Commentaar: Midden-Oosten

De vrede van Abdullah

«Heeft u ingebroken in mijn bureau?» De Saoedische kroonprins Abdullah ibn Abdulaziz reageerde verbijsterd toen Midden-Oosten specialist Thomas L. Friedman hem een simpel plan voorlegde. Abdullah bleek een speech klaar te hebben liggen waarin exact hetzelfde plan ter sprake kwam. In ruil voor een volledige terugtrekking van Israël tot de grens van 4 juni 1967 (wat het opgeven van controle over de Westelijke Jordaanoever, Gaza en de Golan zou betekenen) en het stichten van een Palestijnse staat, zouden de 22 landen van de Arabische Liga Israël volledige diplomatieke relaties, genormaliseerde handelsbetrekkingen en veiligheidsgaranties bieden. In feite zou zo de staat Israël door de Arabische wereld erkend worden en zouden oude oorlogstoestanden uit de weg worden geruimd in ruil voor Israëls naleving van VN-resolutie 242. Nadat Friedman het gesprek met de kroonprins in zijn New York Times-column meldde, ontstond een vloedgolf aan publiciteit. De verwachting is dat Abdullah het vredesplan officieel zal lanceren op de topconferentie van de Arabische Liga eind maart.

De vraag is of het plan kans van slagen heeft. Afgelopen week beleefde het Midden-Oosten een van de bloedigste weekeinden sinds het uitbreken van de tweede intifada. Sinds de vrede uit het zicht raakte, zijn Israëli’s en Palestijnen verstrikt in een razendsnel richting afgrond spinnende cyclus van wraak en wederwraak. De enige kans de spiraal te doorbreken is een vredesplan dat zo serieus is dat Sharon en Arafat bereid zijn elkaars provocaties tijdelijk te negeren — wat met een groot woord «wapen stilstand» wordt genoemd.

Abdullahs voorstel is verre van origineel en kent vele hiaten. Maar de timing is haast perfect. Het is van enorm belang dat juist Saoedi-Arabië, de machtigste, rijkste en heiligste Arabische staat, het plan lanceert. Syrië en Libië, notoire dwarsliggers met een eigen agenda, zullen daardoor waarschijnlijk hun fiat geven. Bovendien kunnen ze zo tonen dat vrede hun meer waard is dan terrorisme. De kans is zelfs aanwezig dat Irak met het plan zal instemmen. Saddam Hoessein zou daarmee uitstekende munitie in handen hebben om een dreigende Amerikaanse aanval af te slaan. Ook Arafat staat met de rug tegen de muur nu ook zijn eigen Fatah-factie zelfmoordaanslagen op joodse burgers uitvoert en hijzelf van terrorisme wordt beschuldigd.

Sharon stribbelt nog tegen. «Het plan brengt het voortbestaan van Israël in gevaar», aldus zijn regeringssecretaris. Maar zijn oorlogspolitiek verliest in Israël snel steun, zelfs onder hoge militairen. Een uitzichtloze voortzetting van het geweld zal hem uiteindelijk de kop kosten. Het komt nu aan op doorzettingsvermogen van de Saoedi’s en op internationale diplomatieke druk, want de tijd is rijp voor Abdullahs vrede.