergrijpen aan dergelijke boeken.
Rudi Fuchs is niet alleen een indrukwekkend erudiet man die hartstochtelijk over kunst weet te vertellen, hij verwoordt dat ook al vele jaren in de krant, ooit middels kritieken, nu in een column. Het is dan ook raar dat hij een Amerikaanse vraagt voor een bundel vraaggesprekken om die dan in het Nederlands te laten vertalen, omdat Fuchs’ beeldende taalgebruik zo verloren gaat. Als je over De Kooning leest: 'Een typische kunstvirtuoos. Hij schildert geweldig. En hij is enorm populair. Hij is de virtuoze versie van de traditionele schilder’, dan hoor je Fuchs naar Engelse formuleringen reiken die zijn geestdrift vertolken, zij het veel compacter dan hij in het Nederlands zou doen.
Het irritante van dit op schrift gesteld staccato daargelaten is Vervulde verlangens door de gehanteerde stijl wel een zeer toegankelijk boek. Daarmee komt het aardig in de buurt van Beeldenstorm: Close-ups van kunst uit Nederlandse musea, een bewerking van Henk van Os’ televisieoptredens voor de Avro. Ook Van Os is een erudiet man en een gepassioneerd verteller over kunst, en hij leek ook altijd meer op zijn plaats op de buis of voor een zaal journalisten dan achter een stoffig bureau in het Rijksmuseum. Ook voor Van Os maakt het niet uit wanneer, waar of hoe iets is gemaakt om het te kunnen waarderen; kunstwerken zijn immers niet belangrijk of goed om de rol die ze in de kunstgeschiedenis spelen, maar om hun intrinsieke waarde, los van de stijlgeschiedenis. En net als Fuchs in zijn Coupletten-exposities deed en in Vervulde verlangens weer met veel genoegen doet, combineert Van Os oude en nieuwe kunst, hoge en lage kunstvormen (zoals een groepsfoto van Ajax met een schuttersstuk van Hals), abstractie en figuratie, om te laten zien dat het allemaal niets uitmaakt, dat het enige belangrijke het genot van een kunstwerk is. De vos en de os preken de passie, weliswaar niet voor dezelfde parochie, maar vanuit een eendere sensualiteit